Ga naar boven
Home / Beleidsbegroting / Programmaplan / Maatschappelijke Ondersteuning / Beleidsterrein 9D Kwetsbare groepen

Beleidsterrein 9D Kwetsbare groepen

Met de doelgroep kwetsbare groepen bedoelen we mensen met een risico op sociaal isolement en uitval, de uitvallers zelf en mensen die weer proberen aan te haken bij hun sociale omgeving: mensen dus die in een kwetsbare situatie verkeren. Typerend voor de situatie van deze mensen is het gelijktijdig voorkomen van veelal sterk verweven problemen. Deze multiproblematiek bestaat soms tijdelijk, maar vaker langdurig, en manifesteert zich ook wel over generaties heen. Kenmerkend voor een deel van de groep is dat zij geen ondersteuning zoeken of zorg mijden.
­
Eind 2016 is het nieuwe regionale beleidskader Maatschappelijke Zorg gereed. Maatschappelijke zorg is een overkoepelend begrip voor verschillende beleidsterreinen zoals Maatschappelijke opvang, verslavingsbeleid, openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGz) en Beschermd Wonen. Het doel van Maatschappelijke zorg is het voorkomen en verminderen van sociale uitsluiting van kwetsbare groepen oftewel mensen met zware, vaak meervoudige problematiek en het ondersteunen en bevorderen van herstel van (psychisch) kwetsbare inwoners. Het gaat om sociale participatie, sociale integratie, eerste levensbehoeften, opvang, toegang tot huisvesting, werk, opleiding, gezondheidszorg, hulpverlening en diensten.
In het beleidskader staat de inclusieve samenleving centraal (verbinding tussen de sociale, culturele, economische en fysieke opgave in het sociaal domein) én o.a. de volgende herkenbare, uitgangspunten: 1) lokaal maximaal inzetten op vroegsignalering en preventie, 2) lokale ontwikkeling van vraaggerichte ondersteuning: laagdrempelig, integraal en op maat, waardoor regionaal alleen een vangnet overblijft voor zeer specialistische of acute vormen van opvang, 3) eigen kracht en eigen regie, het zelfregisserend vermogen wordt versterkt om uitstroom uit de opvang te bevorderen en 4) de opvang is kleinschalig en zo lokaal mogelijk georganiseerd.

In 2017 wordt een regionaal uitvoeringsprogramma opgesteld waarin concreet handen en voeten wordt gegeven aan het regionale beleidskader Maatschappelijke Zorg. Het is een grote ingrijpende veranderopgave voor zowel inwoners, instellingen als gemeenten.

De financiële gevolgen van dit regionale beleidskader worden waarschijnlijk (afhankelijk van besluitvorming op rijksniveau over de (her-)verdeling van betreffende budgetten) zichtbaar vanaf de begroting van 2018 en verder. In 2017 bereiden we ons al voor op de veranderingen die het nieuwe beleid met zich meebrengen voor deze kwetsbare groepen door te experimenteren met alternatieve en nieuwe vormen van ondersteuning, wonen en een integrale aanpak van de multiproblematiek.

Het beleid voor kwetsbare inwoners bestaat momenteel uit drie sporen: 1) vroegsignalering, 2) preventie en 3) (maatschappelijk) herstel. Vanuit 9C1 wordt daar ondersteuning aan toegevoegd.

Wat gaan we doen in 2017:

  • Met betrokkenen (cliënten, instellingen en gemeenten in de regio Holland Rijnland) een regionaal uitvoeringsprogramma opstellen waarin concreet handen en voeten wordt gegeven aan het regionale beleidskader Maatschappelijke Zorg.
  • Een vroegsignaleringssysteem ontwikkelen en inrichten voor de preventie van dak- en thuisloosheid.
  • Stimuleren en faciliteren van/bij het realiseren van nieuwe huisvesting, verspreid over de stad, voor cliënten van maatschappelijke opvang en beschermd wonen die zelfstandig(er) kunnen wonen.
  • Stimuleren en faciliteren van/bij het realiseren van nieuwe huisvesting, verspreid over de stad, voor statushouders.
  • Continueren van de sobere opvang aan het Maansteenpad. (Bed, bad en broodvoorziening)
  • We willen de deskundigheid bij de teams in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling vergroten. Dit biedt Veilig Thuis de mogelijkheid om eerder af te schalen naar het lokale veld en de wijkteams.
  • Op basis van landelijk ontwikkelde kwaliteitseisen en het recente normenkader voor de vrouwenopvang werken wij aan de verdere ontwikkeling daarvan.

Doelen en prestaties bij 9D Kwetsbare groepen

Doel

Prestatie

9D1 Stabiele leefsituatie voor kwetsbare groepen

9D1.1 Uitvoering geven aan preventie en herstel t.a.v. verslaving en dak- en thuisloosheid

9D1.2 Uitvoering geven aan toeleiding naar zorg van mensen met verslavings- en psychiatrische problematiek en begeleiding van ex-gedetineerden en vreemdelingen in nood

9D1.3 Uitvoering geven aan opvang en huisvesting van kwetsbare groepen

9D1.4 Uitvoering geven aan beschermd wonen

9D2 Verminderen van (de gevolgen van) huiselijk geweld

9D2.1 Uitvoering geven aan maatregelen die het voorkómen van geweld in huiselijke kring, het stoppen van geweld en het herstel van veiligheid in het huishouden of gezin bevorderen

9D2.2 Uitvoering geven aan opvang van slachtoffers van geweld in huiselijke kring


9D1.1 Uitvoering geven aan preventie en herstel t.a.v. verslaving en dak- en thuisloosheid
In het regionale beleidskader Maatschappelijke Zorg is één van de uitgangspunten maximaal inzetten op vroegsignalering en preventie van dak- en thuisloosheid.
Vroegsignaleren draagt bij aan het voorkomen van problemen en/of een zwaardere zorgvraag bij inwoners. Als we tijdig signaleren als het (even) niet goed gaat kunnen we maatregelen nemen die erger voorkomen. Het is dus van belang dat bekend is waar signalen binnen moeten komen én dat er ook op wordt gehandeld.
In 2017 zijn middelen vrijgemaakt die we inzetten voor het inrichten van een vroegsignaleringssysteem.

Onder preventie valt ook herstel van zingeving en een zinvolle deelname aan de maatschappij. Dit blijkt, op langere termijn, de beste garantie te zijn voor het voorkomen van terugval en uitval.
De gemeente Leiden geeft vorm aan selectieve preventie door het verstrekken van informatie aan specifieke (risico)groepen zoals aan jongeren op de middelbare scholen.
Er worden outreachende medewerkers ingezet die actief contact leggen met de risicogroepen, vragen stellen, onderzoeken, motiveren en verwijzen naar vormen van hulpverlening of ondersteuning in de Wmo.
Voor (zorg-)mijders vervult het meldpunt Zorg en Overlast van de GGD een belangrijke rol in het voorkomen van huisuitzettingen en het toeleiden naar de nodige zorg in samenwerking met onder andere de woningcorporaties.

Leidse woningcorporaties spelen in het voorkomen van dak- en thuisloosheid een grote rol, zij vervullen een belangrijke signaleringsfunctie omdat zij zicht hebben op huurachterstanden, die vaak een signaal zijn van meer achterliggende financiële problemen en die weer kunnen resulteren in dak- en thuisloosheid. In het Leidse convenant “voorkomen huisuitzettingen” staat beschreven wanneer wie (verschillende organisaties, gemeentelijke diensten) wat gaan doen om dak- en thuisloosheid te voorkomen bij een dreigende huisuitzetting.
Het convenant treedt pas in werking als er minimaal twee maanden huurachterstand is. De huurachterstand is vaak een van de problemen waar het huishouden mee te maken heeft. We willen graag eerder, voordat het convenant in werking treedt, deze bewoners in het vizier hebben zodat we preventieve maatregelen kunnen treffen om erger te voorkomen en ondersteuning kunnen bieden bij het oplossen van problemen.
Om inwoners met (financiële) problemen eerder in het vizier te hebben ontwikkelen en richten we een vroegsignaleringssysteem in, samen met corporaties, Sociale Wijkteams en gemeentelijke afdelingen en zo mogelijk ook met energiebedrijven en zorgverzekeraars.

Bij dreigende dakloosheid en/of zorgmijders vervult het regionale meldpunt Zorg en Overlast de rol van toeleider naar de nodige zorg.

Een groep die speciale aandacht vraagt, is de groep jongeren in een kwetsbare positie tussen 16 en 27 jaar. Een sluitende aanpak is uitgewerkt in de notitie ‘Voor alle jongeren perspectief’. De aanpak moet onder meer dak- en thuisloosheid onder jongeren voorkomen (zie ook deelprogramma 7A).

Preventie en vroegsignalering verslaving:
De gemeente Leiden (uitgevoerd door de RDOG-HM en een organisatie voor verslavingszorg) geeft vorm aan preventie door het verstrekken van informatie en het aanbieden van lessen en lesmateriaal aan specifieke risicogroepen zoals aan schoolgaande kinderen, hun ouders, maar ook aan organisaties en instellingen waar eventuele problemen gesignaleerd kunnen worden (scholen, Sociale Wijkteams, Jeugd en Gezinsteams, etc).


Preventie en vroegsignalering dak- en thuisloosheid:

De organisatie voor maatschappelijke opvang heeft een informatieloket, het SPIL, voor vragen op het gebied van (dreigende) dak- en thuisloosheid. Daarnaast houdt deze georganiseerde inloopspreekuren in gemeenten in de regio Holland Rijnland.

9D1.2 Uitvoering geven aan toeleiding naar zorg van mensen met verslavings- en psychiatrische problematiek en begeleiding van ex-gedetineerden en vreemdelingen in nood
Het regionale meldpunt Zorg en Overlast, Sociale Wijkteams, Jeugd en Gezinsteams, hulpverleners van maatschappelijke opvang en verslavingszorg vervullen een belangrijke rol in het toeleiden van bewoners met verslavings- en psychiatrische problematiek naar de juiste zorg. Zij krijgen signalen en halen signalen op (bij wijkbewoners, corporaties, huisartsen, wijkverpleging, wijkagent, FACT-Teams, vrijwilligers, familie, ervaringsdeskundigen, etc.). Het betreffen signalen van zowel (zorg-) vragers als -mijders. Diegenen die zelf geen hulpvraag stellen maar wel hulp nodig hebben worden op een outreachende wijze benaderd en naar zorg toegeleid.
Het realiseren van een inloopfunctie GGZ (nieuwe taak voor gemeenten binnen de Wmo) biedt, naast het bevorderen van contact, structuur en participatie van kwetsbare inwoners, ook de mogelijkheid voor het toeleiden naar zorg.

9D1.3 Uitvoering geven aan opvang en huisvesting van kwetsbare groepen
De belangrijkste voorwaarde voor maatschappelijk herstel na een periode van opvang of behandeling is het hebben van een eigen woonruimte. De ontwikkelingen in het sociale domein (langer thuis wonen) en de bestaande krapte op de woningmarkt maken het noodzakelijk om de woonagenda en de doelstellingen m.b.t kwetsbare groepen beter op elkaar af te stemmen.

In het concept beleidskader Maatschappelijke Zorg is het mogelijk maken van thuis blijven wonen (zo nodig met ambulante zorg op maat) of het realiseren van huisvesting na opvang, de grootste opgave voor de komende 10 tot 15 jaar. Als thuis wonen niet lukt dan blijft intramurale opvang mogelijk.
Deze verandering vraagt het daadwerkelijk creëren van een voldoende woonaanbod voor deze doelgroep in de vorm van goedkope zelfstandige eenpersoonswooneenheden. Hieraan wordt momenteel gewerkt op de tijdelijke locaties die zijn aangewezen door de “Taskforce huisvesting vergunninghouders en bijzondere doelgroepen”. Het is echter noodzakelijk de komende jaren ook op andere plekken in de stad extra woningen en/of woonvormen te realiseren.

De visie, zoals neergelegd in het nieuwe regionale beleidskader Maatschappelijke zorg, heeft tot gevolg dat, naast huisvesting, ondersteuning, zorg, ook de gemeentelijke dienstverlening en opvang onder de loep worden genomen en zo worden ingericht (lokaal, subregionaal en regionaal) dat mensen, zo lang als het kan, thuis blijven wonen, dicht bij hun netwerk (familie, vrienden, werk, school, winkels, etc.)


Vanuit de Transformatie Sociaal Domein werken we met partners in de stad verder aan de knelpunten rondom 1) het voorkomen van huisuitzettingen en huurachterstanden en 2) ontwikkelen van nieuwe woonvormen voor kwetsbare groepen. Dit zijn projecten die mogelijk in 2017 en daarna leiden tot het langdurig voorkomen dat dak- en thuislozen terugvallen op bijv. crisisopvang (inhoudelijke verbetering van de ondersteuning in combinatie met kostenbesparing).



Statushouders

De afgelopen jaren is de instroom van vluchtelingen sterk toegenomen. Dit heeft geleid tot een verhoogde taakstelling voor het huisvesten van statushouders (vluchtelingen met een verblijfsvergunning) voor de gemeente. De taakstelling voor 2016 was ruim 300 en zal naar verwachting 350 bedragen voor 2017. Om deze taakstelling te kunnen realiseren én verdringing van andere woningzoekenden te voorkomen is er onderzoek verricht naar aanvullende huisvestingsmogelijkheden voor statushouders. Juni 2016 heeft de gemeenteraad besloten om op drie locaties in totaal 150 tijdelijke woonunits te plaatsen voor een periode van maximaal 10 jaar. Uitgangspunt is dat de tijdelijke woonunits bewoond zullen worden door een mix van statushouders en andere woningzoekenden, om zo de integratie van de statushouders te bevorderen. De woningen zullen door de woningcorporaties worden geplaatst en geëxploiteerd.”

Om de integratie van de statushouders goed en snel te laten verlopen is de gemeente gestart met de 24 x 24 aanpak. De statushouders worden direct nadat zij in Leiden zijn komen wonen opgenomen in een maatwerkprogramma waarbij inburgering en integratie centraal staan. Het programma bestaat uit 4 blokken van 24 weken waarbij van de statushouders minimaal een inzet van 24 uur per week wordt gevraagd. Een van de doelstellingen is om de statushouders zo snel mogelijk aan betaald werk te helpen en/of een opleiding te laten volgen. De 24 x 24 aanpak is niet vrijblijvend en kan eventueel gevolgen hebben voor de hoogte van de uitkering bij onvoldoende medewerking van de betrokkenen.

Met de Stichting Vluchtelingenwerk worden afspraken gemaakt over de afstemming van de werkzaamheden op het gebied van de integratie van de statushouders in Leiden. Het uitgangspunt hierbij is dat de Stichting Vluchtelingenwerk zich vooral richt op de integratie van de statushouders bij de vestiging in Leiden.


De omvang van de behoefte aan huisvesting voor statushouders zal in 2017 onverminderd groot blijven. De taakstelling van het Rijk zal blijven staan. Ook in 2017 zal samen met de woningbouw corporaties voorzien moeten worden in voldoende woonruimte al dan niet op tijdelijke locaties. Daarnaast moet noodzakelijke inzet worden gepleegd op inburgering en participatie van deze groep.


De Stichting Uitgeprocedeerde Vluchtelingen (STUV) biedt tijdelijke ondersteuning aan uitgeprocedeerde vluchtelingen en andere vreemdelingen in nood die geen recht (meer) hebben op wettelijke voorzieningen. Doel van de tijdelijke ondersteuning is te voorkomen dat deze personen in de marge van de samenleving terecht komen, terwijl zij met tijdelijke hulp zichzelf kunnen redden in de toekomst. Het aantal hulpvragen varieert per jaar. Eind 2015 is de bed, bad en broodvoorziening aan het Maansteenpad gerealiseerd. In 2017 kan hier aan ca. 30 mensen een sobere opvang geboden worden, gericht op het zoeken naar nieuw perspectief/terugkeer naar het land van herkomst. De opvang wordt beheerd door de STUV.

9D1.4 Uitvoering geven aan beschermd wonen
Beschermd wonen gaat om woonvoorzieningen voor cliënten met GGZ-problematiek. Beschermd wonen is tot nog toe bij de centrumgemeenten ondergebracht, Leiden voert dit uit voor de regio Holland Rijnland.
De transformatie van beschermd wonen is onderdeel van het concept beleidskader Maatschappelijke zorg. Doel ervan is de ontwikkeling van integrale en innovatieve ondersteuning, waar mogelijk in de eigen woonomgeving. Inzet is om zo goed mogelijk ambulante ondersteuning en behandeling te bevorderen en daar waar het echt nodig is het regelen van (zo kleinschalig mogelijke) opvang. Met de middelen uit de reserve Beschermd wonen wordt dan ook een impuls gegeven om de kleinschalige, intensieve begeleiding beter neer te zetten in de hele regio. Hiermee kunnen alle gemeenten in de toekomst meer verantwoordelijkheid nemen voor de ondersteuning van deze doelgroep binnen hun eigen gemeente.

9D2.1 Uitvoering geven aan maatregelen die het voorkómen van geweld in huiselijke kring, het stoppen van geweld en het herstel van veiligheid in het huishouden of gezin bevorderen

De doelstellingen voor de eerstkomende jaren liggen vast in de regiovisie Geweld in Huiselijke Kring 2014-2018. Intussen zijn de voorbereidingen voor een nieuwe regiovisie al begonnen. De huidige uitgangspunten blijven ook in de toekomst belangrijk, namelijk: inzet op preventie, vroegsignalering en duurzaam herstel van veiligheid. Ook de ervaringen van cliënten, die verzameld worden door vrouwenopvang en Veilig Thuis, vormen belangrijke informatiebron voor verbeteringen in de uitvoering. Een multidisciplinaire aanpak, bekend onder de naam MDA++, die intersectoraal en specialistisch is, moet samen met risico gestuurde zorg verder bijdragen aan een verbeterde aanpak bij acuut geweld en ernstig structureel geweld. Eind 2018 moet MDA++ overal in het land zijn gerealiseerd, daarom is de ontwikkeling van deze aanpak in 2017 een belangrijk thema in deze regio.
De lokale (wijk) teams hebben een belangrijke uitvoerende taak op het gebied van huiselijk geweld. Er zijn goede samenwerkingsafspraken gemaakt tussen Veilig Thuis en alle lokale teams. De uitvoering van deze afspraken blijft aandacht vragen. Veilig Thuis is geen hulpverlener, hulp moet lokaal geboden worden. Inzet op deskundigheidsbevordering van  de teams is daarmee een belangrijke opdracht om  vroegsignalering en handelingsvaardigheid in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling verder te verbeteren.
Dit biedt Veilig Thuis tevens de mogelijkheid om eerder af te schalen naar het lokale veld, waarmee versnelling in het proces kan worden aangebracht. Samen met de beschikbaarheid van toereikende personele capaciteit bij Veilig Thuis zelf kunnen de wachttijden bij Veilig Thuis worden teruggedrongen. Als dit goed loopt kan de extra inzet bij Veilig Thuis geleidelijk afnemen.

Ten slotte blijft het belangrijk dat inwoners en professionals de weg weten te vinden naar Veilig Thuis als expertisecentrum, waar ze terecht kunnen voor advies, ondersteuning en meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling.

9D2.2 Uitvoering geven aan opvang van slachtoffers van geweld in huiselijke kring
De vrouwenopvang zorgt voor opvang indien dat nodig is. De begeleiding in de opvang is gericht op versterken van de eigen kracht van vrouwen. Ook besteedt de vrouwenopvang aandacht aan de gevolgen van geweld bij kinderen. Bijkomend doel is het stoppen van intergenerationele overdracht van geweld. De opvang is zo kort mogelijk. De toepassing van het uitgangspunt "Ambulant tenzij..."heeft tot gevolg dat de behoefte aan ambulante hulp toeneemt en dat door intensieve ambulante gezinsbegeleiding de behoefte aan opvangplaatsen afneemt.
Veilige opvangplaatsen blijven echter nodig voor de gevallen waarbij sprake is van escalatie van geweld.
De landelijk ontwikkelde kwaliteitseisen en het recente normenkader voor de vrouwenopvang vormen een belangrijke leidraad voor de verdere ontwikkeling van de vrouwenopvang.

Effectindicatoren bij 9D Kwetsbare groepen

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

2017

2018

2019

2020

Doel 9D1 Stabiele leefsituatie voor kwetsbare groepen

9D1.a Aantal feitelijk daklozen

294 (2011)
212 (2013)

125

125

125

125

GGD

9D1.b Aantal huisuitzettingen Leiden

36 (2013)

29 (2014)
19 (2015)

12

12

12

12

GGD

9D1.c Gemiddelde verblijfsduur in nachtopvang in dagen

66 (2011)

74 (2014)

81 (2015)

50

50

50

50

Binnenvest

9D1.d Gemiddelde verblijfsduur in de crisisopvang in dagen*

79 (2013)

107 (2014)

133 (2015)

90

90

90

90

Binnenvest

9D1.e Gemiddelde verblijfsduur in de vrouwenopvang in maanden**

6 (2013)

6 (2014)

7 (2015)**

6

6

6

6

Rosa Manus

9D1.f Percentage mensen met beschermd wonen op wachtlijst (overbruggingszorg) tov klanten BW intramuraal

11% (2015)

12% (2016)

-

-

-

-

T-care

9D1.g Aantal meldingen bij VeiligThuis***

434 (2015)

-

-

-

-

Monitor VeiligThuis

9D1.h Aantal gehuisveste statushouders in Leiden****

308 (progn. 2016)

-

-

-

-

COA

* Streefwaarden vastgesteld in Beleidsplan Maatschappelijke Ontwikkeling 2013 - 2017.­
** De telling van de verblijfsduur is aangepast, waardoor het lijkt dat de totale duur is toegenomen. In deze telling wordt de totale verblijfsduur van crisisopvang en intensieve begeleiding samen genomen. Voorheen werd alleen de verblijfsduur van intensieve begeleiding berekend, ná de crisisopvang. De crisisopvang duurt circa 6 tot 9 weken.
*** Het is moeilijk om een prognose te geven voor streefcijfers voor de komende jaren.De vraag is wat een gunstige ontwikkeling is voor deze indicator: Een toename van het aantal meldingen kan duiden op het doorbreken van het taboe op huiselijk geweld, zodat meer zaken eerder in beeld komen, die nu nog verborgen blijven. Een afname kan betekenen een betere vroegsignalering en goede toepassing van de wet meldcode, waardoor vroegtijdige aanpak door wijkteams en andere partijen (onderwijs, huisartsen enz.), zodat erger wordt voorkomen. Adviezen bij VT zouden dan toenemen, terwijl het aantal meldingen afneemt.
****Vanuit rijk opgelegde taakstelling. Afhankelijk van de definitieve taakstelling voor 2016 is de prognose 308. Een stijging van 20 % lijkt minimaal. Op basis hiervan is de taakstelling voor 2017 is 369.