Ga naar boven
Home / Beleidsbegroting / Paragrafen / Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Deze paragraaf biedt op basis van een risicosimulatie en een overzicht van financiële kengetallen inzicht in de financiële positie van de gemeente Leiden. Uit de risicosimulatie blijkt dat het weerstandsvermogen van de gemeente voor 2018 voldoende is. In de komende jaren stijgt de concernreserve tot ruim € 31 miljoen eind 2021. Met de aanvullende stortingen in de Concernreserve loopt het weerstandsvermogen bij een gelijkblijvend risicoprofiel op tot ruim voldoende vanaf eind 2018 tot bijnauitstekend (ratio 1,9) in 2021. De financiële kengetallen laten net als bij de Programmabegroting zien dat de schuldpositie als gevolg van de investeringen die de gemeente doet zal oplopen. Dit zorgt niet voor acute problemen, maar levert in de toekomst risico's op.

1. Risico’s
Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief gevolg voor de organisatie. Met behulp van een risicomanagementinformatiesysteem prioriteert, analyseert en beoordeelt de gemeentelijke organisatie risico's op systematische wijze. Door een goed systeem van risicomanagement kunnen bestuurders en managers vervolgens in voor risico’s, die het behalen van de doelstellingen van de organisatie bedreigen, passende beheersmaatregelen nemen. Op basis van de inventarisatie is een risicoprofiel voor 2018 opgesteld. Het onderstaande overzicht toont de tien grootste risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit aangevuld met de getroffen beheersmaatregel. Onderaan de tabel is het totaalbedrag voor de overige risico’s opgenomen.

Tabel 1: Belangrijkste financiële risico's

Prgr.

Risico

Gevolgen

Maatregelen

Kans

Maximale impact

Invloed

11

De gemeente Leiden staat momenteel garant voor de rente en aflossing van leningen tot een totaalbedrag van € 85,3 miljoen. Het risico is dat de instelling zijn betalingsverplichting niet kan nakomen.

Gemeente moet de rente en aflossing over de leningen betalen

1. Het jaarlijks beoordelen van de financiële gegevens (minimaal de jaarrekening) van de geldnemende organisaties._x000D_
2. De financiële instellingen (geldgevers) jaarlijks wijzen op de plicht om betalingsachterstanden op geborgde geldleningen te melden.

10%

27.193.890

12.87%

6

Reserve Grondexploitaties is ontoereikend om alle projecten en ambities, te kunnen dekken.

Andere middelen moeten worden gevonden om de Reserve Grondexploitaties sluitend te krijgen i.c. nieuwe projecten/ambities te kunnen dekken.

1. Prioritering ruimtelijke ambities.
2. Risicomanagement binnen het MPG.
3. Middelen binnen de begroting vrij maken voor aanvulling Vereveningsreserve

50%

5.000.000

11.72%

10

Verlaging gebundelde uitkering voorheen WWB inkomensdeel

Budgetoverschrijding

Wekelijks worden de klantenaantallen en het aantal aanvragen gemonitord en maandelijks wordt de werkloosheid in Leiden gevolgd. Een mogelijk financieel nadeel als gevolg van gestegen klantenaantallen overvalt Leiden niet. Daarnaast wordt dagelijks de instroom zoveel mogelijk beperkt, de uitstroom bevorderd i.s.m. DZB (Participatiecentrum, project Leidse kracht) en waar mogelijk wordt gehandhaafd en waar nodig worden processen aangepast/verbeterd die (in)direct zullen bijdragen aan een zo laag mogelijk uitkeringen. Voor de toename van asielmigranten is een versnelde aanpak vastgesteld door de Raad. Wanneer dat plan wordt vastgesteld, dan heeft dat een drukkend effect op de uitkeringslasten na circa twee jaar.

50%

2.900.000

8.28%

6

Gemeente wordt gehouden om het YNS-pand tegen te hoge boekwaarde over te nemen waardoor aankoopwaarde direct moet worden afgewaardeerd.

Hogere koopprijs dan voorzien van YNS pand

Voeren van een zorgvuldige juridische procedure

30%

5.000.000

6.27%

7

3D: 3D: Onvoldoende Rijksbudget om zorg/ondersteuning te realiseren. Voor 2018 risico voornamelijk op jeugd.

Budgetoverschrijding

1. Transformatieagenda: kosten baten op lange termijn onderzoeken en bevorderen van participatie en inzet sociaal netwerk
2. permanente monitoring budget om actie te kunnen ondernemen
3. Er is een financiële reserve 3D
4. Regionale samenwerking op financieel gebied, spreiding financiële risico's in regio, bijv. bij financiële gevolgen incidenten jeugdzorg en beschermd wonen
5. Scherper sturen op de aanbieder
6. Instellen wachtlijsten.

30%

4.000.000

5.64%

11

Algemene Uitkering Gemeentefonds valt lager uit dan geraamd

(Structurele) begrotingstekorten en noodzaak tot bezuinigingen

1. Monitoring van ontwikkeling binnen het Gemeentefonds om snel te kunnen bijsturen. De gemeente heeft nauwelijks invloed op de hoogte van de Algemene Uitkering.

40%

3.000.000

5.62%

6

Lopende planschadeclaims.

De gemeente wordt eraan gehouden planschade uit te keren

Voeren van een zorgvuldige juridische procedure

20%

5.000.000

4.73%

8

Afschaffen van rijkswege van het sportbesluit inzake BTW-regeling

Extra kosten

Huidige bestuurs-/gebruikersovereenkomsten in overeenstemming brengen met het Sportbesluit.

40%

2.000.000

3.77%

6

asbestinventarisatie leidt tot investeringen waarvoor geen middelen (meer) gereserveerd zijn in de reserve asbestsanering.

Noodzaak sanering asbest leidt tot onontkoombare kosten

Zorgvuldige inventarisatie zodat de noodzakelijke sanering goed in beeld komt.

50%

1.000.000

3.49%

11

Organisatie kan lening niet terugbetalen aan gemeente

Afboeken lening leidt tot nadeel in de gemeentelijke begroting

Terughoudend beleid ten aanzien van het verstrekken van nieuwe leningen en monitoren financiële positie geldnemers en deelnemingen.

10%

4.797.786

2.26%

Impact 10 belangrijkste financiële risico's

59.891.676

Impact overige risico's

43.296.221

Totale impact financiële risico' s

103.187.897

Ten opzichte van de meest recente risico-inventarisatie ( Jaarstukken 2016) is de totale impact van de financiële risico's afgenomen van € 104 miljoen naar € 103 miljoen. De volgende risico's staan nieuw in de top tien:

  • Op dit moment lopen enkele planschadeclaims bij de gemeente die voortkomen uit de eerdere besluitvorming rondom de Oostvlietpolder. Door actualisatie van het risicoprofiel is dit risico hoger ingeschat dan bij eerdere jaarrekeningen en begrotingen. Daarom staat dit risico nu in de top 10.
  • Naar aanleiding van uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese unie, heeft de Rijksoverheid het voornemen om het Sportbesluit inzake BTW-regeling af te schaffen. Dit betekent dat de gemeente de BTW die ze betaalt over uitgaven voor het beschikbaar stellen van sportaccomodaties niet meer kan aftrekken. Dit levert een nadeel op. Alhoewel de staatssecretaris aangeeft dat er een compensatieregeling komt en door het anders organiseren van de exploitatie van sportaccomodaties op de gewijzigde regels kan worden geanticipeerd, resteert een risico voor de gemeente.
  • De gemeente loopt een risico over uitstaande leningen en risicodragend kapitaal in deelnemingen. Door het vervallen van andere risico's schuift dit risico met een laag kanspercentage nu in de top 10.

De overige risico's stonden ook al opgenomen in de top tien bij de Jaarstukken 2016. In de kwantificering treden de volgende verschuivingen op. De grootste verschuivingen zijn:

  • De risico-inschatting op het inkomensdeel WWB is bijgesteld van een kans van 50% op een nadeel van € 1,5 miljoen naar een kans van 50 procent op een nadeel van € 2,9 miljoen. Leiden heeft het rijksbudget met circa € 1,1 miljoen eigen middelen verhoogd om een eventueel tekort ten opzichte van het rijksbudget op te vangen. Het streven is erop gericht om met het rijksbudget uit te komen. Het zal moeilijk zijn om bijsturing binnen het programma Werk en Inkomen te realiseren mocht het totale budget niet voldoende zijn. Leiden loopt dus een maximaal risico van € 2,9 miljoen.
  • Het risico op Jeugd is bijgesteld van van een impact van € 2 miljoen naar een impact van € 4 miljoen. De verwachting is, gebaseerd op de prognoses van Holland Rijnland dat er een tekort optreedt voor 2018-2021. Dit komt door een toename van het aantal cliënten en de nieuwe afbakening met de Wet Langdurige Zorg, waarvoor tot nu toe onvoldoende compensatie vanuit het Rijk is gegeven. Voor 2018 is het rijksbudget nog niet zeker. Veel gemeenten hebben tekorten op Jeugdzorg gemeld en dus is het mogelijk dat een nieuw kabinet voor extra middelen zorgt. Daarnaast worden financiële effecten verwacht van de inzet van het Tijdelijke fonds jeugdhulp. In het somberste scenario (wanneer het financieel effect van het fonds nihil blijkt te zijn in 2018, het rijksbudget op het huidige niveau blijft en er geen aanvullende maatregelen worden getroffen) is er een kans op een tekort van circa € 4,0 miljoen in 2018. In het laatste kwartaal van 2017 zullen daarom incidentele en structurele beheersmaatregelen worden genomen.
  • Gezien de voortdurende onzekerheid over de kabinetsformatie en de onzekerheid die dit geeft over de ontwikkeling van het Gemeentefonds, is het kanspercentage voor het risico op de Algemene uitkering verhoogt van 30 naar 40 procent.
  • Bij de Jaarstukken 2016 stond een eventuele naheffing vanuit de controle van de BTW-aangifte en aangifte loonbelasting als risico opgenomen met een impact van € 3 miljoen. De eerste bevindingen laten zien dat dit bedrag te hoog is. Hierdoor is het risico naar beneden bijgesteld en vervalt het uit de top 10

Als alle risico's zich gelijktijdig in hun volle omvang zouden voordoen zou een nadeel optreden van € . Het reserveren van een dergelijk groot bedrag als buffer voor alle risico's is echter ongewenst omdat het niet waarschijnlijk is dat alle risico's zich in 2016 gelijktijdig, en in hun maximale omvang, voordoen. Daarom is op basis van de ingevoerde risico's een risicosimulatie uitgevoerd. Bij deze simulatie is gerekend met een zekerheidspercentage van 90%. Het resultaat is dat met een benodigde weerstandscapaciteit van € het voor 90% zeker is dat alle risico's die in 2018 zouden kunnen optreden kunnen worden afgedekt. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door alle risico's waarvoor geen of onvoldoende beheersmaatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

Onderstaande tabel bevat een overzicht van de meest relevante percentages en de daarmee corresponderende benodigde weerstandscapaciteit.

Tabel 2: Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages

Percentage

Bedrag

75%

12.297.714

80%

13.166.643

85%

14.353.011

90%

16.350.595

95%

23.116.302

2 . Beschikbare weerstandscapaciteit

In theorie beschikt een gemeente over incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de concernreserve, de bestemmingsreserves, de langlopende voorzieningen, de begrotingspost onvoorzien en aanwezige stille reserves. De structurele weerstandscapaciteit wordt bepaald door de omvang van toekomstige bezuinigingsmogelijkheden en het onbenutte deel van de belastingcapaciteit. Het is een politieke afweging om te bepalen welke delen van de incidentele en structurele componenten men tot de weerstandscapaciteit wil rekenen.

De raad heeft in de Financiële verordening 2016 (RV 16.0089) de concernreserve aangemerkt als weerstandscapaciteit. Hierbij heeft de raad besloten dat wanneer de benodigde weerstandscapaciteit groter is dan de beschikbare weerstandscapaciteit, het college in de paragraaf weerstandsvermogen een voorstel doet over de wijze hoe het hiermee om wil gaan. De begrote stand van de Concernreserve per 1 januari 2018 is € 18.943.000. Inclusief het resultaat van deTweede bestuursrapportage 2017 is dit € 17.356.000.

3. Weerstandsvermogen

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij horende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit

=

17.356.000

= 1,11

Benodigde weerstandcapaciteit

Leiden streeft een weerstandsvermogen na dat tenminste voldoende is. Dit vereist een ratio weerstandsvermogen dat gelijk is of hoger is dan 1.

Tabel 3: Weerstandsnorm

Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

4. Relatie met Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG)
Naast de gemeentebrede risico-inventarisatie en het daaruit voortvloeiende risicoprofiel en de benodigde weerstandscapaciteit, wordt in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) verantwoording afgelegd over de grondexploitatieprojecten. Het risicomanagement van deze projecten en het zorg dragen voor een toereikend weerstandsvermogen voor deze projecten maken deel uit van het MPG. Pas als risico's binnen het MPG niet meer afgedekt kunnen worden, ontstaat er een risico dat betrokken moet worden in de gemeentebrede inventarisatie. In de risico-inventarisatie voor de programmabegroting 2018 is dit risico meegenomen.

5. Ratio's / kengetallen
De paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing bevat op basis van nieuwe verantwoordingsregels vanaf de begroting 2016 vijf financiële kengetallen. De berekenwijze van de kengetallen is vastgelegd in een ministeriële regeling. Mede op basis van deze kengetallen dient de paragraaf een analyse te geven van de financiële positie van de gemeente. De VNG heeft een aantal normen ontwikkeld om een grofmazige waardering te geven aan deze indicatoren.

Tabel 4: Financiële kengetallen

Omschrijving

Rek.2016

Begr.2017

Begr.2018

Mjr. 2019

Mjr. 2020

Mjr. 2021

Netto schuldquote

52,1%

85,5%

107,7%

129,7%

136,0%

140,9%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

50,4%

83,9%

106,1%

128,1%

134,4%

139,4%

Solvabiliteitsratio

50,8%

36,9%

32,0%

28,4%

26,9%

26,2%

Grondexploitatie

2,7%

1,9%

-2,1%

-1,6%

-1,0%

0,1%

Structurele exploitatieruimte

2,0%

0,1%

1,6%

1,6%

1,1%

0,5%

Belastingcapaciteit

106,0%

105,2%

105,2%

105,2%

105,2%

105,2%

Op basis van de nieuwe geprognosticeerde balans zijn de financiële kengetallen geactualiseerd.

  • De schuldpositie loopt als gevolg van de investeringen die de gemeente de komende jaren gaat doen stevig op. Het kengetallen voor de schuldquote stijgt hierdoor tot boven de door de VNG geadviseerde bovengrens van 130%. Dit beeld is positiever dan de verwachting bij de Programmabegroting 2017 (schuldratio 159% in laatste jaarschijf) maar negatiever dan de prognose bij de Kaderbrief 2018-2021 (schuldratio 129% in laatste jaarschijf). De ontwikkeling van deze kengetallen hangt samen met de verwachtte kasstroom die in 2021 het meerjarenbeeld inschuift, besluiten om (extra ) te investeren in de stad (bijvoorbeeld de Topsporthal) en de geactualiseerde verwachtingen over de inzet van reserves. Ook de solvabiliteit daalt als gevolg van de investeringen die de gemeente doet.
  • Het kengetal voor de grondexploitatie drukt uit in hoeverre een gemeente in grond heeft geïnvesteerd. Leiden kent geen grote uitleglocaties of grondposities waarop risico wordt gelopen. De VNG noemt een signaleringswaarde van 10% waarboven de grondexploitaties als kwetsbaar worden gezien. Dit geeft echter maar een beperkt beeld. Voor een uitgebreider beeld van de grondexploitaties verwijzen we naar de Paragraaf grondbeleid.
  • De kengetallen voor structurele exploitatieruimte (in alle jaren een structureel sluitende begroting) en de belastingcapaciteit (de woonlasten lagen in 2017 iets boven het landelijk gemiddelde) laten zien dat de gemeente Leiden een goede uitgangspositie heeft om structureel bij te sturen op de begroting als dit nodig is.

Schuld: geen acuut probleem, wel een potentieel risico

De indicatoren en VNG-normen zijn een grofmazig instrument om een uitspraak te kunnen doen over de financiële positie van een gemeente. De schuldquote en solvabiliteitsratio laten zien dat het ambitieniveau om te investeren in de stad gepaard gaan met zwaardere financieringslasten. Deze financieringslasten zijn gedekt in de meerjarenbegroting. Wel levert een hoge schuldpositie mogelijke risico's op:

  • Een hoge schuld betekent dat de gemeente bij (her)financiering risico loopt op een rentestijging. Dit zorgt voor extra lasten in de begroting. Als beheersingsmaatregel houdt de gemeente bij het ramen van de rentelasten in het meerjarenbeeld rekening met een geleidelijke rentestijging naar 3,5% (zie ook de Paragraaf 3.2.4. Financiering). Hierbinnen kunnen eventuele rentestijgingen worden opgevangen binnen de meerjarenbegroting. Daarnaast kiezen we bij het aantrekken van lang vreemd vermogen voor een lange rentevaste periode. Dit vermindert de kwetsbaarheid voor rentestijgingen.
  • Kapitaallasten zijn niet beïnvloedbaar: als de investering is afgerond, drukken de kapitaallasten hiervan gedurende de afschrijvingstermijn op de gemeentelijke begroting. In 2018 bedragen de totale kapitaallasten € 31,5 miljoen (6,5 % van de begrote lasten). Dit stijgt naar € 44,7 miljoen in 2021 (9,6% van de begrote lasten). Hiermee valt een groter deel van de begroting niet meer te beïnvloeden. De flexibiliteit om (structureel) bij te sturen neemt hierdoor af. Het structureel begrotingsevenwicht en de gemiddelde woonlasten mitigeren dit risico weer enigszins.

De bovenstaande risico's worden verder gemitigeerd door een behoudend beleid ten aanzien van het weerstandsvermogen. De gemeente Leiden rekent alleen de Concernreserve tot de beschikbare weerstandscapaciteit, waar andere gemeenten soms ook meer onzekere of beklemde vermogensbestanddelen meerekenen. Daarnaast zorgen we ervoor dat de concernreserve in het meerjarenbeeld altijd toegroeit naar € 30 miljoen. Zo zorgen we ervoor dat de begroting voldoende robuust is om incidentele tegenvallers in de toekomst te kunnen opvangen.

De kengetallen moeten altijd in onderlinge samenhang en vanuit de specifieke situatie van de gemeente worden bezien. De gemeente Leiden investeert fors in Parkeergarages (Lammermarkt en Garenmarkt) en Sportaccommodaties (Topsporthal en Combibad De Vliet). Hierdoor moet de gemeente deze investeringen financieren en komt de schuld op de balans te staan. Andere gemeenten hebben soms hun sportaccomodaties en stadsreiniging buiten de deur gezet en kennen alleen private parkeergarages. Dergelijke keuzes beïnvloeden direct de schuldquote. Daarnaast kent een gemeente meer langlopende verplichtingen dan alleen de schuldpositie. Ondanks een lage schuldquote kan een gemeente veel risico lopen doordat bijvoorbeeld scherp aan de wind word gezeild in de renteverwachting of het weerstandsvermogen is opgebouwd uit onzekere vermogensbestanddelen. Dit zorgt ervoor dat de informatiewaarde van een vergelijking van afzonderlijk ratio's beperkt is. Om die reden nemen ook geen vergelijking met andere gemeenten op.