Programmabegroting 2022

Inleiding

Voor u ligt de laatste begroting van dit college. Naast vooruitkijken naar 2022 en verder, blikken we in deze inleiding daarom ook kort terug op de afgelopen drie jaren. Wat zijn de ontwikkelingen en resultaten waaraan we de afgelopen jaren hard gewerkt hebben? Waar zijn we trots op? Hoe zijn wij er als college met de stad in geslaagd om het college-akkoord ‘Samen maken we de stad’ uit te voeren, in een tijd waarin ‘samen’ een tijd lang alleen nog mogelijk was op anderhalf meter afstand of digitaal?

Toen we in 2020 de samenleving zwaar geraakt zagen worden door de gevolgen van het coronavirus en de maatregelen, hadden we niet kunnen bedenken dat Leiden en haar inwoners zo flexibel en veerkrachtig zouden reageren. We moesten tenslotte omgaan met vele onzekerheden. Wat kan er wel? Wat kan er niet? Wat betekent het voor mijn gezondheid, voor mijn baan, voor mijn sociale leven? Het enige zekere was dat de onzekerheid voor iedereen gold. Voor onze scholieren en studenten, voor onze ondernemers, winkeliers, cultuurinstellingen, onze ouderen en alle (zorg)werknemers in en om Leiden én voor onze eigen medewerkers.
Het college kijkt met een gevoel van trots terug op deze periode. Samen met de vele stadspartners zijn we direct in de modus gekomen om gezamenlijk de schouders eronder te zetten. Dat heeft mooie, praktische en hartverwarmende resultaten opgeleverd. En zo hebben we gezien dat we – zij het op een andere manier dan we ooit vooraf konden denken- samen de stad hebben vormgegeven. Er is doorgebouwd in en aan de stad. De wilskracht, de nieuwe samenwerkingen en korte lijntjes tussen bijvoorbeeld scholen, zorgverleners en gemeente, de initiatieven van mensen om elkaar te helpen: we hebben om ons heen kunnen zien dat Leiden een veerkrachtige stad is. Dat geeft vertrouwen voor de toekomst. Het is nu zaak om te blijven leren van deze ervaringen. Want ook toekomstige generaties in onze stad verdienen het om samen te leven in een sterke en veerkrachtige stad. We willen ons een goede voorouder tonen om dat mogelijk te maken. Als stad hebben we alle ingrediënten in huis: de mensen, de kennis- en zorginstellingen, de ondernemers, de parken, de culturele instellingen, de sportclubs en scholen, om sterk uit deze crisis komen. Het is aan ons als college en gemeenteraad om binnen die context richting en vorm te geven aan de grote opgaven die er liggen om een veerkrachtige stad te blijven.

Het laatste collegejaar
We maken de balans op. ‘Samen maken we de stad’, zo luidt de naam van het beleidsakkoord waarin wij als college onze voornaamste doelstellingen voor de raadsperiode 2018-2022 hebben vastgelegd. In dat akkoord kozen we voor drie speerpunten als paraplu voor een ambitieus programma. Met de keuze voor duurzame verstedelijking koppelden wij de opgave van klimaatneutraal aan betaalbare woningen, schoon vervoer en meer groen. Met een inclusief beleid wilden wij borgen dat er in Leiden perspectief blijft voor iedereen. En tot slot wilden we de fundamenten die deze stad uniek maken, de internationale kennis en de historische cultuur van de Stad van Ontdekkingen, verder versterken.

Teneinde daar ook echt werk van te kunnen maken moest het college kiezen voor een scherp begrotingsbeleid. Net als eerdere jaren bieden wij u ook nu weer een structureel sluitende begroting aan, waarmee we een solide financiële basis overdragen aan een volgend college. Er is veel in gang gezet om de stad toekomstbestendig te maken, om voor volgende generaties een leefbare stad te blijven. Onze inkomsten en uitgaven zijn op lange termijn in balans, dat heeft ons de mogelijkheden geboden om juist nu te investeren. In tijden van onzekerheid moeten we als overheid laten zien dat we blijven investeren. Dat is goed voor de werkgelegenheid en voor het investeringsklimaat in de stad, denk bijvoorbeeld aan de (woning)bouw. We hebben ingespeeld op de zeer gunstige leningscondities op de kapitaalmarkt om te kunnen blijven investeren in woningen, in wateropvang, in groen, in mobiliteit, in scholen en in sportvoorzieningen. En we monitoren de risico’s daarbij nauwgezet en houden voldoende buffers aan voor tegenvallers. Het weerstandsvermogen is op peil en u kent inmiddels de methodiek van de behoedzaamheidsruimte. De concernreserve is in alle komende jaren op het door de raad vereiste niveau begroot. Een en ander lichten we nader toe in het hoofdstuk Hoofdlijnen financiële positie.

Dit college heeft ook laten zien dat het maatregelen neemt als het nodig is om financieel bij te sturen. Maar altijd met verstand en vanuit een bepaalde visie, denk aan de systematiek van het hek rond het sociaal domein als beschermingsmaatregel om voldoende middelen ter beschikking te kunnen houden voor andere taken en verantwoordelijkheden van de gemeente. Zoals u kunt zien in deze begroting is de taakstelling op het sociaal domein vrijwel ingevuld door tijdig bijsturingsmaatregelen vast te stellen. Maar we zijn er nog niet. Er ligt nog steeds een grote opgaven binnen het sociaal domein. Het blijft noodzakelijk om scherp te sturen op de financiën, zonder dat de inwoners hiervan de dupe worden en zonder dat andere activiteiten van de gemeente verder onder druk komen te staan. We kijken uit naar meer inzicht in de omvang en de herverdeling van het gemeentefonds. Dat zal ons meer duidelijkheid geven over welke ambities we verder kunnen oppakken en het maken van keuzes in de nabije toekomst. Tot die duidelijkheid er is werken we verder aan de huidige projecten en houden we de vaart erin.

Er is de afgelopen jaren veel bereikt en genoeg om op terug te blikken. Er is en wordt hard gewerkt. Ook in het laatste jaar van dit college gaat dat gewoon door. Het was niet altijd makkelijk en corona was bovendien een onvermoede factor van betekenis. De speerpunten van dit college hebben geleid tot een echte hervormingsagenda om Leiden voor te bereiden op de uitdagingen van de
toekomst. We zijn er trots op dat we opgaven als klimaat, inclusie, schone mobiliteit en duurzaam bouwen voortvarend oppakken. De overstromingen van afgelopen zomer in het zuiden van Nederland tonen nog maar eens aan dat het echt noodzakelijk is om nu aan deze opgaven te beginnen.

Die keuzes voor de toekomst zijn echter niet altijd makkelijk. We zien dat dit, hier in het heden, tot wrevel kan leiden. Op hoofdlijnen is er brede overeenstemming: er moet voor iedereen een passende en betaalbare woning zijn, er is ruimte nodig om te sporten, om veilig over te steken, en moet een vangnet zijn voor hen die het anders niet redden. Maar zodra een project concreet wordt en het de directe leefomgeving raakt, zien we ook dat mensen hiertegen in het verweer komen. Daar is begrip voor. Dit college heeft dan ook veel tijd en aandacht gestoken in participatie en communicatie. Zo zijn er het afgelopen jaar veel gesprekken geweest met alle wijkverenigingen. Ook in de participatietrajecten was het de afgelopen twee jaar zoeken naar mogelijkheden binnen de beperkingen. Door corona moest veel digitaal, zo ook bewonersavonden en inspraakbijeenkomsten. Wij misten als college en gemeenteraad het persoonlijke contact met de inwoners. Gewoon even de wijk in en horen wat er speelt en uitleggen waarom we bepaalde keuzes maken. Werken aan wederzijds begrip. De zoektocht naar het afwegen van alle belangen na een participatieproces, moet gedegen en transparant worden doorlopen. Het is goed de rol van de raad, het college, en inwoners hierin vooraf helder te hebben. De combinatie van het realiseren van de grote opgaven in een volle stad als Leiden, binnen de budgetten die wij daarvoor hebben, het daarin echt zien en horen van onze inwoners (niet alleen diegenen die het hardst roepen), én het komen tot gedragen besluiten is één van de grote uitdagingen van ons als bestuur, ook voor de komende jaren.

Al met al kijken we met trots terug op de afgelopen jaren. We hebben gezien dat er veel meer mogelijk is door samen te werken over de portefeuilles heen. Ruimtelijke ontwikkelingen en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen zijn in deze collegeperiode beter met elkaar verbonden geraakt. Dit hebben we weten vast te leggen in de omgevingsvisie. Ook in concrete projecten levert de samenwerking over beleidsvelden heen betere maatschappelijke resultaten op, waarbij één plus één
drie is. Een mooi voorbeeld hiervan is het schetsontwerp openbare ruimte Vlietpark waar een bouwopgave voor sport gecombineerd wordt met duurzaamheid, circulariteit, klimaatbestendigheid en biodiversiteit. Voor de Hoge Mors is nauw samengewerkt met de ontwikkeling van het Diamantplein en bij wijkvervangingsprojecten voor de riolering bouwen we meteen ruimte in voor de energietransitie. Ook het energiepark en het stationsgebied zijn mooie voorbeelden van een gezamenlijke aanpak: de vormgeving van het energiepark samen met omwonenden en marktpartijen waarbij groen en cultuur elkaar versterken, en het stationsgebied, waar de gebiedsvisie in lijn is gebracht met de ambities van dit college: sociaal, groen, duurzaam (de duurzaamste kilometer) in combinatie met bouwen.

Zoals gezegd, dit is de laatste begroting van dit college. Een blik op de strategische verkenningen leert dat Leiden ook in het komende decennium samen de stad zal moeten blijven maken. Ook een volgend college zal weer financiële keuzes moeten maken en continu de balans moeten bewaken tussen het doen van investeringen in onze stad enerzijds en de ontwikkeling van de schuldpositie van de gemeente anderzijds. We zien dat er een lange adem nodig is om de stad veerkrachtig en leefbaar te houden. Dit college heeft op het vlak van duurzame verstedelijking, op het vlak van inclusie en op het vlak van uniciteit als Stad van Ontdekkingen een ambitieuze koers gekozen in 2018. We deden dat vanuit de overtuiging een goede voorouder te willen zijn. De resultaten van die koers zullen komende periode verder zichtbaar worden. In het besef dat Leiden inmiddels sterk terugveert uit de coronacrisis zien we de toekomst met vertrouwen tegemoet en dragen we onze verantwoordelijkheden in het voorjaar van 2022 met een gerust hart over aan een volgend college.

Hieronder leest u per opgave een terugblik, en vooruitblik.

Duurzame verstedelijking – werken aan een groen Leiden

1.1 Woningbouw en stadsontwikkeling:

Terugblik
Woningbouw
Er is een voortvarende start gemaakt met de grote opgave op het gebied van huisvesting, verduurzaming en mobiliteit. In 2018 committeerde wij ons als college aan de realisatie van 8.500 nieuwe woningen tot 2030 om aan de woonbehoefte te kunnen voldoen, waarvan 30% sociale huur. En daarnaast nog 2.700 studenteneenheden. Met de verstedelijkingsnotitie brachten we potentiegebieden voor duurzame verstedelijking in de stad in kaart. Door vervolgens al vroeg in te zetten op ontwikkelperspectieven voor gebieden als Noord, het Energiepark, de Lammenschans en het Stationsgebied (linkjes met foto’s invoegen?) hebben we vat weten te krijgen op de woningbouwopgave met als gevolg dat er inmiddels ruim 2.700 nieuwe woningen in Leiden zijn gerealiseerd. De opgave is flink en de eisen die we stellen aan ontwikkelaar ook (denk aan 30% sociaal, bijzondere doelgroepen, duurzaam, circulair, natuurinclusief). Ondanks corona is er doorgebouwd in de stad. Met de huidige plannen, 600 woningen per jaar tot 2030, gaan we onze doelstelling van 8.500 woningen halen. Ook onze buurgemeenten leveren een bijdrage aan het halen van het aantal studenteneenheden.

De invoering van de Omgevingswet verloopt voorspoedig. Leiden loopt op een aantal terreinen landelijk voorop. Kwalitatief doen we mooie dingen. Denk aan de regionale kaders als Hart van Holland, de Regionale omgevingsagenda (ROA) en de Regionale energie strategie (RES), die ook kaders zijn voor de Leidse uitwerking. Maar denk ook aan de unieke typisch Leidse tussenlaag van de ontwikkelperspectieven. Duurzamere nieuwbouw was vanaf dag één de inzet. Ondanks het feit dat hogere ambities (hoger dan wettelijk landelijk vastgesteld niveau) op dit vlak niet afdwingbaar zijn, hebben we door bestuurlijk in gesprek te gaan toch betere duurzaamheidsmaatregelen kunnen realiseren in de bouwplannen.


Bereikbaarheid
Bereikbaarheid is een harde randvoorwaarde voor de verstedelijking. De aangepaste regels rond parkeren (zowel auto - als fietsparkeren) maken verdere verstedelijking mogelijk in gebieden die anders ‘dicht’ hadden gezeten. We hebben een mooie relatie gelegd tussen mobiliteit en gezondheid. Het stimuleren van wandelen en fietsen geeft niet alleen duurzaamheidswinst, maar ook gezondheidswinst.
Het lukt steeds beter om het mobiliteitsprogramma en het verstedelijkingsprogramma op elkaar af te stemmen. De voorbereidingen voor de Leidse Ring zijn in volle gang.

In het voorjaar van 2020 is de mobiliteitsnota Leiden Duurzaam Bereikbaar 2020-2030 vastgesteld; de uitwerking en de uitvoering ervan krijgen vorm in een uitvoeringsagenda, waarvoor de structuur in het Uitvoeringsprogramma Leiden Duurzaam Bereikbaar is neergezet. Hieruit blijkt dat er op het gebied van bereikbaarheid veel gebeurt, van voorbereiding tot uitvoering.

Energietransitie
Leiden is op het vlak van energietransitie in hoge mate afhankelijk van vooral het Rijk als het gaat om de oplevering van de noodzakelijke randvoorwaarden, zoals het wettelijk instrumentarium dat vorm moet krijgen in de Warmtewet 2. We nemen geen onomkeerbare stappen bij het van het aardgas af gaan als de betaalbaarheid niet afdoende is geborgd. Die borging volgt in de nieuwe Warmtewet. De pijp uit Rotterdam met industriële restwarmte is niet een door Leiden te bepalen proces. ook in dit dossier hebben we het maximale gedaan: regionale samenwerking organiseren, gezamenlijk optrekken, helder zijn in je rolneming en nee durven zeggen tegen onwelgevallige verzoeken tot bijv. (risico)deelnemingen. Zelfs bij een no regret maatregel als isoleren, of betere verbruikbeperkende maatregelen, loop je als gemeente tegen budgettaire grenzen aan. Ook hier hebben we binnen de grenzen veel bereikt: wijkambassadeurs die voorlichten, prikkelen, stimuleren, de (niet onomstreden) rijkssubsidie van 75 euro per huishouden voor kleine maatregelen, specifieke huis-aan-huis advisering voor verduurzaming monumenten enz. enz. Ook met de woningbouwcorperaties zijn verbeterde afspraken gemaakt over verduurzaming van de panden.

Als gemeente hebben we ook de opdracht om onze eigen panden te verduurzamen. Een mooi voorbeeld is ons stadhuis. Binnen de beperkingen van de momumentenstatus werken we aan een duurzaam gebouw met warmte-koude opslag met grachtenwater.

Vooruitblik

  • Aandachtspunt binnen onze bouwopgave is dat in Leiden ontwikkelen gelijk is aan herontwikkelen. Dat is relatief duur. Op sommige locaties moet er gemeenschapsgeld bij om tot ontwikkeling te komen; denk aan Wernink. Herontwikkeling op eigen locaties lukt nog wel voor de corporaties, maar samen met marktpartijen ontwikkelen op nieuwe locaties is soms lastig. Met het Stadspact gaan we corporaties en marktpartijen bij elkaar brengen en hopen we verandering te bewerkstelligen.
  • Punt van aandacht is ook zeker het vermogen om in de komende collegeperiode nog subsidies voor gebiedsontwikkelingen vanuit het Rijk of de provincie te kunnen matchen met eigen geld.
  • De huisvesting van bijzondere doelgroepen vraagt blijvende aandacht. Net als specifieke huisvestingsvormen van ouderen. Per project bekijken wij de mogelijkheden.
  • We realiseren de woningbouwopgave die we hebben, maar inmiddels dienen zich nieuwe behoefteramingen aan die neerdalen van provincie naar de gemeenten. De raad zal zich moeten uitspreken over een eventuele ophoging van de Leidse woningbouwopgave.
  • We zoeken bij de energietransitie met de Leidse corporaties naar mogelijkheden om de energietransitie op te pakken. Alhoewel de prestatieafspraken op het punt van verduurzaming zeker een verbetering zijn ten opzichte van de oude afspraken, zijn we er nog niet en blijven we werken aan het realiseren van onze ambitie met de woningbouwcorporaties.
  • In 2022 verhuizen we weer terug naar ons gerenoveerde en verduurzaamde stadhuis. Hier kijken we erg naar uit. In dit project hebben we meegemaakt dat het verduurzamen van (monumentaal) vastgoed lastig is.
  • Er ligt een opgave in het verder verduurzamen van cultureel vastgoed.
  • Bij al deze projecten speelt de eerder beschreven aandacht voor communicatie, verwachtingsmanagement en participatie een grote rol.

1.2 Klimaatneutraal, groen en circulair

Terugblik
Klimaat
Naast woningbouw heeft de gemeente in het kader van duurzame verstedelijking de afgelopen jaren ook ingezet op een groene, biodiverse en klimaatadaptieve stad en het behalen van de Europese (en daarmee nationale) duurzaamheidsdoelen. We werken aan het realiseren van de sustainable development goals. Samen met inwoners hebben we bijvoorbeeld de “Groene kansenkaart” gemaakt waarop tientallen plekken in Leiden staan die we vergroenen. Verder is de renovatie van een aantal parken afgerond. Niet alleen is het Singelpark afgelopen jaar geopend, maar ook zijn we begonnen met de werkzaamheden aan Park Kweeklust en het Van der Werfpark. Het college ziet dat de parken het afgelopen jaar zeer druk bezocht zijn en een verbindende rol spelen in het buiten elkaar ontmoeten. Het programma 'samen aan de slag', waarmee we met inwoners werken aan een groenere stad, is erg populair.

Met het uitvoeringsprogramma “Leiden Biodivers en Klimaatbestendig. Samen maken we Leiden groener!” is de ambitie bepaald: in 2050 is Leiden een klimaatbestendige stad, is de stad zichtbaar groener geworden en is de biodiversiteit vergroot. Als dichtbebouwde stad heeft Leiden daarmee een grote opgave. Het realiseren van de plannen om de stad te vergroenen en biodiverser in te richten is een grote transitie en kost ook tijd. De komende tijd zullen de inwoners hier dan ook meer van zien. De waarde van groen is daarbij onschatbaar en we hebben een substantiële hoeveelheid groen toegevoegd.

Daarnaast is gestart met de rioleringsopgave en zetten we in op grootschalige wijkvervangingsprogramma’s voor klimaatadaptatie zoals in het Noorderkwartier en uitbreiding van het warmtenet om het gasgebruik terug te dringen en de Leidse energietransitie te stimuleren.

Circulair
Begin 2020 is de strategie ‘op weg naar een circulair Leiden’ vastgesteld. Deze strategie schetst de achtergrond en het belang van de transitie naar een circulaire economie. Door te bevorderen dat bedrijven en inwoners in Leiden actief bijdragen aan deze transitie, bereiden we Leiden voor op de duurzame economie van de toekomst.
De circulaire economie bevindt zich in de beginfase: de inzet van de gemeente is in eerste instantie gericht op het creëren van bewustwording, communiceren en het verzilveren van kansen. We doen eerste ervaringen op in eigen projecten en samenwerkingen in de stad en verkennen de mogelijkheden van verdere sturing in de volgende fase. We bouwen een netwerk op van bedrijven en organisaties rond circulair verwaarden. Een mooi voorbeeld is het gebruik van statiegeldbekers tijdens Leids ontzet. Het resultaat was direct merkbaar: schone straten en grachten.

Bij de uitvraag voor het indoor sportcentrum en de ijshal is het materialenpaspoort opgenomen waardoor slimme materiaalkeuzen gemaakt worden. Met Leidse ondernemers delen we goede praktijkvoorbeelden over circulaire economie, zonder verhoging van regeldruk. Dit hebben we o.a. gedaan door het organiseren van masterclasses waarbij de nadruk lag op kennisvergaring en deling en het opbouwen van netwerken.

Afval
Eind 2020 heeft het college het Afvalpreventieplan 2020- 2022 vastgesteld waarin de ambitie is
opgenomen om in te zetten op het verminderen van afval. Door het landelijk programma "Van Afval
naar Grondstof” (VANG) is er meer beweging gekomen in het verder motiveren van afvalscheiding en
het terugdringen van restafval. Leiden heeft deze motivatie overgenomen en haar doelstelling hierop
aangepast. We zetten ons in voor de reductie van de totale hoeveelheid restafval door preventie.

Vooruitblik

  • Na het voorbereidende werk van de afgelopen jaren, gaan we de komende jaren aan de slag met het uitvoeringsprogramma Leiden Biodivers en Klimaatbestendig.
  • Ook bij circulair volgt na de fase van bewustwording vanaf 2023 een inzet op het daadwerkelijk sturen op basis van landelijke en lokale regelgeving. We werken stapsgewijs aan het realiseren van de ambitie om in 2050 alleen nog duurzaam geproduceerde, hernieuwbare en algemeen beschikbare grondstoffen te gebruiken. Er is dan geen (zwerf)afval meer.We scherpen de gemeentelijke duurzaamheidsagenda aan met concrete doelstellingen over hergebruik van grondstoffen voor de middellange en lange termijn.
  • In 2022 evalueren we het afvalbeleid en vinden er hierover gesprekken plaats met bewoners en experts uit de stad (o.a. Groene Ideecafé en Leidse Milieuraad).
  • De doelstelling van gemeente Leiden is om de hoeveelheid van 249 kilo restafval (uit 2015) te verminderen naar 150 kilo per inwoner per 2022. Er zijn meerdere knoppen om aan te draaien: aan de achterkant, na consumptie, maar ook aan de voorkant voordat het gekocht wordt.

1.3. Fietsstad met een autoluwe binnenstad

Terugblik
In een compacte, inclusieve, stad, die steeds drukker wordt, zijn de fiets, lopen en goed toegankelijk openbaar vervoer logische opties voor bewoners en bezoekers om zich te verplaatsen. Het beleidsakkoord spreekt zich uit voor het kiezen voor voetganger/fiets/ OV boven de auto. Financieel wordt bijvoorbeeld het fietsparkeren gefinancierd uit de parkeerreserve; dit is een eerste aanzet voor een overgang naar schone mobiliteit. We hebben bij deze ‘modal shift’/ overgang van auto naar schone mobiliteit (fiets/voetganger/OV) ingezet op:
1. Uitvoeringsagenda Leiden Duurzaam Bereikbaar
2. Autoluwe binnenstad
3. Parkeervisie
Met een autoluwe binnenstad investeert het college ook in kwaliteit van de openbare ruimte. Een binnenstad met minder auto’s op straat geeft mogelijkheden om de kwaliteit van de openbare ruimte te vergroten door meer groen en beter zicht op de historische gebouwen en de mogelijkheid om meer woningen toe te voegen. Drie mooie voorbeelden hiervan zijn de groene Garenmarkt, de parkeervrije Hooigracht en de omvorming van het Lakenplein naar het Lakenpark.

Schone mobiliteit is een ander speerpunt binnen de Leidse verstedelijkingsopgave waarbinnen de afgelopen jaren grote successen zijn geboekt. Het college stimuleert andere vervoersmiddelen dan de auto. Zo is begonnen met de uitvoering van de Centrumroute waarmee een betere OV-verbinding naar de binnenstad gerealiseerd wordt. Daarnaast heeft het college in 2019 besloten verder te investeren in de Leidse Ring Noord om de bereikbaarheid van de Leidse Regio te vergroten en werd in datzelfde jaar de fietsenstalling Lorentz opgeleverd waarmee in één klap 4.800 fietsparkeerplekken aan het centrum werden toegevoegd. De voorbereiding voor de Leidse Ring Noord is in volle gang en de uitvoering van de eerste twee tracédelen start nog dit begrotingsjaar.

Vooruitblik

  • Op het gebied van autoluwe binnenstad wil dit college het komende jaar nog een slag maken met concrete projecten als bijv. de Oude Rijn, voetgangers Nieuwe Rijn, en verkeersknip lange brug.
  • we geven uitvoering aan het beleidsplan voetganger.
  • We zetten het komende jaar nog flink in op de overgang naar emissievrije stadslogistiek in de binnenstad en het stationsgebied.
  • Een belangrijke ontwikkeling voor onze stad en regio betreft de OV-knoop Leiden Centraal, die we samen met de rijksoverheid en provincie willen ontwikkelen conform de visie "Leiden verbindt". Hiermee verbeteren we niet alleen de verbinding tussen binnenstad en Bio Science Park, de Hartlijn LBSP, we maken ook verdere verstedelijking mogelijk en we ondersteunen hiermee de verschuiving naar duurzame mobiliteit. In het Financieel perspectief duurzame stad (FPDS) hebben we geld beschikbaar voor onderzoek met de medeoverheden naar ontwikkeling van de OV-knoop. De komende periodemzullen rijk, provincie en gemeente een gezamenlijk besluit moeten nemen over de benodigde investeringen en de financiering daarvan.
  • Ook het realiseren van de laatste delen van de centrumroute vergen het komende jaar onze inzet.
  • Uitvoering geven aan de mobiliteitsnota en fietsnota, waaronder het vergroten van de verkeersveiligheid door de uitvoering van fietsverbeteringen en de afwaardering van diverse 50 km-wegen naar 30 km.