Programmabegroting 2021

Lokale heffingen

Inleiding
Deze paragraaf bevat informatie over de lokale heffingen. Eerst komt de actualiteit aan de orde. Daarna worden de heffingen behandeld die deel uitmaken van de zogenaamde woonlasten, te weten de onroerende-zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Vervolgens wordt ingegaan op de heffingen die geen deel uitmaken van de woonlasten: de parkeerbelastingen, de toeristenbelasting, de precariobelasting en overige heffingen. Tot slot wordt het kwijtscheldingsbeleid van de gemeente Leiden behandeld.

A. Overzicht van de lokale heffingen
De volgende heffingen worden door de gemeente Leiden geïnd:
1. Onroerende-zaakbelastingen,
2. Afvalstoffenheffing,
3. Rioolheffing,
4. Parkeerbelasting,
5. Toeristenbelasting,
6. Precariobelasting. 

B. Ontwikkelingen / Actualiteit

Trendmatige verhoging
De trendverhoging voor 2021 is in Leiden berekend op 2% voor de belastingen en de retributies die hieronder worden gespecificeerd.  

Beleid lokale heffingen (tarieven) 

Onroerende-zaakbelastingen
Onroerende-zaakbelastingen worden geheven van eigenaren van onroerende woningen en niet-woningen en van gebruikers van onroerende niet-woningen. De eigenaar/gebruiker op 1 januari van enig jaar is belastingplichtig voor het gehele jaar. Grondslag is de waarde van de onroerende zaak die is vastgesteld met een WOZ-beschikking. Voor het belastingjaar 2021 geldt de waarde van de onroerende zaak per 1 januari 2020.

Zoals verwoord in het Beleidsakkoord 2018-2022 wordt de ozb voor woningeigenaren verhoogd met 1,5% per jaar. De trendmatige verhoging in de tarieven van de onroerende-zaakbelastingen wordt doorgevoerd op woningen, samen met de indexering van 2% stijgt het tarief met 3,5% in 2021. De tarieven voor niet-woningen worden verhoogd met de trend van 2%. Na bepaling van de nieuwe WOZ-waarden zullen alle tarieven aan die nieuwe waarden worden bijgesteld. Uitgangspunt hierbij is: stijgt de waarde, dan daalt het tarief, waarna de geraamde opbrengst gelijk blijft.

Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is een heffing ter bestrijding van kosten van beheer van huishoudelijke afvalstoffen. De heffing komt ten laste van gebruikers van percelen waarvoor de gemeente een inzamelverplichting voor huishoudelijk afval heeft. De heffing is afhankelijk van de omvang van het betreffende huishouden. Er worden drie tarieven gehanteerd, namelijk voor een-, twee- en drie- of meerpersoonshuishoudens.

In het Beleidsakkoord 2018-2022 is opgenomen dat de afvalstoffenheffing stapsgewijs verhoogd wordt naar 100% kostendekkendheid in 2022. Wijzigingen in aantal te belasten huishoudens, oninbaarheid dan wel kwijtscheldingen hebben hierdoor invloed op de hoogte van de tarieven. De afvalstoffenheffing wordt met 11,3% verhoogd. Dit is inclusief de indexering van 2%. De stap richting 100% kostendekking volgens het beleidsakkoord is 5,9%., daarbij komt nog een verhoging van het tarief voor de dekking van de afvalverbrandingsbelasting van 3,4%.

Voor de afvalstoffenheffing geldt dat de geraamde baten de geraamde lasten niet mogen overstijgen. Met de geraamde opbrengst voor 2021 zal de kostendekkendheid op 87,4% liggen.

Rioolheffing
Rioolheffing wordt geheven van gebruikers van percelen van waaruit water direct of indirect wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. Bij woningen is het tarief afhankelijk van de omvang van het huishouden. Er zijn drie tarieven, namelijk voor een-, twee- en drie- of meerpersoonshuishoudens. Bij niet-woningen is het tarief afhankelijk van het waterverbruik met een vast bedrag voor gebruik van maximaal 250 m3.

In het Beleidsakkoord 2018-2022 is opgenomen dat de rioolheffing stapsgewijs verhoogd wordt naar 100% kostendekkendheid in 2022. Net als bij de afvalstoffenheffing hebben wijzigingen in aantallen huishoudens en oninbaarheid dan invloed op de hoogte van de tarieven. De rioolheffing wordt met 9,9% verhoogd. Waarvan indexering 2,0% en verhoging volgens beleidsakkoord 626.000 = 7,9%

Voor de rioolheffing geldt dat de geraamde baten de geraamde lasten niet mogen overstijgen. Met de geraamde opbrengst voor 2021 zal de kostendekkendheid op 87.2% liggen.

Parkeerbelasting
Parkeerbelastingen wordt geheven voor het parkeren van een voertuig op een aangewezen plaats en tijdstip of voor verleende parkeervergunningen. Met de heffing van parkeerbelastingen worden algemene inkomsten verkregen. Zie voor een toelichting op de ontwikkeling parkeerbelastingen de tekst bij het programma Beleidsterrein 4D Parkeren.

Toeristenbelasting
Voor overnachtingen in hotels, pensions of andere vakantieonderkomens binnen de gemeente Leiden wordt van niet-ingezetenen toeristenbelasting geheven. De belasting wordt geheven van degene die de gelegenheid tot overnachting biedt (de hotelier, pensionhouder, e.d.); deze mag de belasting doorberekenen aan degene die overnacht. In overleg met de belastingplichtigen wordt de toeristenbelasting niet jaarlijks met de trend verhoogd. Dit in verband met de door hen te maken aanpassingen. De trendverhoging wordt daarom cumulatief eens in de drie jaar toegepast. De trendverhoging heeft voor het laatst per 2016 plaatsgevonden. Voor 2019, 2020 en 2021 zullen de tarieven gelijk worden gehouden.

Het tarief 2021 bedraagt 2,50 per persoon per nacht. Voor campingovernachtingen geldt een verlaagd tarief van € 0,55.

Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De belasting is verschuldigd door degene die de voorwerpen daar heeft of ten behoeve van wie ze daar zijn. Met de heffing van precariobelasting worden algemene inkomsten verkregen. Voor 2020 worden de tarieven verhoogd met de trend van 2%. De aanslagen worden achteraf opgelegd. De aanslagen over 2020 worden dus in 2021 opgelegd. De precariobelasting op ondergrondse kabels en leidingen komt met ingang van 2022 te vervallen. De derving aan inkomsten bedraagt 7,5 miljoen. In de meerjarenraming is dit verwerkt. De afschaffing van deze precariobelasting leidt tot een verlaging van de energie- en waterrekening van gemiddeld 80 per jaar per huishouden in 2022.

Opbrengsten
Voor 2020 raamt de gemeente Leiden aan te ontvangen lokale heffingen de volgende bedragen:

Soort

Begroting 2021

Begroting 2020

Afvalstoffenheffing

16.730

15.373

Ozb-eigenaren woningen

23.855

23.319

Ozb-eigenaren niet-woningen

16.752

16.063

Ozb-gebruikers niet-woningen

15.049

14.551

Parkeerbelastingen

12.884

12.812

Precariobelasting

8.259

8.249

Rioolheffing

8.863

7.918

Toeristenbelasting

834

818

   

Totaal

103.226

99.103

   

Kwijtschelding

1.907

1.719

Bedragen * 1.000

Kostendekking lokale heffingen
Omdat de overhead met ingang van 2017 niet langer wordt doorgerekend aan de programma’s heeft de wetgever bepaald dat in de paragraaf lokale heffingen volgens een voorgeschreven model inzicht wordt gegeven in de mate van kostendekkendheid van de heffingen. Die kostendekkendheid moet buiten de boekhouding om worden berekend. Voor de toerekening van de overhead zijn daartoe twee verdeelsleutels toegestaan, te weten de loonkosten per taakveld of de omvang per taakveld. Beide sleutels mogen worden toegepast, maar is eenmaal een keuze gemaakt, dan moet die sleutel ook consequent worden gehanteerd. Deze sleutels moeten in de financiële verordening door de Raad worden bevestigd. Op basis van de opgestelde berekening kiezen wij ervoor om standaard te kiezen voor de verdeelsleutel van de loonsom per taakveld. Loonkosten bepalen in de meeste gevallen immers een groot deel van het tarief. Die sleutel ligt dan ook het meest voor de hand en de uitkomsten laten ook zien dat via deze sleutel verhoudingsgewijs een hoger deel van de overhead mag worden toegerekend aan de betreffende exploitatie respectievelijk in het tarief mag worden betrokken.

Berekening kostendekkendheid van de rioolheffing

 

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

7.572

Kwijtschelding

575

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

0

Netto kosten taakveld

8.147

  

Overhead

1.121

Btw

897

Totale kosten

10.165

  

Opbrengst heffingen

8.863

  

Dekking

87,2%

Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing 

 

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

14.276

Kwijtschelding

1.325

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

-1.492

Netto kosten taakveld

14.109

  

Overhead incl. (omslag)rente

3.104

Btw

1.923

Totale kosten

19.136

  

Opbrengst heffingen

16.730

  

Dekking

87.4%

Berekening kostendekkendheid marktgelden

 

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

172

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

 

Netto kosten taakveld

 
  

Toe te rekenen kosten:

 

Overhead incl. (omslag)rente

283

Btw

 

Totale kosten

455

  

Opbrengst heffingen

365

  

Dekking

80,2%

Berekening kostendekkendheid van de leges 

 

Titel 1 Burgerzaken leges

 

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

1.845

Overhead

997

BCF - btw

 

Totaal lasten

2.842

Legesopbrengsten

1.777

  

Titel 2 Bouw leges (wabo)

 

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

3.699

Overhead

2.973

BCF - btw

 

Totaal lasten

6.672

Baten

3.484

 

 

Titel 3 Overige leges (evenementen en horeca)

 

Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente

154

Overhead

116

BCF - btw

 

Totaal lasten

270

Baten

108

  

Kostendekkendheid

 

Titel 1

62,5%

Titel 2

52,2%

Titel 3

40,0%

Lokale lastendruk
Onderstaand is de lokale lastendruk in de jaren 2020 en 2021 aangegeven. De lasten zijn weergegeven voor een huurwoning en een koopwoning en onderscheiden in de verschillende huishoudengrootten waarvoor Leiden verschillende tarieven kent. Het betreft de tarieven voor eenpersoonshuishoudens (1 PH); voor tweepersoonshuishoudens (2 PH) en voor drie- of meerpersoonshuishoudens (3 PH).

Bij een huurwoning bestaan de lasten uit afvalstoffenheffing en rioolheffing. Bij een koopwoning bestaan de lasten uit, naast de genoemde gebruikerslasten, ook uit de door eigenaren verschuldigde onroerende-zaakbelastingen.

Uitgangspunten zijn een woning met een gemiddelde WOZ-waarde en de naar verwachting door een huishouden verschuldigde afvalstoffenheffing en rioolheffing. De gemiddelde WOZ-waarde van een woning in Leiden was voor het belastingjaar 2020 circa 291.000 (herleid uit Coelo, Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2020). De gemiddelde WOZ-waarde in Nederland is 268.000. In het belastingjaar 2021 zullen weer nieuwe WOZ-waarden (naar prijspeil 2020) gelden.

 

2021

1 PH

2020

1 PH

2021

2 PH

2020

2 PH

2021

3 PH

2020

3 PH

Huurwoning

 

 

 

 

 

 

Afvalstoffenheffing

208

187

297

267

390

351

Rioolheffing

91

83

131

119

170

155

Totaal

299

270

428

386

560

506

Ontwikkeling woonlasten huurder t.o.v. 2020

10,7%

 

10,8%

 

10,7%

 

Koopwoning

 

 

 

 

 

 

Onroerende-zaakbelasting

383

371

383

371

383

371

Afvalstoffenheffing

208

187

297

267

390

351

Rioolheffing

91

83

131

119

170

155

Totaal

682

641

811

757

943

877

Ontwikkeling woonlasten eigenaar/huurder t.o.v. 2020

6,4%

 

7,1%

 

7,5%

 

Vergelijking lastendruk met omliggende gemeenten over jaar 2020

In de tabel hieronder staan, op alfabetische volgorde, de woonlasten 2020 weergegeven van de aan Leiden grenzende gemeenten. De cijfers zijn overgenomen uit de Atlas lokale lasten 2020 van het Coelo. Daarin staan de lasten voor eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens in koopwoningen. Voor Leiden wordt voor de woonlasten van meerpersoonshuishoudens het tarief voor 3- of meerpersoonshuishoudens gehanteerd.

Gemeente

Woonlasten eenpersoonshuishoudens

Woonlasten meerpersoonshuishoudens

Katwijk

626

725

Leiden

641

877

Leiderdorp

755

981

Leidschendam-Voorburg

711

774

Oegstgeest

914

1.040

Teylingen

647

716

Voorschoten

1.026

1.092

Wassenaar

1.017

1.227

Zoeterwoude

813

824

De woonlasten in Leiden liggen onder het gemiddelde in de regio.

Meer informatie is beschikbaar op de website http://leiden.woonlastenmeters.nl/

Kwijtscheldingsbeleid
Voor de volgende heffingen kan om kwijtschelding worden verzocht:

  • Onroerende-zaakbelastingen;
  • Afvalstoffenheffing;
  • Rioolheffing;
  • Precariobelasting voor woonboten als de aanslag wordt opgelegd aan een belastingplichtige die de woonboot als permanente woning gebruikt;
  • Binnenhavengeld voor woonboten als de belastingplichtige de woonboot als permanente woning gebruikt.  

Of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding wordt getoetst aan de betalingscapaciteit en de hoogte van het vermogen van een belastingschuldige. Hier zijn normeringen voor. Minimaal 80% van de betalingscapaciteit dient te worden aangewend ter voldoening van belastingschulden. De betalingscapaciteit wordt berekend door het netto besteedbaar inkomen te verminderen met de genormeerde kosten van bestaan. Deze genormeerde kosten van bestaan betreffen een percentage van de uitkering die de belastingschuldige naar de normen van de bijstandsregelgeving zou kunnen krijgen. De gemeente Leiden kent in het kader van het kwijtscheldingsbeleid een 100%-norm. Dit is het maximaal toegestane percentage.