Ga naar boven
Home / Beleidsbegroting / Programmaplan / Stedelijke ontwikkeling / Beleidsterrein 6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

Beleidsterrein 6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

Leiden nodigt burgers en marktpartijen uit met goede plannen te bouwen aan de stad van morgen. Burgers en marktpartijen hebben behoefte aan houvast bij het maken van die goede plannen. Dat doet de gemeente door inspirerende ruimtelijke visies en heldere ruimtelijke beleidsdocumenten te maken en aan te bieden. Het gaat dan onder andere om structuurvisies, gebiedsvisies, opstellen van een ruimtelijke agenda, opstellen van bestemmingsplannen, het mogelijk maken van bestemmingswijzigingen, advisering over complexe ruimtelijke initiatieven en het zelf investeren in de stad. Binnen het spanningsveld van de schaarste aan ruimte, de veelheid en diversiteit van ruimtebehoefte en ruimtelijke claims en de wettelijke en bestuurlijke beleidskaders wil de gemeente zo veel mogelijk ontwikkelingskansen benutten.

De gemeente denkt actief mee met de initiatiefnemer bij het vormgeven en uitvoerbaar maken van de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Naast meedenken omvat de gemeentelijke rol ook toezicht en handhaving. Het instrument voor het uitoefenen van toezicht en handhaving op het behoud, het gebruik en de verbetering van de kwaliteit van de bebouwde omgeving hoort ook tot dit beleidsterrein.

De toekomstvisie Leiden 2030, Stad van Ontdekkingen kent twee belangrijke pijlers van beleid: Kennisstad en Binnenstad. Een sterke kenniseconomie biedt de beste garantie op blijvende welvaart voor de inwoners van Leiden en voor die van de regio. Meer kwaliteit in de binnenstad komt alle Leidenaren ten goede en zorgt er bovendien voor dat bezoekers Leiden zullen vinden en daarmee een bijdrage leveren aan het verder versterken van het culturele en economische klimaat. Een goede bereikbaarheid is het fundament waarop de twee pijlers van Kennisstad en Binnenstad zijn gestoeld. Stedelijke ontwikkeling en bereikbaarheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Doelen en prestaties bij 6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

Doel

Prestatie

6A1 Toedelen van ruimte

6A1.1 Opstellen structuurvisies en gebiedsvisies als kaderstelling

voor de ruimtelijke ontwikkeling

6A1.2 Opstellen thematisch ruimtelijk beleid

6A1.3 Stimuleren ruimtelijke kwaliteit

6A1.4 Adviseren complexe ruimtelijke initiatieven

6A1.5 Opstellen van bestemmingsplannen

6A1.6 Actualiseren ruimtelijk instrumentarium

6A2 Ruimtelijke kwaliteit van de bebouwde ruimte

6A2.1 Behandeling verzoeken van omgevingsvergunningen

6A2.2 Het voeren van vooroverleg

6A3 Veilig bouwen en veilig gebruiken van bebouwde ruimte

6A3.1 Toezicht en handhaving op veilig bouwen en gebruiken

6A4 Aantrekkelijke binnenstad door ruimtelijke ontwikkeling

6A4.1 Uitvoeren Aalmarktproject

6A4.2 Wonen boven winkels

6A4.3 Ontwikkeling stationsgebied

6A4.4 Ontwikkeling Meelfabriek

6A4.5 Bouw parkeergarages Garenmarkt en Lammermarkt

6A1.1 Opstellen structuurvisies en gebiedsvisies als kaderstelling voor de ruimtelijke ontwikkeling
In 2016 is samen met negen omliggende gemeenten de regionale agenda voor de omgevingsvisie het Hart van Holland opgesteld. Deze visie agendeert de opgaven waar de regio gemeenschappelijk voor staat, zoals de verstedelijkingsopgave, de energietransitie, bodemdaling en bereikbaarheid. Met de afronding van de visie kan in 2017 een start gemaakt worden met de doorvertaling van de visie. Er zal in 2017 verder gewerkt worden aan de thema's uit de regionale omgevingsvisie. Ook de voor de lokale situatie van belang zijnde thema's en opgaven worden in 2017 uitgewerkt. Deze activiteiten zullen een belangrijke bijdrage gaan leveren aan de lokale omgevingsvisie en het omgevingsplan (conform de Omgevingswet).

Daarnaast zal in gezamenlijkheid met de buurgemeenten de uitwerking van de agenda zoals neergelegd in de regionale visie in gebiedsgerichte en thematische programma's ter hand genomen worden. In 2016 is hierop al een voorschot genomen. De volgorde waarin de programma's uitgewerkt worden zal samen met de buurgemeenten worden bepaald. Uitgangspunt is dat de regionale samenwerking in het Hart van Holland wordt voortgezet. Daarnaast wordt ook de samenwerking gezocht met de regio Holland Rijnland, de provincie Zuid Holland en de rijksoverheid. Op deze manier wordt getracht de strategische agenda die een uitvloeisel is van de omgevingsvisie het Hart van Holland ook bij andere samenwerkingspartners te borgen.

Ladder voor duurzame verstedelijking
Wettelijk moet in juridisch-planologische procedures aan de hand van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ gemotiveerd worden, dat bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen sprake is van een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies. Hiermee dient onder meer onnodig ruimtebeslag en onaanvaardbare leegstand voorkomen te worden. Dit vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Deze wettelijke plicht is door de provincie verder bindend voor gemeentebesturen uitgewerkt In de Verordening Ruimte 2014 en in het Programma Ruimte. Een stedelijke ruimte vraag moet verder beoordeeld worden binnen een functioneel samenhangend gebied en is onafhankelijk van bestuurlijke grenzen. Voor een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte zullen de verschillende gemeentebesturen binnen die marktgrenzen derhalve moeten samenwerken om aan de hand van gezamenlijk onderzoek tot gemeenschappelijke beleidskeuzes te komen. Vanuit de regio Holland Rijnland is gezamenlijk onderzoek geïnitieerd, waarbij ook de provincie voor een goede afstemming betrokken is.

In juni 2016 heeft de Minister van I&M een concept-tekst openbaar gemaakt voor een aanpassing van de ladderregeling in het Besluit ruimtelijke ordening. Op het eerste gezicht is de tekst van de regeling weliswaar vereenvoudigd, maar lijkt de inhoud van de regeling weinig veranderd. De nadruk ligt op de motivering van de vraag waarom een nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied nodig is. Maar ook binnen stedelijk gebied zal bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen aan de hand van onderzoek aangetoond dienen te blijven, dat er sprake is van behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Verder is het de vraag hoe de Raad van State zal adviseren over het doorschuiven van ladderonderzoek bij het opnemen van wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsverplichting in een bestemmingsplan naar het wijzigings- of uitwerkingsplan zelf; en is het de vraag of niet toch bij het opnemen van de bewuste bevoegdheid al enige onderbouwing aan de hand van onderzoek nodig zal blijken te zijn. Verder zullen globale bestemmingen of dubbele bestemmingen gewoon naar hun volledige / maximale planologische mogelijkheden beoordeeld moeten blijven worden. De Minister verwacht een systeemwijziging hierin pas bij de invoering van de Omgevingswet.

In regionaal verband worden voor het eind van 2016 vijf basisladderonderbouwingen opgeleverd voor de functies wonen, winkels, kantoren en bedrijven en voor flexibel bestemmen. Daarnaast wordt een rapportage opgeleverd met daarin stappen die nog gezamenlijk gezet zouden moeten worden om regionaal (en ook met de provincie) tot een goede ladder afstemming te komen. En tenslotte zal er een verdiepingsrapportage opgeleverd worden over het thema kantoren, dat ingaat op leegstand, courantheid, mogelijkheden voor transformatie als input voor nieuwe behoefteraming. Uw raad zal hierover te zijner tijd worden geïnformeerd

6A1.3 Stimuleren ruimtelijke kwaliteit
Onder de noemer stimulering ruimtelijke kwaliteit vallen beleid en acties die betrekking hebben op de beleving van de leefomgeving. In de praktijk betreft dit met name de aspecten welstand, beeldkwaliteit en architectuur. Met het Rijnlands Architectuur Platform (RAP) is sinds enige jaren een hernieuwde subsidierelatie ontstaan. In overleg met het RAP zal aan deze hernieuwde relatie nader vorm en inhoud worden gegeven.

Met het door het RAP georganiseerde programma wordt de belangstelling voor architectuur en leefomgeving voor een breed publiek gestimuleerd. Vanuit de gemeente zullen wij ons nadrukkelijk blijven bezighouden met de ruimtelijke kwaliteit van de stad en zo mogelijk met de selectie van architecten bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen.

Daarbij zal het cluster Stedelijke Ontwikkeling ateliers organiseren over verschillende ruimtelijke opgaven die in de stad (gaan) spelen waarmee het college wordt voorzien van een langjariger perspectief op de ruimtelijke opgaven.

6A1.4 Advisering complex ruimtelijke initiatieven
Aan nieuwe ruimtelijke initiatieven in de stad willen we graag meewerken. Bij een plan in de idee- of schetsfase dat niet binnen het bestaand beleid of een bestaand bestemmingsplan past kijken we of we dit initiatief kunnen faciliteren. De beoordeling van deze initiatieven vindt plaats op hoofdlijnen ten behoeve van besluitvorming door het ambtelijk management. Kern van het besluit is of een initiatief in principe wel of niet kansrijk wordt geacht voor een vervolgaanpak en verdere uitwerking. Wij ondersteunen een initiatief als het past in de visie van het ruimtelijk beleid en het collegeakkoord. Op grond van ervaringsgegevens van het afgelopen jaar worden 5 tot 10 complexe ruimtelijke initiatieven verwacht. Een voorbeeld van een ruimtelijk initiatief is het Wernink terrein. Private partijen onderzoeken de ontwikkelmogelijkheden van deze locatie.

6A1.5 Opstellen van bestemmingsplannen
Per juli 2013 zijn alle bestemmingsplannen geactualiseerd. Ze worden blijvend om de 10 jaar geactualiseerd. Zie ook de tekst bij deze prestatie in de tweede bestuursrapportage 2016.

6A1.6. Actualiseren ruimtelijk instrumentarium
Het wetsvoorstel voor de nieuwe Omgevingswet is in 2016 door de Eerste Kamer vastgesteld. Naar verwachting zat de wet in het voorjaar van 2019 worden ingevoerd.

Het doel van deze wet is het mooier, schoner en veiliger maken van de leefomgeving. De nieuwe wet moet de bestaande wetten vervangen en zorgen voor een integrale én gebiedsgerichte benadering. De leefomgeving staat centraal. Een ander uitgangspunt is dat afwegingen zoveel mogelijk op decentraal niveau gemaakt worden. Een kernpunt van het wetsvoorstel is het vroegtijdig samenwerken met de omgeving: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties. Dat vergroot de kwaliteit van de besluitvorming en het draagvlak. Wat uiteindelijk tot snellere besluitvorming leidt.

De invoering van de Omgevingswet is een zeer omvangrijke stelselwijziging met vele en grote gevolgen voor het ruimtelijk instrumentarium, voor de wijze waarop integraal beleid wordt gemaakt, voor de uitvoering in de keten van vergunningen, toezicht en handhaving. Voor invoering van de Omgevingswet bestaat een grote afhankelijkheid van het beschikbaar zijn van de digitale ondersteunende voorzieningen, functionele applicaties, informatiehuizen en informatie-uitwisseling. De Omgevingswet vraagt hoge invoeringskosten en zal effect hebben op de verhouding van baten en lasten van vele werkprocessen. Er zijn nog veel aspecten onbekend en die leiden vooralsnog tot onzekerheden. Daarmee is de invoering van de Omgevingswet een complexe, strategische opgave.

Wanneer de wet in het voorjaar van 2019 is ingevoerd, zullen de betrokken overheden en ketenpartners de wet moeten kunnen uitvoeren. Om dit voor Leiden mogelijk te maken is gekozen voor het instellen van het tijdelijke, bijzondere programma ‘Omgevingswet’. Dit programma voorziet in sturing op samenhang en samenwerking. Samenhang van alle inhoudelijke aspecten, werkprocessen en ondersteunende informatisering/ ict. En samenwerking tussen de betrokken gemeentelijke clusters en teams, belanghebbenden, ketenpartners en regiogemeenten. Dit bijzondere programma ‘Omgevingswet’ is beschreven in deze beleidsbegroting 2017.

6A2.1 Behandeling verzoeken om omgevingsvergunningen
De aanvragen voor omgevingsvergunningen behandelen we op een juridisch correcte, transparante wijze, binnen de wettelijke termijnen. Zodra blijkt dat een aanvraag niet voldoet aan het geldende bestemmingsplan, beoordelen we of we alsnog medewerking kunnen verlenen. Gaat het in zo’n geval om een bestemmingsplan van recente datum, dan overleggen we met de aanvrager inhoeverre bijstelling van het bouwplan haalbaar is opdat het moeten doorlopen van een planologische procedure voorkomen kan worden en we dus veel sneller op de aanvraag kunnen beslissen.
Rond de Wabo-omgevingsvergunningen gaat veel veranderen. De wetgever overweegt een deel van de bouwplantoetsing voor rekening en risico te laten zijn van marktpartijen, via de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen. Invoering verwachten we in 2017. De Bouwbesluit toetsing zal dan, vermoedelijk in fases, overgaan naar gecertificeerde bedrijven. En in 2019 volgt dan de invoering van de Omgevingswet. Er zal meer vergunningvrij gelaten gaan worden dan op dit moment al het geval is. De gemeente werkt nu al, en zal dat ook in 2017 blijven doen, aan het zoveel mogelijk lean maken van de procedures voor de omgevingsvergunning. Aanvragers zullen daardoor sneller duidelijkheid kunnen verkrijgen over hun aanvraag. Onderdeel daarvan is het verbeteren van de bouwinformatie op de gemeentelijke website.

6A2.2. Het voeren van vooroverleg
Het voeren van vooroverleg heeft als doel de aanvrager zodanig te informeren dat zijn aanvraag zo succesvol mogelijk zal zijn; of indien een aanvraag geen enkele kans van slagen heeft, hierover zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen. Dus door te wijzen op de mogelijkheden en de onmogelijkheden. Belangrijk daarbij is, dat meteen vanaf het begin alle randvoorwaarden waar de aanvraag aan moet voldoen, duidelijk zijn. Dit voorkomt dat gedurende het proces telkens nieuwe voorwaarden op elkaar gestapeld worden en daardoor de aanvraag gefrustreerd wordt.

 6A3.1. Toezicht en handhaving op veilig bouwen en gebruiken

 Deze prestatie omvat de volgende punten:

  • Uitoefenen van toezicht op de uitvoering van omgevingsvergunningen conform het leidse toezichtprotocol, welke een afgeleide is van het landelijke toezichtprotocol
  • Actieve handhaving tegen en controle op illegale woonsituaties
  • Onderzoeken van klachten en meldingen

Er wordt toezicht en handhaving uitgevoerd op de uitvoering van omgevingsvergunningen. De toezichthouder treedt hierin op als regisseur en draagt zorg voor de (bouw)veiligheid op en rondom de bouwplaats. Daar waar nodig wordt (externe) partners om advies gevraagd bij de uitoefening van deze regietaak. Indien nodig wordt handhavend opgetreden.

De gemeente en haar partners gaan proactief en/of actief controleren op en handhavend optreden tegen illegale woonsituaties. Onveilige situaties of situaties die de kwaliteit van de woonomgeving aantasten worden op deze manier tegengegaan. Er wordt actief gehandeld bij klachten en/of meldingen van burgers in de stad. Klachten/meldingen worden altijd onderzocht en waar nodig wordt handhavend opgetreden. Handelen vindt plaats op basis van prioriteit, waarbij de prioritering van het VTH beleidsplan(RV 15.048) als leidraad voor de prioritering wordt aangehouden:

  1. Constructieve veiligheid
  2. Brandveiligheid
  3. Monumenten
  4. Klachten, meldingen en handhavingsverzoeken
  5. Beleidspeerpunten: onderhoudsplicht monumenten, vergunningen bestaande terrassen, overlast (verkamering en woonoverlast) en gevelreclame

Prestatie 6A4.1 Uitvoeren Aalmarktproject
De herontwikkeling van de Aalmarkt en omgeving zorgt voor de noodzakelijke versterking en uitbreiding van het kernwinkelgebied, zoals de gemeente dat voor ogen heeft met het Programma Binnenstad. Het Aalmarktproject omvat de herontwikkeling van 24.000 m² winkeloppervlak, waarvan 8.000 m² uitbreiding en 16.000 m² renovatie. Rekening houdend met de monumenten in het gebied wordt een nieuwe winkelstraat en daarmee een verbetering van het winkelcircuit gecreëerd tussen Breestraat en Aalmarkt. Om de Aalmarkt goed te verbinden met de winkelstraat Haarlemmerstraat is de Waaghoofdbrug verlegd. De invulling van het winkelgebied focust zich op mode. Grotere winkelunits worden gecreëerd waardoor Leiden grotere fashionketens in het Aalmarktgebied kan vestigen. Boven de winkelpanden worden appartementen gerealiseerd. De ontwikkelaar MRP zal het Stadsgehoorzaalblok (Catharinasteeg) in de eerste helft van 2017 opleveren. Aansluitend zal de gemeente uitvoering geven aan het Catharinahof en de openbare ruimte rondom de Aalmarkt. Er is belangstelling getoond voor retail in het Haarlemmerstraatblok. De gemeente is hiervoor met partijen in gesprek.

6A4.2 Wonen boven winkels
Eind 2012 is gestart met de stimuleringsregeling wonen boven winkels, onderdeel van het programma Binnenstad. Het doel van deze regeling is om private eigenaren te stimuleren leegstaande verdiepingen weer in gebruik te nemen als woonruimte. De ambitie was om met het budget van € 1miljoen, vijftig à zeventig woningen te laten realiseren. Hoewel het proces om de doelen te realiseren door ingewikkelde procedures en omgevingsfactoren langer duurt dan aanvankelijk ingeschat kan worden gesteld dat er vanuit de markt voldoende interesse is en het project succesvol is. In 2016 is daarom ook besloten om het project voort te zetten en tevens een aanvullend budget van € 1 miljoen aan het project toe te kennen. Tot op heden zijn er met het project Wonen Boven Winkels 57 woningen gerealiseerd. Daarnaast zijn er op dit moment 10 projecten in voorbereiding. Met deze 10 projecten zouden zo’n 100 woningen gerealiseerd kunnen worden.

Prestatie 6A4.3 Ontwikkeling Stationsgebied
Het Stationsgebied moet de centrale ontmoetingsplek van Leiden worden waar ruimte is en wordt gemaakt voor een optimale programmatische mix van wonen, werken, ontspannen, reizen en ontmoeten. Het Stationsgebied verbindt de historische binnenstad en het Bio Science Park uiteindelijk met elkaar tot een samenhangend, bereikbaar en levendig geheel. De huidige stedenbouwkundige opzet, de staat van de gebouwde omgeving en de inrichting van de openbare ruimte blokkeren echter deze gewenste vernieuwing van het Stationsgebied. Het is daarom van groot belang om samen met de markt en andere partners de komende 15 jaar het Stationsgebied stapsgewijs, middels separate uitvoeringsbesluiten, te gaan herontwikkelen conform de op 11 oktober 2012 door de gemeenteraad vastgestelde stedenbouwkundige, programmatische en financiële ontwikkelkaders. Op de volgende punten wordt hierna ingegaan:

  • Bouw Lorentz
  • Definitieve planuitwerking en contractvorming Rijnsburgerblok (ontwikkelkavels 3 en 4)
  • Definitieve planuitwerking en contractvorming YNS-pand
  • Fietsparkeren rondom Leiden Centraal

Bouw Lorentz
Het Rijnsburgerblok (ontwikkelkavels 1,2 en 5), door contractpartners Van Wijnen Projectontwikkeling West en Syntrus Achmea Real Estate en Finance inmiddels omgedoopt tot Lorentz, is het eerste project in de herontwikkeling van het Stationsgebied. De gemeenteraad heeft op 13 februari 2014 het uitvoeringsbesluit Rijnsburgerblok genomen. Het project Lorentz beoogt de locatie in alle opzichten beter te benutten door middel van nieuwbouw, in een hoge dichtheid met een mix aan programmatische functies en een kwalitatief goede uitstraling.

Inmiddels zijn alle panden verworven en gesloopt en is een tijdelijke openbare ruimte met De Buurt gerealiseerd. De bouw van fase 1 (ontwikkelkavels 1 en 2) is in het najaar van 2016 gestart, indien bestemmingsplan en vergunningen in de zomer van 2016 onherroepelijk zijn geworden. De start bouw van fase 2 (ontwikkelkavel 5) van het bouwplan (ca. 16.600 m2 bvo kantoren) is mede afhankelijk van het bereiken van een voorverhuurpercentage van 75%. Ondanks dat in de markt interesse bestaat voor de huur van kantoren in het Stationsgebied is de termijn waarop het voorverhuurpercentage tot stand komt een onzekere factor. Tijdens de bouw van fase 1 wordt er gewerkt aan een plan voor het woonrijpmaken.

Definitieve planuitwerking en contractvorming Rijnsburgerblok (K34)
In 2015 is ontwikkelaar Synchroon gecontracteerd voor de herontwikkeling van de ontwikkelkavels 3 en 4 van het Rijnsburgerblok. Indien in het derde kwartaal van 2016 met de andere grondeigenaar ABN AMRO in het plangebied definitieve afspraken zijn gemaakt over verwerving en herhuisvesting, kan op basis van een nog door de gemeenteraad vast te stellen uitvoeringsbesluit met Synchroon in 2017 verder gewerkt worden aan de definitieve planvorming en contractvorming. Ook kan in 2017 de bestemmingsplanprocedure gestart worden. Start bouw is gepland in 2018.

Definitieve planuitwerking en contractvorming YNS-pand
In 2016 is met Ymere en NS overeenstemming bereikt over een gezamenlijke tenderprocedure (verkoop in dialoogproces) voor de verkoop en herontwikkeling van het YNS-pand. In de marktconsultatiefase, zijn via twee stappen, drie partijen geselecteerd voor de dialoogfase. Na afloop van de dialoogfase, eind 2016, zijn de betreffende drie marktpartijen uitgenodigd om een financiële bieding uit te brengen. Indien uit de beoordeling van de biedingen en plannen/ontwerpen consensus is bereikt tussen Ymere , NS en gemeente dan kan in 2017 op basis van exclusiviteit met de winnende marktpartij verder gewerkt worden aan de definitieve planuitwerking en contractvorming.

Fietsparkeren rondom Leiden Centraal
In het collegeakkoord is zowel de kwantitatieve als kwalitatieve uitbreiding van het aantal fietsenstallingen bij Leiden Centraal opgenomen. Hierop hebben NS, ProRail en de gemeente in 2015 gezamenlijk een gedragen integrale businesscase afgerond, waarbij een akkoord is bereikt over de inhoud maar nog niet over de kostenverdeling. Vervolgens is in 2016 door dezelfde drie partijen samen met Movares een planstudie opgeleverd. Hierin is gekeken waar de volgende grote opgave (na oplevering van Lorentz) gerealiseerd kan worden om ook in de toekomst (2030) te kunnen voldoen aan de vraag naar fietsparkeerplaatsen. Over het verdelen van de integrale kosten zijn nog geen sluitende afspraken gemaakt. De gemeente heeft als standpunt deze kosten evenredig te verdelen over de drie partijen. ProRail financiert maximaal 50% mee aan de bouw en het beheer en onderhoud via het Actieplan Ruimte voor de Fiets dat loopt tot 2020. Alle middelen die hierin beschikbaar waren zijn reeds toegezegd aan projecten en er is nog geen besluitvorming over aanvulling of verlenging. Hiermee kan ProRail op dit moment geen toezeggingen doen over een bijdrage aan de volgende grote opgave. NS moet conform de spoorconcessie 2015-2025 naar evenredigheid bijdragen aan de integrale kosten voor het fietsparkeren. NS geeft aan hiervoor de financiële middelen niet te hebben. Hierdoor blijft de toegezegde bijdrage vooralsnog steken op een zeer beperkt percentage van de totale kosten.

Leiden blijft betrokken bij de landelijke discussies over fietsparkeren, o.a. door de participatie aan het afstemmingsoverleg fietsparkeren. In dit landelijke overleg, geïnitieerd door het CROW Fietsberaad, wisselen gemeenten kennis en ervaringen uit over het fietsparkeren, waaronder de financierbaarheid. Tevens vindt een lobby plaats om de positie van gemeenten in het fietsparkeerdossier te versterken. De medefinanciering van fietsparkeren rondom stations zal echter op een hoger schaalniveau geadresseerd moeten worden om het weer op de agenda van de landelijke politiek te krijgen. De geplande marktconsultatie voor de exploitatie van alle fietsenstallingen in Leiden, waaronder de stallingen rondom Leiden Centraal, is on hold gezet door het gebrek aan capaciteit. Dit zal in 2017 weer opgestart gaan worden. Op het moment dat meer bekend is over de medefinanciering vanuit ProRail en NS en de resultaten van de marktconsultatie bekend zijn, zal de business case definitief afgerond worden en ter besluitvorming worden voorgelegd.

Prestatie 6A4.4 Ontwikkeling Meelfabriek
De Meelfabriek ligt aan de oostelijke Singelrand van Leiden. Het betreft een particuliere ontwikkeling op particulier eigendom (Meelfabriek en Duwo studentenhuisvester). De eigenaren hebben een plan voor herontwikkeling opgesteld, dat past binnen het gemeentelijk beleid, dat gericht is op het mogelijk maken van nieuwe functies in het omvangrijke en beeldbepalende complex. Na voltooiing van het plan zal een veelbelovende impuls voor de stad ontstaan zijn met daarin wonen, werken, leren, cultuur en recreatie. Het plan past binnen het vigerende bestemmingsplan Binnenstad I en zal in drie deelfasen worden gerealiseerd. In dit particuliere traject levert gemeente planbegeleiding en faciliteert waar mogelijk de realisatie door de ontwikkelaar.

De omgevingsvergunning voor fase 1 (57 twee- en driekamer studentenappartementen, inclusief ondergrondse parkeergarage) is in april 2015 verleend. Bewoners hebben diverse bezwaar en beroepsprocedures opgestart tegen de vergunning. Dit heeft voor vertraging van de start bouw gezorgd. De voorbereidende werkzaamheden zijn inmiddels bijna afgerond en vanaf het derde kwartaal 2016 wordt dit vervolgd met de start bouw. Voor het volgende deel, fase 1A, is eind 2015 ook een omgevingsvergunning ingediend. Deze aanvraag is in behandeling. Inmiddels heeft de ontwikkelaar ca 60 appartementen in de Singeltoren, het Riffellokaal en het Molengebouw op de markt gezet. De verkoop loopt zeer voorspoedig. Zodra de vergunningen verleend zijn start ook de bouw van deze appartementen, de restauratie van het kantoor en de voormalige fietsenstalling en de ondergrondse parkeergarage (die met de andere parkeergarage in verbinding staat). De aanvraag voor de derde fase (ontwikkeling Meelfabriek hotel, spa & wellness en kantoren) wordt in 2018 verwacht.

6A4.5 Bouw parkeergarages.
Zie de teksten uit programma 4 onder 4D1.3 Realisatie parkeergarage Garenmarkt en 4D1.4 Realisatie parkeergarage Lammermarkt