Programmabegroting 2021

Maatschappelijke Ondersteuning

Programmanummer

 

9

Commissie

 

Onderwijs en Samenleving

Portefeuille(s)

 

Gezondheid, Jeugdzorg & Welzijn

De missie van het programma Maatschappelijke Ondersteuning luidt:
De gemeente Leiden wil een inclusieve, toegankelijke en sociale stad zijn, waarin iedereen naar vermogen kan deelnemen en waar er zo nodig een vangnet is. We stimuleren actieve deelname aan het maatschappelijk leven.

Inleiding

Programma 9 maakt (samen met Programma’s 7, 8C en 10) onderdeel uit van het sociaal domein en daarmee is de Visie Sociaal Domein van toepassing. In de visie zijn drie sturingsniveaus geformuleerd (stadsklimaat, collectief en individueel) waar de gemeente op inzet bij het realiseren van haar beleidsdoelen.

Op het niveau van stadsklimaat werken we aan toegankelijkheid voor iedereen (zowel fysieke drempels wegnemen als vindbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen) en het stimuleren van een inclusieve stad (bijv. via de subsidies wijkinitiatieven). Het hebben van een stadsklimaat waarin je kunt spelen, bewegen, etc. draagt ook bij aan betere gezondheid.
Gezondheidsbeleid is veelal gericht op specifieke groepen (collectief niveau) zoals depressiepreventie voor ouderen en rookvrije en gezonde scholen voor jongeren. Voor mensen met psychische problematiek zijn er specifieke plekken voor informatie, begeleiding en daginvulling.
Wmo-maatwerkvoorzieningen, maatschappelijke opvang (van daklozen en slachtoffers van huiselijk geweld) en beschermd wonen zijn voorbeelden van inspanningen op individueel niveau.

Speerpunten 2021

  • Sterke Sociale Basis (SSB): de opdracht voor de SSB is op 1 juli 2020 in uitvoering gegaan. 2021 staat met name in het teken van het verder bouwen aan duurzame samenwerkingsrelaties en het beter leren kennen van de stad.
  • Opdracht Sociale Wijkteams: als gevolg van de ontwikkelingen in dit beleidsterrein (SSB, de herorientatie op de Wmo, de decentralisatie van maatschappelijke opvang en beschermd wonen) en de ontwikkelingen bij jeugd (zie P7), passen we in 2021 de opdracht voor de Sociale Wijkteams voor 2022 en verder aan.
  • Herorientatie Wmo: in 2021 worden daarnaast de inhoudelijke veranderopgaven vertaald in een concreet inkooptraject voor de Wet maatschappelijke ondersteuning van de vijf samenwerkende Leidse regio-gemeenten Leiderdorp, Leiden, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude.
  • Beschermd wonen/maatschappelijke opvang. Vanaf 2022 is Beschermd wonen geen centrumgemeente taak meer. Ook de Maatschappelijke opvang wordt zoveel mogelijk naar de sub-regio's gedecentraliseerd. De begeleiding, als onderdeel van beschermd wonen en maatschappelijke opvang, loopt mee de herorientatie Wmo. Het inrichten en inkopen van de zorg aan kwetsbare inwoners die gebruik maken van een beschutte of beschermde woonomgeving is in 2021 een belangrijke opgave. Hiervoor is naast samenwerking in de Leidse regio ook een stevige en strategische samenwerking met de gemeenten uit de regio Holland Rijnland en aanbieders van belang.

Wijkregie & wijkgericht werken
De afgelopen jaren is veel winst geboekt door wijkgericht te werken. Er is veel bereikt door wijkregie middels de inzet van wijkregisseurs, bijzondere wijkaanpakken en het steeds wijkgerichter werken van de organisatie. Wijkregie had van 2018-2020 tijdelijk extra capaciteit beschikbaar. Nu komt er een volgende fase waarbij wijkregie weer terug gaat naar de structurele capaciteit van vier wijkregisseurs. De beschikbare capaciteit zal zo goed mogelijk worden ingezet om de leefbaarheid in de wijken te blijven verbeteren.

Beleidsterrein 9A Sociale binding en participatie

Doelen en prestaties bij 9A Sociale binding en participatie

Doel

Prestatie

9A1 Sociale binding en participatie van inwoners is hoog
 


 


 


 


 

9A1.1 Organiseren van een passend voorzieningenaanbod dat aansluit op de sociale situatie van de wijk

9A1.2 Organiseren van activiteiten die maatschappelijke participatie bevorderen en sociaal isolement voorkomen

9A1.3 Bevorderen van cliëntbetrokkenheid en participatie op het gebied van maatschappelijke ondersteuning

9A1.4 Opdracht geven voor het uitvoeren van de vijf basisfuncties voor lokale ondersteuning van vrijwilligerswerk

9A1.1 Organiseren van een passend voorzieningenaanbod dat aansluit op de sociale situatie van de wijk

9A1.2 Organiseren van activiteiten die maatschappelijke participatie bevorderen en sociaal isolement voorkomen
Op 1 juli 2020 is de opdracht Sterke Sociale Basis tot uitvoering overgegaan. De komende 5 jaar (tot 1 juli 2025) ontwikkelen en bieden drie nieuwe partijen, te weten Stichting SOL, Incluzio en BuZz Leiden, vraaggericht, overzichtelijk en toegankelijk een samenhangend geheel aan activiteiten en voorzieningen op stedelijk en wijkniveau aan, dat bijdraagt aan het welzijn van de Leidse inwoners.
Om tot een overzichtelijk samenhangend aanbod te komen, worden drie percelen onderscheiden: Opgroeien (Stichting SOL), Samen Meedoen (Incluzio) en Basiskracht (BuZz Leiden). Opgroeien staat in het teken van veilig en gezond opgroeien, talentontwikkeling en kansen voor kinderen en jongeren, het versterken van een positieve opgroei- en opvoedomgeving en het vroegtijdig signaleren van risicovolle situaties en gedrag.

Samen Meedoen staat in het teken van het vergroten van de betrokkenheid van Leidenaren bij elkaar en het versterken van netwerken (gezin, familie, buurten, verenigingen). Het faciliteren, stimuleren en soms begeleiden van ontmoeting loopt hier als een rode draad doorheen. Basiskracht richt zich op basisvaardigheden die inwoners nodig hebben om mee te kunnen doen in de samenleving en om hun talenten verder te ontwikkelen. De gemeente investeert hiermee in een solide sociale basisinfrastructuur.

In 2021 ligt de focus voor Stichting SOL, Incluzio en BuZz Leiden tevens op het verder bouwen aan duurzame samenwerkingsrelaties, zowel onderling binnen de opdracht als daarbuiten met relevante partijen in de stad en de wijken. Vrijwilligersorganisaties leveren een belangrijke bijdrage aan het succes van de Sterke Sociale Basis.
Voor het normaliseren, afschalen en dichtbij organiseren van specialistische ondersteuning is de samenwerking met de SWT’s, JGT’s, aanbieders van specialistische (maatwerk)voorzieningen op het gebied van o.a. jeugd, Wmo, Beschermd wonen en de Participatiewet van belang. Met de Sterke Sociale Basis zetten we in op een krachtig voorveld (sociale basis), zodat indien nodig zo goed mogelijk hulp geboden kan worden in de gewone leefomgeving en ingezet kan worden op preventie. De Sterke Sociale Basis en maatwerkvoorzieningen zijn geen gescheiden circuits, maar lopen vloeiend in elkaar over en werken nauw met elkaar samen.

In 2021 bepalen Stichting SOL, Incluzio en BuZz Leiden de speerpunten voor 2022.
De gemeente faciliteert en coördineert onder andere diverse multifunctionele locaties in de verschillende wijken in de stad. Maatschappelijke organisaties kunnen hierin gehuisvest worden en met elkaar samenwerken. In 2021 is er extra aandacht voor zowel de sociale als facilitaire beheerfunctie in Het Gebouw in Leiden Noord. Daarnaast wordt er gewerkt aan het tot stand komen van een aantal nieuwe multifunctionele accommodaties.

9A1.3 Bevorderen van cliëntbetrokkenheid en participatie op het gebied van maatschappelijke ondersteuning Door de Adviesraad Sociaal Domein zullen ook in 2021 weer verschillende adviezen worden uitgebracht op de terreinen van de Wmo, Werk en Inkomen en Jeugd. Er is een goede samenwerking en de adviesraad wordt vaak in een vroeg stadium bij de beleidsvorming betrokken.
Met het Platform Gehandicapten wordt regelmatig gesproken over verschillende onderwerpen, variërend van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer tot de beschikbaarheid van openbare toiletten.

9A1.4 Opdracht geven voor het uitvoeren van de vijf basisfuncties voor lokale ondersteuning van vrijwilligerswerk

De ondersteuning van vrijwilligers is opgenomen in de opdracht Sterke Sociale Basis (zie 9A 1.1 en 9A1.2).

Effectindicatoren bij 9A Sociale binding en participatie

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

2021

2022

2023

2024

Doel 9A1 Sociale binding en participatie van inwoners is hoog

9A1.a Schaalscore sociale cohesie
(op een schaal van 1 tot 10)

5,7 (2015)
5,9 (2016)
5,8 (2017)

 6,1

6,1

6,1

6,1

Veiligheidsmonitor

9A1.b Percentage inwoners dat het eens is met de stelling "Ik woon in een gezellige buurt waar mensen elkaar helpen en dingen samen doen"

32% (2015)

35% (2016)
34% (2017)

38%

39%

40%

40%

Veiligheidsmonitor

9A1.c Percentage Leidenaren dat vrijwilligerswerk doet *

32% (2015)
32% (2017)

40% (2019)

41%

41%

42%

42%

Stads- en wijkenquête

9A1.d Percentage inwoners dat kan terugvallen op mensen in de buurt als men hulp nodig heeft

67% (2015)
68% (2017)

70% (2019)

71%

71%

71%

71%

Stads- en wijkenquête

9A1.e Percentage inwoners - heb ik gedaan of ben ik toe bereid: "het ondersteunen van buurtgenoten die hulp nodig hebben"

48% (2015)
49% (2017)
44% (2019)

52%

52%

52%

52%

Stads- en wijkenquête

9A1.f Percentage inwoners dat mantelzorg verleent*

17% (2015)
18% (2017)

17% (2019)

18%

19%

20%

22%

Stads- en wijkenquête

* De streefwaardes bij de indicatoren 9A1.c en 9A1.f zijn aangepast op de realisatiecijfers van 2019 en sluiten nu ook aan op de afspraken die met Incluzio zijn gemaakt in het kader van de Sterke Sociale Basis.

Een overzicht van realisatie- en streefwaarden van de indicatoren (ook uit vorige begrotingen) staat op LeideninCijfers.

Beleidsterrein 9B Preventie

Preventie is op veel plekken en in meerdere programma's aan de orde. In deze paragraaf ligt de focus op gezondheidsbeleid en onze specifieke inzet op cliëntondersteuning en ondersteuning van mantelzorgers. Dit zijn belangrijke pijlers onder een van de drie doelen van de Visie Sociaal Domein (RV 19.0029): Leidenaren voelen zich gezond en veilig.

Het doel van preventie op dit vlak is te bereiken dat inwoners zo gezond mogelijk blijven (mentaal en fysiek), waardoor het mogelijk wordt zo lang mogelijk zelfstandig, onafhankelijk en maatschappelijk actief te zijn. Gezond voelen loopt daarom als een rode draad door alle drie de thema’s van de opdracht voor de Sterke Sociale Basis (‘Samen meedoen’, ‘Basiskracht’ en ‘Opgroeien’). Een gezonde leefstijl draagt ook bij aan het gezond voelen. Daarom heeft dit beleidsterrein een verbinding met programma 8C (Sport) en programma 7a (Spelen en bewegen) door het geïntegreerde beleidskader ‘Sport en Gezondheid: Samen maken we de stad gezond en actief 2019-2023’ (RV 19.0093).

Doelen en prestaties bij 9B Preventie

Doel

Prestaties

9B1 Inwoners zijn zo zelfredzaam mogelijk

9B1.1 Organiseren van een samenhangend aanbod van informatieverstrekking, advies en clientondersteuning

9B2 Gezondheidsproblemen worden voorkomen

9B2.1 Uitvoeren van wettelijke taken basisgezondheidszorg

9B3 Iedere Leidenaar heeft een gezonde en actieve leefstijl

9B3.1 Leidenaars hebben kennis van een gezonde en actieve leefstijl

9B3.2 Leidenaars gaan verantwoord om met genotmiddelen

9B3.3 Leidenaars hebben een gezond gewicht

9B1 Inwoners zijn zo zelfredzaam mogelijk

9B1.1 Organiseren van een samenhangend aanbod van informatieverstrekking, advies en cliëntondersteuning

Ook in 2021 zorgt de gemeente samen met een aantal partners in de stad voor informatie, advies en cliëntondersteuning. De laagdrempelige inloopfunctie dichtbij inwoners in de wijk ‘Een goede buur’ wordt in 2021 voortgezet. In 2021 wordt extra aandacht besteed aan het onderwerp onafhankelijke clientondersteuning.

9B2.1 Uitvoeren van wettelijke taken basisgezondheidszorg
De wettelijke taken, zoals het bestrijden van infectieziekten, inzicht geven in de gezondheidssituatie van de bevolking en het adviseren over besluiten die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de publieke gezondheidszorg, het geven van gezondheidsvoorlichting en het doen van bevolkingsonderzoeken, laten wij in regionaal verband uitvoeren door de Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg (RDOG) Hollands Midden, een gemeenschappelijke regeling voor de gemeenten in de regio Hollands Midden. Ook voert de RDOG o.a. de jeugdgezondheidszorg uit, zie Programma 7A.

Ook in 2021 vervult de RDOG een belangrijke rol in het bestrijden van Covid-19, waartoe zij onder meer het bron- en contactonderzoek verricht en de teststraten in de regio Hollands Midden coördineert.Het Rijk vergoedt de meerkosten die de RDOG en de Veiligheidsregio maken als gevolg van de Covind-19 pandemie betreffende de intensivering van reguliere GGD-taken, opdrachten op basis van art. 7 Wpg (opdrachten uit aanwijzingen noodverordeningen), vervangingskosten voor taken die niet konden worden uitgevoerd, en nieuwe taken op basis van de nieuwe tijdelijke spoedwet. Om in aanmerking te komen voor deze vergoeding dienen de RDOG en Veiligheidsregio een voorlopige opgave van de meerkosten t/m juni en een raming van de meerkosten voor de periode juli t/m december in via de Voorzitter van de veiligheidsregio.

Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk wat de effecten zijn van Covid-19 in 2021. Niet alleen wat betreft de inzet van de RDOG voor de infectieziektebestrijding, maar ook op andere wettelijke taken binnen de basisgezondheidszorg.

9B3.1 Leidenaars hebben kennis van een gezonde en actieve leefstijl
Vanuit de Sterke Sociale Basis (SSB) besteden de opdrachtnemers aandacht aan en stimuleren een gezonde en actieve leefstijl van de Leidenaars.
Vanaf 2021 stelt het Rijk middelen beschikbaar voor de uitvoering van lokaal preventief beleid. Gemeente Leiden zal deze middelen aanvragen om de inzet te intensiveren op de onderwerpen uit het Nationaal Preventieakkoord: roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht.

9B3.2 Leidenaars gaan verantwoord om met genotmiddelen
Het actieplan ‘Rookvrije kindomgeving 2019-2023’ richt zich op het creëren van een rookvrije generatie. Het actieplan richt zich op locaties waar veel kinderen komen zoals scholen, sportverenigingen, speeltuinen. Daarnaast zal worden onderzocht of op andere locaties in de stad ontmoedigd kan worden, zoals op het Leiden Bio Science Park.
Om verantwoord alcoholgebruik te stimuleren, onderzoeken we in 2021 de mogelijkheden om overmatig alcoholgebruik onder jongeren en minderjarigen tijdens Leidens Ontzet terug te dringen. Ook informeren we sportverenigingen over verantwoorde alcoholverstrekking.

9B3.3 Leidenaars hebben een gezond gewicht
Zowel voor jongeren, volwassenen als kwetsbare Leidenaars is aandacht voor een gezond gewicht.
De aanpak Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) is ondergebracht in de Sterke Sociale Basis, perceel Opgroeien, waarbij de insteek is om de JOGG-aanpak te integreren in alle activiteiten en niet als losstaande aanpak te benaderen.
De buurtsportcoach-regeling is met het onderbrengen binnen de SSB verruimd van alleen jeugd naar ook volwassenen. Initiatieven om kwetsbare groepen meer te laten bewegen om zo onder meer een gezond gewicht te bereiken en behouden, worden gecontinueerd, zoals de Buurtgym.
Vanuit de Lokale Educatieve Agenda besteden we aandacht aan onderwerpen die bij kunnen dragen aan een gezond gewicht, zoals eetbare schoolpleinen (zie ook Programma 7C Onderwijsbeleid).

Effectindicatoren bij 9B Preventie

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

2021

2022

2023

2024

Doel 9B1 Burgers zijn zo zelfredzaam mogelijk

9B1.a Percentage inwoners dat zich kan redden in het dagelijks leven

94% (2015)
94% (2017)

93% (2019)

97%

97%

97%

97%

Stads- en wijkenquête

9B1.b Percentage mantelzorgers dat zich tamelijk tot zeer zwaar belast voelt *

27% (2019)

26%

25%

24%

22%

Stads- en wijkenquête

* De streefwaardes voor 2021 zijn aangepast op basis van het realisatiecijfer van 2019. Deze nieuwe streefwaardes zijn ook onderdeel van de afspraken met Incluzio voor mantelzorgondersteuning. Vanwege het aanpassen van de antwoordcategorieen kunnen de realisatiecijfers van 2017 en 2019 niet goed met elkaar vergeleken worden.

Een overzicht van realisatie- en streefwaarden van de indicatoren (ook uit vorige begrotingen) staat op LeideninCijfers.

Verbonden partijen
De onderstaande verbonden partij levert een bijdrage aan dit beleidsterrein. Zie voor meer informatie de paragraaf verbonden partijen. De RDOG Hollands Midden bewaakt, beschermt en bevordert de gezondheid en het welbevinden van de burgers in de regio Hollands Midden in zowel reguliere als crisisomstandigheden.

Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden

Motieven en doelen deelname GR

De Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg heeft ten doel uitvoering te geven aan taken voor de aan de regeling deelnemende gemeenten op het terrein van de openbare gezondheidszorg, de volksgezondheid, zorg- en veiligheidshuis, ambulancevervoer en de coördinatie, en regie van de geneeskundige hulpverlening bij rampen en crisis. Onder de RDOG vallen de GGD, de RAV, het ZVH en de GHOR.

Kansen

Eind 2020 biedt de RDOG vanuit het programma RDOG2024 een tweede businesscase aan de gemeenteraden aan waarin de gemeenten keuzes voorgelegd krijgen en de baten van het programma helder worden. Na keuze door de gemeenteraden geeft de RDOG in 2021 verder uitwerking hieraan.

In 2020 wordt de bestuurlijke organisatiestructuur, inclusief het Portefeuillehoudersoverleg Publieke Gezondheid (PPG), geoptimaliseerd om beter invulling te geven aan het opdrachtgeverschap in relatie tot het eigenaarschap.

Risico's (top 3)

1. Kostenstijging vanwege indexatie en stijging personeelskosten.

2. Personeelstekorten als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt (met name het tekort aan artsen en

verpleegkundigen) en inzet t.b.v. de bestrijding van Covid-19.

3. Administratieve processen onvoldoende op orde waardoor niet alle Covid-gerelateerde kosten verantwoord kunnen worden en daardoor niet volledig vergoed worden door het Rijk.

Belangrijkste doelstellingen / prestaties en opgaven 2021

Belangrijkste doelstellingen:

  • taken die gemeenten wettelijk bij een GGD moeten onderbrengen;
  • taken die een gemeente wettelijk moet uitvoeren en bij de GGD belegd;
  • niet-wettelijke taken die gemeenten bij de RDOG hebben belegd; en
  • taken die de RDOG uitvoert in opdracht van andere organisaties dan gemeenten

Opgaven 2021:

  • Uitvoering geven aan het programma RDOG2024 en businesscase 2.
  • Implementatie van geoptimaliseerde bestuurlijke governance.
  • Vorming van het Zorg- en Veiligheidshuis binnen de RDOG per 1 januari 2021. Ook de taken van Maatschappelijke Zorg en Veilig Thuis van de RDOG worden ondergebracht binnen het Zorg- en Veiligheidshuis.

Belangrijkste bestuurlijke mijlpalen 2021

Conform art. 26 van de Gemeenschappelijke Regeling RDOG Hollands Midden wordt de ontwerpbegroting voorgelegd aan de afzonderlijke gemeenteraden die een zienswijze hierop kunnen formuleren. In het najaar 2021 krijgen de gemeenteraden een kaderbrief aangeboden voor zienswijze welke richtinggevend is voor de begroting 2023.

In 2021 staan de volgende mijlpalen gepland:

  • Uitwerken financiële kaders voor het jaar 2024 e.v. en voorleggen aan bestuur, colleges en gemeenteraden;
  • Inrichten geoptimaliseerde bestuurlijke governance.

Bijdrage 2021

7,3 miljoen

Voor eigenaarsrol, zie paragraaf verbonden partijen

Beleidsterrein 9C Ondersteuning

Doelen en prestaties bij 9C Ondersteuning

Doel

Prestatie

9C1 Integraal zorg en ondersteuning op maat 

9C1.1 Organiseren toegang zorg en welzijn door middel van Sociale Wijkteams

9C2 Mensen met een beperking zijn in staat zelfstandig te leven

9C2.1 Organiseren van een samenhangend en passend aanbod van algemene Wmo-voorzieningen

9C2.2 Organiseren van een samenhangend en passend aanbod van maatwerk Wmo-voorzieningen

9C1.1 Organiseren toegang zorg en welzijn door middel van Sociale Wijkteams

In 2020 zijn er drie hoofdlijnen voor de doorontwikkeling van het sociale wijkteam om zo beter aan de beschreven ambities en doelstellingen van de Visie Sociaal Domein en het Beleidsakkoord 2018-2022 te kunnen werken. Deze drie hoofdlijnen gaan over:

  1. de aansluiting bij de inhoudelijke opgaven vanuit: de nieuwe opdracht aan de Jeugdhulp, de nieuwe opdracht Sterke Sociale Basis, de heroriëntatie op de WMO en de decentralisatie van de Maatschappelijke Zorg;
  2. het organisatiemodel en de positionering van de huidige sociale wijkteams;
  3. de bijsturingsmaatregelen Kaderbrief 2020-2024.

Eind 2020 is het duidelijk welke doorontwikkeling er moet plaatsvinden en wat dat betekent voor de werkwijze en taken van het SWT. In 2021 kunnen een aantal taken en werkwijzen al worden aangepast. Overige doorontwikkeling in taken en werkwijzen als gevolg van onder andere de decentralisatie van de maatschappelijke zorg en de vernieuwde inkoop WMO zullen vanaf 2022 worden opgepakt.
In 2020 is gestart met het inrichten van een efficiënter proces voor de afhandeling van de WMO aanvragen, onder meer door gebruik van het nieuwe ICT systeem Suite Sociaal Domein. De start hiervan is gepland voor halverwege 2021.

​9C2.1 Organiseren van een samenhangend en passend aanbod van algemene Wmo-voorzieningen​

In 2021 werken we aan een versterking van het voorveld door samen met Incluzio de optionele uitbreiding voor een algemene voorziening voor dagactiviteiten voor te bereiden.
Door een algemene voorziening voor dagactiviteiten in te richten, waar inwoners met die geen specialistische ondersteuning nodig hebben zonder indicatie naar toe kunnen, verwachten we dat het aantal clienten dat gebruik maakt van een maatwerkvoorziening vanaf 2023 zal dalen.

9C2.2 Organiseren van een samenhangend en passend aanbod van maatwerk Wmo-voorzieningen

Voor de huishoudelijke ondersteuning verwachten we op basis van de trend van 2019 tot en met medio 2020 dat het effect van de aanzuigende werking van het abonnementstarief in 2021 doorzet. In de heroriëntatie Wmo, waaraan we in 2021 werken, onderzoeken we de mogelijkheden om delen van huishoudelijke ondersteuning op een andere manier in te richten die tevens kostenbesparend is.
Voor individuele begeleiding gaan we er op basis van de trend van 2015 tot en met 2019 vanuit dat we in 2021 nog steeds te maken hebben met een stijging van het aantal cliënten die een maatwerkvoorziening individuele begeleiding nodig hebben. Met de hernieuwde opdracht aan de SWT’s en de heroriëntatie Wmo verwachten we dat we vanaf 2022 deze opwaartse trend iets kunnen bijbuigen.

Effectindicatoren bij 9C Ondersteuning
Nieuwe opzet Cliëntervaringsonderzoek (CEO)
Het jaarlijkse CEO, bron bij een aantal indicatoren uit Programma 9, wordt herzien door de VNG. Dit kan leiden tot het niet meer beschikbaar zijn van bepaalde indicatoren en/of het toevoegen van nieuwe indicatoren. De mogelijke gevolgen van het nieuwe CEO zullen in de Programmabegroting van 2022 verwerkt worden.

Effectindicator*

Realisatie

Streefwaarden

Bron

2021

2022

2023

2024

Doel 9C1 Integraal zorg en ondersteuning op maat

9C1.a Percentage inwoners dat het eens is met de stelling: 'Ik wist waar ik moest zijn met mijn hulpvraag'

68% (2016)
69% (2017)

79% (2018)

90%

90%

90%

90%

CEO Wmo

9C1.b Percentage inwoners dat het eens is met de stelling: 'De medewerker nam mij serieus'

85% (2016)
88% (2017)

87% (2018)

90%

95%

95%

95%

CEO Wmo

9C1.c Percentage inwoners dat het eens is met de stelling: 'ik werd snel geholpen'**

76% (2016)

73% (2017)

76% (2018)

76%

76%

76%

76%

CEO Wmo

9C1.d Percentage inwoners dat het eens is met de stelling: 'Er is in het gesprek samen naar een oplossing gezocht'**

75% (2016)

81% (2017)

81% (2018)

81%

81%

81%

81%

CEO Wmo

Doel 9C2 Mensen met een beperking zijn in staat zelfstandig te leven

9C2.a Percentage inwoners dat zich beter kan redden door de ondersteuning

79% (2016)
87% (2017)

86% (2018)

83%

85%

85%

86%

CEO Wmo

9C2.b Aantal cliënten met een maatwerkarrangement WMO per 1.000 inwoners

62 (2017)
66 (2018)

69 (2019)

71

72

70

69

GMSD***
(wsjg - BBV)

9C2.c Percentage Leidenaren van 75 jaar en ouder dat zelfstandig woont

94,6% (2017)
94,6% (2018)

91,8% (2019)

93%

93%

93%

93%

Basisregistratie personen (BRP)

* De effectindicator 'Percentage medewerkers SWT die het eens is met de stelling: 'Ik ervaar de balans tussen administratief en zorginhoudelijk werk als goed'' is met deze Programmabegroting vervallen, omdat deze niet structureel gemeten wordt. De administratieve werkdruk wordt wel gemonitord. Deze wordt periodiek besproken tussen de SWTs en de gemeente.
**Effectindicator 9C1 c en d zijn vervangen door indicatoren uit het Cliëntervaringsonderzoek Wmo, omdat dit jaarlijks wordt afgenomen en vraagt naar de ervaringen van inwoners.
*** Deze BBV-indicator is landelijk verplicht. De realisatiewaarden staan op waarstaatjegemeente.nl.

Een overzicht van realisatie- en streefwaarden van de indicatoren (ook uit vorige begrotingen) staat op LeideninCijfers.

Beleidsterrein 9D Kwetsbare groepen

Doelen en prestaties bij 9D Kwetsbare groepen

Doel

Prestatie

9D1 Stabiele leefsituatie voor kwetsbare groepen

9D1.1 Uitvoering geven aan preventie en herstel t.a.v. verslaving en dak- en thuisloosheid

9D1.2 Uitvoering geven aan toeleiding naar zorg van mensen met verslavings- en psychiatrische problematiek en begeleiding van ex-gedetineerden en vreemdelingen in nood

9D1.3 Uitvoering geven aan opvang en huisvesting van kwetsbare groepen

9D1.4 Uitvoering geven aan beschermd wonen

9D2 Verminderen van (de gevolgen van) huiselijk geweld

9D2.1 Uitvoering geven aan maatregelen die het voorkómen van geweld in huiselijke kring, het stoppen van geweld en het herstel van veiligheid in het huishouden of gezin bevorderen

9D2.2 Uitvoering geven aan opvang van slachtoffers van geweld in huiselijke kring

9D1.1 uitvoering geven aan preventie en herstel tbv verslaving en dak- en thuisloosheid ​

Hoewel nog niet duidelijk is wanneer en of de taken van de centrumgemeente Leiden op het gebied van maatschappelijke opvang, verslavingszorg en Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) vanuit het rijk gedecentraliseerd worden heeft de regio Holland Rijnland er voor gekozen om ook deze beleidsterreinen, in samenhang met beschermd wonen, te decentraliseren per 2022. In 2021 wordt de decentralisatie van de maatschappelijke zorg verder inhoudelijk, organisatorisch en financieel vormgegeven als voorbereiding op de veranderingen per 2022. Een deel van de voorzieningen blijven regionaal omdat het specifieke kennis vraagt en/of het niet rendabel is om te exploiteren bij kleine aantallen cliënten. Een groot deel van de voorzieningen zal lokaal ingekocht gaan worden omdat ondersteuning in de wijk, dichtbij het sociale netwerk, de meeste kans biedt op duurzaam herstel. Lokale gemeenten hebben zich in de regio Holland Rijnland georganiseerd via subregio’s: Rijnstreek, Duin- en Bollenstreek en de Leidse Regio. De lokale voorzieningen maatschappelijke zorg worden subregionaal afgestemd en ingekocht.

Naast taken op regionaal niveau werkt Leiden ook op het gebied van de Leidse regio mee aan de transformatieopgave op het gebied van maatschappelijke zorg. Een belangrijk onderdeel daarvan is de inkoop van (nieuwe) woonvormen en het realiseren van ambulantisering in relatie tot onze brede, gezamenlijke, Wmo opgave. Om deze transformatieopgave op te pakken heeft de Leidse regio eind 2019 een gezamenlijke Uitvoeringsagenda Maatschappelijke zorg opgesteld. In 2021 wordt gewerkt aan de uitvoering hiervan.

9D1.2 Uitvoering geven aan toeleiding naar zorg van mensen met verslavings- en psychiatrische problematiek en begeleiding van ex-gedetineerden en vreemdelingen in nood 
In december 2019 hebben de portefeuillehouders Publieke Gezondheid het besluit genomen om per 1 januari 2021 een Zorg- en Veiligheidshuis te vormen binnen de RDOG Hollands Midden. Ook de huidige taken van Maatschappelijke Zorg en Veilig Thuis van de RDOG worden in het Zorg- en Veiligheidshuis ondergebracht.

Vanuit de bemoeizorg worden zorgmijders opgespoord en toegeleid naar reguliere zorg. Preventie en bemoeizorg op het gebied van GGZ en Verslavingszorg heeft de vorm van een algemene voorziening welke Leiden tot 2022 als centrumgemeente voor Holland Rijnland uitvoert. In 2021 treft Leiden samen met de andere gemeenten in de Leidse Regio de voorbereidingen om de bemoeizorg per 2022 door te kunnen zetten en te optimaliseren.

9D1.3 Uitvoering geven aan opvang en huisvesting van kwetsbare groepen
Het realiseren van woonplekken in de Leidse Regio tbv de transformatie van de maatschappelijke zorg, het betrekken van de sector wonen op verschillende niveaus (lokaal, subregionaal en regionaal), zal in 2021 veel aandacht krijgen. Onder meer via de uitvoering van het regionaal convenant maatschappelijke opvang, het landelijk actieprogramma dakloze jongeren, het landelijk actieprogramma daklozen en het realiseren van meer locaties maatschappelijke opvang met meer ruimte in verband met de 1,5 meter als gevolg van corona.

In 2021 zetten we volgende stappen in zowel het realiseren van een nieuwe locatie voor de regionale voorziening “dag- en nachtopvang dak- en thuislozen” als het verder uitwerken van een nieuwe locatie voor dak- en thuislozen die intramuraal verblijven in het sociaal pension (beschermd wonen).

9D1.4 Uitvoering geven aan beschermd wonen

Als gevolg van landelijk beleid is de decentralisatie van maatschappelijke zorg uitgesteld tot 2022. Leiden is daarom in 2021 als centrumgemeente nog verantwoordelijk voor de uitvoering van beschermd wonen. Aansluitend op alle werkzaamheden in de afgelopen jaren en voortvloeiend uit de wens om de decentralisatie van beschermd wonen per 2022 in de regio Holland Rijnland te realiseren ligt er een sterke nadruk op het bepalen van (financiële) kaders en de overdracht van taken. Om per gemeente, al dan niet in subregionale samenwerking, de voorbereidingen te treffen voor de overdracht van taken is in 2018 het regionale investeringsfonds maatschappelijke zorg Holland Rijnland ingesteld. Dit fonds biedt gemeenten de financiële ruimte om inspanningen te verrichten die bijdragen aan het terugdringen van de wachtlijst beschermd wonen en verkleinen van de maatschappelijke opvang. Ook Leiden doet in Leidse regio verband voor 2020 aanspraak op de budgetten die beschikbaar zijn vanuit dit fonds.

Naast een gedegen overdracht van de centrumgemeente taken aan regiogemeenten op het gebied van beschermd wonen bereiden we ons als Leiden voor op 1 januari 2022 wanneer iedere gemeente zelf verantwoordelijk is voor de organisatie en financiering van beschermd wonen. Als kader voor deze transformatie en decentralisatieopgave heeft de Leidse regio eind 2019 een gezamenlijke Uitvoeringsagenda Maatschappelijke zorg opgesteld. Belangrijk onderdeel in deze agenda is de organisatie en bekostiging van de ondersteuning op het gebied van Beschermd Wonen per 2022 op het niveau van de Leidse regio.

Beschermd wonen en maatschappelijke zorg maken daarbij integraal onderdeel uit van de heroriëntatie Wmo Leidse regio dat dient te resulteren in een hernieuwde opdrachtverlening voor de Wmo per 1 januari 2022. Tot slot brengt de openstelling van de Wlz per 1 januari 2021 voor inwoners met een psychiatrische aandoening een verandering met zich mee. Een deel van de doelgroep die tot 2021 valt onder de Wmo beschermd wonen zal overgaan naar de Wlz op basis van een indicatie van het CIZ. Er is sprake van een uitname uit het Wmo budget voor de cliënten die over gaan.

9D2.1 Uitvoering geven aan maatregelen die het voorkómen van geweld in huiselijke kring, het stoppen van geweld en het herstel van veiligheid in het huishouden of gezin bevorderen

Op basis van de Regiovisie Hollands Midden 2019 – 2023 ‘Geweld hoort nergens thuis’ is een uitvoeringsplan opgesteld waarin de ambities uit de regiovisie worden uitgewerkt. Zo worden handreikingen opgesteld om gemeenten handvat te geven voor de praktische invulling van de lokale aanpak van huiselijk geweld.
Ruim 80% van de meldingen bij Veilig Thuis worden voor hulp direct overgedragen naar lokale teams. Deze teams hebben dan ook een spilfunctie in de aanpak van huiselijk geweld. Met projectsubsidie van het landelijk programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ worden projecten uitgevoerd om de samenwerking in de keten te versterken en de kwaliteit en handelingsvaardigheid van lokale teams te bevorderen. De projectsubsidie loopt tot eind 2021. De hernieuwde samenwerkingsafspraken tussen Veilig Thuis en lokale teams en landelijke kwaliteitskaders en visies zijn hierbij richtinggevend.
Doel is stabiele veiligheid in gezinnen te bevorderen en recidive terug te dringen.
In 2021 is de implementatie van het Zorg- en Veiligheidshuis voorzien. Deelname van Veilig Thuis in het Zorg- en Veiligheidshuis zal naar verwachting de aanpak van huiselijk geweld verbeteren door intensievere samenwerking tussen zorg- en veiligheidspartners.

9D2.2 Uitvoering geven aan opvang van slachtoffers van geweld in huiselijke kring

Vrouwenopvang Rosa Manus wordt erkend als expert op het gebied van evident huiselijk geweld en gaat uit van het principe ambulant tenzij. De ambulante hulp aan gezinnen in de regio Holland Rijnland neemt in de afgelopen jaren toe, ook al blijft opvang nog steeds nodig. Daarnaast biedt de vrouwenopvang ondersteuning aan lokale teams en draagt daarin bij aan deskundigheidsbevordering.
Tevens is er komend jaar extra aandacht voor de ontwikkeling van traumasensitief werken. De twee vrouwenopvang organisaties in Hollands Midden nemen deel aan het landelijk Expertiseplatform Trauma en Gehechtheid na Huiselijk Geweld, dat met een aantal regio’s wordt opgezet met project subsidie vanuit het landelijk programma Geweld hoort nergens thuis. Doel is deskundigheid in te zetten om de overdracht van geweld van generatie op generatie te doorbreken.
Landelijk komt structureel extra geld beschikbaar voor Vrouwenopvang om voldoende opvang en kwaliteit te borgen.

Effectindicatoren bij 9D Kwetsbare groepen

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

2021

2022

2023

2024

Doel 9D1 Stabiele leefsituatie voor kwetsbare groepen

9D1.a Aantal feitelijk daklozen*

294 (2011)
212 (2013)
304 (2015)

-

-

-

-

GGD

9D1.b Aantal huisuitzettingen Leiden**

22 (2016)

17 (2017)

17 (2019)

12

12

12

12

GGD

9D1.c Gemiddelde verblijfsduur in nachtopvang in dagen

81 (2015)

78 (2017)

62 (2019)

50

50

50

50

Binnenvest

9D1.d Gemiddelde verblijfsduur in de crisisopvang in dagen***

107 (2014)

133 (2015)

107 (2017)

90

90

90

90

Binnenvest

9D1.e Gemiddelde verblijfsduur in de vrouwenopvang in maanden ***

7,5 (2015)
7,5 (2016)

6 (2018)

6

6

6

6

Rosa Manus

9D1.f Percentage mensen met beschermd wonen indicatie op wachtlijst (overbruggingszorg) ten opzichte van het totaal aantal unieke personen met een indicatie BW. ****

12% (2016)

24% (2018)

23 % (2019)

25%

22,5%

-

-

T-care/Suite Sociaal Domein

9D1.g Aantal gehuisveste statushouders in Leiden*****

308 (2016)
170 (2017)

144 (2018)

-

-

-

-

COA

* Voor deze effectindicator werden de daklozen die bij de Binnenvest werden opgevangen, de briefadressen en de daklozen op diverse locaties in de stad werden geteld, bij elkaar opgeteld. De betrouwbaarheidsmarge van deze manier van schatten is echter zo groot, dat een intensieve manier van meten via een aparte daklozentelling niet meer wordt gebruikt. In 2020 en 2021 wordt deze indicator daarom niet ingevuld. Voor 2022, als de maatschappelijke opvang deels gedecentraliseerd is, wordt een nieuwe indicator voorgesteld.
** Het gaat hierbij om het aantal uithuiszettingen uit corporatiewoningen. De GGD heeft geen informatie over het aantal uithuiszettingen in de particuliere sector.
*** De telling van de verblijfsduur is aangepast, waardoor het lijkt dat de totale duur is toegenomen. In deze telling wordt de totale verblijfsduur van crisisopvang en intensieve begeleiding samen genomen. Voorheen werd alleen de verblijfsduur van intensieve begeleiding berekend, ná de crisisopvang. De crisisopvang duurt circa 6 tot 9 weken.
**** Voor 2022 en 2023 zijn geen streefwaardes opgenomen omdat Beschermd Wonen wordt gedecentraliseerd van Leiden als centrumgemeente naar alle regio-gemeenten.
***** Voor indicator 9D1.g zijn geen streefwaardes voor aankomende jaren opgenomen omdat het Rijk deze per half jaar bepaalt en publiceert in de Staatscourant. 

Een overzicht van realisatie- en streefwaarden van de indicatoren (ook uit vorige begrotingen) staat op LeideninCijfers.

Kaderstellende beleidsstukken

Inleiding

9A en B

  • Financiën Uitvoering programma Sterke sociale basis (RV 19.0005);
  • Op weg naar de toekomstige Sterke Sociale Basis (BW 19.0280);
  • Beleidskader sport en gezondheid 2019-2023 `Samen maken de stad gezond en actief’ (BW 19.0380 / RV 19.0093);
  • Beleidskader Spelen en Bewegen (RV 17.0081);
  • Preventie- en handhavingsplan alcohol 2019 – 2022 (BW 19.0392);
  • Zienswijze op Kadernota 2020 RDOG HM (RV 19.0010); 
  • Wijkenvisie Roomburg / Meerburg Leiden 2030 (RV 17.0048);
  • Deelverordening subsidieregeling maatschappelijke initiatieven Leiden 2020 (BW 19.0349);
  • Beschikbaar stellen middelen wijkaanpak JUP en Diamantplein (RV 18.0015);
  • Wijkvisie Prinsessenbuurt & de Hoven Leiden – (laat) de bewoner van noord aan het woord (RV 18.0018);
  • Versterken buurtfunctie door investering in mfa nieuw pancrat / eksterpad (RV 17.0007);
  • Besteding middelen mantelzorg (BW 17.0467).

9C

  • Kader sociale wijkteams in Leiden (RV 17.0077);
  • Toekomst integraal pgb in Leiden (RV 17.0035);
  • Toekomst huishoudelijke ondersteuning en eigen bijdrage systematiek (RV 17.0021).

9D

Programmakosten

Maatschappelijke ondersteuning
bedragen x 1.000,-

 

Rekening
2019

Begroting
2020

Begroting
2021

Meerjarenraming

2022

2023

2024

Sociale binding en participatie

Lasten

5.847

10.043

10.554

10.332

10.297

10.302

 

Baten

0

0

0

0

0

0

Saldo

 

5.847

10.043

10.554

10.332

10.297

10.302

Preventie

Lasten

8.722

8.614

7.604

7.493

7.458

7.460

 

Baten

-105

-111

-112

-112

-112

-112

Saldo

 

8.616

8.503

7.491

7.381

7.346

7.348

Ondersteuning

Lasten

32.589

34.873

34.771

36.110

34.738

33.768

 

Baten

-1.619

-1.145

-1.269

-1.319

-1.369

-1.369

Saldo

 

30.970

33.728

33.503

34.791

33.370

32.400

Kwetsbare groepen

Lasten

51.882

63.141

44.115

44.093

44.062

44.064

 

Baten

-2.072

-1.758

-1.754

-1.754

-1.754

-1.754

Saldo

 

49.811

61.383

42.362

42.339

42.308

42.310

Programma

Lasten

99.040

116.671

97.044

98.027

96.555

95.595

 

Baten

-3.796

-3.013

-3.135

-3.185

-3.235

-3.235

Saldo van baten en lasten

 

95.244

113.657

93.909

94.843

93.320

92.360

Reserves

Toevoeging

5.238

2.290

757

430

0

0

 

Onttrekking

-7.447

-19.149

-1.923

-1.224

-1.768

0

Mutaties reserves

 

-2.209

-16.859

-1.166

-794

-1.768

0

Resultaat

 

93.035

96.799

92.743

94.049

91.553

92.360

Budgettaire ontwikkelingen
De daling van de lasten en/of de stijging van de baten worden onder andere veroorzaakt door de indexering van budgetten, doorrekening van de kostenverdeelstaat en de kapitaallasten die zijn berekend vanuit het meerjareninvesteringsplan 2021-2024. Beleidswijzigingen met financiële consequenties worden hierna per beleidsterrein toegelicht.

Beleidsterrein 9A Sociale binding en participatie
In de begroting 2020 zijn er incidentele ramingen opgenomen voor de wijkinitiatieven (306.000), wijkvisie Roomburg Meerburg (902.000), wijkvisie Prinsessenbuurt De Hoven (106.000), wijkvisie Diamantplein (34.000) , wijkvisie JUP (35.000) en versterking wijkregie (300.000). Deze ramingen zjn gedekt vanuit de reserve leefbaarheidsprojecten in de wijken.
In de begroting 2020 is een incidenteel budget opgenomen van 452.000 voor het Terwindtplein/Eksterpad (multifuncionele accommodaties). Dit is gedekt vanuit de reserve sociaal-maatschappelijke en culturele voorzieningen.
In de kadernota 2020-2024 is vanaf 2021 een structurele verlaging van 125.000 opgenomen op het budget Maatschappelijke initiatieven als bijsturing om het tekort op het budget sociaal domein te verminderen.
Het volledige budget van de Sterke sociale basis is vanaf medio 2020 overgeheveld naar het beleidsterrein Sociale binding en participatie. Daardoor nemen de lasten met afgerond 2,5 miljoen toe.

Beleidsterrein 9B Preventie
De afname met afgerond 1,1 miljoen in 2021 wordt volledig verklaard door het per medio 2020 overhevelen van de budgetten Sterke sociale basis naar het beleidsterein Sociale binding en participatie.

Beleidsterrein 9C Ondersteuning
In het bijsturingsvoorstel sociaal domein van november 2019 is per 2021 een structurele verlaging van 350.000 opgenomen. In 2020 zijn incidentele budgetten opgenomen van 850.000 voor de toeslag chronisch zieken en gehandicapten en 350.000 voor organsaties die inschreven op de aanbesteding Sterke sociale basis.
Door de budgetten Sterke sociale basis per medio 2020 over te hevelen naar het beleidsterrein Sociale binding en participatie daalt het budget op dit beleidsterrein me 157.000.
In de kaderbrief 2020-2024 zijn per 2021 verlagingen opgenomen op het budget uitvoeringskosten derden regiotaxi (30.000) en op het budget invoeringskosten begeleiding (39.000) om het tekort op het budget sociaal domein te verminderen.
In de kaderbrief 2020-2024 is een structurele verhoging opgenomen van 511.000 vanaf 2021 voor de WMO-maatwerkvoorzieningen.

Beleidsterrein 9D Kwetsbare groepen
Een deel van de clienten Beschermd wonen zal per 1-1-2021 overgaan naar de WLZ (wet langdurige zorg). Daardoor daalt het budget Beschermd wonen per saldo met 6,44 miljoen vanaf 2021.
Uit onderbestedingen is het Investeringsfonds gevormd. Daarnaast is het fonds aangevuld met middelen, die gedekt zijn vanuit de reserve beschermd wonen (geoormerkt onderdeel binnen de reserve sociaal domein). In 2020 is incidenteel 8,3 miljoen geraamd. Voor uitvoeringskosten van het project decentralisatie maatschappelijke zorg is incidenteel 703.000 geraamd in 2020.
In 2020 is een incidenteel budget geraamd van 500.000 voor de subsidieregeling Huisvesting bijzondere doelgroepen. Daarnaast is incidenteel 100.000 geraamd in 2020 om woonruimte geschikt te maken voor jongeren met een (ernstige) beperking. In 2019 is hiervoor van het Rijk 100.000 ontvangen en dat is overgeheveld naar 2020.
Het budget voor STUV in 2021 daalt met 513.000 ten opzichte van 2020. De daling was opgenomen in het bijsturingsvoorstel sociaal domein dat in november 2019 door de raad is vastgesteld.
In 2020 is een incidenteel budget geraamd van 845.000 voor het multifunctioneel maken van diverse accommodaties. In 2020 is een incidenteel budget geraamd van 1,5 miljoen voor de Binnenvest (kaderbrief 2020-2024).
Daarnaast is in 2020 een incidenteel budget geraamd van 200.000 voor de huisvesting van statushouders en bijzondere doelgroepen. Dit betreft een storting van 50.000 in de voorziening huisvesting statushouders en
150.000 als bijdrage voor het krediet Huisvesting vergunninghouders Voorschoterweg.

Reserves

Reserves programma 9
bedragen x 1.000,-

 

Rekening
2019

Begroting
2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Reserve gemeentelijk deel GSB OGGZ

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

0

0

-46

0

0

0

Saldo

 

0

0

-46

0

0

0

Reserve soc.-maatsch. En cult. Voorz P9

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-60

-952

0

0

0

0

Saldo

 

-60

-952

0

0

0

0

Res. Leefbaarh.projecten in de wijken P9

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-346

-1.901

0

0

0

0

Saldo

 

-346

-1.901

0

0

0

0

Reserve Sociaal Domein P9

Toevoeging

5.238

2.290

757

430

0

0

 

Onttrekking

-7.041

-16.295

-1.877

-1.224

-1.768

0

Saldo

 

-1.803

-14.006

-1.120

-794

-1.768

0

Reserves programma 9

 

-2.209

-16.859

-1.166

-794

-1.768

0

Reserve gemeentelijk deel GSB/OGGZ
In de kaderbrief 2020-2024 is een onttrekking van 46.000 opgenomen aan de reserve om het tekort in het sociaal domein te verminderen. Na deze onttrekking is de reserve leeg en zal aan het eind van 2021 worden opgeheven.

Reserve sociaal domein
Bij de verwerking van de meicirculaire 2018 ontstond er in het mjb 2019-2022 jaarschijf 2021 een geraamd overschot van 487.290. Dat geraamd overschot is gestort in de reserve. In het bijsturingsvoorstel sociaal domein van november 2019 ontstond er in de jaarschijf 2021 een geraamd overschot van 269.901. Dat geraamd overschot is gestort in de reserve.
In 2021 is een onttrekking van 107.721 geraamd ter dekking van de kosten voor het Preventief interventie team (RV 19.0067). In de kaderbrief 2019-2022 is in de jaarschijf 2021 een onttrekking geraamd van 1.770.000 ter dekking van het geraamde tekort in het sociaal domein.

Investeringen

Niet van toepassing.

Subsidies

 

subsidiestaat 2020

subsidiestaat 2021

Subsidie saldo

25.388.831

19.716.975

­Het volledige subsidie-overzicht is opgenomen in paragraaf 3.2.8 subsidies.

Voorgestelde bezuinigingen eerste begrotingswijziging

Geen