Ga naar boven
Home / Beleidsbegroting / Paragrafen / Financiering

Financiering

Inleiding
In de paragraaf Financiering wordt de financieringsfunctie van de gemeente Leiden uiteengezet voor de jaren

2017-2020. Dit gebeurt in een onderdeel 'algemene ontwikkelingen' en een onderdeel 'ontwikkelingen gemeente Leiden'. Onder de algemene ontwikkelingen komen de renteontwikkelingen en ontwikkelingen in de wet- en regelgeving aan de orde. In de paragraaf Ontwikkelingen gemeente Leiden geven we een toelichting op de renterisiconorm, de kasgeldlimiet en de financiering van de gemeente.

Algemene ontwikkelingen

Renteontwikkelingen­
De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De belangrijkste rentetarieven van de ECB zijn in 2016 verlaagd naar 0%. Daarnaast is het de verwachting dat de ECB het in 2014 gestarte opkoopprogramma van obligaties, met als doel het aanjagen van de inflatie, voorlopig tot begin 2017 zal blijven uitvoeren. Uitvoering van het opkoopprogramma moet leiden tot meer geld in de economie, wat lage rentetarieven tot gevolg heeft. Dit moet leiden tot een toename van de inflatie. Als daarnaast het economische herstel binnen de eurozone doorzet, zullen de rentetarieven mogelijk weer gaan stijgen.

De gemiddelde kapitaalmarktrente voor rentevaste en lineaire leningen met een looptijd van 10 jaar is in 2015 uitgekomen op 0,88%. In 2016 is de rente inmiddels gedaald tot onder het gemiddelde niveau van 2015. Het is de verwachting dat de rente in 2017 op een laag niveau zal blijven maar, als gevolg van de stijgende inflatie en het doorzetten van het economisch herstel, gedurende 2017 zal gaan stijgen. Hieronder een overzicht van de verwachte renteontwikkeling op de geld- en kapitaalmarkt:

Renteontwikkelingen

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

2020

Rente kapitaalmarkt

0,50%

1,50%

2,25%

3,00%

3,50%

Rente geldmarkt

0,00%

0,50%

0,50%

1,00%

1,00%

Op basis van een lening met een looptijd van 10 jaar, rentevast en aflossing in gelijke delen. De rentepercentages komen voort uit een rentevisie, die mede tot stand is gekomen op basis van de rentevisies van een aantal financiële instellingen (BNG, ING en ABN-AMRO).

Ontwikkelingen gemeente Leiden

Beleidsvoornemen treasury

In de financiële verordening (RV 11.0032) zijn de kaders voor de treasuryfunctie door de raad bepaald. In de nota Treasury, besluitnr. 11.0573, zijn die kaders verder geconcretiseerd en in overeenstemming gebracht met de wet FIDO.

Het beleid van de gemeente Leiden is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende schulden omdat de rente op de kortlopende middelen in het algemeen lager is dan de rente op langlopende middelen. Hierbij is de gemeente Leiden gehouden aan de kasgeldlimiet, die bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Gezien de rentevisie, waarbij er vanuit wordt gegaan dat de rente op de middellange termijn op een historisch laag niveau zal blijven, kan voorlopig aan deze strategie worden vastgehouden. Zodra de rentevisie wijzigt en uitgaat van een stijgende rente op korte termijn, kan de overweging gemaakt worden om een deel de financieringsbehoefte af te dekken met langlopende leningen.

Risicobeheer

Voor de beheersing van de renterisico’s gelden twee concrete richtlijnen: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm (beide benoemd in de wet FIDO).

De kasgeldlimiet
De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeente gelimiteerd op 8,5% van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet heeft het volgende verloop (gehad):

  • Kasgeldlimiet 2015 € 45 miljoen
  • Kasgeldlimiet 2016 € 42 miljoen
  • Kasgeldlimiet 2017 € 43 miljoen

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de gemiddelde netto vlottende schuld over het afgelopen jaar weergegeven (kwartaal 3 en 4 van 2015 en kwartaal 1 en 2 van 2016):

Kasgeldlimiet

Omschrijving

Gemiddelde netto vlottende schuld

Kasgeldlimiet

Ruimte (=+) of Overschrijding

derde kwartaal 2015

18.801

44.898

26.097

vierde kwartaal 2015

29.877

44.898

15.021

eerste kwartaal 2016

76.150

42.355

-33.795

tweede kwartaal 2016

100.883

42.355

-58.528

Bedragen x € 1.000,-

In de eerste twee kwartalen van 2016 is de kasgeldlimiet overschreden. De overschrijding is een keuze geweest. In juli 2016 is een bedrag ontvangen van het BTW Compensatiefonds. Echter is dit niet voldoende om gedurende het 3de kwartaal de vlottende schuld binnen de kasgeldlimiet te laten blijven. Hiervoor was het noodzakelijk om langlopende financiering aan te trekken van € 50 miljoen voor 20 jaar. De wet FIDO schrijft voor dat de toezichthouder (provincie) geïnformeerd dient te worden indien de kasgeldlimiet drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden. Door het aantrekken van de langlopende lening zal de kasgeldlimiet het derde kwartaal van 2016 niet overschreden worden, waardoor er geen sprake zal zijn van een overschrijding van drie opeenvolgende kwartalen en er wordt voldaan aan de kaders die de wet FIDO stelt.

De renterisconorm
Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van de renterisiconorm voor de komende jaren weergegeven:

Renterisiconorm

Nr.

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

2020

1

Begrotingstotaal

498.293

511.483

484.893

468.865

465.653

2

Wettelijk percentage

20%

20%

20%

20%

20%

3

Renterisiconorm (1x2)

99.659

102.297

96.979

93.773

93.131

4

Renteherzieningen

0

0

0

0

0

5

Aflossingen

17.744

41.947

53.941

66.602

80.384

6

Bedrag waarover renterisico gelopen wordt (4+5)

17.744

41.947

53.941

66.602

80.384

7

Ruimte onder renterisiconorm (3-6)

81.915

60.350

43.038

27.171

12.747

Bedragen x € 1.000,-

De bedragen aan langlopende leningen waar de gemeente Leiden de komende jaren een renterisico over loopt, blijven ruimschoots binnen de wettelijke norm (wet FIDO).

Opzet financiering Gemeente Leiden
Voor de uitvoering van de gemeentelijke taken zijn financieringsmiddelen nodig. Investeringen in materiële vaste activa hebben een lange levensduur en de financieringsbehoefte die daaruit voortvloeit moet meerjarig worden afgedekt. Daarvoor worden langlopende geldleningen aangetrokken. Voor zover er eigen financieringsmiddelen, in de vorm van reserves en voorzieningen, beschikbaar zijn, worden deze eerst gebruikt voor de invulling van de gemeentelijke financieringsbehoefte. De situatie naar de stand van 1 januari 2016 is als volgt:

Opzet financiering

Omschrijving

1-1-2015

1-1-2016

Totaal vaste activa

627

614

af: reserves en voorzieningen

-436

-425

Te financieren met vreemd vermogen

191

189

Langlopende geldleningen

-189

-151

Werkkapitaal

2

38

Bedragen x € 1.000.000,-

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de gemeente haar investeringen voor 69% financiert met eigen middelen. Die verhouding is nagenoeg ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Het werkkapitaal per 01-01-2016 bevat onder andere de korte schuld voor bijna € 59 miljoen (rekening courant). Het resterende bedrag bestaat uit het saldo van de voorraden (incl. grondexploitatie), crediteuren, debiteuren en overlopende activa en passiva per balansdatum.

De leningenportefeuille
Voor 2017 verwachten we voor ca. € 86 miljoen aan langlopende leningen aan te trekken.
Met de exploitatielasten van de leningen hebben we in de exploitatiebegroting rekening gehouden.

Ontwikkelingen leningenportefeuille

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

2020

Stand 1 januari

150.924

379.626

463.482

536.100

620.036

Nieuwe leningen

246.446

125.803

126.559

150.538

81.709

Reguliere aflossingen

-17.744

-41.947

-53.941

-66.602

-80.384

Stand per 31 december

379.626

463.482

536.100

620.036

621.361

Rentelasten

4.531

8.331

9.111

11.374

13.319

Bedragen x € 1.000,-

Als gevolg van de BBV wijziging, wat heeft geresulteerd in de introductie van de geprognostiseerde balans en een gewijzigde rentesystematiek, is de ontwikkeling van de leningenportefeuille aangesloten op het verwachte verloop van de activa, de voorraad grond, het eigen vermogen en de vlottende schuld. Als gevolg van de nieuwe systematiek wordt rekening gehouden met een sterker oplopende schuld dan als vermeld in de begroting 2016. Bij de begroting 2016 is, bij de bepaling van het verloop van de schuldpositie, naast de eerder genoemde balansposten ook rekening gehouden, met de ervaringscijfers uit de afgelopen jaren.

Rentemethodiek en renteresultaat
Voor de toerekening van de rentelasten maakt de gemeente Leiden gebruik van de rente-omslag-methode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen. De rentelasten betreffen het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen en de kortlopende financiering minus de renteopbrengsten van overtollige middelen.

Door toepassing van de rente-omslag-methode worden de rentelasten aan de hand van de stand van de investeringen toegerekend aan de prestaties en/of producten in de programmabegroting. Daarnaast is, door een wijziging van de regelgeving, de omslagrente verlaagd van 3,5% naar 1%. De achterliggende gedachte is hierbij dat de gehanteerde omslagrente een reëel percentage is. Zodra de afwijking tussen de gehanteerde omslagrente en de werkelijk rentelast groter wordt dan 0,5% dient de gehanteerde omslagrente aangepast te worden.

Renteresultaat

a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

8.681

b.

De externe rentebaten (idem)

-104

-/-

Saldo rentelasten en rentebaten

8.577

c1.

De rente die aan de grondexploitatie

-525

-/-

moet worden doorberekend

c2.

De rente van projectfinanciering die aan

-30

-/-

het betreffende taakveld moet worden

toegerekend

c3

De rentebaat van doorverstrekte leningen

30

+/+

indien daar een specifieke

lening voor is aangetrokken

(= projectfinanciering), die aan

het betreffende taakveld moet worden

toegerekend

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-525

d1.

Rente over eigen vermogen

0

+/+

d2.

Rente over voorzieningen

0

+/+

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

8.052

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-7.256

-/-

Renteresultaat op het taakveld Treasury

796

(nadeel)

Bij de nieuwe rentesystematiek wordt de betaalde rente omgeslagen over het totaal aan activa. Voor deze renteomslag wordt een vast percentage gehanteerd. Voor 2017 bedraagt dit 1%. Dit percentage wordt de omslagrente genoemd.

De omslagrente mag niet meer afwijken dan 0,5% van de werkelijke verhouding tussen de betaalde rente en het activavolume. Doordat er een verschil is tussen het gehanteerde omslagpercentage en het werkelijke percentage (toegestaan binnen een bandbreedte van -0,5% en 0,5%) ontstaat er een renteresultaat.

Het gepresenteerde nadeel van € .000 betekent dat de gehanteerde omslagrente van 1% lager is dan het werkelijke percentage. Er wordt € .000 minder rente doorberekend naar de activa, dan dat er daadwerkelijke aan rente wordt betaald aan de geldverstrekkers. Het verschil bevindt zich ruim binnen de gestelde bandbreedte, wat betekent dat een reëel rentepercentage wordt toegerekend aan de activa.

Overig

Complexe financiële producten
De gemeente Leiden maakt geen gebruik van complexe financiële producten zoals derivaten.

Geldstromenbeheer
De betalingen van de gemeente worden zo veel mogelijk via de BNG geleid omdat door de BNG de kortlopende financieringsbehoefte voor de gemeente Leiden wordt afgedekt. Met de BNG is daartoe een ruime kredietfaciliteit van € 75 miljoen overeengekomen. Via de ING worden een aantal bulkmutaties, zoals bijvoorbeeld parkeervergunningen en parkeergelden, afgehandeld.