Ga naar boven

Inleiding

In de komende jaren staat Leiden voor grote ruimtelijke uitdagingen. Om voor woningzoekenden een betaalbare stad te kunnen blijven, hebben we duizenden extra woningen nodig. Om ons te wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering is veel meer groen nodig in tuinen, op gebouwen en in de openbare ruimte. Om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan, is grootschalige verduurzaming een vereiste.

In Leiden omarmen we deze uitdagingen. Ze bieden kansen om het leven in de stad gezonder en aantrekkelijker te maken. Die kansen gaan we grijpen. Dit doen we met ‘duurzame verstedelijking’, combinaties van woningbouw en verduurzaming. Het gaat bij stedelijke ontwikkeling om een optimale ontwikkeling en inrichting van de fysieke leefomgeving. Plannen voor duurzame verstedelijking werken we in gesprek met zo veel mogelijk Leidenaren uit in de ‘Omgevingsvisie Leiden 2040’. Leiden geeft ruimte aan de verstedelijking. De ruimtevraag voor wonen, werken en andere functies is aanhoudend hoog. In regionaal verband hebben wij ons al gecommitteerd aan de bouw van 8.500 woningen. Tegelijk zijn wij de ambitie aangegaan om forse stappen te maken op weg naar een duurzame samenleving. In dat kader werken we aan de energietransitie, aan klimaatadaptatie en een circulaire economie. De lopende projecten houden wij op tempo en versnellen wij waar mogelijk. Wij blijven ruimte bieden aan initiatieven van derden. En wij zoeken naar plekken in de stad waar wij de resterende opgaven kunnen realiseren. Dit alles brengt hoge kosten met zich mee. Dat kan gaan om het afdekken van onrendabele toppen bij nieuwe gemeentelijke projecten en bij initiatieven van derden. Ook kunnen er kosten voortvloeien uit ambities van klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie. Momenteel brengen wij deze mogelijke kosten in beeld. Om die het hoofd te bieden is het college voornemens een fonds Duurzame verstedelijking in te stellen, te vullen met € 3 mln per jaar. Deze middelen worden toegevoegd aan de reserve Stedelijke Ontwikkeling en zijn pas na een besluit van de raad besteedbaar. Begin 2019 leggen wij een totaalbeeld aan de raad voor met een voorstel hoe wij deze middelen denken toe te delen.

Tot 2030 heeft Leiden circa 8.500 extra woningen nodig. In Hart van Holland gaat het om ca 30.000 woningen. De ambitie is dat deze 8.500 woningen er gaan komen. Er is vooral behoefte aan sociale huurwoningen (maximale huurprijs in 2018 € 710,68.) en middeldure koopwoningen (woningen die - indicatief - tussen de € 175.000 en € 300.000 kosten). Die hebben voor ons prioriteit.

We bouwen per saldo 30% sociale huurwoningen om meer mensen met een laag inkomen van een passende woning te voorzien. Het college zal halfjaarlijks rapporteren over de uitvoering van deze afspraak.

De bouw van duizenden extra woningen in Leiden biedt kansen om tweedeling tegen te gaan. In nieuwbouwprojecten kiezen wij voor gemengd bouwen. Bij stedelijke vernieuwing waarin oude sociale huurwoningen plaatsmaken voor nieuwe huurwoningen, stimuleren we corporaties ook ruimte te maken voor realisatie van vrijesectorwoningen. Tevens stimuleren we hen om te investeren in wijken waar nog weinig sociaal woningbezit aanwezig is. Met de woningen in het middensegment helpen we woningzoekenden, zowel starters als senioren, die vanwege de hoogte van hun inkomen niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning.

Ook voor studenten maken we het gemakkelijker om een kamer te vinden. In Leiden is er de komende jaren behoefte aan zo’n 2700 extra studentenkamers. Op diverse plekken in de stad wordt nu gewerkt aan realisatie hiervan. We blijven nauwgezet monitoren of het aanbod aan studentenkamers voldoende is voor de vraag.

‘Verkamering’ helpt om de woningnood onder studenten te verminderen, maar op diverse plekken heeft dit geleid tot overlast voor omwonenden. Er is een tijdelijke stop voor de afgifte van vergunningen voor verkamering ingevoerd. Nieuw beleid is in voorbereiding en zal uiterlijk 1 juli 2019 vastgesteld worden.

De bouw van extra woningen gaan we combineren met verdere ontwikkeling van Leiden als schone, compacte, leefbare, goed bereikbare en aantrekkelijke stad. We bespreken met zo veel mogelijk Leidenaren de gewenste ontwikkeling van de stad tot het jaar 2040. De uitkomsten van deze gesprekken gebruiken we om een Leidse Omgevingsvisie 2040 op te stellen. Deze visie zal een integrale kijk bevatten op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Leiden. In nieuwe bouwprojecten en gebiedsontwikkelingen combineren we telkens meerdere doelstellingen; behalve wonen, werken en recreëren bijvoorbeeld ook duurzame mobiliteit, energietransitie, klimaatverandering, waterberging en vergroening. De omgevingsvisie gaat daarvoor de kaders geven. In de eerste helft van 2019 kan de gemeenteraad de Leidse omgevingsvisie 2040 vaststellen.

Ten aanzien van het verduurzamen en de energietransitie vormt de gemeente een spin in het het web tussen alle stakeholders in de stad. De gemeente is als regisseur aangewezen om per wijk een energietransitieplan op te stellen om de rijks doelstelling (in 2050 energieneutraal) te realiseren. Voor Leiden betekent dit dat komende jaren de warmtevisie (vastgesteld in 2017) verder geïmplementeerd gaat worden in een uitvoeringsprogramma. In 2019 moet duidelijk zijn op welke wijze dit gemeentebrede programma georganiseerd wordt. Het heeft als doel projectmatig aan de slag te gaan maar daarnaast ook uitdrukkelijk uiting te geven aan de door het college vastgestelde ambities en deze integraal aan te pakken.

In de stad werken we samen met partners al concreet aan de energietransitie. Zo gaan we in Zuid-West de werkzaamheden in de openbare ruimte (riolering, klimaatadapatief herinrichten) combinerenmet energietransitie. Maar ook in Rooseveltstraat, de Lammenschansdriehoek, het Stationsgebied i.c.m. de Duurzaamste Kilometer krijgt energietransitie vorm. Ook zien we veel bottom-up initiatieven ontstaan in de verschillende wijken. Deze initiatieven juichen we toe en willen we faciliteren. Op welke wijze we dit organiseren (financieel en organisatorisch) zoeken we uit. Voor de gehele transitie geldt: niet alleen de organisatie is relevant, ook de wijze waarop financieringsvraagstukken worden opgelost. We willen in 2019 inzicht hebben in de financiële arrangementen ten aanzien van de energietransitie. Daarbij volgen we de ontwikkelingen van het Rijk, omdat die daarop van invloed kunnen zijn. Zo kunnen we een keuze maken voor een passend pakket voor Leiden.

Regionale samenwerking is cruciaal om onze doelen qua energievoorziening te realiseren, het energienetwerk moet immers ook de vraag van de groeiende stad aan kunnen. Strategische input blijven leveren in de boven- en ondergrondse vraagstukken is daarom van belang. In 2019 willen we inzicht krijgen in de lange termijn consequenties voor de ondergrond qua netten, zodat we plannen kunnen maken om ook op lange termijn de ambities waar te maken. Omdat kabels en leidingen de gemeentegrenzen overstijgen, zullen we samen optrekken met onze buren.

In aanloop naar de gesprekken over de omgevingsvisie inventariseren we kansrijke plekken voor grootschalige woningbouw. Bijvoorbeeld de omgeving van OV-knooppunten, locaties langs invalswegen zoals de Willem de Zwijgerlaan, Churchilllaan, Plesmanlaan en Lammenschansweg en andere kansrijke plekken in de directe nabijheid van wijkvoorzieningen. Deze kansrijke plekken nemen we op in een verkennende notitie over de potentie voor verdere verstedelijking in Leiden. Daarin benoemen we ook kaders en mogelijke randvoorwaarden. In het najaar van 2018 zal het college deze notitie met de raad bespreken. Met die verkennende notitie leggen we een basis voor gesprekken over de Leidse Omgevingsvisie 2040.

Participatietrajecten voor afzonderlijke woningbouwprojecten hoeven niet te wachten tot de omgevingsvisie is vastgesteld. Van ontwikkelaars, corporaties en andere initiatiefnemers verwachten we dat ze kwaliteit toevoegen aan de stad. Grote bouwprojecten moeten bijdragen aan gezond, duurzaam en aantrekkelijk leven in Leiden voor iedereen, vandaag en morgen. Eerdere bouwprojecten hebben we aangepast; er komt een beter plan voor de Kopermolen en de bouw van de woontoren aan de Ommedijkseweg in de Stevenshof gaat niet door. Na vaststelling van de Leidse omgevingsvisie 2040 wordt gekeken naar de wenselijke ontwikkeling op deze locatie. In de besluitvorming over volgende woningbouwprojecten en gebiedsontwikkelingen zien we erop toe dat alle belangen in een goed participatieproces worden meegewogen, zowel van omwonenden als van (toekomstig) woningzoekenden, ondernemers en andere gebruikers. Nadere voorstellen over de invulling hiervan zullen in de vorm van een ‘participatie-protocol’ volgen. Daarnaast zullen bij alle projecten zoveel mogelijk duurzaamheidsmaatregelen worden getroffen. We zullen daarvoor een keuzepakket aan de initiatiefnemers voorleggen. Waarbij we per gebied kijken welke maatregelen het meest passend zijn.

Ambtelijke capaciteit zetten we vooral in voor projecten op kansrijke plekken voor grootschalige woningbouw. Daar neemt de gemeente initiatief om de participatie van belanghebbenden goed te organiseren. Voor projecten op andere plekken in de stad maken we een bestuurlijke afweging of we vanuit de gemeente willen faciliteren. Als dat het geval is, brengen we de ambtelijke kosten voor begeleiding van de participatie in rekening bij de projectontwikkelaar.