Ga naar boven
Home / Beleidsbegroting / Programmaplan / Jeugd en onderwijs / Beleidsterrein 7C Onderwijsbeleid

Beleidsterrein 7C Onderwijsbeleid

Leiden is een echte onderwijsstad. Dit maakt het mogelijk dat zowel leerlingen die een steuntje in de rug nodig hebben, als leerlingen die getalenteerd zijn alle kansen krijgen om zich naar hun mogelijkheden en behoeften verder te ontwikkelen. Daarbij moet het onderwijs steeds meer inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen zoals internationalisering, de kenniseconomie en de veranderende arbeidsmarkt. Vanaf 2015 is daarom via het coalitieakkoord extra geld beschikbaar gesteld voor onderwijsvernieuwing, zonder dat dit ten koste gaat van de bestaande gemeentelijke onderwijstaken. Met deze middelen worden nieuwe initiatieven binnen het onderwijsbeleid die zijn gericht op samenwerking en innovatie ondersteund en/of mede gefinancierd. Overkoepelende thema’s die de gemeente en scholen daarbij belangrijk vinden zijn: doorgaande leerlijnen, buitenschools leren en bovenschoolse samenwerking.
Dit sluit aan op de ‘Leidse accenten’ waar vanuit de gemeente al langer invulling aan wordt gegeven: verbinding onderwijs- arbeidsmarkt, internationaal onderwijs/ wereldburgerschap, talentontwikkeling, buitenschools leren en een samenhangend en transparant aanbod kennismaken met onderzoek, wetenschap en techniek. Daarnaast is er ook in 2017 aandacht  voor kennisdeling tussen partners, onder andere in de vorm van ‘het Leids Onderwijsfestival’ en de Onderwijstafel.

Doelen en prestaties bij 7C Onderwijsbeleid

Doel

Prestatie

7C1 Goede onderwijskansen voor doelgroepkinderen tot twaalf jaar

7C1.1 Waarborgen van aanbod, kwaliteit en deelname aan voor- en vroegschoolse educatie

7C1.2 Stimuleren hoogwaardig taalaanbod op onderwijskansenscholen

7C1.3 Doen bevorderen van ouderbetrokkenheid bij doelgroepkinderen

7C2 Goede onderwijs-ondersteuning en samenwerking in het onderwijs

7C2.1 Ondersteunen zorg voor leerlingen met specifieke behoeften

7C2.2 Stimuleren samenwerking en voorzieningen in het onderwijs

7C3 Leidse accenten*

7C3.1 Stimuleren van het aanbod waarin leerlingen hun eigen talenten kunnen ontwikkelen in een doorlopende leerlijn

7C3.2 Stimuleren dat leerlingen worden voorbereid op een internationale samenleving

7C3.3 Bevorderen van buitenschools leren door samenwerking van onderwijs, bedrijven en instellingen 

7C4 Zoveel mogelijk leerlingen worden behouden voor het onderwijs en halen een startkwalificatie

7C4.1 Sturing geven op uitvalcijfers met RMC werkplan en het gericht inzetten van projecten

7C4.2 Tegengaan verzuim leerplichtigen

* Het doel en de prestaties van 7C3 zijn aangepast aan de ambities van het college om te streven naar excellent onderwijs zoals verwoord in het beleidsakkoord 2015-2018 'Samenwerken en Innoveren'. Er zijn hieronder nog geen effectindicatoren opgenomen voor deze prestatie. We zullen het formuleren van goede effectindicatoren meenemen in het proces onderwijsagenda.

7C1.1 Waarborgen van aanbod, kwaliteit en deelname aan voor- en vroegschoolse educatie
Uiteraard blijft de bestaande inzet op kinderen die hun schoolcarrière met een (taal)achterstand beginnen, die samenhangt met economische, sociale en culturele factoren, gehandhaafd: het OnderwijsKansenbeleid dat een wettelijk kader heeft in de wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE). Deze verplicht de gemeente in de voorschoolse periode een goed aanbod Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) voorzieningen te realiseren. Zo veel mogelijk doelgroepkinderen worden gestimuleerd gebruik te maken van voorschoolse VVE- voorzieningen om zo beter voorbereid aan de basisschool te beginnen. Dit is de basis van het OnderwijsKansenbeleid in Leiden. Daarnaast wordt ingezet op de rol van ouders, en extra voorzieningen in het onderwijs. De kern is steeds de driehoek ouder/kind - (voor)school - wijk, waarin samengewerkt wordt aan optimale ondersteuning voor kinderen die dat nodig hebben om hun capaciteiten ten volle te benutten.
De gemeente heeft een inspanningsverplichting voor 100% bereik van de doelgroepkinderen in de stad. Ondanks alle inzet op het vinden en toeleiden van gezinnen die het nodig hebben, zijn de cijfers met betrekking tot het bereik aan externe invloed onderhevig. Daar waar doelgroepkinderen gebruik maken van VVE-kinderdagopvang, is het gebruik van deze voorziening afhankelijk van de arbeidssituatie van gezinnen. Het recht op kinderdagopvang vervalt wanneer niet beide ouders werken. Ook het sluiten van VVE-locaties (als gevolg van faillissement van kinderopvang) heeft invloed op het aantal doelgroepkinderen dat gebruik maakt van VVE. De afgelopen jaren is met veel deskundigheid en betrokkenheid door de gemeente met haar partners, uit het onderwijs, de voorschoolse voorzieningen en welzijnsorganisaties, uitvoering gegeven aan de doelen in de beleidsnota ‘Samen werken aan OnderwijsKansen 2014-2017’. In 2017 wordt een nieuw beleidsdocument voor de periode 2018-2021 voorbereid. Als gevolg van besluitvorming van het Rijk moeten we mogelijk vanaf 2018 rekening houden met een verminderde uitkering van het Rijk voor OnderwijsKansenbeleid.

7C2.2 Stimuleren samenwerking en voorzieningen in het onderwijs
Stimulering van samenwerking gebeurt ook binnen de brede scholen in Leiden, waarbij vooral in brede school ‘Het Gebouw’ veel partners samenkomen. Uit de evaluatie van brede school ‘Het Gebouw’ blijkt dat het van groot belang is dat de facilitaire en beheerorganisatie op orde is, als voorwaarde voor inhoudelijke samenwerking. De gemeente zet samen met partners in op het op orde krijgen van de facilitaire en beheerorganisatie, zodat partners ruimte hebben voor inhoudelijke samenwerking. De inhoudelijke sturing vanuit de gemeente loopt dan via de samenwerkingsovereenkomsten die er met de diverse partners zijn.

7C4.1 Sturing geven op uitvalcijfers met RMC werkplan en het gericht inzetten van projecten
Vanuit het Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) en het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt Voortijdig Schoolverlaters (RMC) wordt uitvoering gegeven aan het (regionale) Beleidsplan leerplicht en RMC 2015-2018.In samenwerking met RBL en RMC, het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs en het MBO wordt ingezet op het bieden van Passend Onderwijs en het zoveel mogelijk voorkomen van ongeoorloofd thuiszitten en voortijdig schoolverlaten (VSV). Ten aanzien van voortijdige schooluitval is het streven binnen de normen te blijven die door het Ministerie van OCW bepaald zijn.

Met het onderwijs en een aantal betrokken partners worden gerichte maatregelen ingezet om VSV te voorkomen, waaronder een verbeterde aansluiting tussen VSO en MBO en gerichte arbeidsmarkttoeleiding voor met name plafondleerders uit de Entree-opleiding en leerlingen van het VSO en de praktijkschool.Er is samenwerking tussen het Project JA en onderwijs; jongeren die aankloppen voor een uitkering maar geen startkwalificatie hebben of hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten door een aanvullende opleiding te volgen, gaan zoveel mogelijk terug naar school. ROC’s en Project JA maken hier afspraken over. Voortijdig schoolverlaten heeft meerdere oorzaken. Een van de oorzaken is het hebben van schulden, waardoor de schoolloopbaan voortijdig wordt beëindigd teneinde de schulden af te lossen door te gaan werken.

Effectindicatoren bij 7C Onderwijsbeleid

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

2017

2018

2019

2020

Doel 7C1 Goede onderwijskansen voor doelgroepkinderen tot twaalf jaar

7C1.a Percentage achterstandsleerlingen in de leeftijd van 4 t/m 12 jaar

12,11% (2012)

-

-

-

-

Verwey Jonker Instituut - Kinderen in Tel****
(wsjg - BBV)

7C1.b Gemiddelde CITO-score van de onderwijskansenscholen*

530,9 (2013)

530,6 (2014)
530,5 (2015)

535,0

535,0

535,0

535,0

PLATO

7C1.c Percentage gewichtenpeuters dat deelneemt aan VVE- voorzieningen (lokale meting)**

65% (2013)

73% (2014)

47% (2015)

80%

80%

80%

80%

PLATO

Doel 7C4 Zo veel mogelijk leerlingen worden behouden voor het onderwijs en halen een startkwalificatie

7C4.a Gemiddelde uitval onderbouw VO

0,2% (2014)
0,2% (2015)

0,75%

0,75%

0,75%

0,75%

VSV Verkenner

7C4.b Gemiddelde uitval bovenbouw VMBO

3,3% (2014)
2,3% (2015)

3,0%

2,0%

2,0%

2,0%

VSV Verkenner

7C4.c Gemiddelde uitval bovenbouw HAVO/VWO

0,5% (2014)
0,4% (2015)

0,5%

0,5%

0,5%

0,5%

VSV Verkenner

7C4.d Gemiddelde uitval MBO niveau 1

26,6% (2014)
46,7% (2015)

27,5%

27,5%

27,5%

27,5%

VSV Verkenner

7C4.e Gemiddelde uitval MBO niveau 2

14,7% (2014)
14,5% (2015)

9,5%

9,4%

9,4%

9,4%

VSV Verkenner

7C4.f Gemiddelde uitval MBO niveau 3

6,4% (2014)
7,7% (2015)***

3,6%

3,5%

3,5%

3,5%

VSV Verkenner

7C4.g Gemiddelde uitval MBO niveau 4

2,75%

2,75%

2,75%

2,75%

VSV Verkenner

7C4.h Absoluut verzuim per 1.000 leerlingen

4 (2014)

3 (2015)

-

-

-

-

DUO****
(wsjg - BBV)

7C4.i Relatief verzuim per 1.000 leerlingen

77 (2014)

55 (2015)

-

-

-

-

DUO****
(wsjg - BBV)

7C4.j Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie VO en MBO

2,8% (2014)

3,0% (2015)

-

-

-

-

DUO****
(wsjg - BBV)

* De streefwaarde van deze indicator is gebaseerd op het gemiddelde van alle Leidse basisscholen, dat al jaren vrij stabiel is. De berekening van de realisatiecijfers is sinds 2013 gebaseerd op de scores van de 7 scholen waar het vve programma Piramide wordt uitgevoerd. Dit verklaart de daling van de score, aangezien deze scholen een hoge populatie ‘gewichtenleerlingen’ kennen.
** ’Gewichten’ is een maat op basis van het opleidingsniveau van ouders om achterstand te voorspellen. Vanuit het Rijk is voor de gemeente een inspanningsverplichting van 100% doelgroepbereik geïndiceerd. De gemeente heeft ondanks het streven in 2015 47% behaald. De oorzaak ligt ten grondslag aan een (ook landelijke) afname van het aantal kinderen met een gewicht. In opdracht van de gemeente is er extern een onderzoek ‘een voorschool op Leidse maat’ gestart in hoeverre kinderen met een taal- en/of onderwijsachterstand gebruik maken van voor- en vroegschoolse educatie (vve) voorzieningen. Sinds 2008 heeft de gemeente daarom de doelgroep voor VVE lokaal uitgebreid met zogeheten ‘sterretjes’-kinderen: kinderen die geen formeel gewicht hebben, maar wel een risico lopen op (taal)achterstand. Deelname van deze kinderen aan VVE neemt steeds verder toe. In de afgelopen jaren hebben 141 (2009), 126 (2010), 125 (2011),106 (2012), 65 (2013), 124 (2014) en 175 (2015) ‘sterretjes’-kinderen deelgenomen aan een VVE voorziening. Deze zijn niet meegerekend in de bovenstaande indicator zoals door het Rijk gesteld, maar worden in Leiden wel degelijk als doelgroep van het VVE beleid gezien.
*** Op het gebied van gemiddelde uitval voortgezet onderwijs zijn met het Rijk nieuwe normen afgesproken. Deze staan vermeld bij de streefwaarden in de tabel. 2017 staat voor het schooljaar 2016/2017, 2018 voor 2017/2018 enzovoort. Een verandering is dat MBO niveau 3 en 4 vanaf nu zijn gesplitst. Daarom zijn er alleen realisatiewaarden voor beide niveaus samen. In de toekomst komen deze beschikbaar voor de niveaus apart. De normen en realisatiewaarden zijn te volgen via www.vsvverkenner.nl/gemeente/0546/leiden.
**** Het herziende Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) 2015 stelt een aantal indicatoren voor alle gemeenten verplicht. Bij 7C Onderwijsbeleid zijn er drie opgenomen, te herkennen aan de aanduiding (wsjg.nl - BBV) bij de bron. Dit verwijst naar de plek
waar alle indicatoren voor alle gemeenten te vinden zijn: www.waarstaatjegemeente.nl. Gemeenten zijn verplicht de bron te hanteren die
daar aangegeven staat. Dat maakt vergelijking tussen gemeenten mogelijk.