Ga naar boven

Inleiding

Leiden werkt aan de stad van morgen. In dit programma presenteren we onder andere de ruimtelijke projecten die voor de Leidse stadsontwikkeling van belang zijn. De gemeente stimuleert dat burgers en ondernemers investeren in de stad waardoor de stad zich blijvend kan ontwikkelen. De gemeente investeert uiteraard zelf ook, zorgt voor financieel-economische onderbouwing van het ruimtelijk beleid en probeert optimaal grond en vastgoed te ontwikkelen, beheren en exploiteren. Daarbij moet de komende jaren rekening worden gehouden met het feit dat er minder verdienend vermogen is. Ook kunnen geen bijdragen uit de Vereveningsreserve Grondexploitaties worden verwacht aangezien deze reserve leeg is. Leiden heeft geen ‘weiland-locaties’, maar realiseert haar ruimtelijke ambities in stedelijk gebied en vanwege de complexiteit van dit type locaties geldt dat ‘Bouwen in de stad geld kost’.

Regionale samenwerking is een belangrijk thema. In februari 2014 heeft de gemeenteraad de nieuwe visie en koers vastgesteld voor het Leids optreden in de regio: Leiden en Regio, nieuwe koers, nieuwe kracht. (RV 13.0148). Dit kader blijft van kracht. In 2015 is gestart met het proces Toekomstvisie Leidse regio 2027. In 2016 wordt het beschrijvende visiedeel in de raden vastgesteld. Daarna is het van belang dat met enige daadkracht een uitvoeringsagenda ter hand wordt genomen. Bij het schrijven van deze tekst is nog onduidelijk in welke structuur de samenwerking in de Leidse regio een duurzaam karakter krijgt. De discussie hierover en de gevolgen zullen in 2017 doorlopen en de nodige aandacht vragen. De geïnitieerde ontmoetingen tussen de vijf gemeenteraden zijn waardevol en zullen worden voortgezet. Versterking van de regionale bestuurskracht en de economische structuur zijn de belangrijkste doelen van samenwerking. Het optreden van Leiden in de Zuidelijke Randstad zal in 2017 versterkt worden. Het netwerk van steden is een cruciale partner voor Leiden om de nationale en internationale belangen van het kenniscluster te borgen. We sluiten nog meer aan bij de metropoolregio’s en zoeken naar slimme allianties die het totaal van de Zuid-Hollandse kenniseconomie versterken.

Een ander belangrijk thema is de agenda omgevingsvisie 2040. De ruimtelijke impact van de verschillende opgaven zoals benoemd in de regionale agenda voor de omgevingsvisie 2040 moet verder verkend worden (onderzoek, thematische scenario’s, bandbreedten enz.). Deze verkenningen zijn al gestart voor de onderwerpen “Energietransitie” en “Water”; voor de onderwerpen “Mobiliteit”, “Verstedelijking” en “Landschap” moeten deze verkenningen nog beginnen. Aan de hand van deze “regionale agenda Omgevingsvisie 2040” en de verkenningen nemen we integrale, goed afgewogen keuzen over de inrichting van de leefomgeving. Die keuzen nemen we vervolgens in uitvoeringsprogramma’s op.

Naast de onderwerpen “energietransitie” en “water” agendeert dit document voor 2017 de uitwerking van de volgende opgaven en thema’s voor de regio:

  1. Studie naar inpassing woningbouwopgave irt karakter steden (leefbaarheid en kwaliteit openbare ruimte) en verkeerssysteem
  2. Regionaal programma gezondheid: stimuleren bewegen, verbindingen, omgeving drukke wegen
  3. Robuust Landschappelijk Raamwerk
  4. Onderzoek functiemenging – cat. 3 bedrijven, relaties economische clusters.
  5. Onderzoek/programma watersystemen en ontwikkellocaties – kennis delen
  6. Regionale studies fietsnetwerk, autosysteem, wandelen, OV
  7. Organisatie regionale samenwerking mobiliteit
  8. Verkenning potenties water en lucht

Voor de stedelijke ontwikkeling van de stad vormen de programma’s  Binnenstad, Bereikbaarheid, Kennisstad en Duurzaamheid belangrijke thema's. Door middel van ruimtelijke structuurvisies, gebiedsvisies, specifieke programma’s, bestemmingsplannen en sectoraal beleid draagt de gemeente uit welke ontwikkelrichtingen en kaders voor de stad van morgen nodig en wenselijk zijn en bewaakt ze de samenhang tussen de verschillende initiatieven.

Door een wijziging in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd. De ladder schrijft voor dat nieuwe stedelijke ontwikkeling gemotiveerd moeten worden met drie opeenvolgende stappen. De stappen bewerkstelligen dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen nadrukkelijk worden gemotiveerd en afgewogen met oog voor (1) de ruimtevraag, (2) de beschikbare ruimte en (3) de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen, met name op het gebied van horeca, detailhandel en kantoren. De ladder heeft raakvlakken met programma 3 Economie, maar waarschijnlijk ook met andere programma’s.

De komende jaren zullen zich ontwikkelingen voordoen aan zowel vraag- als aanbodzijde van het vastgoed in de stad. Aan de vraagzijde gaat het onder andere om de behoefte aan alternatieve woonvormen voor ouderen, de behoefte aan woningen voor specifieke groepen, de behoefte aan meer huurwoningen en studentenhuisvesting (incl. short stay), het woningtekort in Leiden als zodanig en de verwachte bevolkingstoename. Aan de aanbodzijde zien we de (structurele) leegstand van kantoren, bedrijfspanden en winkels, de leegstand van incourante, maar markante en beeldbepalende gebouwen en de verkoop van gemeentelijk vastgoed. Samen met betrokken partners in de stad zal hierop ingespeeld moeten worden. Uiteindelijk gaat het dan om te zorgen dat Leiden een aantrekkelijke stad is met zo min mogelijk leegstand van kantoren, winkels, bedrijfspanden en ander maatschappelijk vastgoed en met inwoners die zoveel mogelijk kunnen wonen in de huisvesting waar ze behoefte aan hebben. Het kerndoel is dan ook niet zozeer bestrijden leegstand, als wel transformatie naar gewenst gebruik.