Ga naar boven

Structureel en reëel evenwicht

Op basis van onderstaand overzicht wordt aangetoond dat de Begroting 2017 en meerjarenraming 2018-2020, conform de uitgangspunten in het BBV, structureel in evenwicht is. Dit houdt in dat structurele lasten kunnen worden gedekt met structurele baten. Indien dit niet het geval zou zijn, zou de kans groot zijn dat er op termijn een begrotingstekort ontstaat. De huidige ramingen tonen aan dat dit risico op dit moment niet aan de orde is.

Het structureel begrotingsevenwicht wordt berekend door de totale lasten en baten te verminderen met de incidentele lasten en baten. Het saldo dat over blijft moet op termijn positief zijn (de structurele baten zijn dan groter dan de structurele lasten). In 2017 is dit saldo nog € 0,4 mln nadelig. In de jaren 2018 tot en met 2020 is op basis van de ramingen wel sprake van een positief saldo.

De provincie spreekt als financieel toezichthouder een oordeel uit over het al dan niet structureel en reëel sluitend zijn van de begroting. Bij de beoordeling hiervan kan de provincie het saldo corrigeren voor algemene taakstellingen, de verwachte maar nog niet verwerkte ontwikkeling van de algemene uitkering en te positief of te negatieve uitgangspunten zoals de gecalculeerde rentestand of de verwachte onderuitputting kapitaallasten.

2017

2018

2019

2020

Resultaat na bestemming

0

0

0

0

Af: Incidentele lasten

45.327

18.521

12.361

6.536

Bij: Incidentele baten

23.783

8.433

8.756

6.079

Af: incidentele toevoegingen aan reserves

15.503

17.626

5.676

1.561

Bij: Incidentele onttrekkingen aan reserves

37.430

24.680

5.948

1.724

Structureel saldo van de begroting

383

-3.034

-3.332

-294

Structureel evenwicht

NEE

JA

JA

JA

Bedragen x € 1.000,-

Structureel evenwicht
Als in het betreffende begrotingsjaar structurele lasten gedekt zijn door structurele baten is er sprake van structureel evenwicht. Incidentele lasten mogen gedekt worden door zowel structurele als door incidentele baten.

Reëel evenwicht
Reëel evenwicht houdt in dat de ramingen volledig, realistisch en haalbaar moeten zijn. Bij de toets of het realiteitsgehalte van de ramingen voldoende is spelen diverse onderwerpen een rol:

  • Uitgangspunten in de begroting (o.a. realiteit van: ombuigingen, loon- en prijsstijgingen en algemene uitkering)
  • Weerstandsvermogen en risico’s
  • Ontwikkeling van de grondexploitatie
  • Onderhoud van kapitaalgoederen (wegen, groen, gebouwen en riolering)
  • Onderzoek van de jaarrekening