De gemeenteraad wordt jaarlijks bij de kaderbrief geïnformeerd wordt over de verwachtingen ten aanzien van de langjarige ontwikkeling van de reserve Parkeren. Dit was voor het laatst in 2025 in bijlage 5.7 bij de Kaderbrief 2025-2029. Deze paragraaf gaf inzicht in het verloop van de reserve Parkeren voor de periode 2025-2044.
Het voorliggende meerjarenperspectief van de reserve Parkeren voor de periode 2026-2045 sluit aan bij het kader zoals dit in het raadsbesluit in 2009 is geformuleerd: de reserve Parkeren is in beginsel een kasboek waarbij de inkomsten en uitgaven van auto- en fietsparkeren langdurig met elkaar in evenwicht moeten zijn. De gekozen periode is een doorkijk van 20 jaar om de financiële effecten van genomen besluiten op de kasstroom te kunnen zien. Het huidige perspectief loopt daarom tot 2045.
Ten opzichte van de begroting is het resultaat van parkeren in 2025 €1.605.000 voordelig, wat 6,4% van de totale omzet van 2025 bedraagt. Het voordelige resultaat komt tot stand doordat zowel de lasten als de baten afwijken van de begroting, waarbij de gerealiseerde baten hoger zijn dan begroot (een voordeel) en de gerealiseerde lasten lager zijn dan begroot (eveneens een voordeel).
Binnen het beleidsterrein parkeren wordt onderscheid gemaakt tussen auto- en fietsparkeren. Het voordeel op de baten (+ €1.148.000) bedraagt 4,8% ten opzichte van de totaal begrote parkeerinkomsten van € 24,1 miljoen en is toe te schrijven aan hogere parkeeropbrengsten, met name door het ondergronds parkeren in de garages Lammermarkt en Garenmarkt, in het bijzonder in de maanden november en december.
Het voordelige resultaat op de lasten (€ 457.000) wordt veroorzaakt door niet gerealiseerde uitgaven, gedekt uit de reserve parkeren, voor de kredieten fietsenstalling Lange Mare en voorbereidingskosten en studies naar parkeren bij Leiden CS (Lorentz). De dekking voor deze kredieten blijft beschikbaar in 2026.
Het voordelige jaarresultaat van de lasten en baten binnen de parkeerexploitatie wordt verrekend met de reserve parkeren.
In € 1.000, v = voordeel | Lasten | Baten | Saldo | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
Autoparkeren | 166 | V | 1.112 | V | 1.278 | V |
Fietsparkeren | 291 | V | 36 | V | 327 | V |
Totaal | 457 | V | 1.148 | V | 1.605 | V |
Onderstaand wordt de actuele ontwikkeling van de reserve Parkeren voor de komende 20 jaar weergegeven. Dit is de ontwikkeling alle bekende en verwachte kosten en een selectie van de belangrijkste extracomptabele posten.
In 2026 is geen tariefsindexatie voor parkeren doorgevoerd, aangezien de realisatie hoger is uitgevallen dan begroot. De geplande tarief-indexaties voor de jaren 2028, 2030 en 2032 (€ 0,25) zijn vooralsnog gewoon in de prognose opgenomen.

Grafiek 1 Ontwikkeling reserve parkeren 2026 (exclusief extracomptabele posten)
Grafiek 1 toont de ontwikkeling van de reserve Parkeren exclusief de extracomptabele posten. Doordat deze kostenposten buiten beschouwing zijn gelaten - waarbij met name het extra fietsdepot een substantiële kostenpost vormt - ontstaat een sterk vertekend positief beeld van de reserveontwikkeling. In deze prognose bereikt de reserve Parkeren in 2030 de laagste stand van circa € 10,13 miljoen, waarna de reserve positief blijft ontwikkelen.
Op het gebied van handhaving fietsparkeren en deelmobiliteit moeten nog nadere keuzes worden gemaakt. Maar gezien de bestuurlijke wensen zijn vooralsnog deze posten wel al verwerkt in de onderstaande berekeningen voor de Reserve parkeren.

Grafiek 2 Ontwikkeling reserve parkeren 2026 (inclusief alle extracomptabele kosten)
Grafiek 2 toont de ontwikkeling van de reserve Parkeren, inclusief de extracomptabele posten voor fietsparkeren en deelmobiliteit. Daarbij zijn de risico’s van beperkte bereikbaarheid en economische ontwikkelingen — die kunnen leiden tot lagere parkeerinkomsten en hogere lasten — financieel doorgerekend. Uit deze prognose blijkt dat de reserve Parkeren in 2034 afneemt tot € 5,70 miljoen en eind 2043 de risicobuffer bereikt. Daarna zet de daling structureel door, waardoor in 2045 een negatief saldo ontstaat.
De analyse laat zien dat de reserve Parkeren, rekening houdend met alle extracomptabele posten, op de lange termijn naar verwachting niet financieel gezond blijft. Daarmee voldoet de ontwikkeling niet aan het kader van het raadsbesluit uit 2009. Het geschetste toekomstbeeld is bewust gematigd defensief opgesteld om mogelijke tegenvallers te kunnen opvangen, maar laat ondanks deze voorzichtige benadering alsnog een toekomstig negatief resultaat zien.
De conclusie is daarom dat tijdige bijsturing noodzakelijk is. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan aanvullende tariefindexaties, voor zover de maatschappelijke en economische draagkracht dit toelaat.