Ga naar boven

Algemene dekkingsmiddelen

Algemene middelen
bedragen x € 1.000,-

Rekening
2015

Begroting
2016

Begroting
2017

Meerjarenraming

2018

2019

2020

Lokale heffingen besteding niet gebonden

Lasten

0

0

0

0

0

0

Baten

-51.950

-53.910

-54.491

-55.076

-55.706

-55.956

Saldo

-51.950

-53.910

-54.491

-55.076

-55.706

-55.956

Algemene uitkering

Lasten

0

329

581

-41

-66

400

Baten

-233.053

-234.049

-230.930

-231.429

-232.755

-235.202

Saldo

-233.053

-233.721

-230.349

-231.470

-232.822

-234.802

Dividend

Lasten

1.961

314

90

90

90

90

Baten

-4.439

-2.295

-3.127

-1.727

-1.727

-1.727

Saldo

-2.478

-1.981

-3.037

-1.637

-1.637

-1.637

Saldo financieringsfunctie

Lasten

111

212

1.275

1.807

3.418

3.915

Baten

-15.260

-14.345

-104

-104

-104

-104

Saldo

-15.149

-14.132

1.171

1.703

3.314

3.811

Overige alg.dekkingsmiddelen

Lasten

376

3.212

660

-1.343

-2.229

-2.796

Baten

25

0

0

309

327

327

Saldo

401

3.212

659

-1.035

-1.902

-2.469

Programma

Lasten

2.448

4.068

2.606

512

1.213

1.609

Baten

-304.677

-304.600

-288.653

-288.028

-289.966

-292.663

Saldo van baten en lasten

-302.229

-300.532

-286.048

-287.515

-288.754

-291.054

Reserves

Toevoeging

20.234

13.830

6.531

13.818

5.949

1.835

Onttrekking

-25.132

-23.512

-11.143

-6.135

-2.998

-1.161

Mutaties reserves

-4.897

-9.682

-4.611

7.683

2.951

674

Resultaat

-307.126

-310.215

-290.659

-279.832

-285.803

-290.380


Wijziging financiële regelgeving (BBV)
Door wijziging van de financiële regelgeving (BBV) mogen kosten die voorheen indirect aan een programma werden toegerekend (de overheadkosten), niet meer aan dat programma doorberekend worden. Door de eliminatie van deze kostencomponent uit het programma ontstaat er een verschil ten opzichte van het oude meerjarenbeeld. De indirecte kosten worden voortaan ondergebracht in 3.1.12 Overhead, Vpb en onvoorzien.
De BBV-wijziging heeft ook invloed op de tot eind 2016 gehanteerde systematiek van de interne rentedoorberekening. Door de wijziging moet de omslagrente worden verlaagd, rekenen we niet langer rente toe aan het eigen vermogen, en schrijven we in beginsel geen rente bij op de reserves. Het resultaat is dat de kapitaallasten binnen het programma aanzienlijk lager zijn dan in het oude meerjarenbeeld.

Lokale heffingen
In de paragraaf Lokale heffingen wordt een toelichting gegeven op het beleid en op de opbrengsten van belastingen. De kosten van invordering van belastingen en de waardebepaling van de onroerende zaken zijn geraamd in programma 1 Bestuur en dienstverlening.

Ondanks verlaging van de OZB voor woningeigenaren met 1,5%, stijgen de opbrengsten van de lokale heffingen met afgerond € 581.000. Dat komt door de trendmatige verhoging van de tarieven voor niet-woningen en door areaaluitbreiding. Voor een uitgebreidere toelichting verwijzen wij naar de paragraaf Lokale heffingen.

Algemene uitkering uit het gemeentefonds
Jaarlijks ontvangt elke gemeente volgens een bepaald verdeelstelsel een uitkering uit het Gemeentefonds. De uitkering is bestemd voor de bekostiging van autonome taken van de gemeente, taken die veelal dicht bij de burger liggen. Het verdeelstelsel is opgenomen in de Financiële verhoudingenwet. In de verdeling wordt rekening gehouden met onderlinge verschillen in kosten waar de gemeenten voor staan en met de draagkracht van de gemeenten (de belastingcapaciteit). Karakteristiek voor de algemene uitkering is dat elke gemeente vrij is in de besteding. De omvang van de algemene uitkering is voor de gemeenten een gegeven, maar de gemeente kan zelf bepalen aan welke voorzieningen zij haar geld besteedt (eigen prioriteitenstelling).

De groei of afname van het gemeentefonds is gekoppeld aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven (de netto gecorrigeerde rijksuitgaven). Eenvoudig gezegd: als het Rijk meer uitgeeft, dan neemt de omvang van het gemeentefonds toe. Geeft het Rijk daarentegen minder uit, dan neemt de omvang van het gemeentefonds af. Dit is de zogenaamde "samen de trap op en af" afspraak.

De belangrijkste autonome ontwikkeling is de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De algemene uitkering ontwikkelt zich in de septembercirculaire 2015 en meicirculaire 2016 positief ten opzichte van de raming in de begroting 2016. Het accres, zijnde de ontwikkeling van het gemeentefonds op basis van de “samen de trap op en af" afspraak, ontwikkelt zich vanaf 2018 positief, evenals het aantal woningen en inwoners. De toevoeging van de jaarschijf 2020 levert een toename van het accres op van ruim twee miljoen. Kortingen zijn er door de taakstelling "lagere apparaatskosten/bestuurlijke opschaling" van € 0,6 miljoen en de afloop van de suppletie-uitkering van ook € 0,6 miljoen. De stijging van het aantal inwoners en woningen levert een voordeel op van € 0,9 miljoen. De indexering voor 2017 bedraagt € 0,6 miljoen. Daarnaast verwacht het CPB een zeer forse toename van de prijsontwikkeling van 1,5% per jaar (was 0,5%). Vooralsnog wordt deze sterke stijging niet volledig gecompenseerd door het Rijk. Dat komt doordat in de Meicirculaire 2016 rekening is gehouden met een beleidsarme begroting van het Rijk. Dit past in de logica dat het huidig kabinet niet vooruit wil lopen op het nieuwe kabinetsbeleid na de formatie en verkiezingen in maart 2017. Gegeven de veronderstelling dat nieuw beleid van het kabinet zal leiden tot trap op effecten is een stelpost voor dit accres opgenomen. Daarnaast verwachten wij dat uiteindelijk ook de verwachte prijsontwikkeling tot uitdrukking zal komen in de Rijksbegroting vanaf 2018 of dat de verwachte prijsontwikkeling lager zal zijn. Kortom: de meerjarenverwachting voor de algemene uitkering kent een groot aantal variabelen die telkens weer leiden tot schommelende uitkomsten. Wij willen niet iedere keer meegaan met deze verschillende uitkomsten en stellen dan ook voor om voor de laatste jaren een meer constante uitkomst van de algemene uitkering te ramen. Voor het lopende begrotingsjaar en het eerst komende begrotingsjaar volgen wij de circulaire. Voor de latere jaren creëren wij meer stabiliteit in de raming. Daarbij zal het risico echter wel hoger zijn. Dit risico brengen wij tot uitdrukking in een verhoogde reservering binnen de concernreserve. Daarnaast is ook de discussie gestart over een fundamenteel andere verdeling van het gemeentefonds en het gemeentelijk belastinggebied. Ook deze uitkomsten zullen het meerjarenbeeld nog beïnvloeden.

In de meicirculaire 2016 zijn verder de onderstaande bedragen verrekend voor taakmutaties en wijzigingen in de decentralisatie- en integratieuitkeringen:

Bedragen x € 1.000 (-/- = Nadeel)

2016

2017

2018

2019

2020

  • Aanvulling vergoeding voor organisatie Referendum

73

 

 

 

 

  • Basisregistratie Personen: centralisering inschrijving vergunninghouders

 

-33

-34

-34

-34

  • Basisregistratie Grootschalige Topografie

 

64

66

67

68

  • WMO (met name huishoudelijke hulp) (DU)1

61

273

273

273

333

  • Maatschappelijke opvang en OGGz (DU)

38

799

799

799

799

  • Vrouwenopvang (DU)

118

175

90

90

90

  • Voorschoolse voorziening peuters (DU)

62

125

187

249

312

  • Peuterspeelzaalwerk (DU)

 

 

-169

-169

-169

  • Decentralisatie AWBZ naar WMO (IU)

581

5.668

6.150

6.300

6.189

  • Decentralisatie jeugdzorg (IU)

444

574

749

721

725

  • Decentralisatie Participatiewet (IU)

312

87

-20

-33

-41

Totaal verschil taakmutaties

1.690

7.731

8.090

8.264

8.272

 

V

V

V

V

V

  1. 1DU = Decentralisatieuitkering IU = Integratieuitkering

Een decentralisatieuitkering is tijdelijk. Een integratieuitkering is structureel en gaat op termijn over in de algemene verdeling van het gemeentefonds. Beide uitkeringen zijn “vrij besteedbaar” voor de gemeente.

Dividend
De belangrijkste deelnemingen van Leiden zijn productie- en leveringsbedrijf Nuon Energy NV, netwerkbedrijf Alliander NV, Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (DUNEA) en NV Bank voor Nederlandse Gemeenten. Op deze prestatie wordt het van deelnemingen te ontvangen dividend begroot.

In 2017 wordt een extra dividend van € 1,4 miljoen ontvangen van Alliander NV, dat een boekwinst op de uitwisseling van netwerken aan de aandeelhouders uitkeert. Doordat ook in 2016 al extra dividend van € 568.000 van Alliander NV en de BNG wordt ontvangen, stijgen de dividendopbrengsten ten opzichte van 2016 per saldo met € 832.000.

Saldo financieringsfunctie
In de paragraaf Financiering (3.2.4) wordt ingegaan op de financiering van de gemeente en de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. Voor een toelichting op de ontwikkeling van het resultaat op geldleningen en op bespaarde rente verwijzen wij naar deze paragraaf.

Ten opzichte van 2016 zijn de baten per saldo € 14,2 miljoen lager. Dit wordt veroorzaakt door de wijziging van de systematiek van de interne rentedoorberekening. Door de wijziging moet de omslagrente worden verlaagd, rekenen we niet langer rente toe aan het eigen vermogen, en schrijven we in beginsel geen rente bij op de reserves. Het resultaat is dat de kapitaallasten binnen het programma aanzienlijk lager zijn dan in het oude meerjarenbeeld. Daar tegenover staat dat de rentebaten op de saldo financieringsfunctie ook lager zijn.

Overige algemene dekkingsmiddelen
De overige algemene dekkingsmiddelen zijn de stelposten concern, saldi kostenplaatsen bedrijfsvoering en plankosten. Ten opzichte van het saldo in 2016 van € 3,2 miljoen is de begroting voor overige dekkingsmiddelen gedaald met € 2,7 miljoen tot € 0,5 miljoen. Tot en met 2016 behoorde oninbare vorderingen ook tot deze categorie. Door de BBV-wijziging wordt oninbare vorderingen voortaan opgenomen in 3.1.12 Overhead, Vpb en onvoorzien.

Op stelposten concern worden de budgetten en taakstellingen opgenomen die nog niet direct aan een specifieke prestatie kunnen worden toebedeeld. Leiden streeft er naar, en dit wordt ook door de provincie geëist, om zo min mogelijk en tegelijk zo kort mogelijk stelposten in de begroting op te nemen. Als een stelpost niet concreet en realiseerbaar is kan de toezichthoudende provincie oordelen dat deze niet bijdraagt aan een structureel sluitende begroting en meerjarenraming. Wij voeren regelmatig overleg met de provincie over de voortgang en invulling van de stelposten.
Binnen de taakstellingen worden drie groepen onderscheiden: nog centraal gepositioneerde taakstellingen die nog moeten worden verdeeld over activiteiten of organisatieonderdelen, taakstellingen voor het niet toepassen van de index, en aan activiteiten of organisatieonderdelen toebedeelde taakstellingen. Deze laatste groep valt niet binnen het programma Algemene dekkingsmiddelen en wordt in de relevante programma's toegelicht.
Een overzicht van alle taakstellingen hebben we opgenomen in paragraaf 3.2.9 Taakstellingen en reserveringen.

Op de prestatie stelposten concern is in 2017 ten opzichte van 2016 per saldo een budgettoename te zien van € 347.000 voor de stelposten en taakstellingen opgenomen. Dat heeft te maken met een € 922.000 hogere stelpost kapitaallasten, het instellen van een stelpost renteherziening 2017 als gevolg van de BBV-wijzigingen voor een bedrag van € 1.727.000, en een verlaging van de lasten met € 458.000 door de taakstellingen 2017.

Op saldi kostenplaatsen bedrijfsvoering worden de lasten en baten verantwoord die volgens de systematiek niet rechtstreeks ten gunste of ten laste van prestaties binnen de programma's kunnen worden gebracht.

Het saldo van deze prestatie is € 1.828.000 lager dan in 2016. Dit wordt veroorzaakt door een met € 517.000 lagere stelpost bedrijfsvoering. Deze post wordt niet eerder aangevuld dan bij de besluitvorming over de jaarrekening van 2016. Daarnaast is er een voorlopig en technisch verschil van € 1.246.000. Dit verdwijnt aan het einde van 2016 als de kostenverdeelstaat voor de laatste keer in 2016 wordt geactualiseerd.

Het budget voor de plankosten definitiefase komt voort uit de nota Plankosten Leiden (RB 12.0153). In 2017 is het budget bepaald op € 598.000, dat is € 1.073.000 lager dan de € 1.671.000 uit 2016. Het hoge bedrag in 2016 is het resultaat van de reguliere werking van de systematiek.

Reserves

Reserves AD
bedragen x € 1.000,-

Rekening
2015

Begroting
2016

Begroting 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

Reserve flankerend beleid AD

Toevoeging

2.425

0

0

0

0

0

Onttrekking

-544

-700

-700

-700

0

0

Saldo

1.881

-700

-700

-700

0

0

Bedrijfsvoeringsreserve concern

Toevoeging

1.918

722

1.000

1.000

1.000

0

Onttrekking

-1.091

-1.302

-300

0

0

0

Saldo

827

-579

700

1.000

1.000

0

Reserve compensatie dividend Nuon

Toevoeging

4.774

0

0

0

0

0

Onttrekking

-5.000

-9

0

0

0

0

Saldo

-226

-9

0

0

0

0

Concernreserve

Toevoeging

838

4.780

823

7.766

2.374

1.020

Onttrekking

-13.176

-17.015

-6.949

-2.420

-1.990

0

Saldo

-12.338

-12.235

-6.126

5.346

384

1.020

Reserve opbrengst verkoop aandelen NUON

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

Onttrekking

-147

0

0

0

0

0

Saldo

-147

0

0

0

0

0

Reserve gsb-middelen ISZ/EZ AD

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

Onttrekking

-2.568

-157

-1.500

0

0

0

Saldo

-2.568

-157

-1.500

0

0

0

Reserve bedrijfsvoering plankosten

Toevoeging

1.497

1.827

847

841

814

814

Onttrekking

-1.917

-1.671

-598

-598

-598

-598

Saldo

-419

156

249

243

216

216

Reserve zachte landing 3D's AD

Toevoeging

4.662

5.149

1.985

0

0

0

Onttrekking

0

0

0

0

0

0

Saldo

4.662

5.149

1.985

0

0

0

Reserve Informatisering AD

Toevoeging

0

613

300

0

0

0

Onttrekking

-664

-613

-300

0

0

0

Saldo

-664

0

0

0

0

0

Reserve afschrijvingen investeringen

Toevoeging

1.661

45

1.260

2.923

1.761

1

Onttrekking

-225

-53

-49

-372

-410

-563

Saldo

1.436

-7

1.211

2.551

1.352

-561

Reserve verv.inv. maatschappelijk nut AD

Toevoeging

174

394

316

1.289

0

0

Onttrekking

0

0

0

-2.000

0

0

Saldo

174

394

316

-711

0

0

Reserve budgetoverheveling

Toevoeging

2.286

299

0

0

0

0

Onttrekking

200

-1.994

-746

-45

0

0

Saldo

2.486

-1.695

-746

-45

0

0

Reserves AD

-4.897

-9.682

-4.611

7.683

2.951

674

Reserve zachte landing 3D's
Er is een storting geraamd van € 1,985 miljoen afkomstig uit de kaderbrief van de programmabegroting 2015-2018. De onttrekkingen staan geraamd en toegelicht in programma 7 (€ 1.727.000), 9 (€ 2.632.000) en 10 (€ 75.000).

Een nadere toelichting op alle reserves binnen dit programma is te vinden in paragraaf 5.2.10 Toelichting reserves algemene dekkingsmiddelen.

Investeringen

 

Omschrijving prestatie
Bedragen x € 1.000

Omschrijving investering

Categorie investering

Soort investering

Bijdrage derden/ reserves

 2017 

 2018 

 2019 

 2020 

11

11. Bedrijfsvoering Concernstaf 

Meubilair

Econ.

Verv.

-

2.073

-

-

-

11

11. Bedrijfsvoering Stedelijk Beheer 

Wagenpark 8 jaar 2017-2020

Bedrijfsm

Verv.

-

1.312

323

128

324

Wagenpark 6 jaar 2017

Bedrijfsm

Verv.

-

203

-

-

-

Vervangen containers (vm gevulei) 2017

Bedrijfsm

Verv.

-

1.335

-

-

-

Hefbrug 1

Bedrijfsm

Verv.

-

-

-

40

-

Luchtbehandelings installatie ABW 15

Bedrijfsm

Verv.

-

-

-

134

-

CV ketel ABW 15

Bedrijfsm

Verv.

-

-

-

42

-

11

Huisvesting ambtenaren

Ambtelijke huisvesting

Bedrijfsm

Verv.

-

-

3.300

-

-

Totaal Bedrijfsvoering

-

4.923

3.623

345

324

In het bovenstaande overzicht staan de investeringen zoals opgenomen in het investeringsplan 2016-2019. In paragraaf 4.2.2. Investeringen wordt de ontwikkeling van de kapitaallasten toegelicht en staat een overzicht met te voteren kredieten.

Verbonden Partijen

De onderstaande Verbonden Partijen leveren een bijdrage aan het programma Algemene dekkingsmiddelen. Zie voor meer informatie de paragraaf verbonden partijen.

Alliander

Via energienetwerken zorgt Alliander voor de distributie van gas en elektriciteit in een groot deel van Nederland. Alliander brengt een open en duurzame energiemarkt dichterbij.

Dunea

Dunea produceert en levert aan circa 1,3 miljoen klanten lekker en betrouwbaar drinkwater in het westelijk deel van Zuid-Holland.

NV Bank Nederlandse Gemeenten

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.