Ga naar boven

Inleiding

De decentralisaties van 2015 hebben het sociaal domein inmiddels volop in beweging gebracht. Vertrekpunten als innovatie, preventie, burgerinitiatief, eigen kracht, extramuralisering en integrale aanpak zien we concreet terug in ontwikkelingen rond de sociale wijkteams (SWT’s), het gezondheidsbeleid, Wmo voorzieningen en de maatschappelijke zorg.

Vanuit het programma Maatschappelijke Ontwikkeling vindt intensieve samenwerking plaats met andere beleidsprogramma’s Jeugd, Onderwijs en Wonen. Voorop stellen wij een integrale aanpak vanuit de ondersteuningsvraag van het huishouden. Dat begint met goede basisvoorzieningen op gebied van welzijn, ontmoeting en participatie, waardoor burgers met behulp van hun eigen netwerk, met vrijwilligers en via voorzieningen in hun wijk verder kunnen. Daar waar dat niet genoeg is, kan aanvullend ondersteuning op maat worden geboden door professionals.

De SWT’s zijn de draaischijf tussen inwoners, uitvoerende organisaties en de gemeente en spelen een belangrijke rol voor de sociale binding en participatie in de wijken. Om het functioneren van de SWT’s te kunnen optimaliseren heeft de Rekenkamer onderzoek gedaan naar de sociale wijkteams. Het onderzoek heeft geresulteerd in het rapport
‘Grip op vertrouwen’.
De aanbevelingen in het rapport zijn leidraad voor de werkwijze van de SWT’s in 2018. Een werkwijze die gestalte krijgt in de nieuwe organisatievorm van de acht SWT’s in Leiden (de coöperatie Sociale Wijkteams Leiden).

De betrokken partners in de coöperatie kiezen voor een samenhangende aanpak van ondersteuning en welzijn in de SWT’s, en willen de professionele zorg, ondersteuning en dienstverlening dicht bij de burgers organiseren. Het SWT speelt een belangrijke rol binnen de totale aanpak in het sociaal domein, met korte lijnen naar onder meer de jeugd- en gezinsteams (JGT's), werk en inkomen en het andere wijkwerk. De SWT’s organiseren hun dienstverlening lokaal per wijk. De inzet en dienstverlening zal daarom per sociaal wijkteam verschillen.

Onze visie op gezondheid en het gezondheidsbeleid richt zich op het stimuleren van een integrale aanpak. Het concept ‘Positieve Gezondheid’ stellen wij hierbij centraal. Deze nieuwe visie op gezondheid richt zich op ‘Het versterken van het vermogen van mensen om zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven'.

Vanaf 1 januari 2018 richten wij in overleg met regiogemeenten, aanbieders, cliënten en adviesraden een nieuwe maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning in. Een aanpassing waarmee wij meer maatwerk kunnen verzorgen. Dit naar aanleiding van de zorgen over betaalbaarheid van het in 2015 geïntroduceerde uitvoeringsmodel (het Leids Regio Model) en de juridische onzekerheid over de houdbaarheid van de algemene voorzienig binnen dit model

In 2015 hebben meer mensen een Wmo voorziening voor begeleiding en dagbesteding gekregen. Dit komt door een groei van de doelgroep. Mensen blijven langer thuis wonen en een aantal cliënten van de Jeugdhulp zijn overgegaan naar de Wmo. Door het verbinden van het algemeen aanbod van basisvoorzieningen met de bestaande maatwerkvoorzieningen ontstaat een nieuw integraal aanbod waarmee wij de toegenomen vraag naar begeleiding en dagbesteding opvangen.

Maatschappelijke zorg is een overkoepelend begrip voor verschillende beleidsterreinen zoals Maatschappelijke Opvang, Verslavingsbeleid, Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz) en Beschermd Wonen. Het doel van Maatschappelijke zorg is het voorkomen en verminderen van sociale uitsluiting van mensen met zware, vaak meervoudige problematiek en het ondersteunen en bevorderen van herstel van (psychisch) kwetsbare inwoners. Het gaat om sociale participatie, sociale integratie, eerste levensbehoeften, opvang, toegang tot huisvesting, werk, opleiding, gezondheidszorg, hulpverlening en diensten.

Vanaf 2020 verdwijnt de 'centrumgemeenteconstructie' voor Maatschappelijk Opvang, Verslavingsbeleid en Beschermd Wonen. De budgetten worden gedecentraliseerd naar alle lokale gemeenten. Uitgangspunt is lokaal wat kan en (sub) regionaal wat moet. Het beleidskader 'Maatschappelijke Zorg' is ons referentiekader voor de inrichting van decentralisatie van maatschappelijke zorg.