Ga naar boven
Home / Beleidsbegroting / Programmaplan / Bereikbaarheid / Beleidsterrein 4E Leefomgeving

Beleidsterrein 4E Leefomgeving

Het nieuwe mobiliteitsbeleid bevat maatregelen op het gebied van duurzaamheid en leefbaarheid. Voor leefbaarheid is de introductie van de Leidse Ring al een positieve ontwikkeling: doorgaand verkeer bundelen op de Leidse Ring betekent dat andere wegen minder verkeer te verwerken krijgen en op de Leidse Ring zijn extra maatregelen mogelijk om de nadelige gevolgen voor de leefbaarheid te beperken. Nu duidelijkheid ontstaat over de hoofdstructuur van de stad is ook duidelijk op welke wegen het verkeer géén prioriteit heeft. Dat zijn uiteraard vooral de wegen in de wijken. Voor die wijken kunnen nu dus plannen worden gemaakt om de verkeersafwikkeling, de verkeersveiligheid en de leefbaarheid aan te pakken. Die plannen kunnen in nauw overleg met bijvoorbeeld bewoners, ondernemers en scholen worden opgesteld. Mede daardoor kunnen deze plannen per wijk sterk verschillen. Een ander belangrijk onderdeel van het mobiliteitsbeleid is verkeersmanagement. Er wordt geïnvesteerd in mobiliteitsmanagement, waarbij het gaat om maatregelen die bewust keuzegedrag van werknemers stimuleren (‘Slim reizen, slim werken’). Daarnaast wordt ingezet op innovatie en regeltechniek om reizigers op het juiste moment de juiste keuzes te laten maken voor het gebruik van de beschikbare infrastructuur.

Doelen en prestaties bij 4E Leefomgeving

Doel

Prestatie

4E1 Betere leefomgeving door verkeersmaatregelen

4E1.1 Opstellen leefomgevingbeleid

4E.1.2 Uitvoeren verkeersmaatregelen op wijkniveau

4E.1.3 Bebording en bewegwijzering

4E2 Duurzame mobiliteit

4E2.1 Uitvoeren maatregelen duurzame mobiliteitsbeleid

4E1.1 Opstellen leefomgevingbeleid
Het vigerende beleid staat in de Mobiliteitsnota Leiden 2015-2022, vastgesteld op 28 mei 2015. Gezien de looptijd van dit beleid, tot 2022, zijn er op dit moment geen voornemens voor nieuw beleid. Op dit moment gaat de aandacht er naar de realisatie van maatregelen uit de Mobiliteitsnota Leiden 2015-2022. Onderdeel hiervan zijn ook maatregelen voor de leefomgeving. Ook verkeersveiligheid valt hieronder. Zoals aangegeven in de Kaderbrief worden ieder jaar op vijf locaties met camera’s conflictobservaties gedaan, om structurele veiligheidsproblemen op te sporen. Hiervoor is per jaar €55.000,- in de begroting opgenomen, exclusief mogelijke maatregelen die uit de onderzoeken kunnen volgen. Verder zal handen en voeten gegeven worden aan de wijkgerichte aanpak uit de Mobiliteitsnota. Vanuit deze aanpak gaat de gemeente ieder jaar een aantal wijken langs om gezamenlijk met bewoners te bepalen waar wensen bestaan voor kleinschalige verbeteringen aan het wegennet.

4E1.2 Uitvoeren verkeersmaatregelen op wijkniveau
In 2017 worden maatregelen uitgevoerd om de verkeersveiligheid rondom een aantal scholen te verbeteren. Een van de basismaatregelen is de inrichting van een schoolzone.

4E.1.3 Bebording en bewegwijzering
In 2016 is een project voor verbetering van de auto- en fiets- en voetgangersbewegwijzering gestart. Het onderdeel voetgangersbewegwijzering is grotendeels in de zomer van 2016 uitgevoerd. Het is de ambitie om de verbetering van de auto- en fietsbewegwijzering in 2017 uit te voeren. Doel van dit project is, om op basis van de Nota Bewegwijzering, de stad te voorzien van (nieuwe) congruente fysieke bewegwijzering voor de modaliteiten autoverkeer en fietsverkeer. Hiermee wordt beoogd voldoende duidelijke bewegwijzering te bieden aan de weggebruikers in de stad, zodat bestemmingen gevonden kunnen worden en vooral bezoekers van de binnenstad langer blijven, meer besteden en vaker terugkeren (herhaalbezoek). De scope voor het project bewegwijzering wordt grotendeels bepaald door de beleidsnota bewegwijzering en het daaraan verbonden doelenplan waarmee de te bewegwijzeren doelen per modaliteit vastgesteld zijn. Deze doelen worden in een aantal processtappen via een routeringsplan en verwijzingsplan vertaald in een bebordingsplan. Dit bebordingsplan geeft aan welke borden in de fysieke (openbare) ruimte geplaatst worden. De uitvoeringsvolgorde wordt bepaald door het bijbehorende faseringsplan. Onderdeel van het fysieke systeem is een verwijzing naar parkeervoorzieningen (PRIS); dit wordt uitgevoerd door middel van een statische verwijzing naar ‘P-route’, met enkel een dynamische informatiezuil op zeer korte afstand van de garage. Tot de scope behoort het aanbrengen van nieuwe bewegwijzeringselementen, het waar mogelijk hergebruiken van bestaande elementen en het verwijderen van dan overbodige of niet her te gebruiken auto- en fietsbewegwijzering.

4E2.1 Uitvoeren maatregelen duurzame mobiliteit
In 2017 worden op basis van de Duurzaamheidsagenda de ambities en prioriteiten voor duurzame mobiliteit in Leiden uitgewerkt tot concrete maatregelen. Zo wordt in 2017 vervolg gegeven aan het onderzoek naar de mogelijkheden van een stedelijk distributiesysteem, gericht op het reduceren van de hoeveelheid verkeer in de stad. De gemeente kan deze distributie in de markt zetten, eventueel via een aanbesteding, de beste methode wordt nog onderzocht, waarbij ook wensen en eisen worden meegegeven met betrekking tot het soort vervoer. Het opzetten en exploiteren van een stedelijk distributiesysteem is een taak voor het bedrijfsleven. Net als in eerdere jaren is het ook in 2017 mogelijk voor Leidse E-rijders om een publieke laadpaal in de openbare ruimte aan te vragen, hiermee bevordert Leiden het gebruik van elektrische voertuigen. In 2017 wordt onderzoek gedaan naar deelauto’s in Leiden. De resultaten van dit onderzoek kunnen worden gebruikt om deelautogebruik te bevorderen.
Als convenantpartner van Bereikbaar Haaglanden wordt met publieke en private partners samengewerkt om de bereikbaarheid van de regio te verbeteren. Het werkgebied van Bereikbaar Haaglanden is groot. Het beslaat Den Haag, Zoetermeer, het Westland, Midden-Delfland, Delft, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Wassenaar, Leiden en Alphen aan den Rijn en omgeving. Bereikbaarheid van de regio heeft ook vaak te maken met vertragingen die dicht naast de deur plaatsvinden. Daarom is de grote regio opgedeeld in kleinere gebieden. Elk gebied heeft zijn eigen ambassadeurs; een werkgever en namens de overheden de wethouder. Zij kennen als geen ander het gebied en weten wat er speelt. Per gebied zetten de ambassadeurs zich in om samen met de partijen in het gebied oplossingen voor knelpunten te bedenken en om maatwerk te leveren die passen bij de lokale thema’s.

Effectindicatoren bij 4E Leefomgeving

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

2017

2018

2019

2020

Doel 4E1 Betere leefomgeving door verkeersmaatregelen

4E1.a Aantal ziekenhuisongevallen*

13 (2011)
11 (2012)
19 (2013)

<25

<25

<25

Viastat

4E1.b Ziekenhuisopname na verkeersongeval met een motorvoertuig

6% (2014)

VeiligheidNL**
(wsjg - BBV)

4E1.c Ziekenhuisopname na vervoersongeval met een fietser

13% (2014)

VeiligheidNL**
(wsjg - BBV)

4E1.d Aantal binnenkomende infrastructuur gerelateerde meldingen openbare ruimte/klachten van bewoners

***

Doel 4E2 Duurzame mobiliteit

4E2.a Aantal publieke laadpalen voor elektrische voertuigen in de openbare ruimte

79 (2016)

130

180

230

280

RVT Ontwerp en Mobiliteit

* Vanuit Viastat is het signaal afgegeven dat we geconfronteerd worden met cijfers die niet betrouwbaar zijn. De registratie van ongevallen laat al een aantal jaren zeer te wensen over. Dat blijkt ook uit de cijfers. Er moet dan ook kritisch en voorzichtig omgegaan worden met deze getallen.
** Het herziene Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) 2015 stelt een aantal indicatoren voor alle gemeenten verplicht. Bij beleidsterrein 4E Leefomgeving zijn er twee opgenomen, te herkennen aan de aanduiding (wsjg.nl - BBV) bij de bron. Dit verwijst naar de plek waar alle indicatoren voor alle gemeenten te vinden zijn: www.waarstaatjegemeente.nl. Gemeenten zijn verplicht de bron te hanteren die daar aangegeven staat. Dat maakt vergelijking tussen gemeenten mogelijk.
*** Nulmeting volgt in 2017, streefwaarden 2018 e.v. worden bij de programmabegroting 2018 vastgesteld.