Ga naar boven

Structureel en reëel evenwicht

Op basis van onderstaand overzicht wordt aangetoond dat de Begroting 2019 en meerjarenraming 2020-2022, conform de uitgangspunten in het BBV, structureel in evenwicht is. Dit houdt in dat structurele lasten kunnen worden gedekt met structurele baten. Indien dit niet het geval zou zijn, zou de kans groot zijn dat er op termijn een begrotingstekort ontstaat. De huidige ramingen tonen aan dat dit risico op dit moment niet aan de orde is.

Het structureel begrotingsevenwicht wordt berekend door de totale lasten en baten te verminderen met de incidentele lasten en baten. Het saldo dat over blijft moet op termijn positief zijn (de structurele baten zijn dan groter dan de structurele lasten). In de jaren 2019 tot en met 2022 is op basis van de ramingen sprake van een positief saldo.

De provincie spreekt als financieel toezichthouder een oordeel uit over het al dan niet structureel en reëel sluitend zijn van de begroting. Bij de beoordeling hiervan kan de provincie het saldo corrigeren voor algemene taakstellingen, de verwachte maar nog niet verwerkte ontwikkeling van de algemene uitkering en te positieve of te negatieve uitgangspunten zoals de gecalculeerde rentestand of de verwachte onderuitputting kapitaallasten.

2019

2020

2021

2022

Resultaat na bestemming

-

-

-

-

Af: Incidentele lasten

26.503

14.762

11.153

887

Bij: Incidentele baten

15.068

7.024

7.430

1.525

Af: incidentele toevoegingen aan reserves

19.647

8.863

10.893

5.424

Bij: Incidentele onttrekkingen aan reserves

29.470

12.142

9.592

4.198

Structureel saldo van de begroting

-1.613

-4.459

-5.024

-588

Structureel evenwicht

JA

JA

JA

JA

Structureel evenwicht
Als in het betreffende begrotingsjaar structurele lasten gedekt zijn door structurele baten is er sprake van structureel evenwicht. Incidentele lasten mogen gedekt worden door zowel structurele als door incidentele baten.

Reëel evenwicht
Reëel evenwicht houdt in dat de ramingen volledig, realistisch en haalbaar moeten zijn. Bij de toets of het realiteitsgehalte van de ramingen voldoende is spelen diverse onderwerpen een rol:

  • Uitgangspunten in de begroting (o.a. realiteit van: ombuigingen, loon- en prijsstijgingen en algemene uitkering)
  • Weerstandsvermogen en risico’s
  • Ontwikkeling van de grondexploitatie
  • Onderhoud van kapitaalgoederen (wegen, groen, gebouwen en riolering)
  • Onderzoek van de jaarrekening