Ga naar boven

Programmakosten

Werk en inkomen
bedragen x € 1.000,-

Rekening
2016

Begroting
2017

Begroting
2018

Meerjarenraming

2019

2020

2021

Arbeidsparticipatie

Lasten

51.513

40.882

35.851

34.069

32.909

32.715

Baten

-25.581

-21.767

-13.719

-13.049

-13.038

-13.538

Saldo

25.931

19.115

22.132

21.020

19.871

19.177

Maatsch. participatie en onderst. minima

Lasten

9.950

10.109

10.902

9.299

9.299

9.299

Baten

-300

-318

-338

-338

-338

-338

Saldo

9.650

9.791

10.564

8.961

8.961

8.961

Inkomensvoorzieningen

Lasten

63.295

60.908

58.053

57.912

57.888

57.888

Baten

-49.877

-52.547

-50.040

-50.040

-50.040

-50.040

Saldo

13.418

8.361

8.013

7.872

7.848

7.848

Schuldhulpverlening

Lasten

2.549

1.660

2.502

2.497

1.769

1.769

Baten

-342

-369

-555

-555

-371

-371

Saldo

2.207

1.291

1.946

1.942

1.398

1.398

Programma

Lasten

127.307

113.559

107.308

103.777

101.864

101.671

Baten

-76.101

-75.002

-64.653

-63.983

-63.787

-64.287

Saldo van baten en lasten

51.206

38.557

42.655

39.795

38.077

37.384

Reserves

Toevoeging

1.471

439

0

0

0

0

Onttrekking

-1.858

-1.646

-1.008

-619

-619

-119

Mutaties reserves

-387

-1.207

-1.008

-619

-619

-119

Resultaat

50.819

37.350

41.647

39.175

37.458

37.265

Budgettaire ontwikkelingen ­
De daling van de lasten en/of de stijging van de baten worden onder andere veroorzaakt door de indexering van budgetten, doorrekening van de kostenverdeelstaat en de kapitaallasten die zijn berekend vanuit het meerjareninvesteringsplan 2018-2021. Beleidswijzigingen met financiële consequenties worden hierna per beleidsterrein toegelicht.

Beleidsterrein 10A Arbeidsparticipatie
In 2017 is er een incidenteel invoeringsbudget beschikbaar van afgerond € 0,6 miljoen voor het regionaal werkbedrijf. In 2018 dalen de lasten voor re-integratie statushouders met € 0,4 miljoen. Daarnaast dalen de lasten en baten met afgerond € 1,5 miljoen, omdat er ESF-subsidies in 2017 zijn afgewikkeld. De toegekende 2-jarige ESF-subsidies voor sociale inclusie voor scholen (PRO/VSO) en de gemeenten in Holland-Rijnland zijn in 2017 doorverstrekt naar de scholen en de HR-gemeenten. De toegekende subsidies en de doorverstrekkingen zijn in 2017 incidenteel geraamd. In 2019 zal naar verwachting de toekenning en doorverstrekking van de volgende tranche aan ESF-subsidies sociale inclusie geraamd worden. Het overige verschil wordt veroorzaakt door lagere overheadkosten (€ 217.000).

DZB
De baten van de regio-gemeenten dalen met € 6,0 miljoen, omdat de rijkssubsidie (onderdeel van de integratie-uitkering sociaal domein onderdeel WSW, zie Algemene dekkingsmiddelen) voortaan rechtstreeks ontvangen wordt door de gemeente die de WSW-ers in dienst heeft. Voorheen was het woonplaatsbeginsel leidend en maakten de regiogemeenten de rijkssubsidie over aan de DZB. De overige daling van de baten van € 0,9 miljoen wordt veroorzaakt doordat de toegevoegde waarde ook afneemt als het aantal WSW-ers daalt. De reserve zachte landing rijksbezuinigingen wordt in 2018 ingezet om een voorziene daling van de inkomsten van € 0,4 miljoen te compenseren. De bijdrage vanuit de regio, aanvullend op de niet-dekkende rijkssubsidie, neemt met afgerond € 0,1 miljoen toe De daling van de lasten bij de WSW van € 2,2 miljoen wordt veroorzaakt door kostenbesparingen en uitstroom van WSW-ers waardoor de loonkosten dalen. De lasten van het project Leidse kracht dalen met € 0,15 miljoen en het reguliere
re-integratiebudget neemt met € 0,1 miljoen toe, omdat de integratie-uitkering sociaal domein onderdeel re-integratie met € 0,1 miljoen is verhoogd.

Beleidsterrein 10B Maatschappelijke participatie en ondersteuning minima
Het budget, zowel in 2017 als in 2018, is incidenteel verhoogd met € 1.550.000 vanwege het toegenomen gebruik van bestaande regelingen. Doordat € 750.000 (van de € 1.550.000) zal worden toegevoegd via de 2 bestuursrapportage 2017 aan de begroting 2017, nemen de kosten ten opzichte van 2017 technisch toe met € 750.000. Zonder aanpassing van het beleid zullen de extra kosten vanaf 2019 structureel zijn.
In 2017 is een incidenteel extra budget van € 50.000 beschikbaar gesteld voor subsidies minimabeleid. Het budget, gevormd uit de zogenaamde Klijnsma-middelen bedoeld voor kinderen uit de minimadoelgroep, neemt met € 17.000 af omdat het rijksbudget in 2018 ook € 17.000 lager is. Het overige verschil wordt veroorzaakt door hogere overheadkosten (€ 83.000) en hogere overheadbaten (€ 17.000).

Beleidsterrein 10C Inkomensvoorzieningen
In 2017 is het bijstandsbudget incidenteel verhoogd met € 3,75 miljoen. Dat is deels gedekt door een incidentele aanvullende rijksbijdrage, waar de gemeente recht op heeft als het tekort groter is dan 5% van het toegekende rijksbudget, en door het aanvragen bij het Rijk van de zogenaamde inter-temporele regeling als gevolg van een extra instroom van statushouders. De hoogte van de aanvullende uitkering is ingeschat op € 1,9 miljoen en de hoogte van de inter-temporele regeling op € 750.000. De inter-temporele regeling bestaat vanaf 2018 niet meer. Het overige tekort van € 1,1 miljoen is incidenteel gedekt vanuit de algemene middelen.
Er zijn twee redenen waarom het tekort op de bijstand in 2017 incidenteel is geraamd:
1) Het rijksbudget kan jaar op jaar fors fluctueren (eind september is het voorlopige rijksbudget 2018 bekend)
2) In de 1e berap 2017 zijn maatregelen opgesomd, die op termijn leiden tot een verlaging van de bijstandslasten.
Medio 2017 (half jaar) is de formatie Werk en Inkomen structureel uitgebreid vanwege de toename van het aantal uitkeringsgerechtigden en de noodzaak om met een bredere blik naar de klant te kijken. Vanaf 2018 (heel jaar) nemen daarom de kosten toe met € 212.000. Het overige verschil wordt veroorzaakt door hogere overheadkosten (€ 635.000) en hogere overheadbaten (€ 156.000).

Beleidsterrein 10D Schuldhulpverlening
Voor vroegsignalering, o.a. op basis van meldingen van woningcorporaties, is in 2018 en 2019 jaarlijks een budget van € 722.720 beschikbaar gesteld. Er wordt in 2018 en 2019 gerekend op een bijdrage van partners van jaarlijks
€ 180.680. Daarnaast is in 2017 een incidenteel budget van € 60.000 beschikbaar voor de pilot jongeren en schulden (Debt to no debt), dat overgeheveld is vanuit 2016. Medio 2017 is de formatie schuldhulpverlening structureel uitgebreid met 4 fte (half jaar geraamd) vanwege de toegenomen complexiteit van de schuldenproblematiek. Vanaf 2018 (heel jaar geraamd) nemen daarom de kosten toe met € 128.000.

Reserves

Reserves programma 10
bedragen x € 1.000,-

Rekening
2016

Begroting
2017

Begroting 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

DZB Bedrijfsreserve dzb-Leiden wsw

Toevoeging

699

0

0

0

0

0

Onttrekking

-1.577

-669

-459

0

-160

0

Saldo

-879

-669

-459

0

-160

0

DZB Reserve zachte landing rijksbez. Wsw

Toevoeging

397

439

0

0

0

0

Onttrekking

-148

-524

-424

-500

-340

0

Saldo

249

-85

-424

-500

-340

0

DZB Reserve frictiekosten ID/WIW DZB

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

Onttrekking

-132

-143

-125

-119

-119

-119

Saldo

-132

-143

-125

-119

-119

-119

Reserve zachte landing 3D's P10

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

Onttrekking

0

-250

0

0

0

0

Saldo

0

-250

0

0

0

0

Reserve flankerend beleid P10

Toevoeging

75

0

0

0

0

0

Onttrekking

0

0

0

0

0

0

Saldo

75

0

0

0

0

0

Reserve Fonds Debt? to no Debt!

Toevoeging

300

0

0

0

0

0

Onttrekking

0

-60

0

0

0

0

Saldo

300

-60

0

0

0

0

Reserves programma 10

-387

-1.207

-1.008

-619

-619

-119

Een nadere toelichting op alle reserves binnen dit programma is te vinden in paragraaf 5.2.10 Toelichting reserves programma 10.

Investeringen

 

Omschrijving prestatie
Bedragen x € 1.000

Omschrijving investering

Categorie investering

Soort investering

Bijdrage derden/ reserves

 2018 

 2019 

 2020 

 2021 

10A301

Inzetten van door het Rijk beschikbaar gestelde WSW-formatie

Vervanging bedrijfsmiddelen 2018-2021

Bedrijfsm.

Verv.

-

504

504

501

496

Totaal programma 10

-

504

504

501

496

In het bovenstaand overzicht staan de investeringen zoals opgenomen in het investeringsplan 2018-2021. In paragraaf 4.2.2 Investeringen wordt de ontwikkeling van de kapitaallasten toegelicht en staat een overzicht met te voteren kredieten.

Subsidies

subsidiestaat 2017

subsidiestaat 2018

Subsidie saldo

0

0

­­Het volledige subsidie-overzicht is opgenomen in paragraaf 3.2.8 subsidies.