Ga naar boven
Home / Beleidsbegroting / Paragrafen / Demografische ontwikkelingen

Demografische ontwikkelingen

Doel van deze paragraaf is om trends te signaleren in de demografische ontwikkelingen in de stad zoals bijvoorbeeld ontwikkelingen in het aantal inwoners en de leeftijdsopbouw van de bevolking. Deze ontwikkelingen hebben invloed op de gemeentelijke taken en kosten. Aan de orde komen ontwikkelingen in:

  • de omvang van de Leidse bevolking
  • het aantal huishoudens
  • de omvang van de schoolpopulaties

Ontwikkeling van de Leidse bevolking van 2006 tot 2026

Ontwikkeling totaal
Tien jaar geleden had had Leiden 118.069 inwoners (1 jan 2006), nu zijn het er 122.561 (1 jan 2016). De ontwikkeling van de afgelopen tien jaar valt in twee delen uiteen:

  • Van 2006 tot en met 2009 daalde het aantal inwoners ieder jaar, met in totaal 1.282 personen tot 116.787 inwoners op 1 januari 2009.
  • Vanaf 2009 keerde die trend en steeg het aantal inwoners elk jaar, in de zeven jaar tot 2016 in totaal met 5.774 personen.

Voor de bevolkingsprognoses maakt de gemeente gebruik van de cijfers uit het regionale model PEARL van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het CBS. De laatste doorrekening van dat model is eind 2013 gedaan. Volgens die prognose heeft Leiden in 2026 ongeveer 130,1 duizend inwoners.

Bronnen: CBS (2006-2015), PBL/ CBS PEARL (2016-2025, bewerking SMC Beleidsonderzoek)

Ontwikkeling naar leeftijd
Leiden heeft de specifieke leeftijdsopbouw van een studentenstad met veel jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot en met 26 jaar: in 2006 viel een zesde van de bevolking in deze leeftijdsgroep (19,1 van de 118,1 duizend inwoners), in 2016 was dat een vijfde (24,0 van de 122,6 duizend). De toename sinds 2006 met 4,6 duizend inwoners in deze leeftijdsgroep (+24%) vond vooral plaats vanaf 2009. Volgens de prognose zal deze leeftijdsgroep over tien jaar ongeveer even groot zijn (24,0 duizend in 2025). Door het grote aantal jongvolwassenen heeft Leiden relatief een jonge bevolking, al komen gezinnen met jonge kinderen hier relatief minder voor dan in de vijftig grootste gemeenten. Ook is er sprake van ontgroening: het aantal kinderen en jongeren onder de achttien daalde de afgelopen tien jaar van 21,7 duizend in 2006 tot 20,3 duizend in 2016 (-7%). Volgens de prognose zal het aantal minderjarigen tot 2026 weer iets toenemen, tot nét iets onder het niveau van 2006 (21,5 duizend in 2026).
Naast ontgroening is er ook in Leiden de afgelopen tien jaar sprake van vergrijzing: in 2006 was een op de negen Leidenaren een 65-plusser (13,7 duizend inwoners), in 2016 is dat een op de zeven (17,2 duizend). Vooral het aantal personen in de leeftijd van 65 tot en met 74 steeg de afgelopen tien jaar: van 7,0 naar 10,2 duizend (+49%). Het aantal 75-plussers zal sterk gaan stijgen vanaf het eind van dit decennium, dan bereiken steeds meer Leidenaren geboren in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw (naoorlogse geboortegolf) deze leeftijd. In 2026 is dan 8% een 75-plusser en valt 9% van de Leidenaren in de leeftijdsgroep van 65 t/m 74 jaar, ofwel ruim een van elke zes Leidenaren is dan 65 jaar of ouder (22,5 van de 130,1 duizend inwoners).

Bronnen: CBS (2006-2016), PBL/ CBS PEARL (2017-2026, bewerking SMC Beleidsonderzoek)

Ontwikkeling van het aantal huishoudens in Leiden van 2006 tot en met 2026

In 2006 had Leiden 61,5 duizend huishoudens, in 2015 zijn dat 66,0 duizend (CBS cijfers van 2016 worden eind 2016 bekend). In 2015 zijn er 35,5 duizend eenpersoons huishoudens (54%) en 30,5 duizend meerpersoonshuishoudens (46%).
Volgens de (door SMC Beleidsonderzoek iets naar boven bijgestelde) prognose zal het aantal eenpersoons huishoudens doorgroeien naar 38,4 duizend in 2026 (+8%) en het aantal meerpersoons huishoudens groeit door naar 32,6 duizend huishoudens (+7%). In totaal zullen er dan 71,0 duizend huishoudens zijn (+7%). Een groter aantal huishoudens betekent meer vraag naar woningen of kamers. In de grafiek hieronder staan de realisaties van 2006 tot en met 2015 en de prognoses voor 2015 tot en met 2026.

Bronnen: CBS (2006-2015), PBL/ CBS PEARL (2016-2026, bewerking SMC Beleidsonderzoek)

Ontwikkeling van schoolpopulaties funderend onderwijs

De gemeente is verantwoordelijk voor huisvesting van het zogeheten funderend onderwijs: basisonderwijs, speciaal en voortgezet onderwijs. Voor een goede planning van de behoefte maakt de gemeente prognoses van het aantal leerlingen. Daarbij wordt rekening gehouden met het feit dat op Leidse scholen ook leerlingen zitten die niet in Leiden wonen. Ongeveer negen van elke tien Leidse kinderen in de basisschoolleeftijd gaan naar een basisschool binnen Leiden. De overige kinderen volgen basisonderwijs buiten Leiden of in het speciaal onderwijs. Het afgelopen decennium zijn de leerlingaantallen in het basisonderwijs gedaald. Komende jaren verwachten wij nog een verdere lichte daling van ongeveer 300 leerlingen in tien jaar.
In het speciaal basisonderwijs was er de afgelopen jaren een forse daling, in Leiden relatief zelfs meer dan in heel Nederland. Ruim 60% van de leerlingen komt uit Leiden en de overige uit de omliggende gemeenten. De daling in het aantal leerlingen neemt komende jaren af. Voor het (voortgezet) speciaal onderwijs geldt nog meer dat Leiden een centrumgemeente is. Deels komen de leerlingen van buiten de omliggende gemeenten. De groei met een kleine honderd leerlingen afgelopen decennium tot iets meer dan duizend leerlingen wordt niet voortgezet. Eerder is een langzame terugloop (-5%) in een periode van tien jaar - van het aantal leerlingen te verwachten. Door passend onderwijs (ingevoerd per augustus 2014) is het zelfs goed mogelijk zijn dat de terugloop op termijn forser is dan de lichte daling die op basis van de prognose van de leerlingenpopulaties is verondersteld.
Ook de scholen voor voortgezet onderwijs in Leiden hebben een grote regionale functie: 6,0 van de 11,0 duizend leerlingen (55%) wonen buiten Leiden, overwegend uit de direct omliggende gemeenten (cijfers 2015/16). De prognoses van de scholen die het ministerie maakt, tonen voor 2025/2026 een 5% kleinere omvang voor alle scholen samen. De dalende scholen verliezen op een uitzondering na minder dan 15% aan leerlingenaantallen, terwijl er twee scholen zijn die nog licht groeien komende tien jaren.

Bronnen: DUO (2005/06 t/m 2015/16), gemeente Leiden en min. van onderwijs (2017/18 t/m 2025/26)