Ga naar boven
Home / Beleidsbegroting / Programmaplan / Omgevingskwaliteit / Beleidsterrein 5A Verharde openbare ruimte

Beleidsterrein 5A Verharde openbare ruimte

De gemeente heeft de zorg voor een veilige, functionele en goed onderhouden openbare ruimte. Hiervoor worden ontwerp– en beleidsplannen ontwikkeld en gerealiseerd. Dat wat in de openbare ruimte is gerealiseerd, wordt beheerd op basis van wettelijke regels, zorgplicht en de bedoelde functionaliteit en kwaliteit zoals die in de beleidskaders en beleidsplannen is benoemd.

Het beheer en onderhoud vindt plaats op basis van beheerplannen, in dit geval van 2017-2021. In een beheerplan wordt weergegeven hoe het beheer van het betreffende kapitaalgoed wordt vorm gegeven. Onder beheer wordt hier verstaan: alle onderhouds- en vervangingsmaatregelen die nodig zijn voor het duurzaam instandhouden van de bestaande objecten en voorzieningen in de openbare ruimte. Binnen beheer en onderhoud wordt verder een onderscheid gemaakt tussen de dagelijkse verzorgende maatregelen, groot onderhoudsmaatregelen (om de technische en functionele staat te behouden) en het vervangen van objecten. Ook worden voorzieningen gefaciliteerd om verschillende afvalstromen aan te bieden en worden deze ingezameld. Ondergronds biedt de verharde openbare ruimte plaats voor nutsvoorzieningen als elektriciteit, telecomkabels en riolen. Het resultaat is een schone, hele en veilige leefomgeving die voldoet aan vastgestelde kwaliteitsniveaus en functies zoals bereikbaarheid en toegankelijkheid.

Met de nieuwe beheerplannen is de basis op orde en zijn we in staat om de veranderende vraag van en samenwerking in de regio en stad als krachtige partner tegemoet te treden, we realiseren de afgesproken beeldkwaliteit (Niveau B CROW), werken aan een Wijkgerichte planning, maken Werk met Werk door niet alleen intern af te stemmen maar ook met andere programma’s,  leveren een belangrijke bijdrage aan het programma duurzaamheid en passen innovaties binnen de verschillende domeinen toe.

Leiden onderhoudt alle verhardingen op het minimum niveau; het wettelijke aansprakelijkheidsniveau (R–). Dat betekent dat alleen ingegrepen (onderhoudsmaatregel) wordt wanner het aansprakelijkheidsniveau wordt overschreden.

Het op de juiste wijze gebruiken van de verharde openbare ruimte is een belangrijke factor voor het in stand houden van de kwaliteit. Hiervoor zijn gebruiksregels ontwikkeld en worden bij afwijking vergunningen verleend met daarin voorwaarden en eventueel herstelverplichtingen. Vanuit de gemeente wordt toezicht gehouden op een juiste naleving van dit bijzonder gebruik en wordt waar nodig gehandhaafd.

Het kan echter zijn dat in de tijd het gebruik toch verandert of dat het nodig is op basis van ervaring en wensen (intern en extern) de inrichting en daarmee het beoogd gebruik van de openbare ruimte te kunnen faciliteren om zo de kwaliteit te verbeteren. De beheerder en de ontwikkelaar werken daarbij nauw samen in het voor de Leidse situatie beschreven stedelijke proces van ontwikkelen, inrichten en beheren. Binnen elke processtap zijn de taken en verantwoordelijkheden uitgelijnd en worden de ontwerpwensen, de beheerbaarheid en financiële haalbaarheid op elkaar afgestemd.

Dit alles wordt gedaan om de gebruiker van de openbare ruimte tevreden te stellen. In het binnen Cluster Beheer georganiseerde wijkbeheer wordt, naast datgene wat (technisch) moet vanuit beheer, rekening gehouden met de mening en wens van de burger over de fysieke openbare ruimte. De wijkbeheerder werkt hierin nauw samen met alle stakeholders (sociaal wijkbeheer, burgers, bedrijven, politie, woningbouwverenigingen etc.) om meer complexe zaken tot integrale oplossingen te brengen.

Het is de ambitie van het gemeentebestuur om de burger centraal te stellen en te werken aan een leefbare en veilige woonomgeving. Bewoners en hun wijkorganisaties geven we daarom graag meer invloed op het beheer van de openbare ruimte in hun buurt. Ook betrekken we hen graag meer bij het behoud en beheer van stadsparken en bij maatregelen om de stad schoon te houden.

De taakstellingen van de vorige jaren konden worden opgevangen door efficiënter werken en verbetering van werkprocessen. Dit gaat niet meer voor nog openstaande taakstellingen. Net als in 2016 is het nodig keuzes te maken in maatregelen waarvoor geldt dat deze de beeldkwaliteit aantasten of het serviceniveau van de bewoners raken.

In 2016 is het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte geëvalueerd. Jaarlijks worden de wijzigingen van het handboek ambtelijk en bestuurlijk vastgesteld, waarna een geactualiseerde versie wordt uitgebracht.

De aankomende jaren komen, bovenop de al bestaande openbare ruimte projecten in de binnenstad, er nog veel projecten bij uit het ‘Investeringsprogramma Bereikbaarheid 2016-2022’ (zie programma 4) . Om ervoor te zorgen dat we als organisatie zo efficiënt mogelijk uitvoeren binnen gewenste kwaliteit, budget en planning- en daarbij zo goed mogelijk communiceren, worden deze openbare ruimte projecten Binnenstad geclusterd. Deze gebiedsgerichte aanpak bestaat uit een logische clustering van alle circa 70 (deel)projecten van het investeringsprogramma bereikbaarheid voor 2016-2022, de bestaande lopende projecten, nieuwe projecten en beheerprojecten naar 7 projecten en deelprojecten. Het betreft diverse projecten op het gebied van langzaam verkeer, openbaar vervoer, autoverkeer, parkeren en de leefomgeving.

Doelen en prestaties bij 5A Verharde openbare ruimte

Doel

Prestatie

5A1 Schoon, heel en veilig

5A1.1 Ontwikkelen beleid openbare ruimte

5A1.2 Openbare ruimte projecten programma Binnenstad

5A1.3 Beheren openbare ruimte

5A1.4 Inzamelen huishoudelijk afval

5A1.5 Inzamelen bedrijfsafval

5A1.6 Beheren contracten buitenreclame

5A1.7 Handhaven gebruik openbare ruimte

5A1.1 Ontwikkelen beleid openbare ruimte

Kleurstelling historische bruggen

In 2016 is in samenwerking met Erfgoed Leiden onderzocht welke bruggen in de historische kleurstelling teruggebracht kunnen worden. In 2017 zal de start van de uitvoering zijn.

Openbare Verlichting en Illuminatie

In 2017 zal verder uitvoering worden gegeven aan het Beleidsplan Openbare Verlichting 2013 en de Illuminatienota VerLEIDEN met Licht 2016. Speciale aandacht is er voor het aspect duurzaamheid en innovatie.

Kaderstellend afvalbeleid

In 2016 wordt het Leidse afvalbeleid geactualiseerd. In het nieuwe afvalbeleid, wat begin 2017 aan de raad wordt aangeboden, zijn opgenomen de ambities van Leiden Duurzaam 2030; "Ruimte voor de Stad", de visie op de openbare ruimte van Leiden en het zwerfafvalbestrijdingsplan 2016-2022. Op basis van het geactualiseerde kaderstellend afvalbeleid stelt het college een uitvoeringsplan 2017-2020 vast. In het afvalbeleid worden de volgende doelstellingen en doelen opgenomen:

  • minder afval: reductie van afval door preventie en door inzet van afval als nuttige grondstof ten behoeve van een circulaire economie;
  • minder zwerfafval: een schonere openbare ruimte, reductie van zwerfaval door preventie en door het aanbieden van het (zwerf) afval op de juiste plek;
  • minder restafval: een forse reductie van het aandeel restafval door een betere afvalscheiding ter stimulering van hergebruik en nuttige toepassing van afvalfracties.

Leids Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond

In 2016 is het Leids Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond (LUBO) opgesteld en ter besluitvorming aan het college aangeboden. In het LUBO is beschreven hoe de gemeente Leiden de afspraken uit het landelijke Convenant bodem en ondergrond 2016-2020 wil realiseren en hoe de gemeente het hiervoor beschikbaar gestelde budget wil inzetten. De Leidse ambities zijn uitgewerkt voor o.a. bodemsanering, gebiedsgerichte aanpak bodem en ondergrond, stedelijk grondwater. Daarnaast is er aandacht voor de Leidse ondergrond condities (bodemopbouw, grondwaterstroming, gedrag van bodemverontreiniging, grondwatergebruik, grondwaterbeheer) en duurzaam en efficiënt beheer en gebruik van de bodem en ondergrond voor Leiden en de regio. In het LUBO worden ook uitspraken gedaan over bodemenergiesystemen. Op basis van een onderzoek naar interferentie van warmte- en koude opslag (WKO) systemen in Leiden wordt in 2017 een voorlopig kader wordt ontwikkeld. Dit wordt opgenomen in de evaluatie van de leidingverordening en uitgewerkt in een verordening voor WKO systemen.

5A1.2 Openbare ruimte projecten programma Binnenstad
Met de vaststelling van het Investeringsprogramma Bereikbaarheid komen  bovenop de al bestaande openbare ruimteprojecten voor de binnenstad er nog een aantal bij. Deze zijn verwerkt in de gebiedsgerichte aanpak “Openbare Ruimteprojecten Binnenstad Leiden” dat in het najaar van 2016 aan de gemeenteraad ter besluitvorming wordt aangeboden.

Voor alle buitenruimteprojecten in de binnenstad voor de komende jaren is een overkoepelend plan gemaakt. Naast de bestaande openbare ruimteprojecten wordt gewerkt aan nieuwe projecten. Deze bevinden zich in een verschillend stadium van planvorming. Drie keer per jaar wordt hierover apart gerapporteerd aan de gemeenteraad. De projecten zijn geclusterd in zeven projecten:

  1. Singelpark-promenade (route aan de buitenkant van de singels);
  2. Station en omgeving;
  3. Centrumroute;
  4. Parkeergarages Lammermarkt en Garenmarkt;
  5. Morsstraat / Haarlemmerstraat / Haven;
  6. Steenstraat / Beestenmarkt catwalk / 2de Binnenvestgracht / Prinsessekade /Turfmarkt/ Noordeinde;
  7. Separate projecten Binnenstad.

Daarnaast blijven de hanging baskets in de stad vanuit de bronpunten naar de binnenstad, op de Leidse Loper route en aan de bruggen.

5A1.3 Beheren openbare ruimte

Algemeen

De gemeente heeft als primaire taak de zorg voor de openbare ruimte. Voor de kwaliteit van de openbare ruimte speelt het beheer en onderhoud hiervan een belangrijke rol, net als de functionele, esthetische, ruimtelijke en sociale aspecten. De gemeente zorgt nu maar ook in de toekomst voor het goed en tijdig uitvoeren van onderhoud aan de kapitaalgoederen in de Openbare Ruimte. Hierbij regelt en borgt de gemeente dat ingrepen op het juiste moment, tegen de laagste mogelijk maatschappelijke kosten en zonder kapitaalvernietiging worden uitgevoerd. De beleidskaders openbare ruimte vormen het vertrekpunt voor de eerder genoemde beheerplannen (2017-2021). Deze beschrijven het areaal dat onderhouden wordt, wat de kwaliteit ervan is en welke onderhoudsmaatregelen waar, wanneer en tegen welke kosten uitgevoerd worden. Het zijn echter niet alleen de individuele beheerplannen die belangrijk zijn, maar ook hoe integraal over de domeinen heen naar het beheer en onderhoud van de openbare ruimte gekeken wordt, en wat het effect hiervan is. Ook in 2017 wil de gemeente verder samenwerken met haar burgers en andere partners in het beheer van de openbare ruimte. Niet alleen in de afstemming en planning, maar ook bij de daadwerkelijke uitvoering van beheeractiviteiten. Om die reden is wijkbeheer als organisatieonderdeel van groot belang. 

Beheerplannen

Voor het beheren en in stand houden van de openbare ruimte actualiseert de gemeente om de 5 jaar haar beheerplannen. De gemeente heeft voor alle domeinen zoals wegen, water, groen, civiele kunstwerken en riolering een beheerplan. Deze beschrijven het areaal dat onderhouden wordt, wat de kwaliteit ervan is en welke onderhoudsmaatregelen waar, wanneer en tegen welke kosten uitgevoerd worden. Het zijn echter niet alleen de individuele beheerplannen die belangrijk zijn, maar ook hoe integraal over de domeinen heen naar het beheer en onderhoud van de openbare ruimte gekeken wordt, en wat het effect hiervan is.  De beheerplannen en daarbij horende financiële middelen worden vastgesteld en in de meerjarenbegroting verwerkt. De huidige beheerplannen kapitaalgoederen Openbare Ruimte zijn in 2016 door het college, binnen de geldende kaders van de Kadernota Kwaliteit Openbare Ruimte, vastgesteld en hebben betrekking op de periode 2017 t/m 2021.

Wijkbeheer

Via wijkbeheer maakt de gemeente een verbinding tussen enerzijds de planmatige en gestructureerde aanpak die nodig is voor het beheren van de openbare ruimte en anderzijds de invloed op en de beleving van de openbare ruimte door inwoners, instellingen en bedrijven. Wijkbeheer vormt een belangrijk onderdeel van de uitwerking van de visie Ruimte voor de stad. Vanuit wijkbeheer worden onder meer de wijkavonden ‘Samen aan de slag’ georganiseerd, bewonersinitiatieven gestimuleerd (zelfbeheer en herinrichtingsinitiatieven) en wijkschouwen gelopen met bewoners en ondernemers. Daarnaast is vanuit wijkbeheer gerichte aandacht voor het analyseren en gebruiken van sturingsinformatie (meldingen, hotspots, beheerkalender, gebiedsgerichte aanpak).

Beheer kapitaalgoederen openbare ruimte

Onderstaand wordt kort, per kapitaalgoed weergegeven hoe het beheer in 2017 wordt vormgegeven en wat eventuele speerpunten zijn.

Beheren openbare verlichting

Als eigenaar en beheerder is de gemeente Leiden verantwoordelijk voor een goede verlichting van de openbare ruimte binnen de gemeentegrenzen, inclusief de bijbehorende onderdelen zoals: klokken, tunnelverlichting, illuminatieverlichting, eigenkabelnet, etc. Het beheer heeft als doel om, nu en in de toekomst, te blijven voldoen aan hetgeen wat van haar wordt gevraagd: het realiseren van een veilige, duurzame en sfeervolle omgeving voor alle gebruikers van de openbare ruimte. Op basis van leeftijd is een vervangingsplan opgesteld. Bij deze wijk/buurtgerichte vervanging (dit is efficiënt en veroorzaakt de minste overlast voor inwoners) past Leiden led-techniek toe (ook bij de Leidse Lantaarn), in combinatie met het dimmen van de verlichting. Hiermee bespaart Leiden op zowel energie als onderhoudskosten. In 2017 vinden de vervangingen hoofdzakelijk in de Merenwijk plaats. Het uitvoeren van reguliere werkzaamheden vindt verspreid plaats over het gehele gebied van de gemeente. Wanneer illuminatie-projecten worden vervangen, wordt de installatie geschikt gemaakt om de verlichting zelf in- en uit te kunnen schakelen in plaats van de automatische schakeling via de netbeheerder. De energielevering van elektriciteit (2017) is contractueel geregeld. Leiden koopt haar elektriciteit 100% duurzaam in. Verder wordt de installatie verantwoordelijkheid voor de openbare verlichting in 2017 verder geregeld.

Beheren Bruggen en Viaducten

Het beheer en onderhoud van de bruggen, tunnels en viaducten is noodzakelijk voor het toegankelijk en bereikbaar houden van de stad voor alle verkeersdeelnemers en de doorvaarbaarheid voor het vaarverkeer. Ook de bediening van de beweegbare bruggen is hier onderdeel van. De volgende activiteiten worden in 2017 verricht.

  • Vervanging Valkbrug, Jan van Houtbrug en Bostelbrug;
  • Groot onderhoud Groene Deputatenbrug, Kleine Havenbrug en Scheluwbrug;
  • Technische inspectie van 20 bruggen;
  • Functionele Inspectie van alle bruggen, tunnels en viaducten;
  • Start renovatie 7 parkbruggen in de Merenwijk;
  • Start aanpassing 11 lokaal bediende bruggen naar machinerichtlijn.

Voor wat betreft de uitvoering van deze maatregelen is afgestemd met het programma Binnenstad en het programma Bereikbaarheid.

Uit de resultaten van de in 2015 uitgevoerde visuele inspectie bleek dat voor een 30-tal bruggen een aanvullende technische inspectie uitgevoerd moet worden. De technische inspectie is nodig om meer gedetailleerd alle schadebeelden (ook inwendig) van de brug te bepalen en eventueel welke maatregelen wanneer uitgevoerd moeten worden. Deze aanvullende technische inspecties zijn in 2016 uitgevoerd. In 2017 wordt gewerkt aan de uitvoering van de maatregelen naar aanleiding van deze aanvullende inspecties.

Beheer wegen

De gemeentelijke wegen worden conform het nieuw vastgestelde beheerplan wegen 2017-2021 onderhouden op CROW kwaliteitsniveau B. Het planmatig onderhoud is onderverdeeld in groot onderhoud en vervangingen. De planning van de onderhouds- en vervangingswerkzaamheden wordt afgestemd met de werkzaamheden die vanuit de programma’s Bereikbaarheid en Binnenstad uitgevoerd worden. Het groot onderhoud in 2017 vindt met name plaats in de Fortuinwijk Noord, Fortuinwijk Zuid, Tuinstadtwijk, Meerburg en de binnenstad. Daarnaast wordt er groot onderhoud uitgevoerd op de fietspaden en fietsroutes. Er wordt een start gemaakt met de vervangingen (meerjareninvesteringsprogramma) in Haagweg Zuid, Marienpoelstraat, Boerhaavelaan en Van Swietenstraat. Voor het opstellen van het beheerplan wegen zijn tijdens de globale visuele weginspectie de boomwortelschades inzichtelijk gemaakt. Vanuit weg- en groenbeheer worden de locaties waar boomwortels schade veroorzaken aan de verhardingen hersteld. Als materialen vervangen moeten worden en daarbij ook de gehele straat of het trottoir herstraat wordt, dan worden er conform het handboek kwaliteit openbare ruimte nieuwe materialen toegepast.

Uitvoeren straatreiniging en graffitibestrijding

Straatreiniging draagt bij een schone en veilige openbare ruimte door het vegen van zwerfvuil, blad en bloesem, het bestrijden van onkruid op verhardingen, het legen en schoonhouden van prullenbakken en het verwijderen van graffiti en illegaal plakwerk. Dit gebeurt grotendeels planmatig aangevuld met een hotspotaanpak in samenwerking met andere betrokken partijen. In 2017 worden de maatregelen uit het zwerfafvalbestrijdingsplan uitgevoerd. Verder is in 2016 ervaring opgedaan met verschillende methoden (stoom, heet water en mechanisch)  van chemievrije onkruidbestrijding op basis van beeldbestek.

Beheren Walmuren

De werkzaamheden zijn gericht op het instandhouden (beheer, onderhoud en vervanging) van walmuren, damwanden en beschoeiingen. De volgende activiteiten worden in 2017 verricht:

  • vervangen damwand Haarlemmertrekvaart, Witte Singel, Lage Rijndijk, Boerhaavelaan;
  • vervanging beschoeiing Haarlemmerweg, Julianakade, Brands Buyskade;
  • functionele inspectie van alle Walmuren, damwanden en beschoeiingen.

Beheren natuurvriendelijke oevers

De te leveren prestaties vinden hun grondslag in het beheerplan natuurvriendelijke oevers en bermen (2011– 2026). In 2017 vindt net als in 2016 een gerichter beheer van natuurvriendelijke oevers plaats aan de hand van richtsoorten. Thema’s zijn “biodiversiteit &ecologie”. Nieuw in te richten en te beheren natuurvriendelijke oevers volgen bij het realiseren van de locaties uit het werkplan voor de ecologische hoofdstructuur.

Beheren straatmeubilair

Het beheerplan straatmeubilair is vastgesteld voor de planperiode 2017-2021. De werkzaamheden worden uitgevoerd met als doel een schone, hele en veilige inrichting van de stad (zichtbaar, herkenbaar en aanwezig). Naast de jaarlijks terugkerende onderhoudswerkzaamheden aan bewegwijzering, verkeersborden, wegmarkering en fietsparkeervoorzieningen wordt in 2017 in het kader van de visie beheer en inrichting openbare ruimte verder gevolg gegeven aan het saneren van Leidse Palen. Het saneren van de palen zal in samenwerking met de afdeling verkeer worden uitgevoerd. Gedoseerd bestaat de mogelijkheid om waar dat functioneel is, straatmeubilair bij te plaatsen. Denk hierbij aan een prullenbak bij bijvoorbeeld een winkelcentrum of een bankje op de looproute naar een winkelcentrum.

Verminderen van overlast in eigen wijk

Tijdens de stadsenquête wordt bewoners naar de beoordeling van de netheid en onderhoud van een zevental aspecten gevraagd in de eigen wijk. Uit de stadsenquête van de afgelopen jaren (2011, 2013 en 2015 blijkt dat met name van zwerfvuil, hondenpoep, onkruid, en drijfvuil een deel van de inwoners dit als ernstig of zeer ernstig ervaart. De bijbehorende percentages zijn als effectindicator opgenomen. Opvallend is dat zwerfvuil (behoorlijk wat tot zeer ernstig) in percentage gestegen is van 40% in 2013 tot 47% in 2015. Wellicht is dit o.a. te koppelen aan de overgang van zakken naar ondergrondse containers die in 2015 in de binnenstad plaatsvond.

Het valt op dat wanneer de objectieve schouwresultaten vergeleken worden met de beleving zoals blijkt uit de stadsenquête, er een flinke discrepantie is. In 2016 zijn twee objectieve schouwen uitgevoerd (extern bureau) waaruit blijkt dat op de beeldmeetlatten voor zwerfafval een “B” wordt gescoord. Dit resultaat is conform het door de raad vastgestelde ambitieprofiel van de gemeente.

De beleving in de stadsenquête is daarmee negatiever dan naar aanleiding van het objectieve schouwbeeld verwacht zou mogen worden. Dit betekent dat het erg lastig sturen is op het realiseren van het gewenste effect door uitsluitend te focussen op intensivering van reinigingswerkzaamheden. In de brief aan de raad van 26 april 2016 over de invulling van de taakstelling is daarnaast gemeld dat er minder vaak drijfvuil uit niet doorvaarbare watergangen wordt verwijderd en minder vaak walmuren worden gereinigd. Het is te verwachten dat dit gaat doorwerken in de effectindicator.

Ook in andere gemeentes wordt geconstateerd dat bewoners in enquêtes vaak minder positief zijn over hoe schoon de stad is dan we op grond van de schouwresultaten zouden verwachten. Uit de literatuur blijkt  dat onbewuste mechanismen een rol spelen. Mensen die bijvoorbeeld zelf als norm hebben dat zij geen afval op de grond gooien, beoordelen de situatie vaak negatief. Want voor hen valt dat ene blikje op straat extra op. Daarnaast zien wij bijvoorbeeld dat een omgeving zwerfafvalvrij kan zijn, maar dat mensen die omgeving toch niet schoon vinden vanwege graffiti. Dan is het best logisch dat er verschillen zitten tussen schouwresultaten en de enquêtes. Een mogelijk hulpmiddel kan een andere vorm van communicatie zijn waarbij op die onbewuste mechanismen wordt ingespeeld en die de beleving en participatie positief beïnvloeden.

Ook blijkt dat de gerealiseerde waarden van de effectindicatoren significant hoger zijn dan de streefwaarden. Eind 2015 is aan de raad toegezegd richting de begroting met een aangepast set indicatoren te komen; een mix van (subjectieve) belevingsindicatoren en (objectieve) schouwindicatoren.

Het voorstel voor de indicatoren bestaat uit een aanpassing van de streefwaarden naar meer reële waarden en het toevoegen van de objectieve schouwresultaten (score A+, A, B, C of D) voor zwerfvuil, drijfvuil, onkruid en uitwerpselen. Ook wordt de score voor alle beeldmeetlatten totaal opgenomen. Hierbij worden de scores voor groen, kunstwerken, meubilair, verharding en water voor heel Leiden bij elkaar genomen.

Verder wordt de mix van instrumenten (subjectief en objectief) verder uitgewerkt zodat niet bij elke situatie een gelijke aanpak gebruikt wordt maar maatwerk mogelijk is. Door het snel afhandelen van vragen en door middel van campagnes worden o.a. de bewoners van de gemeente maar ook de gebruikers bewust gemaakt van hun verantwoordelijkheid voor hun directe leefomgeving en kunnen zij een bijdrage leveren aan het schoon, heel en veilig houden van de openbare ruimte. Waar verleiding niet werkt, wordt ingezet op strengere handhaving en dat met name op de plekken die als hotspots beschouwd worden en laag scoren in de metingen. Extra aandacht krijgen daarbij het onderhoud dan wel de realisering van een verzorgde, nette inrichting binnen de hiervoor beschikbare middelen.

Ook in 2017 wordt de communicatie en interactie met de wijken versterkt, mede als onderdeel van de uitwerking van de nieuwe visie op de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Er worden op vrijwel alle bedrijventerreinen en in veel woonwijken meerdere wijkschouwen gelopen. Deze schouwronden worden samen met ondernemers en bewoners gelopen om een beeld van de kwaliteit van de openbare ruimte te vormen. Direct met het lopen van deze schouwronden wordt een overzicht opgesteld met op te lossen zaken in de openbare ruimte. Het streven is deze binnen twee weken door inzet van een gemeentelijk serviceteam op te lossen. Complexere knelpunten vragen vanzelfsprekend mogelijk meer tijd. Op deze wijze verhogen wij niet alleen de beeldkwaliteit van de openbare ruimte maar verhogen wij door deze positieve inzet vooral ook de betrokkenheid van bewoners. Ook krijgen wij op deze wijze de hotspots beter in beeld en kunnen we met ondernemers en bewoners ter plekke oplossingen bedenken hoe deze aan te pakken.

5A1.4 Inzamelen huishoudelijk afval
Wekelijks wordt bij de ruim 55.000 huishoudens in Leiden afval opgehaald. Daarnaast wordt afval gescheiden ingezameld middels 123 verzamelcontainers voor papier, 127 voor glas, 60 voor textiel en 17 voor kunststof. Nu overal ondergrondse containers zijn geplaatst voor de inzameling van restafval worden de bovengrondse containers voor glas, papier en textiel verder ondergronds gebracht. Hier is in 2016 al een flinke slag gemaakt en dit wordt doorgezet in 2017.

5A1.5 Inzamelen bedrijfsafval

In 2016 is vastgesteld dat een structureel dalende omzet bedrijfsafval als gevolg van marktontwikkelingen de komende jaren zal leiden tot een verlieslatende activiteit. Het gevolg hiervan is dat de kostendekkendheid verder onder druk komt te staan. Hierdoor lopen we het risico in strijd met de Wet Markt en Overheid te handelen (publiek geld wordt geinvesteerd in een commerciele activiteit). Het college heeft daarom besloten om de taak inzameling van bedrijfsafval, na een zorgvuldig verkooptraject, per 1 augustus 2016 over te dragen aan een derde partij. Dat betekent dat deze prestatie geen onderdeel van de begroting 2017 meer uitmaakt.

5A1.6 Beheren contracten buitenreclame
Om de opbrengsten betreffende buitenreclame ook in 2017 op peil te houden wordt actief contractbeheer en contractmanagement toegepast. Ook worden in samenwerking met marktpartijen de mogelijkheden van innovatief gebruik van buitenreclame nader verkend. Het is de wens van het college om het aantal objecten voor reclame-uitingen te verminderen. Dit is ook in lijn met de visie openbare ruimte “Ruimte voor de Stad”. In 2017 wordt onderzocht op welke wijze hieraan invulling gegeven kan worden. Effectuering zal afhangen van de inpasbaarheid van de budgettaire gevolgen en de expiratiedata van de lopende contracten. Vermindering van de hoeveelheid reclameobjecten in de openbare ruimte zal hiermee een zaak zijn van langere adem.

5A1.7 Handhaven gebruik openbare ruimte
Het toezicht op en de handhaving in de openbare ruimte betreft de naleving van de lokale wet- en regelgeving zoals vastgelegd in de APV. De gemeente wil voorkomen dat een leefbaarheidsvraagstuk een veiligheidsvraagstuk wordt. Dit doet zij door in te zetten op de leefbaarheid in de wijken, onder andere door gericht toezicht en handhaving in de openbare ruimte. In 2016 is de Visie op Handhaving Openbare ruimte vastgesteld.

In 2017 wordt de werkwijze zoals in de visie beschreven staat verder geïmplementeerd, met als doel effectievere en efficiëntere handhaving op straat. In het najaar van 2016 worden samen met de belangrijkste samenwerkingspartners beheer en de politie actieplannen opgesteld voor intensivering van de samenwerking. In de actieplannen wordt voor 2017 opgenomen aan welke doelen gezamenlijk wordt gewerkt, wat de werkwijze is en welke inzet daarvoor nodig is.

De toezichthouders en Buitengewoon Opsporingsambtenaren van de gemeente dragen bij aan het behouden of vergroten van de leefbaarheid in de wijken. De thema’s voor de komende jaren zijn onder andere afval, parkeren en hondenoverlast. Daarnaast wordt projectmatig gewerkt aan terrassen, uitstallingen en andere objecten in de binnenstad, om bij te dragen aan de beeldkwaliteit van een onderscheidende binnenstad.
Uiteindelijk zal de gebiedsgericht samenwerking en sturing van toezicht en handhaving moeten leiden tot gedaalde percentages in de Stadsenquête 2017 en 2019 op de grootste ergernissen in de eigen buurt.

Effectindicatoren bij 5A Verharde openbare ruimte

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

2017

2018

2019

2020

Doel 5A1 Schoon, heel en veilig *

5A1.a Rapportcijfer onderhoud openbare ruimte

6,9 (2011)
6,9 (2013)
6,9 (2015)

7,1

-

7,1

-

Stadsenquête

5A1.b Percentage inwoners dat 'behoorlijk wat' tot 'zeer ernstig' zwerfvuil ervaart

43% (2011)
40% (2013)
47% (2015)

43%

-

39%

-

Stadsenquête

5A1.c Gemeten kwaliteitsniveau 'zwerfvuil' **

B (2015)

B

B

B

B

Beleidsmeting openbare ruimte

5A1.d Percentage inwoners dat 'behoorlijk wat' tot 'zeer ernstig' hondenpoep ervaart

35% (2011)
40% (2013)
36% (2015)

33%

-

30%

-

Stadsenquête

5A1.e Gemeten kwaliteitsniveau 'hondenpoep' **

B (2015)

B

B

B

B

Beleidsmeting openbare ruimte

5A1.f Percentage inwoners dat 'behoorlijk wat' tot 'zeer ernstig' onkruid ervaart ***

26% (2011)
27% (2013)
28% (2015)

30%

-

35%

-

Stadsenquête

5A1.g Gemeten kwaliteitsniveau 'onkruid' **

B (2015)

B

B

B

B

Beleidsmeting openbare ruimte

5A1.h Percentage inwoners dat 'behoorlijk wat' tot 'zeer ernstig' drijfvuil ervaart

20% (2011)
26% (2013)
29% (2015)

30%

-

30%

-

Stadsenquête

5A1.i Gemeten kwaliteitsniveau 'drijfvuil' **

B (2015)

B

B

B

B

Beleidsmeting openbare ruimte

5A1.j Percentage inwoners dat het onderhoud van straten en wegen als 'uitstekend' of 'goed' beoordeelt **

57% (2011)

56% (2013)

63% (2015)

65%

-

68%

-

Stadsenquête

5A1.k Gemeten kwaliteitsniveau verharding **

B (2015)

B

B

B

B

Beleidsmeting openbare ruimte

5A1.l Percentage inwoners dat het onderhoud van straatmeubilair als 'uitstekend' of 'goed' beoordeelt **

63% (2011)

62% (2013)

65% (2015)

67%

-

70%

-

Stadsenquête

5A1.m Gemeten kwaliteitsniveau 'straatmeubilair' **

B (2015)

B

B

B

B

Beleidsmeting openbare ruimte

* De indicator "rapportcijfer woonomgeving" (bron: Veiligheidsmonitor) is uit de begroting verwijderd. Het rapportcijfer omvatte veel meer dan alleen een rapportcijfer over de openbare ruimte. Het was daarom geen valide indicator om het doel (schoon, heel en veilig) te meten.
** Deze indicatoren zijn met ingang van de Programmabegroting 2017 toegevoegd. De subjectieve beoordeling uit de Stadsenquête kan zo worden vergeleken met de objectieve beleidsmeting.
*** De streefwaarde van overlast neemt toe vanwege het verbod op chemische onkruidbestrijding.