Ga naar boven
Home / Beleidsbegroting / Paragrafen / Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Uit deze paragraaf blijkt dat het weerstandsvermogen van de gemeente Leiden ruim voldoende is. De financiële kengetallen ontwikkelen zich echter negatief ten opzichte van de normen die de VNG heeft geformuleerd. Dit is het gevolg van investeringen in de stad waarvoor de gemeente extra geld aantrekt. Ook vermindert door de inzet van de Nuon-middelen de omvang van de reserves. Hierdoor vermindert het eigen vermogen en worden kengetallen voor de schuldpositie en solvabiliteit negatiever. Voor het college vormt deze ontwikkeling aanleiding om richting de Kaderbrief 2018-2021 de betekenis van deze kengetallen voor het financieel beleid van de gemeente nader te onderzoeken.

1. Risico’s
Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief gevolg voor de organisatie. Met behulp van een risicomanagementinformatiesysteem prioriteert, analyseert en beoordeelt de gemeentelijke organisatie risico's op systematische wijze. Door een goed systeem van risicomanagement kunnen bestuurders en managers vervolgens in voor risico’s, die het behalen van de doelstellingen van de organisatie bedreigen, passende beheersmaatregelen nemen. Op basis van de inventarisatie is een risicoprofiel voor 2017 opgesteld. Conform het beleidskader weerstandsvermogen en risicomanagement (RV11.0007) toont het onderstaande overzicht de tien grootste risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit aangevuld met de getroffen beheersmaatregel. Onderaan de tabel is het totaalbedrag voor de overige risico’s opgenomen.

Tabel 1: Belangrijkste financiële risico's

Prgr.

Risico

Gevolgen

Maatregelen

Kans

Maximale impact

Invloed

6

Vereveningsreserve is ontoereikend om alle projecten en ambities zoals door de raad is besloten, te kunnen dekken.

Andere middelen moeten worden gevonden om de Vereveningsreserve sluitend te krijgen of er moet een herprioritering plaatsvinden binnen de projecten en ambities.

1. Prioritering binnen MPG zodat de Vereveningsreserve Grondexploitaties op termijn voldoet.

2. Risicomanagementsystematiek binnen het MPG.

50%

€ 5.000.000

20,0%

11

De gemeente Leiden staat momenteel garant voor de rente en aflossing van leningen tot een totaalbedrag van € 85,3 miljoen. Het risico is dat de instelling zijn betalingsverplichting niet kan nakomen.

Gemeente moet de rente en aflossing over de leningen betalen

1. Het jaarlijks beoordelen van de financiële gegevens (minimaal de jaarrekening) van de geldnemende organisaties.

2. De financiële instellingen (geldgevers) jaarlijks wijzen op de plicht om betalingsachterstanden op geborgde geldleningen te melden.

10%

€ 28.416.491

11,1%

6

Gemeente wordt gehouden om het YNS-pand tegen te hoge boekwaarde over te nemen waardoor aankoopwaarde direct moet worden afgewaardeerd.

Hogere koopprijs dan voorzien van YNS pand

Voeren van een  zorgvuldige juridische procedure rondom het YNS-pand.

33%

€ 5.000.000

5,8%

11

Algemene Uitkering Gemeentefonds valt lager uit dan geraamd

(Structurele) begrotingstekorten en noodzaak tot bezuinigingen

Monitoring van ontwikkeling binnen het Gemeentefonds om snel te kunnen bijsturen. De gemeente heeft nauwelijks invloed op de hoogte van de Algemene Uitkering.

30%

€ 3.000.000

3,6%

11

Deloitte voert op dit moment een controle uit van de BTW-aangifte en aangifte loonbelasting van voorgaande jaren. Als hieruit fouten uit eerdere aangiften blijken, kan dit tot een naheffing leiden.

Gemeente moet naheffing betalen

Zorgvuldige medewerking aan het onderzoek zodat dit gedegen onderzoeksresultaten oplevert en een goed beeld van een eventuele eventuele belastingplicht.

30%

€ 3.000.000

3,6%

7/9/10

3D: Onvoldoende Rijksbudget om benodigde aanbod voor zorg/ondersteuning te realiseren

Overschrijdingen van gemeentebudget.

1. Permanente monitoring budget om actie te kunnen ondernemen

2. Er is een reserve 3D en de concernreserve is opgehoogd

3. Door het uitvoeren van maatschappelijke kosten-batenanalyses alternatieve zorg/ondersteuning onderzoeken

4. Samenwerking op financieel gebied, spreiding financiële risico's in regio, bijv. bij financiële gevolgen incidenten jeugdzorg

5. Juiste prikkel aan zorgaanbieders geven bij contractering, opdrachten en toetsing / contractbeheer

6. Bevorderen van participatie en inzet sociaal netwerk

30%

€ 3.000.000

3,6%

11

De gemeente Leiden krijgt een naheffing overdrachtsbelasting over de levering van het appartementsrecht van het Bouwdeel Da Vinci ROC Lammenschans

Gemeente moet naheffing betalen

Samen met de betrokken partijen een zorgvuldig traject doorlopen om zo snel mogelijk zicht te krijgen op een eventuele belastingplicht.

50%

€ 1.784.000

3,6%

10

Verlaging gebundelde uitkering voorheen WWB inkomensdeel

Budgetoverschrijding

Monitoren van ontwikkeling van uitkering om snel te kunnen bijsturen.

50%

€ 1.500.000

3,3%

6

Project Kooiplein kent 31 risico's, waarvan de grootste risico's op civieltechnisch en juridisch vlak liggen.

Budgetoverschrijding

Structureel managen risico's en regelmatig actualiseren risicodossier,

30%

€ 2.095.000

2,5%

5

Uit in 2016 uit te voeren aanvullende technische inspectie van een aantal beweegbare bruggen kan blijken dat ingrijpende maatregelen nodig zijn

Budgetoverschrijding

Door het opstellen van beheerplannen worden tegenvallers in onderhoud zoveel mogelijk voorkomen.

30%

€ 2.000.000

2,4%

Impact 10 belangrijkste financiële risico's

54.795.491

Impact overige risico's

€ 56.958.125

Totale impact financiële risico' s

111.753.616

Ten opzichte van de meest recente risico-inventarisatie ( Jaarstukken 2015) is de totale impact van de financiële risico's toegenomen van € 107 miljoen naar € 112 miljoen. Twee nieuwe risico's staan in de top tien:

  • Ter invulling van het convenant met de Belastingdienst, laat de gemeente Leiden op dit moment de eigen aangifte van de BTW en loonbelasting over 2014 controleren. Het is niet uit te sluiten dat in dit onderzoek onvolkomenheden worden geconstateerd die kunnen leiden tot een naheffing. Dit risico is opgenomen in het weerstandsvermogen.
  • Uit een eerste inspectie blijkt dat aanvullende technische inspectie van een aantal beweegbare bruggen noodzakelijk is. Als hieruit grote gebreken blijken, kunnen ingrijpende maatregelen noodzakelijk zijn om de bruggen veilig te laten functioneren.

De overige risico's stonden ook al opgenomen in de top tien bij de Jaarstukken 2015. In de kwantificering treden de volgende verschuivingen op. De grootste verschuivingen zijn:

  • Bij het risico voor gegarandeerde geldleningen neemt de impact toe van € 27,2 miljoen naar € 28,4 miljoen door verstrekte leningen die horen bij de garantstellingen voor 't Huis op de Waard en Stichting Huisvesting Werkende Jongeren.
  • De kwantificering van de impact van het risico voor het YNS pand is verlaagd van € 8,5 miljoen naar € 5 miljoen. Dit komt doordat er binnen het project ontwikkelingen zijn die mogelijk leiden tot een betere uitgangspositie voor de gemeente in dit vraagstuk.

Als alle risico's zich gelijktijdig in hun volle omvang zouden voordoen zou een nadeel optreden van € 111.753.616. Het reserveren van een dergelijk groot bedrag als buffer voor alle risico's is echter ongewenst omdat het niet waarschijnlijk is dat alle risico's zich in 2016 gelijktijdig, en in hun maximale omvang, voordoen. Daarom is op basis van de ingevoerde risico's een risicosimulatie uitgevoerd. Bij deze simulatie is gerekend met een zekerheidspercentage van 90%. Het resultaat is dat met een benodigde weerstandscapaciteit van 18.720.130 het voor 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door alle risico's waarvoor geen of onvoldoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

Onderstaande tabel bevat een overzicht van de meest relevante percentages en de daarmee corresponderende benodigde weerstandscapaciteit.

Tabel 2: Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages

Percentage

Bedrag

75%

€ 14.701.059

80%

€ 15.567.974

85%

€ 16.755.996

90%

€ 18.720.130

95%

€ 25.282.008

2 . Beschikbare weerstandscapaciteit

In theorie beschikt een gemeente over incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de concernreserve, de bestemmingsreserves, de langlopende voorzieningen, de begrotingspost onvoorzien en aanwezige stille reserves. De structurele weerstandscapaciteit wordt bepaald door de omvang van toekomstige bezuinigingsmogelijkheden en het onbenutte deel van de belastingcapaciteit. Het is een politieke afweging om te bepalen welke delen van de incidentele en structurele componenten men tot de weerstandscapaciteit wil rekenen.

De raad heeft in het beleidskader weerstandsvermogen en risicomanagement (RV11.0007) de concernreserve aangemerkt als weerstandscapaciteit. Hierbij heeft de raad besloten dat wanneer de benodigde weerstandscapaciteit groter is dan de beschikbare weerstandscapaciteit, het college in de paragraaf weerstandsvermogen een voorstel doet over de wijze hoe het hiermee om wil gaan. Wanneer de benodigde weerstandscapaciteit groter is dan 2% van de begrotingslasten, kan het college in zijn voorstel overwegen ook andere vermogensbestanddelen mee te nemen in de berekening van de weerstandscapaciteit. De begrote stand van de Concernreserve per 1 januari 2017 is € 27.911.621.

3. Weerstandsvermogen

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij horende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit

=

€ 27.911.621

= 1,49

Benodigde weerstandcapaciteit

€ 18.720.130

Leiden streeft een weerstandsvermogen na dat tenminste voldoende is. Dit vereist een ratio weerstandsvermogen dat gelijk is of hoger is dan 1.

Tabel 3: Weerstandsnorm

Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

4. Relatie met Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG)
Naast de gemeentebrede risico-inventarisatie en het daaruit voortvloeiende risicoprofiel en de benodigde weerstandscapaciteit, wordt in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) verantwoording afgelegd over de grondexploitatieprojecten. Het risicomanagement van deze projecten en het zorg dragen voor een toereikend weerstandsvermogen voor deze projecten maken deel uit van het MPG. Pas als risico's binnen het MPG niet meer afgedekt kunnen worden, ontstaat er een risico dat betrokken moet worden in de gemeentebrede inventarisatie. In de risico-inventarisatie voor de programmabegroting 2017 is dit risico meegenomen.

5. Ratio's / kengetallen
De paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing bevat op basis van nieuwe verantwoordingsregels vanaf de begroting 2016 vijf financiële kengetallen. De berekenwijze van de kengetallen is vastgelegd in een ministeriële regeling. Mede op basis van deze kengetallen dient de paragraaf een analyse te geven van de financiële positie van de gemeente. De VNG heeft een aantal normen ontwikkeld om een grofmazige waardering te geven aan deze indicatoren.

Tabel 4: Financiële kengetallen

Omschrijving

Rek.2015

Begr.2016

Begr.2017

Mjr. 2018

Mjr. 2019

Mjr. 2020

Netto schuldquote

43,2%

93,8%

123,2%

143,4%

161,4%

158,7%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

41,4%

92,4%

121,7%

141,8%

159,9%

157,2%

Solvabiliteitsratio

54,7%

34,5%

28,9%

25,6%

23,0%

22,4%

Grondexploitatie

3,0%

3,4%

0,8%

-0,4%

1,6%

1,5%

Structurele exploitatieruimte

2,3%

-0,7%

-0,1%

0,7%

0,7%

0,1%

Belastingcapaciteit

107,8%

105,0%

104,0%

104,0%

104,0%

104,0%

  • De netto-schuldquote vergelijkt de leningen van de gemeente (met aftrek van de geldelijke bezittingen) met de totale baten van de begroting. Hiermee geeft deze indicator inzicht in de mate waarin de begroting 'vastligt' voor door rente en aflossing. Tabel 4 presenteert hiernaast ook de schuldquote gecorrigeerd voor de leningen die de gemeente heeft uitstaan (deze middelen vloeien immers op termijn terug). Op beide indicatoren scoort de gemeente Leiden volgens de VNG-systematiek in de begroting 2017 'matig'. In het laatste jaar van het meerjarenbeeld scoren deze indicatoren volgens de VNG-systematiek 'onvoldoende'. De verslechtering van deze ratio's ten opzichte van 2016 en in de loop van het meerjarenbeeld houdt verband met de begrote inzet van de bestemmingsreserves als dekking voor de ambities van raad en college om te investeren in de stad. Hierdoor krimpt het eigen vermogen moet de gemeente een groter deel van zijn activiteiten met vreemd vermogen financieren.
  • De solvabiliteit geeft de mate aan waarin de gemeentelijke bezittingen (balanstotaal) is gefinancierd uit eigen middelen (eigen vermogen). Leiden scoort met 28,9% volgens deze normatiek ' onvoldoende'. Meerjarig neemt de solvabiliteit verder af. Dit hangt samen met de bij de schuldquote omschreven ontwikkelingen.
  • Het financiële kengetal 'grondexploitatie' geeft aan hoe groot de investeringen in grondposities (boekwaarde) zijn ten opzichte van de jaarlijkse baten. Voor deze indicator zijn geen normen geformuleerd omdat de boekwaarde op zich niets zegt over de mate waarin vraag en aanbod op elkaar aansluiten en in hoeverre de investeringen dus kunnen worden terugverdiend. De paragraaf grondbeleid en het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) bieden hierin meer inzicht.
  • De indicator 'structurele exploitatieruimte' geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte (structurele baten min structurele lasten) zich verhoudt tot de totale begrotingsbaten. Dit laat zien in hoeverre gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen. VNG waardeert een score hoger dan 0,6 als 'voldoende', een score tussen 0 en 0,6 als 'matig' en een score van 0 als 'onvoldoende'. De Leidse begrotingsruimte is binnen deze normen in 2017 'onvoldoende'. Voor het begrotingstoezicht door de Provincie is de structurele begrotingsruimte 'voldoende' wanneer deze groter is dan 0. De gemeente Leiden voldoet in het meerjarenbeeld wel volledig aan deze norm.
  • De indicator 'belastingcapaciteit' drukt uit hoe de woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) zich verhouden tot het gewogen landelijk gemiddelde. Hoge woonlasten ten opzichte van het landelijk gemiddelde drukken uit in hoeverre de gemeente al de eigen inkomsten aanspreekt en dus ook beperkt is in het verkrijgen van extra inkomsten. Woonlasten onder het landelijk gemiddelde waardeert VNG als 'voldoende', woonlasten tussen het landelijk gemiddelde en 120% hiervan als 'matig' en woonlasten hoger dan 120% als 'voldoende'. De Leidse woonlasten bevinden zich rond het landelijk gemiddelde en scoren binnen de normering van VNG 'matig'.
  • Leiden voldoet aan de wettelijke renterisiconorm en kasgeldlimiet voor de financiering (zie de paragraaf financiering bij deze begroting).

De indicatoren en VNG-normen zijn een grofmazig instrument om een uitspraak te kunnen doen over de financiële positie van een gemeente. De bovenstaande indicatoren laten zien dat het ambitieniveau om te investeren in de stad gepaard gaan met zwaardere financieringslasten. In het meerjarenbeeld gaan met name de scores op de solvabiliteitsratio en schuldquote richting de door de VNG geformuleerde ondergrens. Deze scores geven daarom aanleiding om opnieuw stil te staan bij de betekenis van deze indicatoren en normen voor het financieel beleid van de gemeente. Het college gaat dit onderzoeken en zal hierover in de Kaderbrief 2018-2021 rapporteren.