Programmanummer | 6 | |
Commissie | Stedelijke Ontwikkeling | |
Portefeuille(s) | Wonen, Bouwen & Welzijn Bestuur, Veiligheid, Handhaving & Regio Energie, Werk, Inkomen & Cultuur |
De missie van het programma Stedelijke ontwikkeling luidt: |
In 2027 blijft een gebalanceerde, duurzame ontwikkeling van Leiden het doel. Om aan de vraag naar woningen en ruimte voor werk te kunnen voldoen, is het van belang dat ook wordt gewerkt aan andere opgaven in de stad. Uitbreiding van de capaciteit van onze elektriciteitsnetten en de overgang naar alternatieve warmtevoorzieningen, de kwaliteit en kwantiteit van groen en water in de stad, voldoende buurtgerichte en stedelijke voorzieningen en ruimte voor duurzame mobiliteit zijn randvoorwaardelijk voor verstedelijking. Al deze opgaven hebben een ruimtevraag in de fysieke leefomgeving van de stad. Om gebalanceerde keuzes te kunnen maken is nodig dat we informatie-gestuurd en integraal samenwerken.
Door de omgevingswetinstrumenten in te zetten zijn de keuzes inzichtelijk voor collega's en inwoners van de stad. Uitnodigingsplanologie zorgt voor het optimaal benutten van de kostbare ruimte in de stad. In 2027 verbeteren we de digitale dienstverlening naar de stad. We stellen kaders voor het Leidse Omgevingsprogramma vast en richten het Leidse beleidshuis in.
Voor de periode van 2021 tot 2030 geldt de ambitie om 8.800 woningen en 2.700 studenteneenheden aan de stad toe te voegen. Voor deze woningen zijn de beoogde gebiedsontwikkelingen in beeld, maar een deel van deze projecten heeft een onrendabele top. Om onze bouwopgave toch te kunnen bekostigen worden de middelen uit de Realisatiestimulans in de reserve Grondexploitaties gedoteerd en zal de gemeente maximaal moeten blijven inzetten op het aantrekken van andere rijkssubsidies.
Netcongestie is in grotere mate een sturende factor voor verdere verstedelijking en verduurzaming van de gemeente. We werken onder andere aan het slimmer benutten van het net door bijvoorbeeld decentrale oplossingen te stimuleren, zoals energieopslag en groepstransportovereenkomsten, en het netbewust ontwikkelen van gemeentelijke projecten. Ook zetten we in op het versterken van onze informatiepositie, het integraal afwegen van energie- en netvraagstukken binnen gemeentelijke opgaven en het verbeteren van de samenwerking binnen de gemeente en met externe partners.
Alhoewel het beter benutten van het elektriciteitsnet en het ontwikkelen van innovatieve en casus-specifieke oplossingen van belang is voor een duurzame ontwikkeling van de stad, kunnen noodzakelijke uitbreidingen en verzwaringen van het net niet worden vermeden. In 2027 blijven we werken aan activiteiten uit de Uitvoeringsagenda Energietransitie, zoals het isoleren van gebouwen met de isolatieaanpak. We gaan in de warmtetransitie naar een fase van uitvoering. In het warmteprogramma is de voorkeursoplossing bepaald voor verschillende delen van de stad en het warmtebedrijf zal in 2027 opgericht en operationeel zijn.
Doel | Prestaties |
6A1 Toedelen van Ruimte | 6A1.1 Opstellen kaderstellende visies voor de ruimtelijke ontwikkeling van regio, stad en stadsgebieden |
6A1.2 Stimuleren ruimtelijke initiatieven en ruimtelijke kwaliteit | |
6A1.3 Opstellen en actualiseren ruimtelijk instrumentarium | |
6A1.4 Implementatie Omgevingswet | |
6A2 Ruimtelijke kwaliteit van de bebouwde ruimte | 6A2.1. Behandelen verzoeken om omgevingsvergunning |
6A2.2. Het voeren van vooroverleg | |
6A3 Veilig bouwen en veilig gebruiken van bebouwde ruimte | 6A3.1 Toezicht en handhaving op veilig bouwen en gebruiken |
De dynamiek in het ruimtelijk domein vraagt steeds om aanpassingen van beleid. Nieuwe inzichten over bijvoorbeeld ruimtegebruik, en wijzigend beleid van hogere overheden, zoals herzieningen van het provinciale Omgevingsbeleid, vragen om wendbaarheid op lokaal niveau.
Lokaal werken we aan de ruimtelijke vertaling van nieuwe beleidsambities, -ontwikkelingen en -inzichten in de Omgevingsvisie Leiden 2040 en de andere instrumenten van de Omgevingswet. Uitgangspunten zijn de bestaande kwaliteiten en kansen, en de verschillen in fysieke kenmerken en functies van de stadsgebieden.
Ons werk voldoet aan de eisen van de Omgevingswet en is vindbaar in het Omgevingsloket. Dit is een voortdurend proces.
We zorgen voor de vertaling van het beleid van hogere overheden in het lokale beleid, en brengen andersom bij zowel Rijk als provincie onze vastgestelde visies, beleid en andere relevante gemeentelijke en regionale informatie in. Het gaat hier om de Omgevingsvisie Leiden 2040, de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland (ROA Holland Rijnland), de Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland (RIA Holland Rijnland), de Regionale Energiestrategie (RES Holland Rijnland), de Regionale Woonagenda, de Regionale Mobiliteitsstrategie en Samenwerken in de Westflank. Hiermee geven we richtinggevende kaders mee aan de brede ontwikkeling van de stad en de regio.
Naar verwachting werken we in 2027 in ieder geval aan de volgende onderwerpen:
Lokaal werken we aan de actualisering van de lokale richtinggevende kaders, zoals de Omgevingsvisie Leiden 2040.
Via documenten zoals de Omgevingsvisie, Omgevingsprogramma’s en Gebiedsvisies geven we richting én ruimte om onze stadsdoelen te bereiken.
We willen graag meewerken aan plannen en initiatieven van derden in de stad die de ruimtelijke ontwikkeling versterken. Soms past zo’n idee of schetsplan niet direct binnen het bestaande beleid of het omgevingsplan. In die gevallen kijken we – in de geest van de Omgevingswet – of en hoe we toch kunnen meewerken. Als een initiatief bijdraagt aan de doelen van de gemeente, haalbaar lijkt én goed past in de omgeving, kan het in aanmerking komen voor verdere uitwerking.
We beoordelen zulke plannen globaal, op basis van de afspraken in het beleidsakkoord. Onze inzet van ambtelijke capaciteit richten we vooral op gebiedsontwikkelingen en projecten waarbij we meerdere doelen tegelijk kunnen realiseren.
Met ruimtelijke kwaliteit bedoelen we hoe mensen de leefomgeving ervaren. Dit gaat onder andere over welstand, beeldkwaliteit en architectuur. Sturing op ruimtelijke kwaliteit gebeurt onder andere via de welstandsnota en inrichtingsprincipes voor openbare ruimte. Ook werken we nauw samen met het Rijnlands Architectuur Platform (RAP). Het RAP organiseert activiteiten en gesprekken over ruimtelijke kwaliteit en betrekt de stad daarbij. De gemeente subsidieert het RAP structureel. Voor de periode 2023-2027 is opnieuw subsidie toegekend. In het najaar van 2026 wordt het programma voor 2027 vastgesteld.
De kwaliteit van onze stad is belangrijk. We zorgen zelf voor een aantrekkelijke én betaalbare inrichting van de openbare ruimte. Hiervoor gebruiken we het Handboek Openbare Ruimte, dat ons helpt bij het goed inrichten en aanpassen van straten, pleinen en parken.
Ook stimuleren we ontwikkelaars en eigenaren om te investeren in goede gebouwen. Bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen sturen we soms mee in de keuze van architecten. Onze stedebouwkundig supervisor speelt daarbij een belangrijke rol.
Binnen de gemeentelijke organisatie zorgen we ervoor dat er actief contact is tussen de gemeente en de buitenwereld: bewoners, ondernemers en andere betrokkenen. Regionale samenwerking en goede communicatie en participatie blijven belangrijke aspecten om te komen tot gedragen ruimtelijke kwaliteit.
Een effectieve implementatie van de Omgevingswet vraagt nog jaren tijd en aandacht. Dat doen we in Leiden stap voor stap, samen met de stad. Dit geldt ook voor de inrichting van de instrumenten van de Omgevingswet: de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, en de omgevingsprogramma’s. Alle instrumenten worden gepubliceerd en ontsloten via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Daar zijn nieuwe werkprocessen voor nodig. In 2027 starten we de processen voor beleidsrijke wijzigingen van de omgevingswetinstrumenten op.
De Leidse Omgevingsvisie is volgens de standaard opgenomen in het DSO. Dat betekent dat de visie digitaal beschikbaar is in het landelijke systeem (DSO), gestructureerd volgens landelijke standaarden. In 2026 is de Omgevingsvisie beleidsarm geactualiseerd. Daarmee is een eerste cyclische wijziging een feit. Vanaf 2027 blijven we werken aan het actualiseren van de Omgevingsvisie Leiden 2040. Dat vraagt om het structureel monitoren, evalueren en analyseren van ons beleid voor de fysieke leefomgeving. Ook de sociaal-economische opgave die landen in het fysieke domein zijn hierin opgenomen. Structureel vertalen we nieuwe (landelijke) opgaven/transities, beleidsambities, -ontwikkelingen en -inzichten ruimtelijk in de Omgevingsvisie.
Bij het werken met de Leidse Omgevingsvisie heeft de gemeenteraad een kaderstellende rol. Keuzes en voorgestelde wijzigingen worden aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd. De raad wordt jaarlijks geïnformeerd over de voortgang van de Omgevingsvisie.
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet is automatisch het Omgevingsplan-van- rechtswege ontstaan. Dit ‘tijdelijke regeling deel’ bestaat o.a. uit de voorheen geldende bestemmingsplannen, de Verordening afvoer hemelwater en grondwater en een set rijksregels die de gemeente in beheer heeft gekregen- de zogenaamde 'Bruidsschat'. Bestaande regels en verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en die niet automatisch opgaan in het Omgevingsplan-van-rechtswege, blijven tot ze zijn overgezet naar het Omgevingsplan van kracht. Sinds 1 januari 2024 worden vergunningaanvragen getoetst aan het Omgevingsplan. Wijziging van ruimtelijke regels betekent nu ook een wijziging van het Omgevingsplan.
De komende jaren werken we aan harmonisatie van de bestaande regels op thema en gebied zodat het Leidse Omgevingsplan één integraal en samenhangend geheel vormt en ook in het Digitaal Stelstel Omgevingwet (DSO) goed raadpleegbaar is. Daarnaast streven we, waar mogelijk, naar vereenvoudiging en vermindering van regels. Eind 2031 moet het complete Leidse Omgevingsplan gereed zijn. Om deze termijn te halen werken we gedurende de transitieperiode aan het overzetten van bestaande juridische regels. Dit houdt in dat we ervoor moeten zorgen dat de regels voldoen aan de nieuwe wettelijke eisen. Het overzetten gebeurt de komende jaren via vaststelling van grote wijzigingsbesluiten door de gemeenteraad. Voor de organisatie betekent dit een intensief traject, waarbij gezien de deadline sprake is van een zekere tijdsdruk om alles over te zetten naar het Omgevingswetinstrument.
Een omgevingsprogramma richt zich op concrete maatregelen die nodig zijn om de ambities uit de Omgevingsvisie Leiden 2040 te bereiken voor een specifiek thema of gebied. Het college van burgemeester en wethouders stelt een omgevingsprogramma vast. In Leiden hebben we nu het Omgevingsprogramma Geluid en het Volkshuisvestingsprogramma (juni 2025 vastgesteld). Ook wordt gewerkt aan een Omgevingsprogramma Binnenstad. In 2026 is gestart met het opstellen van kaders en richtlijnen voor de omgevingsprogramma's in Leiden. In 2027 wordt dit verder uitgewerkt en ter besluitvorming aangeboden aan college en raad.
Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. De ambities van deze landelijke wet zijn minder regels en meer ruimte voor lokale afweging en initiatieven. Het motto ‘ja, mits…’ in plaats van ‘nee, tenzij…’ vraagt om een verandering van organisatie en bestuur, bij vergunningaanvragen, bij besluiten door college en raad, en in de samenwerking met de stad aan behoud en vernieuwing. Sleutelwoorden daarbij zijn digitaal, integraal, samen en met een houding die past bij de geest van de wet: initiatieven mogelijk maken, binnen de gestelde kaders.
De implementatie van de Omgevingswet wordt op een programmatische wijze uitgevoerd in het Programma Leiden 2040. In 2026 is een plan van aanpak opgesteld voor de transitiefase richting 2032. We werken verder aan de implementatie van het ‘Omgevingswetproof werken’. Dit houdt in dat we allemaal werken volgens de systematiek van de Omgevingswet: bestuur, beleidsafdelingen en ruimtelijke ordening, projectmanagers en vergunningverleners. Samen leren we stap voor stap werken met deze nieuwe wet, volgens nieuwe werkwijzen. Doelen hierbij zijn:
Het realiseren van deze doelstellingen vraagt om doorontwikkeling van nieuwe werkwijzen, instrumenten, en lerend werken voor alle betrokkenen, ambtelijk en bestuurlijk.
Het einde van de wettelijke transitieperiode is eind 2031. Dan moet het Leids Omgevingsplan gereed zijn en moet al het beleid voor de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de Omgevingswet-instrumenten. Door uitstel van inwerkingtreding van de wet en verlenging van deze periode heeft de lijnorganisatie in de transitieperiode extra inzet nodig om de wettelijke doelen te behalen.
We streven er naar de wettelijke termijn te halen. Dit doen we langs vier lijnen:
Het Programmateam Leiden 2040 initieert, bewaakt, begeleidt en ondersteunt de verschillende activiteiten en projecten in het kader van de implementatie van de Omgevingswet. Ook zorgt ze voor de borging van de samenhang tussen de verschillende instrumenten in de beleidscyclus voor de leefomgeving: visie, programma, plan, uitvoering en monitoring & evaluatie Het streven is de programmaondersteuning in de transitieperiode geleidelijk af te bouwen.
Het behandelen van aanvragen omgevingsvergunningen is een wettelijke taak van de gemeente. De aanvragen behandelen we op een juridisch correcte, transparante wijze, binnen de wettelijke termijnen. Zodra blijkt dat een aanvraag niet voldoet aan het geldende ruimtelijk kader, beoordelen we of we alsnog medewerking kunnen verlenen.
De invoering van de Omgevingswet heeft gevolgen gehad voor de vergunningverlening. Verkorting van wettelijke termijnen vraagt om duidelijke regels, goede stroomlijning van werkprocessen binnen de gemeente en intensievere samenwerking met regionale ketenpartners zoals de omgevingsdienst. Gelijktijdig met de Omgevingswet is ook een klein gedeelte van de Wet Kwaliteitsborging ingegaan. Essentie van deze wet is dat de bouwtechnische toets en het bouwtechnische toezicht van gemeenten in fasen overgeheveld is naar marktpartijen. De eerste fase gaat vooral om kleine bouwwerken en seriematige grondgebonden nieuwbouwwoningen. De impact van deze eerste fase op de vergunningverlening in Leiden is beperkt.
De kosten van de vergunningverlening (en het bouwtoezicht gedeeltelijk) dekken we met de legesopbrengsten.
Ook in 2027 voert de gemeente vooroverleg met initiatiefnemers van bouwplannen in de stad, via één van twee verschillende ‘loketten’.
Het intaketeam houdt zich bezig met grotere en complexere bouwinitiatieven van projectontwikkelaars, waarvan verwacht wordt dat deze in latere planfasen gecoördineerd moeten worden door het gemeentelijke Projectbureau.
Conceptverzoeken voor kleinere en middelgrote bouwinitiatieven worden besproken aan de initiatieftafel. Dit is een goed middel om de burger of professional met een bouwinitiatief te begeleiden richting een vergunbare aanvraag wanneer het niet direct duidelijk is of de vergunningaanvraag kansrijk is. Of om, als een vergunningaanvraag geen enkele kans van slagen heeft, hierover zo snel mogelijk duidelijkheid te geven. Zo voorkomen we dat onnodig tijd en geld geïnvesteerd wordt in een onhaalbaar (bouw)plan, zowel door de initiatiefnemer als door de gemeente. Het conceptverzoek/de initiatieftafel biedt meer ruimte om reacties uit de omgeving van het initiatief in de planvorming te betrekken dan na het indienen van een aanvraag. Een goed doorlopen conceptverzoek met positief resultaat biedt ook de mogelijkheid voor snellere vergunningverlening
In het toezicht en de handhaving op de (bouw)regelgeving zien we dat door de toenemende verdichting van de stad een onderscheid is ontstaan tussen het bouwtoezicht (nieuwbouw, verbouw) en het woningtoezicht (toezicht en handhaving op de bestaande stad).
Vanuit het bouwtoezicht wordt er toezicht gehouden om de verleende omgevingsvergunningen. Naast het technisch toezicht of de vergunning wordt uitgevoerd zoals deze is verleend, wordt het omgevingsmanagement een steeds belangrijker element van het toezicht.
De invoering van de eerste fase van de Wet Kwaliteitsborging (WKB) voor het bouwen heeft nauwelijks invloed op de werkvoorraad. In onze compacte stad komt nieuwbouw van kleine bouwplannen en seriematige woningbouw nauwelijks voor en is beperkt tot enkele meldingen per jaar. Er is op dit moment geen zicht op een verdere invoering van de volgende fases van de WKB. Het toezicht wordt uitgevoerd vanuit het Leids Toezichtsprotocol waarbij de prioriteiten worden bepaald in het VTH beleidsplan en jaarlijks in het VTH uitvoeringsplan. Op dit moment bestaan die prioriteiten uit constructieve veiligheid, brandveiligheid en omgevingsveiligheid. In 2027 zal het nieuwe VTH beleidsplan worden opgesteld, waarbij ook het Leids Toezichtsprotocol zal worden geactualiseerd.
De Leidse Pandbrigade wil bijdragen aan een mooi, schoon, onderhouden en veilig Leiden. De wooninspecteurs doen dit door het opsporen en tegengaan van misstanden in de bestaande bebouwing in de stad. Denk aan overbewoning, onrechtmatig gebruik van woningen, woonoverlast, aanpak achterstallig onderhoud en leegstand. De pandbrigade behandelt klachten, meldingen en handhavingsverzoeken gaan over de bebouwde ruimte. Daarnaast is er aandacht voor goed verhuurderschap, een goede balans tussen zelfstandige bewoning en verkamering en toezicht en handhaving van toeristische verhuur. In 2027 is het voornemen om in het VTH beleidsplan de raad voor te stellen deze Leidse pandbrigade ook formeel in te stellen.
Doel | Prestatie |
|---|---|
6B1 Optimale exploitatie van gemeentelijke gronden en gebouwen | 6B1.1 Voeren van een erfpachtbedrijf |
6B1.2 Opstellen Meerjaren Perspectief Grondexploitaties en Vermogensbeheer Grondexploitaties | |
6B1.3 Exploiteren van gemeentelijke gebouwen |
De reguliere werkzaamheden binnen het erfpachtbedrijf gaan over het voeren van de administratie, het aanpassen en innen van de erfpachtcanon, het adviseren en het verstrekken van inlichtingen over erfpacht aan bijvoorbeeld aspirant-kopers, erfpachters, notarissen en makelaars. Met het instrument erfpacht houdt de gemeente ook privaatrechtelijk grip op ontwikkelingen, wat de mogelijkheid van sturing vergroot. Leiden biedt erfpachters van woningen en appartementen de mogelijkheid om de erfpachtgrond te kopen.
Het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) 2027 is onderdeel van de jaarrekeningcyclus rekening 2026. In het MPG wordt verantwoording afgelegd over de lopende (en in voorbereiding zijnde) grondexploitaties. De verwachting is dat de in voorbereiding zijnde grondexploitatie Centrumgebied Telderskade nog in 2026 in uitvoering wordt genomen. In dat geval zal deze in 2027 onderdeel uitmaken van de actieve grondexploitaties in het MPG. Tevens is de verwachting dat in 2026 de grondexploitatie Vlietzone-Midden in uitvoering wordt genomen.
Onderstaande tabel toont de grondexploitaties die in het MPG 2026 zijn opgenomen en welke in het MPG 2027 zullen worden geëvalueerd en geactualiseerd.
Grondexploitaties |
Rhijnvreugd |
Bizetpad |
Vijfhoven - Telderskade |
Lammenschansdriehoek |
Schipholweg 101 A t/m K |
Groenoordhallenterrein |
Entreelocatie EL6,7 |
Stationsgebied – Rijnsburgerblok K1, 2, 5 en M-kavels Morspoortterrein |
Grondexploitaties in voorbereiding |
Stationsgebied - Trafolocatie en Morssingelblok H2-5 |
Telderskade - Centrumgebied |
Vlietzone Midden |
In 2027 zal zoals gebruikelijk de rapportage Reserve Grondexploitaties 2027 – Realisatie 2026 en vooruitblik 2027-2031 (voorheen Vermogensbeheer Grondexploitaties 2027-2031) worden opgesteld. Deze rapportage loopt samen op met de kaderbrief. In de kaderbrief 2027 zal ook voorgesteld worden om de naam van prestatie 6B1.2 te wijzigen.
De reserve Grondexploitaties draagt in belangrijke mate bij aan de bekostiging van ambities vanuit de verstedelijkingsopgave, veelal door het verzorgen van dekking voor tekorten op grond- en opstalexploitaties. De reserve Grondexploitaties wordt ook gevoed, bijvoorbeeld door het resultaat van het erfpachtbedrijf, grondverkopen en positieve exploitatieresultaten van grondexploitaties. Rekening houdend met verwachte onttrekkingen en stortingen wordt in de rapportage een sluitend perspectief gepresenteerd voor de komende 5 jaar (2027-2031).
In 2027 wordt opvolging gegeven aan de aanbevelingen van de evaluatie van het Beleidskader Vastgoed 2014. De maatschappelijke opgaven van vandaag vragen om een herijking van het beleidskader. Hiermee is in 2026 samen met de Raad voortvarend een begin gemaakt. In 2027 gaan we hiermee verder om te komen tot een nieuw vastgoedbeleid in 2027.
Het verduurzamen van de gemeentelijke vastgoedportefeuille blijft een speerpunt. In 2026 is de routekaart uit 2019 voor verduurzaming van ons vastgoed geactualiseerd. Dit was noodzakelijk door de aangescherpte wet- en regelgeving en (deels) beleidsdoelen, de kennis en ervaring die is opgedaan, technologische (door)ontwikkelingen en gestegen kosten en energietarieven. Deze routekaart geeft stapsgewijs aan welke doelen er zijn gesteld aan het vastgoed om te komen tot een ’Paris Proof’ portefeuille van het gemeentelijk vastgoed in 2050. Dit houdt in dat het gebouwenbestand in 2050 zo opgebouwd is dat de duurzaamheidsdoelstellingen uit het VN-klimaatakkoord van Parijs gehaald zijn. Het gaat om de thema’s energiebesparing, circulair bouwen, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen
Door in te zetten op de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan een groener, gezonder en duurzamer Leiden. Ook biedt het een impuls voor een gezonde vastgoedexploitatie van onze huurders.
In 2026 is een start gemaakt met het opstellen van de duurzame meerjarenonderhoudsplannen (DMJOP’s). In het eerste kwartaal van 2027 wordt dit afgerond en voorgelegd aan de raad. Hiermee wordt per pand inzichtelijk welke investeringen er wanneer gedaan moeten worden om tot een ‘Paris Proof’ portefeuille van het gemeentelijk vastgoed te komen in 2050.
Voor vier gebouwen in de gemeentelijke portefeuille loopt nu een groter project voor verbouw, renovatie, uitbreiding en/of verduurzaming. In programma 8 onder Beleidsterrein 8A Cultuur wordt een toelichting gegeven op de ontwikkelingen rondom de muziekschool aan de Hazewindsteeg en de centrale bibliotheek aan de Burchtsteeg. Onder Beleidsterrein 8B Cultureel erfgoed wordt een toelichting gegeven op de ontwikkelingen rondom de restauratie, renovatie en verduurzaming van het complex aan de Boisotkade waar ELO is gehuisvest. Voor het Volkshuis zal in 2027 de verbouwing, funderingsherstel en verduurzaming plaatsvinden (de middelen hiervoor zijn al beschikbaar gesteld) en daarnaast zal het selectieproces om te komen tot een nieuwe huurder tot afronding worden gebracht.
Leiden is een aantrekkelijke stad. De meeste Leidenaren zijn erg tevreden over hun woning en woonomgeving. De landelijke trek naar de Randstad slaat deels ook neer in Leiden. Samen met de extramuralisering van de zorg (het bieden van gelijkwaardige zorg buiten de muren van een instelling), waaronder ook het langer zelfstandig thuis wonen van ouderen en de voortgaande daling van de gemiddelde huishoudensgrootte, betekent dit dat er de komende jaren een grote bouwopgave ligt. Via een goede analyse, monitoring en programmering geven we richting aan deze opgave. Daarnaast proberen we de bestaande woningvoorraad zo goed mogelijk te benutten en in te zetten op doorstroming. Zo kan bijvoorbeeld een oudere die in een grotere woning woont, voorrang krijgen op een passende woning dichtbij de benodigde voorzieningen.
In het Volkshuisvestingprogramma hebben we de ambitie vastgelegd om vanaf 2021 tot 2030 8.800 woningen te realiseren, waarbij we in uitvoering van bouwplannen en projecten focussen op vijf kansrijke woningbouwlocaties: Stationsgebied, Wernink, Lammenschans, Willem de Zwijgerlaan en Westerpoort. We vinden het belangrijk dat er voldoende sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en betaalbare koopwoningen in de stad zijn. Daarom sturen we bij nieuwbouwprojecten op 35% sociale huurwoningen, 20% betaalbare koopwoningen, 15% middeldure huurwoningen. Om ervoor te zorgen dat een groot deel van de nieuwe sociale huurwoningen in bezit van de corporaties komt, brengen we woningcorporaties meer in positie bij ontwikkelende partijen. Hiervoor is een werkwijze uitgewerkt waarbij ontwikkelende partijen al vroeg in het proces met corporaties aan tafel gaan. We stellen voorwaarden aan de ambtelijke begeleiding van een bouwplan initiatief en sturen hierop via een inspanningsverplichting in de overeenkomst die we met een ontwikkelende partij sluiten.
Binnen onze ruimtelijke en financiële kaders onderzoeken en bouwen we nieuwe gezamenlijke woonconcepten die beter aansluiten bij de wensen van bijvoorbeeld ouderen. Hierbij wordt concreet gedacht aan geclusterde woonvormen voor ouderen die bijdragen aan het vergroten van de zelfredzaamheid en het verminderen van eenzaamheidsgevoelens. Op een aantal locaties zijn al plannen voor geclusterde woonvormen of woonvormen waarbij ontmoeting en omkijken naar elkaar wordt gestimuleerd.
Naar verwachting wordt in 2027 gestart met de bouw van de woontoren op de Kopermolen. Hierbij krijgen (oudere) bewoners uit de Merenwijk voorrang bij verhuur van de nieuwe woningen. De woontoren komt naast het winkelcentrum waarmee verschillende voorzieningen op loopafstand bereikbaar zijn. Naar verwachting is eind 2026/begin 2027 de oplevering van SAAM (voorheen Lorentzhof fase II). Hier wordt een geclusterde woonvorm voor ouderen gerealiseerd in samenwerking met het Ouderencontact Profburgwijk. Maar ook in bestaande bouw in o.a. de Stevenshof en de Merenwijk kijken we samen met onze partners of we in bepaalde complexen die al bestempeld zijn als seniorencomplexen, voorzieningen als zorg en welzijn kunnen toevoegen. In de Merenwijk worden drie flats van De Sleutels in de Molens omgevormd naar Welthuisflats. Wat begon met een idee van een wijkbewoner, is in twee jaar tijd uitgegroeid tot een bijzondere samenwerking in de wijk. Samen met Wijkvereniging Merenwijk, Libertas Leiden, De Sleutels, Hogeschool Leiden, ActiVite en Zorg en Zekerheid worden drie Welthuisflats ontwikkeld. In de Welthuisflat staat samen leven, elkaar helpen en gezondheid centraal. Het doel is dat bewoners zich prettig voelen in hun flat en in de buurt, en zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen.
Doel | Prestaties |
6C1 Hogere kwaliteit en toename van de woningvoorraad | 6C1.1 Woonvisie Leiden 2020-2030 en Volkshuisvestingsprogramma |
6C1.2 Uitvoering prestatieafspraken 2020-2025 | |
6C1.3 Regionale woonvisie en woonruimteverdeling | |
6C1.4 (Laten) uitvoeren van projecten (inclusief studentenhuisvesting) | |
6C2 Opheffen illegale huisvesting | 6C2.1 Toezien en handhaven op onrechtmatige bewoning |
Het Volkshuisvestingsprogramma 2025-2030 vormt sinds 2025 het centrale uitvoeringsprogramma voor het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. In dit programma zijn de maatregelen opgenomen waarmee de gemeente uitvoering geeft aan de volkshuisvestelijke ambities uit de Omgevingsvisie en de Woonvisie. Het programma volgt de Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2023 op en biedt richting aan de inzet op woningbouw, betaalbaarheid, leefbaarheid en beschikbaarheid van woningen.
De effectindicatoren bij 6C Wonen zijn aangepast aan de onderdelen waar we in het Volkshuisvestingsprogramma op sturen. De streefwaarden die zijn opgenomen komen voort uit de plannen die nu in de nieuwbouwmonitor zijn opgenomen. Door uit te gaan van de plannen (en niet van de algehele doelstelling) wordt beter inzichtelijk waar verschuivingen plaatsvinden door bijvoorbeeld uitstel of aanpassing van plannen.
Leiden heeft vooralsnog de woningbouwambitie om in de periode 2021-2030 netto 8.800 woningen toe te voegen. Daarnaast hebben we de ambitie om in deze periode 2700 studentenkamers toe te voegen in de Leidse regio. We blijven de vastgestelde woningbouwdoelstellingen monitoren en we rapporteren hier twee keer per jaar over via de rapportage Woningbouwmonitor. Als uit de rapportage blijkt dat we op deelniveaus onze doelstellingen niet halen, sturen we in projecten de mix van woningbouwprogramma bij.
Ook binnen de bestaande woningvoorraad blijft het belangrijk om de beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen en de leefbaarheid in buurten zo goed mogelijk te beschermen. Het pakket aan woningmarktregulerende maatregelen — waaronder verkamering en woningvorming, goed verhuurderschap en opkoopbescherming — dat in 2024 in werking is getreden, wordt actief gehandhaafd en gemonitord.
Ook in 2027 wordt handhavend opgetreden tegen geconstateerde misstanden op de huurwoningmarkt en tegen het niet naleven van geldende regels. De maatregelen rondom goed verhuurderschap dragen bij aan een eerlijkere huurmarkt en betere bescherming van kwetsbare huurders. Tegelijkertijd zorgen het verkameringsbeleid en de opkoopbescherming ervoor dat de leefbaarheid in wijken behouden blijft en schaarse woonruimte beter beschikbaar blijft voor starters en doorstromers, terwijl ongewenste opkoop door beleggers wordt beperkt.
In 2027 stopt de dienstverlening door het huurteam omdat deze activiteit slechts tijdelijk tot en met 2026 in de begroting was opgenomen. Huurders dienen via andere kanalen hun informatie en ondersteuning te zoeken. Onder andere via het gemeentelijke meldpunt goed verhuurderschap, de huurcommissie en het juridisch loket.
In de afgelopen jaren is ingezet op de scheiding van wonen en zorg. Inwoners die maatschappelijke zorg ontvangen, wonen vaker zelfstandig in de wijk met ambulante zorg en ondersteuning. Daarnaast zien we een dubbele vergrijzing op ons afkomen, waarbij ouderen langer zelfstandig blijven wonen. Dit vraagt niet alleen om passende huisvesting, maar ook om passende zorg, ondersteuning en begeleiding. Hierover gaat de Leidse visie op wonen, zorg en welzijn. In 2025 is de Leidse visie op wonen, zorg en welzijn vastgesteld. In deze visie zijn de ambities voor vijf bijzondere doelgroepen opgenomen (ouderen, dak- en thuisloze inwoners, wonen met begeleiding, jeugd en vluchtelingen). In 2026 zijn, door middel van pilots, wijkscans uitgevoerd om in beeld te brengen wat er nodig is om de wijk zorgzaam(er) te maken. Met deze pilots wordt onderzocht hoe we tot effectieve wijkscans kunnen komen die we vanaf 2027 kunnen uitvoeren in de verschillende wijken in Leiden. Daarnaast wordt verdere invulling gegeven aan de uitvoering van deze ambities in verschillende uitvoeringsprogramma’s zoals het Uitvoeringsprogramma ‘Leiden op leeftijd’, het Programma ‘Maatschappelijke Zorg Leidse Regio’, de ‘Uitvoeringsagenda Integrale aanpak jongeren tussen de 16 en 27 jaar in een kwetsbare positie’ en het Programma ‘Oekraïners, Statushouders en Asielzoekers’. In het kernteam Wonen, Zorg en Welzijn wordt de onderlinge samenhang geborgd en knelpunten besproken.
We verwachten in 2027 te werken met nieuwe meerjarige prestatieafspraken voor de periode 2026-2030. Deze lokale prestatieafspraken zijn aanvullend op de Nationale prestatieafspraken waarin de volgende thema’s aan de orde komen: nieuwbouw, betaalbaarheid, duurzaamheid en leefbaarheid. Ook in andere documenten zijn afspraken met woningcorporaties (en andere partijen) gemaakt. In 2024 zijn de woningcorporaties, GGD Hollands Midden en de gemeente een samenwerking gestart om een robuuste aanpak op de schimmelproblematiek te ontwikkelen. Ook in de prestatieafspraken is verankerd dat schimmel- en vochtproblematiek structureel en duurzaam wordt aangepakt. Hierbij worden ook de huurders betrokken. Deze aanpak wordt in 2027 voortgezet.
Het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland heeft de Regionale Woonagenda (RWA) vastgesteld, waarna de uitvoering is gestart. Die gaat vooral over de uitvoering van de geactualiseerde regionale woningbouwproductie. We versterken de regionale afstemming van de woningbouwprogrammering door meer te kijken naar de kwalitatieve opgave en deze met de (sub)regio’s af te stemmen. Onderdeel van de uitvoering van de regionale woningbouwproductie is de jaarlijkse regionale afstemming van de woningbouwplanlijst en aanbieding hiervan aan de provincie door Holland Rijnland.
In 2026 heeft Holland Rijnland drie sporen gestart die betrekking hebben op de woonruimteverdeling. Deze sporen zullen geheel 2027 doorlopen:
De gemeenten in Holland Rijnland (waaronder Leiden) hebben met de provincie Zuid-Holland en het rijk de Regionale Woondeal vastgesteld. Mede als implementatie van de Wet versterking regie volkshuisvesting moet de Woondeal begin 2027 geactualiseerd worden. Het regionale Woningbouwprogramma moet voldoen aan de wet: 2/3 betaalbaar waarvan 30% sociaal. Daarnaast is de inzet van Holland Rijnland en provincie om de (wederkerige) woningbouwvoorwaarden met het rijk te actualiseren. Het gaat hierbij bijvoorbeeld over netcongestie, mobiliteit, onrendabele toppen, stikstof en investeringsvermogen van corporaties.
In de RWA hebben gemeenten afgesproken om 36 standplaatsen in de regio te realiseren (12 per subregio). Helaas ligt er met de buurgemeenten nog geen gedragen afspraak om dit te realiseren. We zullen de gesprekken binnen de Leidse regio voortzetten om te komen tot 12 nieuwe standplaatsen in de Leidse regio In 2027 gaan we verder met het onderzoek naar de mogelijkheid om twee standplaatsen in de koopsector te realiseren op Trekvaartplein.
Door de toenemende druk op het elektriciteitsnet wordt het steeds minder vanzelfsprekend dat bouwprojecten tijdig een aansluiting kunnen krijgen. Om te helpen voorkomen dat woningbouw onnodig vertraging oploopt, is per 1 juli 2026 het landelijke prioriteringskader van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) in werking getreden. Dit kader biedt de mogelijkheid om, onder voorwaarden, woningbouwprojecten eerder in aanmerking te laten komen voor transportcapaciteit op het elektriciteitsnet.
Vanaf 2027 vervult de gemeente Leiden een coördinerende rol bij het eerder aanvragen van transportcapaciteit voor woningbouwprojecten. Hierbij worden aanvragen, binnen de landelijke kaders, afgestemd met de provincie, netbeheerders en betrokken partners. Door netcapaciteit al vroeg in het planproces mee te nemen, kunnen woningbouwontwikkelingen beter worden afgestemd op de beschikbare capaciteit van het elektriciteitsnet en wordt de voortgang van woningbouwprojecten zo goed mogelijk ondersteund. Ook deze mogelijkheid om eerder netcapaciteit aan te vragen voor woningbouwprojecten biedt geen garantie dat deze projecten tijdig een aansluiting kunnen krijgen: de kans is aanzienlijk dat sommige projecten hierdoor vertraging zullen oplopen, al is nu nog niet te zeggen in welke mate en in welke wijken dit zich zal voordoen.
Onder deze prestatie zijn de projecten opgenomen die qua omvang het grootste zijn en het meeste bijdragen aan de woningbouwopgave in de komende tien jaar. Projecten waarbij “derden / de markt “ verantwoordelijk zijn, worden niet opgenomen. Voor het aantal woningen dat wordt toegevoegd per project verwijzen we u naar de rapportage woningbouwmonitor. De volgende belangrijkste projecten worden toegelicht:
1. Lammenschansdriehoek
2. Stationsgebied
3. De Zwijger
4. Entreegebied
5. Westerpoort
6. Vondelkwartier
7. Energiepark
8. Werninkterrein
9. LEAD
10. Groenoordhallen fase 2
11. Telderskade e.o.
12. Plesmanlaan 100 / Jacobs
13. Meerburg, Rivierenbuurt
Bij deze projecten is de gemeente (mede) verantwoordelijk en is veelal sprake van een breder doel dan alleen de vergroting van de woningvoorraad. Hierbij kan gedacht worden aan het (gecombineerd) realiseren van sociaal culturele voorzieningen, het realiseren van goede bereikbaarheid en parkeervoorzieningen en het verbeteren van de stedenbouwkundige kwaliteit van de binnenstad en andere gebiedsdelen. Bij dergelijke projecten heeft de gemeente als opdrachtgever een sturende rol en is voor het proces verantwoordelijk. Veelal heeft de gemeente hierbij ook een grondpositie.
Sinds 2012 is in de Lammenschansdriehoek sprake van een gebiedsontwikkeling op basis van uitnodigingsplanologie. De verschillende deelgebieden binnen de Lammenschansdriehoek bevinden zich allemaal in een andere fase van ontwikkeling.
Kanaalpark
Voor de ontwikkellocatie Kanaalpark 142 voert GREEN een verkenning uit naar een woonconcept met zorg- en seniorenwoningen. De gemeente is voornemens om een intentieovereenkomst te sluiten.
Voor de ontwikkellocatie Kanaalpark 140 onderzoekt de initiatiefnemer de mogelijkheid voor een nieuwbouw appartementencomplex met circa 200 woningen, waarbij ook bedrijvigheid in het gebouw wordt opgenomen. Hiervoor heeft de gemeente een intentieovereenkomst gesloten en werkt de gemeente aan het opstellen van een anterieure overeenkomst.
Lammenschansstrip
De bouw van de projecten Omega, Kappa, Zirro en Schouls is in volle gang. Samen zijn de projecten goed voor 1080 woningen en voorzieningen. De verwachting is dat eind Q4 2027 de woningen worden opgeleverd. De openbare ruimte fase 2, waar de aanbestedingsprocedure medio 2026 voor is afgerond, zal dan ook in gebruik genomen kunnen worden.
Gamma-locatie
Er is een anterieure overeenkomst (AOK) getekend met De Raad Bouwontwikkeling B.V. In deze overeenkomst is het project benoemd. Het Bouwplan omvat de bouw van ruim 400 woningen, waarvan 35% sociale huurwoningen en 35% in de middeldure huur/-koop categorie, en maatschappelijke en/of commerciële voorzieningen. Het streven is om in 2027 het omgevingsplan ter vaststelling gereed te hebben en de omgevingsvergunning te kunnen afgeven waarna de uitvoering kan worden opgestart.
Middenin het Stationsgebied ligt de Knoop Leiden Centraal, het belangrijkste OV-knooppunt in de regio, dat van het Stationsgebied een belangrijk visitekaartje van onze stad maakt. Het Stationsgebied verbindt bovendien de historische binnenstad en het Leiden Bio Science Park. Dit belangrijke gebied wordt getransformeerd naar een plek waar ruimte is voor wonen, werken, ontspannen, reizen en ontmoeten.
In begrotingsprogramma 4 (Mobiliteit) valt meer te lezen over de doelen van het MIRT-project Knooppunt Leiden Centraal. Tijdens het BO MIRT van 2025 is een voorkeursalternatief gekozen voor het nieuwe station, in de vorm van het model ‘Stadszijde Verhoogd’. Het station krijgt daarmee een verhoogd busstation aan de binnenstadszijde met op- en afritten naar de Plesmanlaan en Rijnsburgerweg, zodat de stationspassage, het Stationsplein, de Stationsweg en de Joop Walenkamptunnel auto- en busvrij worden, en de stationsomgeving het onbetwiste domein van de voetganger en fietser kan worden. Deze keuze maakt ook dat de Buslocatie niet langer een ontwikkellocatie is, en dat de Trafolocatie en de Connexxionlocatie onderdeel blijven van de scope van het MIRT-project. Pas aan het einde van de MIRT-Planstudiefase (medio 2029) wordt duidelijk in hoeverre deze beide locaties nog ontwikkeld kunnen worden volgens de kaders van de gebiedsvisie Stationsgebied.
Op de volgende gebiedsontwikkelingen wordt hierna ingegaan:
• Rijnsburgerblok / Lorenz Fase 2
• De Geus
• Morspoortterrein, Morssingelblok en Trafolocatie
• Gebiedsmarketing, participatie en verduurzaming
Rijnsburgerblok / Lorenz fase 2
Het tweede deel van het Rijnsburgerblok is Lorentz fase 2. ABC Vastgoed is geselecteerd om deze ontwikkeling op te pakken. Het bouwplan bevat circa 13.000 m² bruto vloeroppervlakte aan kantoren met horecavoorzieningen in de plint en circa 4.000 m² bruto vloeroppervlak aan woningen. De kaders voor deze ontwikkeling blijven in principe binnen het uitvoeringsbesluit voor Rijnsburgerblok fase 1 en 2 en het vastgestelde bestemmingsplan. De bouw is naar verwachting in de tweede helft van 2026 gestart.
De Geus
Een grote bioscoop, horeca, kapperszaak, een Jumbo supermarkt én woningen op de hoek van het Stationsplein geven het Stationsplein de gewenste allure. In de kelder van het gebouw komt een openbare fietsenstalling die door gemeente wordt geëxploiteerd. De realisatie van het project is fors vertraagd. Door de hoge grondwaterdruk in de bouwput heeft de aannemer veel problemen gehad met het wegpompen van water (retourbemaling).
De bouw is naar verwachting in de eerste helft van 2028 gereed, waarna de openbare ruimte wordt ingericht aan het Stationsplein en de Stationsweg. Op het Stationsplein vergroten we de veiligheid voor de fietsers door die te scheiden van de bussen.
Morspoortterrein, Morssingelblok en Trafolocatie
In oktober 2024 is gestart met de sloop van het kantoorgebouw Stationsplein 107. Begin 2027 wordt gestart met het bouwen van het eerste bouwdeel. Voor de nieuwe ondergrondse Morspoortterreingarage is in oktober 2024 een kaderbesluit genomen. De bouw zal naar verwachting eind 2029 beginnen.
Voor het Morssingelblok (H-kavels) lopen gesprekken met de eigenaar van de Stationspleinflat voor sloop/nieuwbouw. De gemeente heeft medio 2023 met Urban Interest, eigenaar van de Stationspleinflat, een Intentieovereenkomst en Allonge gesloten voor de herontwikkeling van de Stationspleinflat en het achterliggende parkeerterrein. Het doel is om te komen tot de realisatie van circa 500 nieuwe woningen en winkels. Ook de realisatie van huurwoningen op één van de kavels van het Morspoortterrein maakt onderdeel uit van deze overeenkomst. De verwachting is dat na realisatie van De Geus de sloop/nieuwbouw van het Morssingelblok en de realisatie van huurwoningen op één van de kavels van het Morspoortterrein kan beginnen.
De Trafolocatie maakt nu nog onderdeel uit van de MIRT verkenning Knooppunt Leiden Centraal en wordt op een later moment verder uitgewerkt.
In april 2023 heeft de gemeenteraad het kaderbesluit met daarbij de integrale gebiedsvisie (project genaamd “Park de Zwijger”) en een geïntegreerde oplossing voor het deeltracé Leidse Ring Noord-Willem de Zwijgerlaan (project LRN) vastgesteld. In het beleidsakkoord 2022-2026 staat dit gebied benoemd bij de top vier van kansrijke focuslocaties voor woningbouw. Voor dit project is voorlopig € 8,5 miljoen beschikbaar gesteld aan subsidies (Woningbouwimpulssubsidie en Versnellingsimpuls Mobiliteitsfonds) door het Rijk. Het eerste bouwplan van Park de Zwijger betreft "Touw". De werkzaamheden hiervan zijn gestart in december 2025. Daarmee is de deadline van start bouw gehaald en is voldaan aan een van de voorwaarden uit de verkregen WBI-subsidie.
Bij de transformatie van het gebied komen veel (ontwerp)uitdagingen en belangen bij elkaar. Dit biedt interessante kansen maar vraagt ook nauwe afstemming. Daarbij is er extra aandacht voor de integraliteit van de gebiedsontwikkeling met de LRN inclusief bijbehorende participatie met de omgeving (bewoners, (wijk)verenigingen en bedrijven). Voor beide gemeentelijke projecten is één participatieplan gemaakt gericht op deze geïntegreerde aanpak. Ook wordt de participatie voortgezet in nauwe samenwerking met de corporaties (en met marktpartijen wanneer die actief worden in het gebied). Tot slot bieden de kaders van de gebiedsvisie ruimte om invulling te geven aan de afspraken tussen de gemeente en de CV Kooiplein (Heijmans Vastgoed) uit het project Kooiplein e.o., waarmee de kans op ontwikkeling wordt vergroot.
Na participatie voor de noordzijde is de Update Gebiedsvisie Park De Zwijger-Deelgebied Hoven Oost eind 2025 vastgesteld in de gemeenteraad. Daarmee kunnen de plannen voor Park De Zwijger verder worden vormgegeven.
Ten gevolge van nieuwe technisch inhoudelijke inzichten over de gebiedsontwikkeling (woningbouw en infrastructuur) dienen een aantal zaken nader onderzocht te worden. De resultaten hiervan zijn naar verwachting in eind 2026 bekend. Hierover zal de raad daarna ook worden geïnformeerd.
Het Entreegebied wordt het kloppende hart van het Leiden Bio Science Park, met als belangrijke uitdaging de toevoeging van een groot aantal woningen en stedelijke voorzieningen. De autoluwe zone biedt veel ruimte voor groen, ondanks de hoge bebouwingsdichtheid. Rondom de gebouwen komen tuinen met inheemse bomen en planten en vijvers. De eerste drie gebouwen, met in totaal 700 studenten- en 206 sociale huurwoningen zijn inmiddels opgeleverd. In 2026 is de bouw van gebouw 8 gestart. Hierin komen 141 (sociale) huurwoningen en ruimte voor een supermarkt en retail in de plint. Het gebouw wordt in 2028 opgeleverd. In overleg met de gemeente en de universiteit werkt de ontwikkelaar in 2027 verder aan de uitwerking van de bouwplannen voor de verschillende kavels en openbare ruimte van het Entreegebied. Om de plannen juridisch planologisch mogelijk te maken wordt een wijziging gemaakt op het omgevingsplan of wordt afgeweken van het Omgevingsplan met een BOPA.
De ontwikkelaars laten in 2027 het schetsontwerp voor kavel A (de Holiday-Inn locatie) toetsen door de gemeente en de gemeente stelt een schetsontwerp op voor de openbare ruimte en de nieuwe rondweg in Westerpoort. Na vaststelling van het schetsontwerp start de ontwikkelaar met het voorlopig ontwerp. Parallel zal, opeenvolgend op de vast te stellen samenwerkingsovereenkomst (SOK), toegewerkt worden naar een koopontwikkelovereenkomst.
Binnen de vastgestelde Gebiedsvisie Vondelkwartier zijn kavels opgenomen die ontwikkeld kunnen worden door de eigenaar/ontwikkelaar. Deze kavels zijn:
Ontwikkelaar GCCF is begin 2021 gestart met de ontwerpfase. Bestemmingsplan Vondel en de Zwaan is 10 oktober 2024 aangenomen door de raad. Daarna is beroep aangetekend en wachten we op behandeling bij de Raad van State. Het bouwplan bestaat uit 576 woningen met commerciële/maatschappelijke ruimte in de plint.
Voor de Mercedeslocatie ligt het initiatief bij Westelijke Investment. De eerste stap in dit traject is een intentieovereenkomst tussen de gemeente en Westelijke Investment, waarna het ontwerp verder wordt uitgewerkt in samenspraak met gemeente, betrokken voorzieningen en de buurt.
Voor het ROC/Gezondheidscentrum is de gemeente de mogelijkheid van sloop/nieuwbouw aan het onderzoeken. Hierover is de gemeente in gesprek met de huidige huurders. De intentie is dat de maatschappelijke voorzieningen in het Vondelkwartier blijven.
Na het verlenen van de vergunning en het slopen van het Stadsbouwhuis (deelgebied J) in 2026, wordt in 2027 fase 1 van de woningbouw in deelgebied J gestart. Voor deelgebied E (huidige PLNT-locatie) wordt in 2027 het definitief ontwerp opgesteld. Voor deelgebied G en H (locatie Ambachtsplein en Tweelinghuis) wordt, nadat het schetsontwerp is afgerond in 2026, in 2027 gestart met het voorlopig ontwerp. Daarnaast is het Energiepark onderdeel van het Singelpark. Het park aan het Papegaaisbolwerk wordt stapsgewijs getransformeerd. Na een grootschalige verlegging van Vattenfall (Q2 2026-Q1 2027) t.b.v. de ontwikkeling van woningen en de maatschappelijke opvang in deelgebied E, wordt de volgende fase van de park herinrichting gerealiseerd.
Voor het voormalig bedrijfsterrein Wernink betoncentrale is een herontwikkelingsplan voor een gemengd stedelijk woonmilieu gemaakt met de huidige erfpachter/ontwikkelaar ABB. Op 14 februari 2023 is het ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd en is de gemeenteraad geïnformeerd over het vervolgproces van de ontwikkeling met ABB. Helaas kon er met ABB geen overeenstemming worden bereikt en is het project on hold gezet en financieel afgesloten.
Op 9 november 2023 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen om in te zetten op een snelle doorstart van het Werninkterrein en hiervoor met een strategie te komen. Ondertussen heeft ontwikkelaar ABB samenwerking gezocht met een andere ontwikkelaar: Niersman B.V.. Er is nieuw budget beschikbaar gesteld vanuit het krediet derden om de haalbaarheid verder te onderzoeken en tot een doorstart van de ontwikkeling van het Werninkterrein te kunnen komen. De raad is met een brief d.d. 28-10-2025 geïnformeerd over de stand van zaken. Het genoemde onderzoek ziet met name op de ontsluitingsmogelijkheden voor het Werninkterrein en moet resulteren in een anterieure overeenkomst met de ontwikkel- en bouwcombinatie. De verwachting is dat er in de tweede helft van 2026 een go/no-go moment zal zijn naar aanleiding van de resultaten van dat onderzoek. In het geval van een go wordt het bestemmingsplan met een aantal aanpassingen begin 2027 aan de gemeenteraad aangeboden. In 2027 kunnen dan de ontwerpen voor gebouwen, openbare ruimte en ontsluiting verder worden uitgewerkt.
Ontwikkelaar RED Company gaat aan de Willem de Zwijgerlaan het woningbouwplan LEAD realiseren. Het plan omvat drie woontorens, waarvan één solitair en twee op een getrapte onderbouw, een dubbellaagse ondergrondse parkeergarage, ondersteunende en maatschappelijke voorzieningen in de plint en een parkachtige herinrichting van de directe woonomgeving. Het woonprogramma heeft een omvang van 580 woningen, waarvan tenminste 25% sociale huurwoningen en een deel gericht op starters. Naast het substantiële toe te voegen woonprogramma is er veel aandacht voor duurzaamheid en toekomstgerichte mobiliteit. In 2024 zijn de voorbereidingen voor de nieuwbouw getroffen zoals het verleggen van kabels en leidingen. In 2025 is een nieuwe telecomvoorziening gerealiseerd en is gestart met de bouw van de parkeergarage. Het jaar 2026 staat in het teken van het slopen van het oude KPN-gebouw en de start van de bouw van de woongebouwen op de parkeergarage. De bouw loopt door in 2027 en 2028. Eind 2028 is de oplevering van LEAD voorzien.
De gemeente en de eigenaar-ontwikkelaar zijn met elkaar in gesprek over de wijze van vervolg van de gebiedsontwikkeling. Daaraan ligt o.a. een samenwerkingsovereenkomst uit 2006 ten grondslag. Onderdeel van het overleg met de ontwikkelaar is de te maken afspraken over het ruimtelijk plan en de programmering. Bij deze kaderstelling zal de raad eind 2026 nader worden betrokken.
Voor het deelproject ‘Vijfhoven’, namelijk de woningbouw Boomhof inclusief kinderopvang, wordt in 2026 door de ontwikkelende partij de benodigde planologische procedure doorlopen (te weten Bopa en omgevingsvergunning bouwactiviteit). Zonder bezwaren zijn deze voorzien na de zomer van 2026. In 2026 wordt de eerste fase van het nieuwe speelpark gerealiseerd, op de plek van het huidige voetbalveld.
Voor het deelproject Centrumgebied wordt het uitvoeringsbesluit begin 2027 verwacht. In 2027 zal een tender doorlopen worden om een ontwikkelende partij te selecteren die het gebied nader zal uitwerken en zal realiseren. In de tussentijd is het gebied tijdelijk ingericht met onder meer een moestuin voor de buurt, tot de herontwikkeling van start gaat.
Op 3 juni 2026 heeft de Raad uitspraak gedaan in de beroepsprocedure voor het bestemmingsplan Plesmanlaan 100. Eerder was op 21 november 2025 de zitting in deze procedure. De uitspraak van de Raad van State betekent groen licht voor dit transformatieproject met 420 woningen en commerciële voorzieningen in de plint van het gebouw. Hiermee is het bestemmingsplan onherroepelijk geworden en in werking getreden. Wegens het in 2023 genomen coördinatiebesluit geldt dit ook voor de omgevingsvergunning.
De ontwikkelaar Urban Interest start na de bouwvak 2026 met de bouw. De uitvoering omvat de gedeeltelijke, circulaire sloop van het gebouw, waarbij het betonnen casco behouden blijft en hierna wordt ingericht en opgetopt met extra bouwlagen. De oplevering van het pand is eind 2028 voorzien.
In 2025 zijn corporaties De Sleutels en Portaal onderling niet tot een sluitende afspraak gekomen om uitvoering te kunnen geven aan de vastgestelde Gebiedsvisie. Gezien het belang van het project probeert de gemeente in 2026 daarom om samen met de beide corporaties alsnog tot een haalbaar plan te komen voor de uitvoering van de Gebiedsvisie. Als dit lukt, kan Portaal starten met de uitwerking van de bouwplannen voor de eerste twee blokken zodat een treintje ontstaat van opeenvolgende deelprojecten, zoveel mogelijk conform de motie Treintje in Meerburg (M.23.0049.62). Ook het ontwerp voor de inrichting van de openbare ruimte wordt verder uitgewerkt. Hierbij worden de werkzaamheden afgestemd met het project duurzame wijkvernieuwing Meerburg.
Samen met de woningbouwcorporaties zien we toe op het rechtmatig gebruik van sociale huurwoningen. Doel hiervan is onder andere het bewaken van de beschikbaarheid van de woningvoorraad aan sociale huurwoningen.
Effectindicator | Realisatie | Streefwaarden | Bron | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |||
Doel 6C1 Hogere kwaliteit en toename van de woningvoorraad | ||||||
6C1.a Netto toename aantal woningen (excl. studentenhuisvesting) | 284 (2023) | 1.572 | 749 | 2.381 | 3.441 | Juno |
6C1.b Percentage sociale huurwoningen (nieuwbouw) | -9% (2023)* | 34% | 33% | 35% | 40% | Juno |
6C1.c Percentage middeldure nieuwbouwwoningen (huur en betaalbare koop) | 42% (2023) | 25% | 29% | 31% | 26% | Juno |
6C1.d Toename aantal zelfstandige studentenwoningen in de Leidse regio** | 992 (2023) | 294 | 48 | 465 | 0 | Juno |
6C1.e Toename aantal onzelfstandige studentenwoningen in de Leidse regio | 0 (2023) | 0 | 0 | 0 | 0 | Juno |
6C1.f Gemiddelde WOZ waarde | € 390.000 (2023) | - | - | - | - | CBS*** |
6C1.g Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen | 13,1 (2022) | - | - | - | - | CBS*** |
* De negatieve waarde voor het gerealiseerde percentage sociale huurwoningen komt doordat er in dat jaar meer sociale huurwoningen gesloopt zijn, dan er aan nieuwbouw is opgeleverd. Voor een toelichting op deze cijfers verwijzen we u naar de nieuwbouwmonitor.
** De opgave voor studentenhuisvesting zien wij als een opgave voor de Leidse regio. De cijfers die hier zijn opgenomen betreffen dan ook de gehele Leidse regio.
*** Deze BBV-indicator is landelijk verplicht. De realisatiewaarden staan op waarstaatjegemeente.nl. Vanwege deze wettelijk opgelegde werkwijze zien we af van het opnemen van streefwaarden.
**** Eerder kon u ook cijfers over gemeentelijke woonlasten voor respectievelijk eenpersoons- en meerpersoonhuishoudens in deze tabel vinden. Deze cijfers kunt u voortaan terugvinden in de paragraaf ‘Lokale heffingen’.
Doel | Prestatie |
|---|---|
6D1 Klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2050 | 6D1.1 Energiebesparing |
6D1.2 Opwek duurzame energie | |
6D1.3 Warmtetransitie |
Leiden heeft de ambitie om in 2050 een klimaatneutrale gebouwde omgeving te hebben met betaalbare energie en schone lucht. Om dit te bereiken zet de gemeente in op drie samenhangende lijnen: minder energie gebruiken door isolatie en besparing, meer duurzame energie opwekken, en de warmtevoorziening verduurzamen door afkoppeling van aardgas. In 2027 worden de lopende programma's voortgezet en worden verdere stappen gezet in de uitvoering van wijkaanpakken, de oprichting van een regionaal warmtebedrijf, de aanpak van netcongestie en de voorbereiding op nieuwe wetgeving.
Binnen deze prestatie wordt ingezet op het terugdringen van het energieverbruik in de gebouwde omgeving, door isolatie van woningen en ondersteuning van inwoners en bedrijven. Concrete doelen hebben betrekking op het terugdringen van het aantal woningen met een slecht energielabel en het verminderen van de totale energievraag.
Met het Leids Isolatieoffensief 2023-2030 worden koopwoningen met energielabel D, E, F of G geïsoleerd tot minimaal label C, met specifieke aandacht voor Leidenaren met beperkte financiële middelen. Woningcorporaties werken in het kader van de landelijke prestatieafspraken aan het verduurzamen van woningen met label E, F of G vóór 2028, met uitzondering van onder andere monumenten en gemengde vve's.
Met rijksgelden voor energiearmoede en isolatie worden woningeigenaren met een laag inkomen in grondgebonden woningen en vve's financieel ondersteund. Vanuit de gemeentelijke begroting worden particuliere verhuurders, vve-eigenaren en eigenaren van grondgebonden woningen ondersteund met advies en informatie. Omdat energiearmoede een blijvend aandachtspunt is en energieprijzen naar verwachting hoog blijven, volgt de gemeente de ontwikkelingen nauwgezet en past het beleid waar nodig aan.
In 2027 worden de bestaande activiteiten voortgezet: financiële ondersteuning, collectieve inkoopacties, ondersteuning van vve's, informatievoorziening, extra aandacht voor huishoudens met een laag inkomen en duurzaamheidsadviezen voor historische panden van Erfgoed Leiden.
Voor isolatiewerkzaamheden aan spouwmuren en daken is in veel gevallen ecologisch onderzoek vereist. In 2024 is samen met adviesbureau Habitus een gemeentebreed onderzoek gestart om een Soortenmanagementplan (SMP) op te stellen. Op basis daarvan kan een gebiedsbrede vergunning voor flora- en fauna-activiteiten worden aangevraagd, waardoor bewoners, corporaties en andere partijen geen afzonderlijk onderzoek meer hoeven te doen en isolatiemaatregelen eenvoudiger kunnen worden uitgevoerd.
Begin 2026 is de vergunning aangevraagd voor de eerste wijken (Leiden Noord, Binnenstad Noord, Stationsdistrict en een deel van het Roodenburgerdistrict). Eind 2026 en eind 2027 volgen de aanvragen voor de overige wijken. De deelvergunningen worden naar verwachting in 2027 en 2028 verleend, waarvan het eerste deel in werking treedt in september 2027.
De gemeente zet de samenwerking met Energiek Leiden en Energiefixers071 voort en ondersteunt hen financieel tot 2028, conform de in 2023 gemaakte afspraken. Over een meer structurele financiering voor de periode daarna wordt nagedacht.
In 2026 heeft het college een ondersteuningspakket voor Leidse bedrijven vastgesteld. In 2027 worden bedrijven en stadspartners benaderd om hun energieverbruik te optimaliseren en te verduurzamen.
Binnen deze prestatie wordt ingezet op het vergroten van het aandeel duurzame energie in de totale energiemix, door in te zetten op het verduurzamen van de elektriciteits- en warmtevoorziening. Concrete doelen betreffen een stijging van het percentage duurzame warmtebronnen in de warmtemix, een verlaging van de CO2-uitstoot van geleverde warmte, een stijging van het aandeel duurzame energie en een stijging van de totale hoeveelheid zonne-energie.
Het doel is een stijging van de zonne-energie van 152 TJ (gecorrigeerd, gerealiseerd in 2024) naar 271 TJ in 2030. In het door het college vastgestelde plan Zon op dak in Leiden (2026-2027) is geïnventariseerd welke acties worden ingezet om zonnepanelen bij particulieren te blijven stimuleren, ook na de afschaffing van de salderingsregeling per 2027. Zonne-energie wordt daarnaast onder de aandacht gebracht in de aanpak voor bedrijven en vve's. In samenwerking met energiecoöperatie Zon op Leiden en Energiek Leiden loopt een pilot met een solar carport.
Om de streefwaarde voor 2030 te halen is een gestage groei noodzakelijk. De afschaffing van de salderingsregeling maakt dat lastiger, maar zonnepanelen en zonnethermie blijven zinvol, zeker gelet op het eigen verbruik. De hoge energieprijzen als gevolg van de geopolitieke situatie kunnen een extra stimulans vormen. De gemeente zet in op communicatie richting inwoners en werkt plannen uit voor informatieavonden en straatacties.
Het OER-project A4/N11 betreft de realisatie van zonne-energie met opstellingen in bermen en op publieke gronden langs de rijkswegen A4 en N11, met locaties in Leiden, Leiderdorp, Kaag en Braassem, Alphen aan den Rijn en Bodegraven-Reeuwijk. Het project bevindt zich in de verkenningsfase en gaat in het najaar van 2026 over naar de planfase. De provincie Zuid-Holland treedt dan op als bevoegd gezag en bereidt een projectbesluit voor onder de Omgevingswet.
In 2025 heeft de RES Holland Rijnland (RES-HR) een zienswijze ingediend op het Omgevingsbeleid 2025 van de provincie Zuid-Holland. De regio benadrukt dat duurzame opwek alleen haalbaar is wanneer deze in samenhang wordt ontwikkeld met omgevingskwaliteit, landschap, natuur en netcongestie. Een evenwichtige spreiding van windenergie over de regio is daarbij van belang. Deze lijn wordt door alle gemeenten onderschreven.
De regio waardeert dat de provincie erkent dat er onvoldoende ruimte en draagvlak is voor 39 tot 44 extra windturbines. De genoemde 39 tot 44 turbines zijn een rekenkundige vertaling van het tekort aan windopwek. Dit aantal staat niet voor een voorgenomen aantal locaties voor windturbines. Op dit moment staan er tien grote windturbines in Holland Rijnland. In het huidige voorstel zijn drie primaire zoekgebieden opgenomen voor circa 20 tot 25 turbines, met een sterke concentratie in het oosten van de regio. Een deel van de gemeenten ervaart dit als onevenredig en stelt vraagtekens bij de haalbaarheid, mede omdat de opbrengst van zonne-energie hoger uitvalt dan eerder aangenomen en daarmee een deel van de opgave kan opvangen.
De RES-HR heeft daarnaast gevraagd om herijking van het RES-bod uit 2021. De regio hanteert de zonneladder, dat is de voorkeursvolgorde voor zonne-energie, waarbij eerst daken en onbenutte terreinen in beeld komen en pas daarna landbouw- en natuurgrond. Goede monitoring is essentieel om de opbrengsten van zon te betrekken bij de invulling van de opgave. Het besluitvormingsproces, inclusief de modulaire herziening, biedt meer duidelijkheid over de provinciale koers. De regio blijft in gesprek over de verdere uitwerking en een herijking van de regionale energieafspraken.
Netcongestie ontwikkelt zich steeds meer van een energievraagstuk naar een ruimtelijke, organisatorische en maatschappelijke opgave. De komende jaren wordt de uitbreiding van het elektriciteitsnet zichtbaar in de stad, door de aanleg van nieuwe elektriciteitsstations, kabeltracés en aanpassingen in de openbare ruimte. Tegelijkertijd blijft de vraag naar elektriciteit toenemen als gevolg van woningbouw, verduurzaming, mobiliteit en economische ontwikkelingen.
Het programma Netcongestie richt zich op drie sporen: het versnellen van netuitbreidingen, het beter benutten van bestaande netcapaciteit en het versterken van de gemeentelijke informatiepositie en sturing. Hierbij wordt nauw samengewerkt met Liander, regionale partners en andere overheden.
In 2027 ligt de nadruk op het begeleiden en versnellen van grootschalige netuitbreidingsprojecten, waaronder nieuwe 50 kV-stations, kabeltracés en de buurtaanpak van Liander. Daarnaast wordt ingezet op het ondersteunen van slimme en collectieve energieoplossingen, het integreren van netcapaciteit in ruimtelijke ontwikkelingen en woningbouw, het versterken van de gemeentelijke informatiepositie via data- en GIS-toepassingen en het verbeteren van de samenwerking tussen gemeentelijke afdelingen, netbeheerders en externe partners.
De omvang van de opgave vraagt om structurele gemeentelijke inzet. Actieve regie, projectcoördinatie en bestuurlijke afstemming zijn noodzakelijk om netuitbreidingen tijdig en zorgvuldig te realiseren.
Binnen deze prestatie wordt ingezet op het realiseren van aardgasvrij Leiden door de warmtetransitie in uitvoering te brengen. Dit gebeurt door vast te leggen waar en met welke oplossingen de gemeente aan de slag gaat, gebiedsaanpakken op te zetten met partners, lokale slagkracht te ondersteunen en de ontwikkeling van warmtenetten te stimuleren. Om dit mogelijk te maken wordt, samen met andere publieke partners en in lijn met nieuwe landelijke wetgeving, een publiek warmtebedrijf opgericht.
Concrete doelen betreffen een stijging van het aantal woningen aangesloten op een warmtenet, een stijging van het aantal woningen met een individuele aardgasvrije warmteoplossing en een daling van het aantal woningen met een aardgasinstallatie.
De samenwerking met Energiek Leiden wordt voortgezet. Energiek Leiden ondersteunt bewoners via energiecoaches, energiefixers en buurtinitiatiefcoaches en organiseert collectieve inkoopacties. Het in 2026 vastgestelde Samenwerkingskompas lokale warmte-initiatieven biedt Leidse warmte-initiatieven handvatten om hun slagkracht richting uitvoering te vergroten, met een heldere rolverdeling tussen gemeente en Energiek Leiden.
De gemeenteraad heeft in de Uitgangspunten Gebiedsgerichte Warmtetransitie (2025) de kaders vastgesteld voor de verdere uitvoering van de warmtetransitie. Op basis hiervan stelt de gemeente in 2027 het Warmteprogramma vast, als opvolger van de Transitievisie Warmte uit 2022. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt waar, wanneer en hoe de warmtetransitie in de stad wordt vormgegeven. Ter ondersteuning hiervan worden het Strategisch Kader Bodemenergie Bestaande Bouw en de Handreiking Energievoorziening bij Nieuwbouw vastgesteld en geïntegreerd in het Warmteprogramma. Daarbij wordt het beleid voor Bodemenergie vastgelegd in de Verordening fysieke leefomgeving, onderdeel Leidingen en het Handboek leidingen.
Naast grootschalige warmtenetten vormen ook lokale warmtebronnen, zoals warmte uit oppervlaktewater of bodemwarmte, een belangrijk perspectief. In het najaar van 2025 heeft Syntraal in opdracht van de gemeente en Energiek Leiden de beschikbare lokale warmtebronnen geanalyseerd en inzichtelijk gemaakt via een interactieve online omgeving. In 2027 wordt verder gewerkt aan de aanleg van WarmtelinQ+, die in 2028 operationeel wordt en warmte levert aan het bestaande warmtenet via aanlandlocatie De Sleutel.
De omschakeling naar aardgasvrij Leiden krijgt gebiedsgericht vorm, in samenwerking met netbeheerder, bewoners en woningcorporaties. De gemeente voert regie op de gebiedsaanpakken in Zuidwest, Stevenshof, Merenwijk en Waardeiland. Elke wijk heeft een eigen dynamiek en aanpak.
In de Merenwijk gaat het project in 2027 over van de initiatieffase naar de definitiefase. De technische voorkeursvariant wordt nader uitgewerkt, inclusief de zoektocht naar een warmtebedrijf of warmtegemeenschap, het ontwerp van de energievoorziening en de business case, in nauwe samenspraak met bewoners.
Op Waardeiland wordt in 2027 gewerkt aan de tweede fase van de Buurtwarmtewijzer, die inzicht geeft in geschikte oplossingen en businesscases. Deze inzichten vormen de basis voor het wijkuitvoeringsplan dat in de tweede helft van 2027 wordt opgesteld. In de Stevenshof staat in 2027 de uitvoering van gasloos koken centraal, op basis van het wijkuitvoeringsplan inclusief bijbehorende subsidieregeling. Vaststelling van het wijkuitvoeringsplan voor de Stevenshof is gepland voor eind 2026. Daarnaast wordt de Buurtwarmtewijzer aan de Rijndijk afgerond, als input voor het wijkuitvoeringsplan voor de gehele Stevenshof.
In Zuidwest wordt een nieuw warmtenet op middentemperatuur ontwikkeld. In 2027 wordt het wijkuitvoeringsplan voor Fortuinwijk-Noord uitgevoerd, gecombineerd met de rioolvervangingen om overlast en kosten te beperken. De woningcorporaties zijn een belangrijke partner. Daarnaast wordt in 2027 het wijkuitvoeringsplan voor Fortuinwijk-Zuid vastgesteld.
Leiden is voornemens deel te nemen in regionaal warmtebedrijf RPIW WLR, samen met de gemeenten Voorschoten, Zoeterwoude, Katwijk, Oegstgeest en Leiderdorp, en met Firan Warmte Servicebedrijf (Firan WSB), Alliander Warmteinvesteringsbedrijf (AWIB) en Nationale Deelneming Warmte. Begin 2027 wordt een oprichtingsbesluit verwacht, zodat het warmtebedrijf zo snel mogelijk operationeel kan worden.
Naast het werk van de kwartiermaker werken de zes gemeenten onder leiding van een programmamanager samen op inhoud, organisatie en uitvoering . Onderwerpen zijn onder meer gedeelde aandeelhoudersafspraken, afstemming over gemeentegrens-overstijgende warmtekavels, afstemming tussen gemeentelijke warmteprogramma's en de concretisering van de warmte-hoofdinfrastructuur in de regio.
De gemeente bereidt zich voor op de rol als bevoegd gezag onder de Wgiw en de Wcw. De organisatorische inrichting die nodig is voor de uitvoering van de wettelijke taken wordt de komende jaren verder vormgegeven, waarbij samenwerking met de andere WLR-gemeenten voordelen kan bieden gezien het regionale karakter van veel taken.
Effectindicator | Realisatie | Streefwaarden | Bron | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |||
6D1 Klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2050 | ||||||
6D1.a CO2 uitstoot gebouwde omgeving, in tonnen | 260.000 (2022) | 200.000 | 185.000 | 170.000 | 155.000 | RWS, via Klimaatmonitor |
6D1.b Percentage huishoudens in energiearmoede | 4% (2022) | 2,4% | 1,6% | 0,8% | 0,4% | TNO |
6D1.c Aantal geregistreerde woningen met energielabel E, F of G | 7.185 (2023) | 2.780 | 1.855 | 925 | 500 | RVO, via Klimaatmonitor |
6D1.d Totaal energieverbruik gebouwde omgeving, in TJ | 4.300 (2022) | 4.500 | 4.500 | 4.500 | 4.500 | Klimaatmonitor |
6D1.e Aandeel duurzame warmtebronnen in geleverde warmtemix | 0% (2022) | 17% | 19% | 22% | 26% | Warmte-etiket Vattenfall |
6D1.f CO2-emissie van het warmtenet per GJ, in kg | 42,8 (2022) | 22 | 19 | 17 | 16 | Warmte-etiket vattenfall |
6D1.g Hernieuwbare elektriciteit via zon, in TJ | 111 (2022) | 209 | 230 | 250 | 270 | CBS, via klimaatmonotor |
6D1.h Percentage bekende hernieuwbare energie | 5% (2021) | 27% | 30% | 33% | 36% | Klimaatmonitor |
6D1.i Aantal woningen op een warmtenet | 12.800 (2022) | 18.500 | 19.400 | 20.300 | 21.200 | CBS, via Klimaatmonitor |
6D1.j Aantal woningen met elektrische verwarming | 3.600 (2022) | 5.300 | 5.900 | 6.400 | 6.800 | CBS, via klimaatmonitor |
6D1.k Aantal woningen dat gebruik maakt van een aardgasinstallatie | 43.900 (2022) | 33.100 | 31.700 | 30.200 | 28.600 | CBS, via Klimaatmontor |
Onderstaand overzicht omvat de afgelopen 5 jaar.
Stedelijke ontwikkeling | Rekening | Begroting | Begroting | MJB | MJB | MJB | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Bedragen x € 1.000,- | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
Ruimtelijke planvorming en plantoetsing | Lasten | 11.521 | 10.831 | 9.262 | 8.944 | 8.140 | 7.332 |
Baten | -8.085 | -7.916 | -6.362 | -6.365 | -6.365 | -5.765 | |
Saldo | 3.436 | 2.915 | 2.900 | 2.579 | 1.776 | 1.568 | |
Gemeentelijk vastgoed | Lasten | 32.497 | 42.145 | 34.110 | 26.909 | 26.368 | 27.538 |
Baten | -32.223 | -42.294 | -36.255 | -34.774 | -32.455 | -24.910 | |
Saldo | 273 | -150 | -2.145 | -7.865 | -6.087 | 2.627 | |
Wonen | Lasten | 767 | 1.851 | 1.071 | 1.043 | 1.019 | 1.017 |
Baten | -472 | -1 | -36 | -36 | -36 | -36 | |
Saldo | 295 | 1.849 | 1.035 | 1.006 | 983 | 981 | |
Energietransitie | Lasten | 7.618 | 13.790 | 13.524 | 5.866 | 5.235 | 5.270 |
Baten | -7.286 | -5.895 | -521 | - | - | - | |
Saldo | 332 | 7.895 | 13.003 | 5.866 | 5.235 | 5.270 | |
Programma | Lasten | 6.913 | 9.270 | 15.648 | 7.535 | 9.253 | 9.436 |
Baten | -11.053 | -5.942 | -5.803 | -9.784 | -27.312 | -1.044 | |
Saldo van baten en lasten | -4.140 | 3.329 | 9.845 | -2.249 | -18.059 | 8.392 | |
Reserves | Toevoeging | - | 587 | - | - | - | - |
Onttrekking | -1.317 | -1.091 | 9 | 9 | 9 | 9 | |
Mutaties reserves | -1.317 | -504 | 9 | 9 | 9 | 9 | |
Resultaat | -5.457 | 2.825 | 9.854 | -2.240 | -18.050 | 8.401 |
De daling van de lasten en/of de stijging van de baten worden onder andere veroorzaakt door de indexering van budgetten, doorrekening van de kostenverdeelstaat en de kapitaallasten die zijn berekend vanuit het meerjareninvesteringsplan 2027-2030. Beleidswijzigingen met financiële consequenties worden hierna per beleidsterrein toegelicht. Het begrote saldo van baten en lasten voor het programma Stedelijke ontwikkeling is in 2027 € 2,3 miljoen hoger dan in 2026. Per beleidsterrein verklaren wij de grootste budgetbijstellingen (> € 250.000).
De lasten in 2027 zijn € 1,6 miljoen lager dan de lasten in 2026 door:
De baten in 2027 zijn € 1,6 miljoen lager dan de baten in 2026 door:
De lasten in 2027 zijn € 8,0 miljoen lager dan de lasten in 2026 door:
De baten in 2027 zijn € 6,0 miljoen lager dan de lasten in 2026 door:
De lasten in 2027 zijn € 760.000 lager dan de lasten in 2026 door:
De baten in 2027 zijn € 35.000 hoger dan de baten in 2026 door:
De lasten in 2027 zijn € 267.000 lager dan de lasten in 2026 door:
De baten in 2027 zijn € 5,4 miljoen lager dan de baten in 2026 door:
Reserves programma 6 | Rekening | Begroting | Begroting | MJB | MJB | MJB | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Bedragen x € 1.000,- | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
Reserve grondexploitaties P6 | Toevoeging | 11.206 | 9.459 | 5.598 | 8.991 | 9.123 | 1.695 |
Onttrekking | -7.941 | -4.654 | -2.888 | -5.655 | -5.791 | -2.291 | |
Saldo | 3.265 | 4.805 | 2.710 | 3.337 | 3.332 | -596 | |
Reserve afkoop adm.kst. Erfpacht | Toevoeging | - | - | - | - | - | - |
Onttrekking | -177 | - | - | - | - | - | |
Saldo | -177 | - | - | - | - | - | |
Egalisatiereserve inkomsten bouwleges P6 | Toevoeging | 3.260 | - | - | - | - | - |
Onttrekking | -339 | - | -5.000 | - | - | - | |
Saldo | 2.922 | - | -5.000 | - | - | - | |
Reserve Leids uitvoeringspr LUBO 2016 P6 | Toevoeging | - | - | - | - | - | - |
Onttrekking | -336 | -500 | -500 | - | - | - | |
Saldo | -336 | -500 | -500 | - | - | - | |
Reserve risico's projecten in uitvoering | Toevoeging | 141 | 68 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Onttrekking | -955 | - | - | - | - | - | |
Saldo | -814 | 68 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Reserve Stedelijke Ontwikkeling P6 | Toevoeging | - | - | - | - | - | - |
Onttrekking | - | -174 | - | - | - | - | |
Saldo | - | -174 | - | - | - | - | |
Reserve asbestsanering (P6) | Toevoeging | - | - | - | - | - | - |
Onttrekking | - | -155 | - | - | - | - | |
Saldo | - | -155 | - | - | - | - | |
Reserve parkeren P6 | Toevoeging | - | - | - | - | - | - |
Onttrekking | -26 | -26 | -26 | -26 | -26 | -26 | |
Saldo | -26 | -26 | -26 | -26 | -26 | -26 | |
Reserve bedrijfsvoering plankosten P6 | Toevoeging | 4.358 | 150 | - | - | - | - |
Onttrekking | - | - | - | - | - | - | |
Saldo | 4.358 | 150 | - | - | - | - | |
Reserve Duurzame Stad P6 | Toevoeging | 1.417 | 3.422 | 1.283 | 672 | 672 | 244 |
Onttrekking | -60 | -514 | -86 | -21 | -21 | -21 | |
Saldo | 1.357 | 2.907 | 1.197 | 651 | 651 | 223 | |
Reserve instandhouding molens | Toevoeging | - | - | - | - | - | - |
Onttrekking | - | -180 | - | - | - | - | |
Saldo | - | -180 | - | - | - | - | |
Totaal | Toevoeging | 20.383 | 13.099 | 6.881 | 9.664 | 9.795 | 1.940 |
Onttrekking | -9.833 | -6.204 | -8.500 | -5.702 | -5.838 | -2.338 | |
Reserves programma 6 | 10.550 | 6.895 | -1.619 | 3.962 | 3.957 | -398 |
De reserve Grondexploitaties wordt gevoed via bestemming bij de jaarrekening, door positieve resultaten van grondexploitaties, resultaat van erfpacht en de rijksbijdrage Realisatiestimulans woningbouw. Voor 2027 is een storting geraamd van € 5,6 miljoen.
Voor 2027 is een onttrekking geraamd van € 2,9 miljoen en deze bestaat uit:
Voor 2027 is een onttrekking geraamd van € 5,0 miljoen die gestort wordt in de Concernreserve.
Voor 2027 is een onttrekking geraamd van € 500.000 voor het uitvoeren van bodemsanering.
Voor 2027 is een onttrekking geraamd van € 26.000 voor beheerskosten parkeerapparatuur Houtkwartier.
Voor 2027 is een storting begroot van € 1,2 miljoen en een onttrekking van € 86.000. De storting betreft een bijdrage parkeren (€ 950.000), een bijdrage kostenverhaal bij de particuliere ontwikkelaars (€ 600.000) en vrijval kapitaallasten (€ 432.000). De storting is verlaagd voor inzet middelen energietransitie (€ 487.000), voor klimaatadaptatie (€ 105.000) en voor opgave circulaire economie (€ 105.000). De onttrekking van € 86.000 betreft inzet energietransitie.
Prestatie | Omschrijving prestatie | Omschrijving investering | Categorie | nieuw / vervanging | Bijdrage derden/ reserves | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
06A201 | Behandeling verzoeken omgvergunningen | Vervanging Power browser 2026 | Econ. | V | - | - | - | 299 | - | |
06A201 | Behandeling verzoeken omgvergunningen | Openbare ruimte Humanities Campus | Maatsch. | N | NK | 119 | - | - | - | 997 |
06B102 | Opstellen MPG en Vermogensbeheer | Park de Zwijger – Gebiedsontwikkeling | Maatsch. | N | 178 | 891 | - | - | - | |
06B103 | Exploiteren van gemeentelijke gebouwen | Muziekschool Hazewindsteeg 2025 | Econ. | V | 1.090 | - | 4.191 | - | - | |
06B103 | Exploiteren van gemeentelijke gebouwen | Muziekschool Hazewindsteeg (aanvulling) | Econ. | N | VK | 5.000 | - | - | - | 9.566 |
06B103 | Exploiteren van gemeentelijke gebouwen | Verbouwing bibliotheek Nieuwstraat | Econ. | V | 2.036 | - | 21.476 | - | - | |
06B103 | Exploiteren van gemeentelijke gebouwen | Gebiedsontwikkeling Telderskade | Maatsch. | N | VK | 50 | - | - | 6.392 | - |
06B103 | Exploiteren van gemeentelijke gebouwen | Technische installaties De Waag 2026 | Econ. | V | - | 480 | - | - | - | |
06B103 | Exploiteren van gemeentelijke gebouwen | installaties Marienpoelstraat 1a | Econ. | V | - | - | 106 | - | - | |
06B103 | Exploiteren van gemeentelijke gebouwen | Vervangen zonwering Sumatrastraat | Econ. | V | - | - | 53 | - | - | |
06B103 | Exploiteren van gemeentelijke gebouwen | bouw, valkenpad 3-5 1 2031 | Econ. | V | - | - | - | - | 300 | |
Totaal programma 6 | 10.509 | 1.371 | 25.827 | 6.692 | 10.863 |
In bovenstaand overzicht staan de investeringen zoals deze zijn opgenomen in het investeringsplan 2027-2030. In paragraaf 4.2.2 Investeringen wordt de ontwikkeling van de kapitaallasten toegelicht en staat een overzicht met te voteren kredieten.
subsidiestaat 2026 | subsidiestaat 2027 | |
|---|---|---|
Subsidie saldo | 1.259.680 | 635.674 |
Het volledige subsidie-overzicht is opgenomen in paragraaf 3.2.8 subsidies.