Ga naar boven
Home / Beleidsbegroting / Programmaplan / Omgevingskwaliteit / Beleidsterrein 5C Openbaar groen

Beleidsterrein 5C Openbaar groen

Leiden is een compacte stad met relatief weinig groen binnen de gemeentegrenzen. Dat hoeft het woongenot niet te beperken, als het kleinschalige groen in de stad maar van hoge kwaliteit is en de natuurlijke en recreatieve verbindingen met grotere groengebieden buiten de stad goed zijn. Direct rondom Leiden liggen namelijk grotere en diverse groengebieden zoals het plassengebied, de duinen, horsten en het Groene Hart.

Leiden investeert flink in de vergroening van de stad. De aanleg van het Singelpark blijft in het kader van het versterken en vergroenen van Leiden ook de komende jaren een belangrijke opgave. Recent is het uitvoeringsplan groene hoofdstructuur daarbij vastgesteld. Naast het investeren in de stadsparken zal daardoor de komende jaren juist aan de groen recreatieve verbindingen tussen groengebieden gewerkt worden. In samenwerking met de regionale partners worden binnen het programma Leidse Ommelanden projecten ontwikkeld om het groen in het ommeland van de stad beter bereikbaar en van hogere kwaliteit te maken. Hierdoor wordt het aantrekkelijker en gemakkelijker voor de burger om de natuur buiten de stadsranden te beleven. Naast een goede kwaliteit van het groen zelf, is het van belang dat deze groenstructuren bekend zijn, gewaardeerd worden en goed gebruikt worden door de inwoners van Leiden.

De bomenverordening en Groene Kaart zijn na de vaststelling in 2016 geïmplementeerd in de gemeentelijke organisatie. De nieuwe Bomenverordening biedt een betere bescherming aan belangrijke en beschermingswaardige houtopstanden in de stad, er is meer aandacht voor het inpassen van bomen in ruimtelijke ontwikkelingen en voor de bescherming van bomen tijdens werkzaamheden en evenementen in de stad.

Bewonersparticipatie wordt steeds belangrijker voor het groen in de stad. In de participatie heeft de gemeente een belangrijke rol in het afstemmen van vraag en aanbod, belangengroepen met elkaar in contact brengen, waar mogelijk initiatieven faciliteren, concrete mogelijkheden bieden om onderling kennis en diensten uit te wisselen, convenanten af te sluiten. Verschillende groenprojecten worden samen met de stad opgepakt, zoals het zoeken naar een locatie voor de biodiversiteitstuin van Vrij Groen en andere vormen van stadstuinieren.

Het is onze ambitie om het groen in de stad te behouden en, waar mogelijk, te versterken. Dit met aandacht voor biodiversiteit, gezondheid en klimaatadaptatie – conform de duurzaamheidsambities van de gemeente Leiden. We willen dit realiseren door groen te prioriteren bij nieuwe ontwikkelingen in de stad, bestaande middelen zoals het groenpromotiebudget en het investeringsprogramma Parken effectief in te zetten en groenprojecten op te zetten in regionaal verband. Kwaliteitsverbetering en een kwaliteitsslag van het groenbeheer krijgen daarbij de volle aandacht. Speerpunten van gemeentebeleid zijn het singelpark, de aanleg van de groene hoofdstructuur, een recreatieve verbinding door de Oostvlietpolder en een zo duurzaam mogelijke inpassing van de Rijnlandroute.

Doelen en prestaties bij 5C Openbaar groen

Doel

Prestatie

5C1 Behoud en versterken van de groene hoofdstructuur

5C1.1 Doorontwikkelen beleid groen

5C1.2 Renoveren en herinrichten parken

5C1.3 Beheren openbaar groen

5C1.4 Behandelen kapvergunningen

5C2 Verbeteren gebruik en kwaliteit openbaar groen

5C2.1 Ontwikkelen en uitvoeren beleid dierenwelzijn en biodiversiteit

5C2.2 Opvang zwerfdieren

5C2.3 Ontwikkelen en uitvoeren beleid regionaal groen

5C2.4 Uitvoeren ontwikkelplan Oostvlietpolder

5C2.5 Aanleggen Singelpark

5C1.1 Doorontwikkelen beleid groen
Groen vergroot de leefbaarheid voor mens en dier en biedt een oplossing bij belangrijke opgaven als het klimaatbestendig maken van de stad, het versterken van de biodiversiteit en een gezonde bevolking. Het is van belang deze kwaliteiten te bewaren, te vernieuwen en te versterken. Groen heeft een divers karakter en voegt op verschillende schaalniveaus betekenis aan de stad toe. Door deze kwaliteiten en niveaus onderling te combineren en te verbinden ontstaat een robuust netwerk.

De duurzaamheidsambities van Leiden zetten in op een groenere stad en op een hogere biodiversiteit. Op basis van de ecologische knelpuntenanalyse kan de volgende stap worden gezet om een ecologisch netwerk te ontwikkelen, waar de verbetering van de biodiversiteit leidend is. Ook binnen het gezondheidsbeleid van de gemeente Leiden neemt een groene leefomgeving een belangrijke plek in vanwege de stimulans om te bewegen en anderen te ontmoeten.

Het uitvoeringsplan groene hoofdstructuur is na de vaststelling in 2018 in gang gezet binnen het investeringsprogramma Parken. Er worden maatregelen getroffen om de hoofdstructuur in de stad robuust en kwalitatief hoogwaardig te maken, conform de ambities uit de Nota ‘Versterken en verbinden van groen in Leiden (2013)’. Het uitvoeringsplan loopt van 2017 tot 2030. Het beschermen van en investeren in een duurzaam bomenbestand blijft speerpunt van het bomenbeleid.

Naast de openbare groengebieden leveren particuliere groengebieden, zoals begraafplaatsen, volkstuinen en stadstuinen zoals de Hortus een bijdrage aan de Leidse groenstructuur. Ook zijn er veel stakeholders in de stad die een bijdrage leveren aan de groene buitenruimte. Binnen het groenpromotiebudget worden groene pilots en initiatieven vanuit de samenleving ondersteund, zoals het wijkfeest op het Zoete land binnen het landelijke fête de la nature, de compostdag, polderdag en de Leidse Hooidagen.

5C1.2 Renoveren en herinrichten parken
De gemeente Leiden heeft binnen haar grenzen verscheidene stadsparken en groenplekken. Het doel is om de parken in goede conditie te houden door deze ongeveer eens in de 25 jaar te renoveren. Daarmee wordt een park weer toekomstbestendig en beantwoordt weer aan de veranderende behoeften van gebruikers. Het investeringsplan volgt een meerjarenplanning. Deze planning is gebaseerd op de afschrijving of slijtage van een park; de looptijd van een beheerplan (25 jaar); het uitvoeringsplan groene hoofdstructuur (2018) en de dynamiek in de omgeving, zoals wijkvisies, bouwplannen of burgerinitiatieven. In 2018 is een deel van het investeringsprogramma Parken bestemd voor burgerinitiatieven. Voorbeelden van dergelijke initiatieven is het realiseren van een Tiny Forest in Park Kweeklust, het maken van een buitenarena in het Park Zeeheldenbuurt en het samen inrichten en beheren van de Korte Vlietzone met de praktijkschool. De planning van het groot onderhoud is maatwerk en er is flexibiliteit nodig om te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen. In 2019 is het gerenoveerde Van der Werfpark en het Korte Vlietpark in gebruik en wordt de uitvoering van park Kweeklust, het Zeeheldenpark en de Bernardkade in samenhang met het SPONGE project opgestart. Met de planvorming voor het Bos van Bosman wordt in 2019 aangevangen. Binnen het uitvoeringsplan groene hoofdstructuur wordt de Constantijn Huygenskade (binnen de herinrichting van park Kweeklust), de Slaaghsloot en de stadrand Stevenshof gereconstrueerd.

5C1.3 Beheren openbaar groen
In 2019 zoeken we, conform de ambitie van uit het collegeakkoord, ook bij de uitvoering van beheer nadrukkelijk naar locaties die vergroend kunnen worden. Bijvoorbeeld stukken verharding die niet tot nauwelijks belopen/bereden worden of stenige speelplekken die een groenere inrichting krijgen wanneer deze aan vervanging toe zijn. Hierbij is de participatie bij de inrichting en beheer minstens zo belangrijk als het realiseren van meer groen. De “basis inrichting openbare ruimte” zoals die is opgenomen in de kaders van de visie “Ruimte voor de Stad” is hierbij steeds het uitgangspunt. Ook in 2019 werken wij verder aan het verbeteren van de biodiversiteit. Het sinusbeheer blijft toegepast. Met sinusbeheer wordt elke keer in wisselende patronen (sinussen) gemaaid. Hierdoor ontstaat er een maximum aan variatie, met delen die jaarrond of zelfs meerdere jaren overstaan tot en met delen die tot drie of zelfs vier keer toe per seizoen worden gemaaid. Zo is er op elk moment van het jaar voor insectensoorten wat wils, van nectarplanten tot overwinteringsplekken. Dit jaar onderzoeken we of het voordelen biedt om bij sinusbeheer over perceelgrenzen heen te kijken en het sinusbeheer daarbinnen af te stemmen Hiermee bereiken we hetzelfde resultaat met in elk geval als bijkomend voordeel dat het voor gebruikers van de openbare ruimte esthetisch mooier en verzorgder oogt. Daarnaast vereist dit minder specifieke gebiedskennis van de uitvoerder hetgeen de uitvoering ten goede komt. Het is de ambitie van het college meer bomen te planten. Bomen zijn belangrijk voor de biodiversiteit en leveren een grote bijdrage aan een goed leefklimaat en woongenot. Cluster Beheer brengt expertise in om de juiste boom op de juiste plek onder de juiste plantcondities te planten. Inzet is, conform de bomenverordening, dat wanneer bomen behouden kunnen blijven, we dit ook proberen te doen. De veiligheid vindt het college echter ook belangrijk en dat betekent dat er dan wellicht extra maatregelen voor een boom of groep van bomen genomen moet worden. CDenk hierbij bijvoorbeeld aan het snoeien van de boom (of bomen) maar ook aan het verbeteren van de ondergrond door middel van groeiplaatsverbetering. Er zijn echter situaties denkbaar waarbij bomen dermate overlast creëren of een gevaar dreigen te veroorzaken, dat handelen gericht op behoud niet langer doelmatig is. In die gevallen dient ook naar andere maatregelen gekeken te kunnen worden.

5C1.4 Behandelen kapvergunningen
Het stedelijk groen is waardevol en het bestaande bomenbestand wordt gezien als ruimtelijke kwaliteit. Bij ruimtelijke ingrepen wordt vanaf de initiatieffase al zorgvuldig gekeken hoe bomen behouden kunnen blijven. Daarnaast vindt in een vroeg stadium vooroverleg plaats tussen de verschillende betrokken afdelingen over een op handen zijnde kapvergunningaanvraag. Pas in het uiterste geval wordt tot kap over gegaan. Bij ruimtelijke ingrepen door de gemeente zelf wordt toezicht gehouden op het behoud en eventuele kap van bomen, illegaal kappen en verleende kapvergunningen.

5C2.1 Ontwikkelen en uitvoeren beleid dierenwelzijn en biodiversiteit
De evaluatie van de Nota Dierenwelzijn heeft uitgewezen dat gestelde doelen en voorgestelde afspraken uit de nota zijn uitgevoerd. Veranderingen in de wetgeving met betrekking tot dierenwelzijn in de toekomst worden gesignaleerd. Binnen het bestaande dierenwelzijnsbeleid zullen het vis-, honden- en het meeuwenbeleid worden doorontwikkeld. Gemeente Leiden heeft samen met de gemeenten Alkmaar en Haarlem een ontheffing ontvangen voor het doen van onderzoek naar het beperken van meeuwenoverlast. Uit de eerste evaluatie blijkt dat veel dezelfde adressen gebruik maken van de door de gemeente aangeboden mogelijkheid om eieren de verwisselen. De aanpak van meeuwenoverlast zal verlegd moeten worden naar preventie. Het visbeleid zal inhoudelijk hetzelfde blijven, maar in de uitvoering worden aangepast. De gemeente past daarbij een combinatie toe van de landelijke vispas in combinatie met een door het college afgegeven toestemming om in bepaalde wateren te vissen. Na de implementatie van het hondenbeleid in 2018, wordt in 2019 een aanpassingsronde gedaan van de fysieke maatregelen in de stad, zoals het herindelen van de uitlaat- en losloopgebieden.

In het kader van de omgevingsvisie is de biodiversiteit in het Hart van Holland in beeld gebracht in samenwerking met Naturalis en Wageningen Environmental Research. In dit onderzoek worden aanbevelingen gedaan om natuurwaarden te beschermen, nieuwe condities te scheppen voor stadsnatuur en de meerwaarde van natuur in de stad te verhogen middels ecosysteemdiensten. Door klimaatverandering zal de biodiversiteit in de verschillende landschappen veranderen. Na het kustlandschap, heeft de stad veel te bieden aan veel verschillende soorten. De studie positioneert de biodiversiteitsopgave ten opzichte van andere belangen in de regio en kan samen met de ecologische knelpuntenanalyse worden uitgewerkt in een ecologisch netwerk op stedelijk niveau. Het stadsnatuurmeetnet is een monitoringsinstrument voor de flora en fauna in Leiden. De informatie is beschikbaar op natuurinleiden.nl. De gemeente Leiden bewaakt de samenhang in deze structuur en bouwt naast de bescherming van door de wet natuurbescherming beschermde soorten aan leefgebied voor flora en fauna.

Nij het vasstellen van de duurzaamheidsambities 2030 en de Duurzaamheidsagenda 2016-2020 is Biodiversiteit opgenomen als een van de 6 thema’s, waarbij de volgende drie doelstellingen zijn vastgesteld:

  1. Uitbreiding en verbinding groen voor biodiversiteit en recreatie;
  2. Bewoners vergroenen mee;
  3. Biodiversiteit als uitgangspunt.

In het Werkplan Duurzaamheid 2016-2020 zijn de doelstellingen vertaald naar concrete maatregelen. Naast lopende projceten als het Singelpark, vergroening van de Oostvlietpolder, Leidse Ommelanden en de aanleg van groenrecreatieve routes, is een knelpuntenanalyse opgesteld die opgepakt kunnen worden in de inrichting en het beheer.

5C2.2 Opvang zwerfdieren
Stichting Dierentehuizen Leiden en omstreken verzorgt de opvang, bewaren en overdracht van de zwerfdieren voor de gemeenten Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. Deze opvangactiviteit is een wettelijke verplichting voor de gemeente. De gemeenten dragen bij aan de kosten van de zwerfdieren voor maximaal 14 dagen. Na 14 dagen worden de dieren aan het asiel in eigendom overgedragen.

5C2.3 Ontwikkelen en uitvoeren beleid regionaal groen
Het regionaal groenbeleid richt zich op de uitvoering van het programma Leidse Ommelanden, waaronder de stadsrand Stevenshof, het Singelpark en de Oostvlietpolder fase 3. De gemeenten Leiden, Leiderdorp, Kaag een Braassem, Teylingen, Oegstgeest, Katwijk, Voorschoten en Zoeterwoude voeren samen met de provincie Zuid Holland het programma uit en maken daarbij gebruik van elkaars expertise. Het groenprogramma loopt van 2015 tot 2020. Het programma realiseert een netwerk van groene routes vanaf het Singelpark langs aantrekkelijke en bijzondere plekken in de ommelanden. De routes ondersteunt de kwalitatief hoogwaardige landschappen door ecologische, historische en economische functies te combineren. Nadat het netwerk van de fietsbelevingsroutes en het provinciale wandelnetwerk in 2018 zijn aangelegd, ligt in 2019 het accent op het beheer van de netwerken en het aansluiten van recreatieve functies op het netwerk. Hiertoe heeft de Stichting Land van Wijk en Wouden een onderzoek gedaan naar het aanbod van streekproducten in de stad. Nadat Leiden de kwartiermakerfase van het Nationaal Park Hollandse duinen heeft ondersteund, zal in 2019 bovendien het accent liggen op het uitbreiden van het recreatieve netwerk op de kust. Daarmee geeft Leiden concreet invulling aan de ambitie het Nationaal Park te verbinden met het achterland. In 2019 worden in de volgende prestaties voorzien:

  • beheer recreatieve netwerken en aansluiten recreatieve hotspots;
  • nieuwe toevoegingen aan het recreatieve netwerk richting het nationaal park Hollandse Duinen in samenwerking met de gemeenten Voorschoten, Wassenaar en Katwijk;
  • uitvoering Leidse Ommelandenprojecten stadsrand Stevenshof, het Singelpark en de Oostvlietpolder fase 3 binnen Leiden;
  • uitvoering Leidse Ommelandenprojecten Kagerzoom, Ghoybos, HSL station, rondje Kaag fase 1 en een deel van het Valkenburgsemeer buiten Leiden.

5C2.4 Uitvoeren ontwikkelplan Oostvlietpolder
De gemeente Leiden wil de Oostvlietpolder duurzaam groen behouden en versterken als onderdeel van de groen-recreatieve verbinding van Vlietland – Oostvlietpolder, Cronesteyn, richting Kagerplassen. De ontwikkeling vindt plaats in 3 fasen, waarvan fase 1 en 2, het Vogelhoff en het Bijenhoff zijn gerealiseerd. Met de derde en laatste fase wordt het noordoostelijke deel van de polder ontwikkeld en wordt de ecologische en recreatieve verbinding naar Cronesteijn gemaakt. Een deel van deze verbinding wordt gerealiseerd binnen het programma Leidse Ommelanden en een deel wordt meegenomen bij de reconstructie van de Europaweg in het kader van het project Rijnlandroute. Naast de recreatieve doelstelling, heeft de ontwikkeling van de Oostvliepolder ook het doel om een aantrekkelijk leefgebied te creëren voor de weidevogels in het gebied. De ontwikkeling van de Oostvlietpolder wordt in nauwe samenwerking met het Zuid Hollands Landschap als gebiedsbeheerder uitgevoerd. In 2018 is door het Zuid Hollands landschap een evaluatie van het beheerplan opgesteld, waarvan de maatregelen de komende jaren zullen worden uitgevoerd. 

5C2.5 Aanleggen Singelpark
De gemeenteraad heeft in 2013 het kaderbesluit Singelpark vastgesteld: een ambitieus project om een aaneengesloten groene singelrand rondom de binnenstad van Leiden te realiseren. Een park van en voor de bewoners, een groene omlijsting van de historische binnenstad, een park waar Leiden zich nog meer mee op de kaart zet. Bij de vaststelling van het Kaderbesluit Singelpark is door de raad een prioritering van 11 deelgebieden en onderdelen vastgesteld en is de opdracht gegeven om deze verder uit te werken tot definitieve ontwerpen. Deze worden onder de vlag van het Singelpark afzonderlijk uitgewerkt en gefaseerd in uitvoeringsbesluiten aan de raad voorgelegd en vervolgens uitgevoerd. In 2019 wordt de uitvoering van de aanleg Singelparkbruggen afgerond, wordt de herinrichting Blekerspark afgerond, worden uitvoeringsbesluiten voor Lakenpark en Ankerpark voorgelegd aan college en raad en worden deze parken naar verwachting ook in dat jaar nog heringericht. Ook zal in 2019 een start worden gemaakt met de 2e fase Singelpark. Daarvoor zal eerst nader bepaald moeten worden welke gebieden in deze fase uitgewerkt zullen worden. Hiertoe zal een voorstel worden opgesteld en aan college en raad worden voorgelegd.

Effectindicatoren bij 5C Openbaar groen

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

201 9

20 20

202 1

2022

Doel 5C1 Behoud en verbetering van de kwaliteit van het openbaar groen

5C1.a Percentage inwoners dat het onderhoud van groen als 'uitstekend' of 'goed' beoordeelt *

74% (2013)
72% (2015)

73% (2017)

73%

-

73%

-

Stads- en wijkenquête

Doel 5C2 Recreatieve waarde groen vergroten

5C2.a Rapportcijfer door Leidenaren voor de recreatieve kwaliteit van groen en water in de omgeving van Leiden

7,3 (2013)
7,6 (2015)

7,7 (2017)

7,7

-

7,7

-

Stads- en wijkenquête

* Deze indicator wordt ten opzichte van de vorige begroting op een andere manier gepresenteerd. Zo geeft de indicator beter weer wat aan de inwoners in de Stads- en wijkenquête is gevraagd.

Een overzicht van realisatie- en streefwaarden van de indicatoren (ook uit vorige begrotingen) staat op Leiden in Cijfers .