Ga naar boven
Home / Beleidsbegroting / Programmaplan / Stedelijke ontwikkeling / Beleidsterrein 6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

Beleidsterrein 6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

Leiden nodigt burgers en marktpartijen uit met goede plannen te bouwen aan de stad van morgen. Burgers en marktpartijen hebben behoefte aan houvast bij het maken van die plannen.

Het komende jaar zal gewerkt worden aan nieuw instrumentarium, dat in aanloop naar de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet wordt uitgewerkt. Met de regionale omgevingsvisie als kader zal een lokale omgevingsvisie worden uitgewerkt. Uiteindelijk moet een nieuw omgevingsplan worden vastgesteld.

Als tussenniveau tussen omgevingsvisie en –plan zal gewerkt worden aan ontwikkelperspectieven per gebied. Deze gebiedsontwikkelperspectieven zijn bedoeld als kaderstellend instrument voor initiatiefnemers, maar zeker ook voor de Raad. Een gebiedsontwikkelperspectief moet laten zien welke ontwikkelingen mogelijk en wenselijk zijn voor de (middel)lange termijn binnen het betreffende deel van Leiden. Het gebiedsontwikkelperspectief verkent ook de mogelijkheden van verdergaande verstedelijking binnen een gebied. Het ontwikkelperspectief wordt ter vaststelling voorgelegd aan de raad. De samenleving wordt betrokken bij het opstellen van het ontwikkelperspectief.  Alle gebiedsontwikkelperspectieven bij elkaar vormen over enige tijd dan een aaneengesloten ‘perspectievendeken’ die heel de gemeente afdekt. Nieuwe (ruimtelijke) initiatieven kunnen dan sneller worden beoordeelt op (on)wenselijkheid, gegeven de eerdere kaderstelling door de Raad. Door het vervolgens periodiek opnieuw vaststellen van de ontwikkelperspectieven blijven de perspectieven actueel. In hoog-dynamische gebieden als het stationsgebied zal een perspectief naar verwachting vaker worden geactualiseerd dan in een relatief rustige buitenwijk. Allereerst moet nu de prioritering bij het opstellen van de ontwikkelperspectieven worden vastgesteld.

In het vooroverleg dat ambtelijk gevoerd wordt met initiatiefnemers met ruimtelijke plannen, zal nog meer en nadrukkelijker worden aangedrongen op vroegtijdige en serieuze participatie van de omwonenden bij de uitwerking van een (bouw)plan. De gemeentelijke ambities ten aanzien van duurzaam bouwen zullen ook in dit vroegtijdig stadium al worden meegegeven aan de initiatiefnemers.

Naast meedenken omvat de gemeentelijke rol ook toezicht en handhaving. Het instrument voor het uitoefenen van toezicht en handhaving op het behoud, het gebruik en de verbetering van de kwaliteit van de bebouwde omgeving hoort ook tot dit beleidsterrein.

Doelen en prestaties bij 6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

Doel

Prestatie

6A1 Toedelen van Ruimte

 

 

 

6A1.1 Opstellen kaderstellende visies voor de ruimtelijke ontwikkeling van regio, stad en stadsgebieden

6A1.2 Stimuleren ruimtelijke initiatieven en ruimtelijke kwaliteit

6A1.3 Opstellen en actualiseren ruimtelijk instrumentarium

6A1.4 Implementatie Omgevingswet

6A2 Ruimtelijke kwaliteit van de bebouwde ruimte

 

6A2.1. Behandelen verzoeken om omgevingsvergunning

6A2.2. Het voeren van vooroverleg

6A3 Veilig bouwen en veilig gebruiken van bebouwde ruimte

6A3.1 Toezicht en handhaving op veilig bouwen en gebruiken

6A4 Aantrekkelijke binnenstad door ruimtelijke ontwikkeling

 

 

 

6A4.1 Uitvoeren Aalmarktproject

6A4.2 Wonen boven winkels

6A4.3 Ontwikkeling stationsgebied

6A4.4 Ontwikkeling Meelfabriek

Prestatie 6A1.1 Opstellen kaderstellende visies voor de ruimtelijke ontwikkeling van regio, stad en stadsgebieden
Leiden en zijn buren staan voor een ingrijpende verstedelijkingsopgave. De komende jaren moet er ruimte worden gevonden voor nog eens 30.000 nieuwe woningen, moeten we aan de slag met verduurzaming van de energievoorziening en moet de stad klimaatbestendig worden gemaakt. Daarnaast zijn er vele andere grote opgaven. Dit is beschreven in de regionale agenda omgevingsvisie 2040 Het Hart van Holland. De volgende stap is om te bepalen wat deze opgaven voor consequenties hebben voor Leiden.

De trek naar de stad gaat door. De verstedelijkingsdruk blijft hoog. De stad blijft populair, wat leidt tot een grote druk op het stedelijk gebied. Stijgende woningvraag, stijgende prijzen, grotere druk op voorzieningen, infrastructuur en recreatiegebied. Dit in combinatie met een grote opgave op gebieden als de energietransitie en klimaatadaptatie. De gemeenten in het Hart van Holland hebben de keuze gemaakt om de verstedelijkingsopgave zoveel mogelijk binnenstedelijk te realiseren. Dit heeft gevolgen voor de wijze waarop we naar de gebouwde omgeving kijken.

In deze brede opgave moeten een veelheid van functies op het gebied van wonen, werken en recreëren een plek krijgen. Kortom: een integrale opgave voor de fysieke leefomgeving. Een integrale opgave waarin de volgende vraag centraal staat: wat ontwikkelen we waar voor wie? Om zo de inwoners en gebruikers van de stad een zo optimaal mogelijke omgeving te bieden.

We werken aan diverse producten voor de korte en lange termijn:

  • Ontwikkelscenario’s voor de stad
  • De omgevingsvisie
  • Ontwikkelperspectieven per wijk/gebied
  • Het omgevingsplan

Met behulp van meerdere ontwikkelscenario’s  laten we zien welke keuzes er mogelijk zijn op de diverse thema's. We brengen in beeld wat de gevolgen van deze keuzes zijn. De scenario's waar we uiteindelijk voor kiezen vormen de basis van de omgevingsvisie.

Tevens brengen we in beeld wat de te maken keuzes betekenen voor de wijken van Leiden. Hiertoe stellen we per gebied een zogenaamde ‘gebiedsontwikkelperspectief’ op. Dit loopt parallel aan het opstellen van de omgevingsvisie. Daarmee vindt er een uitwisseling plaats tussen de opgaven zoals geformuleerd in de omgevingsvisie en de doorvertaling van de opgave naar wijkniveau.

Deze gebiedsontwikkelperspectieven zijn een integrale beschrijving van een gebied in Leiden. Het schaalniveau sluit goed aan bij de beleving van veel inwoners van de stad. Het is daarmee een belangrijk participatie-instrument. Het levert kaders op die richting geven aan zowel het omgevingsplan als de omgevingsvisie. Het opstellen van deze ontwikkelperspectieven is een meerjarig traject. De precieze gebiedsafbakening en prioritering is nog niet bepaald.

Tenslotte wordt de omgevingsvisie vertaald in een omgevingsplan. De ontwikkelperspectieven en omgevingsvisie vormen hiervoor het kader. In 2018 werken we aan de omgevingsvisie voor Leiden en stellen we als pilot een gebiedsontwikkelperspectief voor Leiden Zuidwest op.

Prestatie 6A1.2 Stimuleren ruimtelijke initiatieven en ruimtelijke kwaliteit
Aan nieuwe ruimtelijke initiatieven in de stad willen we graag meewerken. Bij een plan in de idee- of schetsfase dat niet binnen het bestaand beleid of een bestaand bestemmingsplan past kijken we of we dit initiatief kunnen faciliteren. De beoordeling van deze initiatieven vindt plaats op hoofdlijnen ten behoeve van besluitvorming door het ambtelijk management. Kern van het besluit is of een initiatief in principe wel of niet kansrijk wordt geacht en past binnen de omgeving en in aanmerking kan komen voor een vervolgaanpak en verdere uitwerking.

Onder de noemer stimulering ruimtelijke kwaliteit vallen beleid en acties die betrekking hebben op de beleving van de leefomgeving. In de praktijk betreft dit met name de aspecten welstand, beeldkwaliteit en architectuur. Met het Rijnlands Architectuur Platform (RAP) is sinds enige jaren een hernieuwde subsidierelatie ontstaan. Met het door het RAP georganiseerde programma wordt de belangstelling voor architectuur en leefomgeving voor een breed publiek in de regio gestimuleerd. Vanuit de gemeente zullen wij ons nadrukkelijk blijven bezighouden met de ruimtelijke kwaliteit van de stad en zo mogelijk met de selectie van architecten bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen.

Prestatie 6A1.3 Opstellen en actualiseren ruimtelijk instrumentarium
Per juli 2013 zijn alle bestemmingsplannen geactualiseerd. Ze worden blijvend om de 10 jaar geactualiseerd, mede vanwege de wettelijke actualisatieplicht. Begin 2017 heeft de regering een wetsvoorstel aangeboden aan de Tweede Kamer (34 666) met als strekking om de actualisatieplicht af te schaffen voor bestemmingsplannen die digitaal beschikbaar zijn op www.ruimtelijkeplannen.nl. Het doel van het afschaffen van de actualisatieplicht is dat de vrijkomende middelen worden ingezet voor de voorbereidingen van één gemeentelijk omgevingsplan in aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Indien deze wetswijziging wordt aangenomen, zullen de actualisatie-inspanningen dus noodzakelijk blijven, maar dan voorsorteren op de Omgevingswet en het omgevingsplan.

Prestatie 6A1.4 Implementatie Omgevingswet
In de periode tot 2021wordt de Omgevingswet ingevoerd. De Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt de regelgeving op het gebied van omgevingsrecht. Dat is een grote verandering. De gemeente Leiden is gestart met de voorbereiding van de invoering van de Omgevingswet. Het jaar 2017 is het jaar van de bewustwording en voorbereiding, tot 2021 vindt de implementatie en realisatie plaats. Dit betreft onder meer het implementeren van de nieuwe instrumenten Omgevingswet voor de leefomgeving zoals het opstellen van de Omgevingsvisie Leiden en de start van het opstellen van het omgevingsplan Leiden. Hierbij worden inwoners en relevante partijen in de stad nadrukkelijk betrokken. In nauwe samenspraak met College en Raad worden voorstellen voor (aanpassing van) lokale regelgeving ontwikkeld, uitgaande dat de gemeente Leiden de omgevingswet wil gebruiken om ‘ruimte voor ontwikkelingen te bieden’. Ook worden de werkprocessen aangepast en worden medewerkers voorbereid op het werken met de Omgevingswet. Ook wordt de informatievoorziening aangepast om te kunnen aansluiten op het Digitaal Stelsel Omgevingswet om zo, in aansluiting op landelijke ontwikkelingen, tot betere dienstverlening rondom de leefomgeving voor burgers en bedrijven te komen.

Prestatie 6A2.1. Behandeling verzoeken van omgevingsvergunningen
Goed merkbaar is dat het economisch beter gaat; het aantal aanvragen voor een omgevingsvergunning om te kunnen bouwen stijgt. Wel valt op dat de toename vooral kleine bouwplannen betreft. Alles is er op gericht een aanvrager snel en overeenkomstig de van toepassing zijnde spelregels van een beslissing te voorzien. Blijkt een aanvraag niet te voldoen aan het geldende bestemmingsplan, dan starten we een adviesronde langs de vakspecialisten en delen we de eindconclusie met de aanvrager.

Rond de Wabo-omgevingsvergunningen gaat veel veranderen. De wetgever overweegt een deel van de bouwplantoetsing voor rekening en risico te laten zijn van marktpartijen, via de nog in te voeren Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen. De Bouwbesluit toetsing zal dan, vermoedelijk in fases, overgaan naar gecertificeerde bedrijven. En in de periode tot 2021 volgt dan de invoering van de Omgevingswet. De omgevingsvergunning blijft onder de Omgevingswet een van de belangrijke instrumenten, naast nieuwe instrumenten als de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Wel zal er meer vergunningvrij gelaten gaan worden dan op dit moment al het geval is.
De gemeente werkt nu al, en zal dat ook in 2018 blijven doen, aan het zoveel mogelijk lean maken van de procedures voor de omgevingsvergunning, mede bedoeld als voorbereiding op de veranderingen die de Omgevingswet zal brengen. Het verbeterd ontsluiten van de bouwinformatie op de te vernieuwen gemeentelijke website helpt de burger bij het vinden van antwoorden op vragen als ‘heb ik een vergunning nodig?’ en ‘wat ik moet aanleveren bij mijn aanvraag?’.

Prestatie 6A2.2 Het voeren van vooroverleg
Het vooroverleg is een goed middel om de burger met een bouwinitiatief waarvan niet onmiddellijk valt aan te geven dat de vergunningaanvraag kansrijk is, te begeleiden richting een vergunbare aanvraag.  Of, indien een vergunningaanvraag geen enkele kans van slagen zal hebben, hierover zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen. Zo voorkomen we ook dat onnodig tijd en geld geïnvesteerd wordt in een onhaalbaar bouwplan, zowel aan de kant van de burger met een bouwinitiatief als aan de kant van de gemeente.
Het vooroverleg biedt wat ruimer gelegenheid om reacties uit de omgeving van het bouwinitiatief in de planvorming te betrekken dan na het indienen van een aanvraag. Een goed doorlopen vooroverleg met positief resultaat biedt ook zicht op sneller kunnen vergunnen.

Prestatie 6A3.1 Toezicht en handhaving op veilig bouwen en gebruiken
Deze prestatie omvat de volgende punten:

  • Uitoefenen van toezicht op de uitvoering van omgevingsvergunningen conform het leidse toezichtprotocol, welke een afgeleide is van het landelijke toezichtprotocol
  • Actieve handhaving tegen en controle op illegale woonsituaties
  • Onderzoeken van klachten en meldingen

Er wordt toezicht en handhaving uitgevoerd op de uitvoering van omgevingsvergunningen. De toezichthouder treedt hierin op als regisseur en draagt zorg voor de (bouw)veiligheid op en rondom de bouwplaats. Daar waar nodig wordt (externe) partners om advies gevraagd bij de uitoefening van deze regietaak. Indien nodig wordt handhavend opgetreden.

De gemeente en haar partners gaan proactief en/of actief controleren op en handhavend optreden tegen illegale woonsituaties. Onveilige situaties of situaties die de kwaliteit van de woonomgeving aantasten worden op deze manier tegengegaan. Er wordt actief gehandeld bij klachten en/of meldingen van burgers in de stad. Klachten/meldingen worden altijd onderzocht en waar nodig wordt handhavend opgetreden. Handelen vindt plaats op basis van prioriteit, waarbij de prioritering van het VTH beleidsplan( RV 15.048) als leidraad voor de prioritering wordt aangehouden:

  1. Constructieve veiligheid
  2. Brandveiligheid
  3. Monumenten
  4. Klachten, meldingen en handhavingsverzoeken
  5. Beleidspeerpunten: onderhoudsplicht monumenten, vergunningen bestaande terrassen, overlast (verkamering en woonoverlast) en gevelreclame

Prestatie 6A4.1 Uitvoeren Aalmarktproject
De herontwikkeling van de Aalmarkt en omgeving zorgt voor de noodzakelijke versterking en uitbreiding van het kernwinkelgebied, zoals de gemeente dat voor ogen heeft met het Programma Binnenstad. Het Aalmarktproject omvat de herontwikkeling van 24.000 m² winkeloppervlak, waarvan 8.000 m² uitbreiding en 16.000 m² renovatie. Rekening houdend met de monumenten in het gebied is, aansluitend op de Catharinabrug, de Catharinasteeg gerealiseerd. Hierdoor is een winkelrondje ontstaan die voor een verbetering van het winkelcircuit zorgt tussen Breestraat en Aalmarkt en hebben enkele grote winkelformules haar plek gekregen. Op een aantal plekken zijn boven de winkelpanden appartementen gekomen. Het laatste blok binnen het Aalmarktproject, het Haarlemmerstraatblok is in uitvoering gebracht voor een grote internationale modezaak.

Prestatie 6A4.2 Wonen boven winkels
Eind 2012 is gestart met de stimuleringsregeling wonen boven winkels, onderdeel van het programma Binnenstad. Het doel van deze regeling is om private eigenaren te stimuleren leegstaande verdiepingen weer in gebruik te nemen als woonruimte. De ambitie was om met het budget van € 1 miljoen, vijftig à zeventig woningen te laten realiseren. Hoewel het proces om de doelen te realiseren door ingewikkelde procedures en omgevingsfactoren langer duurt dan aanvankelijk ingeschat kan worden gesteld dat er vanuit de markt voldoende interesse is en het project succesvol is. In 2016 is daarom ook besloten om het project voort te zetten en tevens een aanvullend budget van € 1 miljoen aan het project toe te kennen. Tot op heden zijn er met het project Wonen Boven Winkels 59 woningen gerealiseerd. Daarnaast zijn er op dit moment 12 projecten in voorbereiding. Met deze 12 projecten zouden nog bijna 100 woningen gerealiseerd kunnen worden.

Prestatie 6A4.3 Ontwikkeling Stationsgebied 
Het Stationsgebied wordt de centrale ontmoetingsplek van Leiden en is het regionale OV-knooppunt waar ruimte is en wordt gemaakt voor het verdichten in een optimale programmatische mix van wonen, werken, ontspannen, reizen en ontmoeten. Het Stationsgebied verbindt de historische binnenstad en het Bio Science Park uiteindelijk met elkaar tot een samenhangend, bereikbaar en levendig geheel. De huidige stedenbouwkundige opzet, de staat van de gebouwde omgeving en de inrichting van de openbare ruimte blokkeren echter deze gewenste vernieuwing van het Stationsgebied. Het is daarom van groot belang om samen met de markt en andere partners de komende 15 jaar het Stationsgebied stapsgewijs, middels separate uitvoeringsbesluiten, te gaan herontwikkelen conform de op 11 oktober 2012 door de gemeenteraad vastgestelde stedenbouwkundige, programmatische en financiële ontwikkelkaders. Op de volgende punten wordt hierna ingegaan:

  • Locatie busstation
  • Bouw Lorentz
  • Definitieve planuitwerking en contractvorming Rijnsburgerblok (ontwikkelkavels 3 en 4)
  • Definitieve planuitwerking en contractvorming YNS-pand
  • Fietsparkeren rondom Leiden Centraal

Locatie busstation
Met dagelijks 70.000 treinreizigers en jaarlijks 8 miljoen lokale en regionale busreizigers vormt het stationsgebied een belangrijk OV-knooppunt. Het busstation speelt daarin een belangrijke rol. In de huidige situatie staan bussen lang geparkeerd en kruisen ze op een aantal punten fietsers- en voetgangersstromen. Graag kijken we samen met de stad naar de beste opties voor het busstation, zowel qua locatie als qua functies en aanrijdroutes. Het doel is een goed functionerend busstation dat van toegevoegde waarde is voor de stad en het gebied rond Leiden Centraal. In 2017 vindt een participatietraject plaats voor de locatie van het busstation. Op basis van de uitkomst worden in 2018 voorbereidingen getroffen voor de realisatie van de OV terminal inclusief de daarbij horende aanpassingen aan de aansluitende wegen.

Bouw Lorentz
Het Rijnsburgerblok (ontwikkelkavels 1,2 en 5), door contractpartners Van Wijnen Projectontwikkeling West en Syntrus Achmea Real Estate en Finance inmiddels omgedoopt tot Lorentz, is het eerste project in de herontwikkeling van het Stationsgebied. De gemeenteraad heeft op 13 februari 2014 het uitvoeringsbesluit Rijnsburgerblok genomen. Het project Lorentz beoogt de locatie in alle opzichten beter te benutten door middel van nieuwbouw, in een hoge dichtheid met een mix aan programmatische functies en een kwalitatief goede uitstraling.

Op 6 februari 2017 is formeel de bouw van fase 1 (ontwikkelkavels 1 en 2) gestart. Bodemsanering, onderzoek naar niet gesprongen explosieven en sloop zijn in het voorjaar afgerond. Damwanden en heipalen zijn aangebracht en de bouwkuip is voor de zomer 2017 ontgraven. Na de zomer 2017 begint de bouw van de fietsparkeerkelder en vervolgens de rest van het gebouw boven maaiveld. Oplevering van fase 1 is gepland eind 2019.

De start bouw van fase 2 (ontwikkelkavel 5) van het bouwplan (circa 16.900 m2 bvo kantoren) is afhankelijk van het bereiken van een voorverhuurpercentage van 75%. Ondanks dat in de markt interesse bestaat voor de huur van kantoren in het Stationsgebied, is de termijn waarop het voorverhuurpercentage tot stand komt een onzekere factor. Tijdens de bouw van fase 1 wordt er gewerkt aan een plan voor het inrichten van de openbare ruimte.

Definitieve planuitwerking en contractvorming Rijnsburgerblok (K34)
Nadat in mei 2017 het uitvoeringsbesluit is vastgesteld door de gemeenteraad is de bestemmingsplanprocedure opgestart. Deze loopt door tot medio 2018. Als het bestemmingsplan onherroepelijk is, wordt ook de omgevingsvergunning verleend. De sloop zal starten medio 2018. De bouw zal in het najaar van 2018 aanvangen en zo’n anderhalf jaar in beslag nemen. ABN AMRO verhuist naar tijdelijke huisvesting gedurende de sloop en de bouw en zal in de nieuwbouw terugkomen. Naast een bankkantoor en –winkel zal het gebouw gevuld worden met horeca, een hotel, 80 koop- en huurwoningen en een parkeergarage.

Definitieve planuitwerking en contractvorming YNS-pand
In 2016 is met Ymere en NS overeenstemming bereikt over een gezamenlijke tenderprocedure (verkoop in dialoogproces) voor de verkoop en herontwikkeling van het YNS-pand. In de marktconsultatiefase, zijn via twee stappen, drie partijen geselecteerd voor de dialoogfase. Na afloop van de dialoogfase, eind 2016, zijn de betreffende drie marktpartijen uitgenodigd om een financiële bieding uit te brengen. Vanaf begin 2017 werken Ymere , NS en gemeente op basis van exclusiviteit met de winnende marktpartij Sustay verder aan de definitieve planuitwerking en contractvorming. Definitieve gunning is gepland voor de zomer van 2017, waarna de bestemmingsplan procedure wordt gestart. Start van de sloop van het huidige pand staat gepland voor het derde kwartaal 2018.

Fietsparkeren rondom Leiden Centraal
In het collegeakkoord en in het stedenbouwkundig plan is de kwantitatieve en kwalitatieve uitbreiding van het aantal fietsenstallingen bij Leiden Centraal opgenomen. De verantwoordelijke partijen NS, ProRail en de gemeente hebben hiervoor een integrale businesscase afgerond, waarbij een akkoord is bereikt over de inhoud maar nog niet over de kostenverdeling. Op het moment dat de bijdragen vanuit ProRail en NS door hen substantieel verhoogd kan worden, zal de businesscase definitief afgerond kunnen worden en ter besluitvorming worden voorgelegd.

Prestatie 6A4.4 Ontwikkeling Meelfabriek
De Meelfabriek ligt aan de oostelijke Singelrand van Leiden. Het betreft een particuliere ontwikkeling op particulier eigendom (Meelfabriek en Duwo studentenhuisvesting). Na bijna 20 jaar van voorbereiding en het stap voor stap overwinnen van vele hindernissen is het de eigenaar/ontwikkelaar met veel visie, lef en doorzettingsvermogen gelukt om dit bijzondere project van de grond te krijgen en daadwerkelijk uit te gaan voeren. Bijna alle appartementen zijn inmiddels verkocht. De bouw is inmiddels in volle gang. De gefaseerde oplevering loopt vanaf begin 2018 tot en met medio 2020.  

De eigenaren hebben een plan voor herontwikkeling opgesteld, dat past binnen het gemeentelijk beleid, dat gericht is op het mogelijk maken van nieuwe functies in het omvangrijke en beeldbepalende complex. Na voltooiing van het plan zal een veelbelovende impuls voor de stad ontstaan zijn met daarin wonen, werken, leren, cultuur en recreatie. Het plan past binnen het vigerende bestemmingsplan Binnenstad I en zal in drie deelfasen worden gerealiseerd. In dit particuliere traject levert de gemeente planbegeleiding en faciliteert waar mogelijk de realisatie door de ontwikkelaar.

De omgevingsvergunning voor fase 1 (57 twee- en driekamer studentenappartementen, inclusief ondergrondse parkeergarage) is in april 2015 verleend. De start van de bouwwerkzaamheden heeft veel vertraging opgelopen als gevolg van diverse bezwaar en beroepsprocedures. Deze zijn nu allemaal afgehandeld en de bouwwerkzaamheden zijn volop aan de gang. Ook voor de vervolgfase 1A (circa 60 appartementen, een ondergrondse parkeergarage, kantoorruimte voor paramedische voorzieningen, horeca en andere voorzieningen) zijn de vergunningen inmiddels onherroepelijk. Het betreft de herontwikkeling van het zogenaamde Molen/Riffelgebouw, verbouwing directiekantoor en Poortgebouw en de bouw van de nieuwe Singeltoren.

De aanvraag voor fase 2 (ontwikkeling Silogebouw, Silo D gebouw, Meelmagazijn, Ketelhuis, Schoonmakerij tot hotel, spa&wellness, kantoor, kunst en woningen) wordt in 2018 verwacht. Start bouw wordt verwacht in 2019. In totaal zal na de transformatie 55.000 m2 vloeroppervlak gerealiseerd zijn.