Programmabegroting 2021

Stedelijke ontwikkeling

Programmanummer

 

6

Commissie

 

Stedelijke Ontwikkeling

Portefeuille(s)

 

Duurzame Verstedelijking, Ruimte & Wonen
Bestuur, Veiligheid en Handhaving

De missie van het programma Stedelijke ontwikkeling luidt:
De gemeente Leiden staat voor een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de beschikbare, schaarse ruimte van stad en regio die gericht is op een kwalitatief hoogwaardige woon-, werk- en leefomgeving voor iedereen.

Inleiding

De komende jaren willen we doorgaan met de vele investeringen In de stad. We werken aan een groener, gezonder en duurzamer Leiden met betaalbare woningen. Een stad voor iedereen die in Leiden wil wonen. Een leefbare en toegankelijke stad met veel aandacht voor kennis, cultuur en historie. We willen dat alle Leidenaren meedelen en meedoen in het succes van de stad. We gaan de uitdagingen aan op het gebied van duurzame verstedelijking. Balans staat centraal, we voegen kwaliteit en woningen toe, met oog voor leefbaarheid. We geven prioriteit aan fietsers, voetgangers en openbaar vervoer. Bedrijvigheid en ondernemerschap wordt gestimuleerd. We gaan door met de vele woningbouwprojecten en andere vormen van verstedelijking om de woningbouwopgave te realiseren. Bij grote projecten en gebiedsontwikkeling hebben we veel aandacht voor participatie door vooraf helder te zijn over de kaders en verwachtingen. We opereren transparant en maken inzichtelijk op welke manier we uiteindelijk alle belangen afwegen in besluitvorming. Ook de raad speelt hierbij een rol. Bij participatietrajecten hebben we aandacht voor monitoring en evaluatie zodat we steeds betere vormen vinden om participatieprocessen zorgvuldig en toch vlot te doorlopen.

Om onze doelen op het gebied van duurzame verstedelijking en dienstverlening te halen wordt in 2021 verder gewerkt aan het opstellen van integraal en opgavegericht beleid voor de ruimtelijke ontwikkeling van regio, stad en gebieden en de kwaliteit van onze leefomgeving. De kapstok hiervoor is het ‘Leids instrumentarium Omgevingswet’. De kaderstellende instrumenten hierin zijn de omgevingsvisie en ontwikkelperspectieven waarmee de gemeenteraad zorgt voor integrale, kaderstellende sturing op beleids- en planvorming. Uitwerking gebeurt in uitvoeringsprogramma’s. En de juridische borging vindt plaats in het omgevingsplan. Door vroegtijdig richtinggevende en integrale kaders vast te stellen voor de stad houdt de gemeenteraad zicht op de samenhang van opgaven en heeft zij grip op ontwikkelingen in de stad. Voor gebieden met veel dynamiek stellen we ook ontwikkelperspectieven op. Daarnaast schetst de visie een wenkend toekomstperspectief voor initiatiefnemers over de ontwikkeling van de stad en nodigt inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en mede-overheden uit om hier samen aan te werken.

In 2020 is een programmeur duurzame verstedelijking aangesteld. De programmeur bepaalt niet zelf, maar signaleert behoeften aan scherper beleid en helpt ook om dat beleid van de raad beter uitgevoerd te krijgen in bestaande en vooral nieuwe projecten. Ook verzorgt de programmeur de actualisatie van het Financieel Perspectief Duurzame Stad. Daarin maken we inzichtelijk hoe de middelen uit de reserve Duurzame Stad toebedeeld worden aan de ambities op gebied van verstedelijking, energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en duurzame mobiliteit.

De implementatie van de Omgevingswet in Leiden vergt intensivering in 2021. Het is een jaar van transitie. Op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2022) moeten Gemeenteraad, college en organisatie met het instrumentarium van de wet en het digitale stelsel (DSO) kunnen werken. Naast minimale acties die gereed moeten zijn bij in werkingtreding van de wet moeten ook in de volgende jaren nog beleidskeuzes gemaakt worden. Zo blijft ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de stad mogelijk en zorgen we dat de dienstverlening en vergunningverlening via het nieuwe omgevingsloket soepel doorgaat in een nieuwe stelsel. De wet stimuleert om samen met belanghebbenden en initiatiefnemers ambities voor de stad te realiseren. Voor de jaren 2021 en 2022 is implementatiebudget toegekend. Voor de volgende tranche wordt besluitvorming voorbereid in 2022.

Inzicht in de geldende regels en aandacht voor doorwerking daarvan in de praktijk is één van de doelen van de Omgevingswet. Daarom krijgt ook vergunningverlening, toezicht en handhaving van het gebruik van de bebouwde ruimte en ruimtelijke ontwikkeling voor een aantrekkelijke binnenstad in dit beleidsterrein aandacht. Te meer omdat gelijktijdig met de Omgevingswet waarschijnlijk ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking treedt per 2022.

Beleidsterrein 6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

Het gaat goed met Leiden, maar er liggen ook grote opgaven waar het gaat om energie en klimaat, sociale inclusiviteit en woonruimte. Het college wil voortvarend werken aan een duurzame stad waar goede woon-, werk- en leefruimte is voor alle Leidenaren. Om doelen op het gebied van duurzame verstedelijking te halen wordt in 2021 onder andere gewerkt aan het opstellen van de Omgevingsvisie Leiden 2040 versie 1.1. en een ontwikkelperspectief voor Leiden-Noord.

Bij dit beleidsterrein horen ook toezicht en handhaving van het gebruik van de bebouwde ruimte en ruimtelijke ontwikkeling voor een aantrekkelijke binnenstad. Dit laatste komt tot uitdrukking in de prestaties Stationsgebied, Meelfabriek en Wonen boven winkels.

Doelen en prestaties bij 6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

Doel

Prestaties

6A1 Toedelen van Ruimte

6A1.1 Opstellen kaderstellende visies voor de ruimtelijke ontwikkeling van regio, stad en stadsgebieden

6A1.2 Stimuleren ruimtelijke initiatieven en ruimtelijke kwaliteit

6A1.3 Opstellen en actualiseren ruimtelijk instrumentarium

6A1.4 Implementatie Omgevingswet

6A2 Ruimtelijke kwaliteit van de bebouwde ruimte

6A2.1. Behandelen verzoeken om omgevingsvergunning

6A2.2. Het voeren van vooroverleg

6A3 Veilig bouwen en veilig gebruiken van bebouwde ruimte

6A3.1 Toezicht en handhaving op veilig bouwen en gebruiken

6A4 Aantrekkelijke binnenstad door ruimtelijke ontwikkeling

6A4.1 Wonen boven winkels

6A4.2 Ontwikkeling stationsgebied

6A4.3 Ontwikkeling Meelfabriek

Prestatie 6A1.1 Opstellen kaderstellende visies voor de ruimtelijke ontwikkeling van regio, stad en stadsgebieden
Sinds 2018 werken we samen mét partners en de stad aan de Omgevingsvisie Leiden 2040 en aan ontwikkelperspectieven voor diverse gebieden. De eerste versie van de omgevingsvisie is voor de zomer van 2019 vastgesteld. We kijken in samenhang naar de toekomstige opgaven voor de stad en maken keuzes op hoofdlijnen die uiteindelijk landen in een integrale kaderstellende en richtinggevende Leidse omgevingsvisie. De omgevingsvisie is een dynamisch document dat naar aanleiding van nieuwe inzichten wordt doorontwikkeld.

In 2021 werken we toe naar vaststelling van de Omgevingsvisie Leiden 2040 versie 1.1. Deze versie wordt aangevuld met beleid op het gebied van mobiliteit, economie, energie etc. en er zal een Omgevingseffectrapportage (OER) zijn opgesteld.

Met deze omgevingsvisie zetten we een eerste stap richting het digitaal toegankelijk maken van ons beleid. Dit doen we allemaal zoveel mogelijk in de geest van de Omgevingswet en volgens standaarden van het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Een integrale en digitaal toegankelijke omgevingsvisie maken in combinatie met een Omgevingseffectrapportage is nieuw voor de gemeente Leiden. Dat levert gedurende het proces nieuwe inzichten en vragen op. Het is echt pionieren, dit betekent dat er in 2021 blijvend aandacht is voor de verdere doorontwikkeling van de omgevingsvisie en de doorwerking in beleid en regels.

Leiden Noord is een van de wijken waar veel projecten lopen en er voor de toekomst nog veel op de planning staat. Daarnaast landen de opgaven voor de stad zoals verstedelijking, verduurzaming en een inclusievere samenleving ook hier. Om dit alles in goede banen te leiden wordt in 2021 een ontwikkelperspectief voor Leiden Noord gemaakt. Eerder werden er al ontwikkelperspectieven gemaakt voor Leiden Zuidwest en De Mors.

Visievorming vindt lokaal plaats in Leiden en tevens in samenspraak met de regio. Vanuit de gedachte dat Leiden onderdeel is van een breder ‘daily urban system’ is daarom afgelopen jaren de omgevingsagenda Hart van Holland gemaakt. In de zomer van 2020 is ‘De Regionale Omgevingsagenda 2040 Aan de slag met Hart van Holland’ voor wensen en bedenkingen behandeld in de raad en aangeboden aan het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland. Het stuk en de wensen en bedenkingen vormen input voor de Strategische agenda Ruimte die Holland Rijnland in het tweede kwartaal van 2021 ter besluitvorming aan de gemeenteraden zal aanbieden. De Regionale Omgevingsagenda biedt handreikingen voor ruimtelijke afwegingsprocessen. Voor de Hart van Holland gemeenten en het Hoogheemraadschap is de Regionale Omgevingsagenda input voor de eigen Omgevingsvisies en nodigt uit om met elkaar in zogenaamde potentiegebieden te werken aan de versterking van de economie en de fysieke leefomgeving.

Prestatie 6A1.2 Stimuleren ruimtelijke initiatieven en ruimtelijke kwaliteit
Aan nieuwe ruimtelijke initiatieven in de stad werken we graag mee. Bij een plan in de idee- of schetsfase dat niet binnen het bestaand beleid of een bestaand bestemmingsplan past kijken we of we dit initiatief kunnen faciliteren. Als een initiatief kansrijk wordt geacht en past binnen de omgeving kan zo’n initiatief in aanmerking komen voor een vervolgaanpak en verdere uitwerking. De beoordeling van deze initiatieven vindt plaats op hoofdlijnen op basis van de afspraken in het beleidsakkoord. Ambtelijke capaciteit zetten we vooral in voor projecten op kansrijke plekken voor grootschalige woningbouw en daar waar we werk met werk kunnen maken.

Onder de noemer stimulering ruimtelijke kwaliteit vallen beleid en acties die betrekking hebben op de beleving van de leefomgeving. In de praktijk betreft dit met name de aspecten welstand, beeldkwaliteit en architectuur. De gemeente heeft met het Rijnlands Architectuur Platform (RAP) een subsidierelatie. In de kaderbrief 2020-2023 is opnieuw voor een periode van 4 jaar subsidie toegekend aan het RAP. Ten opzichte van de periode daarvoor is de subsidie verhoogd waardoor het RAP nog beter in staat is om vanaf 2020 met een goed programma de belangstelling voor architectuur en leefomgeving voor een breed publiek in de regio te stimuleren. Het programma van het RAP voor 2021 wordt bepaald in het najaar van 2020.

De kwaliteit van de gebouwde omgeving is een permanent aandachtspunt voor het stadsbestuur. We staan zelf aan de lat voor een hoogwaardige en tegelijkertijd betaalbare inrichting van de openbare ruimte en hebben hiervoor standaarden vastgelegd in het Handboek Openbare Ruimte. Daarnaast proberen we de markt te stimuleren om te investeren in de kwaliteit van het vastgoed. Bij grotere/belangrijkere ruimtelijke ontwikkelingen proberen we invloed uit te oefenen op de selectie van architecten. Daarnaast is de stadsbouwmeester een belangrijke liaison tussen de gemeente en de markt als het om ruimtelijke kwaliteit gaat. De stadsbouwmeester heeft een proactieve rol in het organiseren van het gesprek tussen “binnen” en “buiten” wereld. Dit doet zij onder andere door het inrichten van werkplaatsen waarbij stadmakers en ambtenaren gezamenlijk richting geven aan de koers en ontwikkeling van de stad. Door gezamenlijk ambities te formuleren en de haalbaarheid hiervan in een vroeg stadium te toetsen vergroten we de kans op succesvolle gebiedsontwikkelingen.

Prestatie 6A1.3 Opstellen en actualiseren ruimtelijk instrumentarium
Deze prestatie gaat over de transitie van werken met o.a. bestemmingsplannen en gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, naar de situatie waarin we voor heel Leiden met één digitaal ontsloten omgevingsplan werken volgens de Omgevingswet. Het omgevingsplan heeft een ‘brede reikwijdte’, omdat hierin alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving worden opgenomen, ook bijvoorbeeld met betrekking tot milieu, gezondheid en cultuurhistorie. Dit is een majeure operatie waarbij we alle voor een ieder bindende juridische regels de komende jaren opnieuw moeten vaststellen, om het complete Leidse omgevingsplan vóór 2029 vastgesteld te hebben. Dat betekent dat we het omgevingsplan in delen ‘aanbouwen’. Vanaf de inwerkingtreding van de omgevingswet geldt het omgevingsplan-van-rechtswege, zodat er geen juridische lacune ontstaat. Dit bestaat uit de huidige bestemmingsplannen, een aantal verordeningen en een set regels in de zogenaamde ‘Bruidsschat’ (rijksregels die met de komst van de Omgevingswet overgeheveld worden naar gemeenten). De overige verordeningen blijven tot ze zijn overgezet van kracht.

In 2021 gaat het college met de raad in gesprek over hoe het omgevingsplan ons het best kan faciliteren bij realiseren van onze ambities en beleidsdoelen en hoe we uiteindelijk tot een compleet omgevingsplan willen komen. Tevens heeft de gemeente in 2021 de huidige instrumenten digitaal op orde zodat deze met ingang van de inwerkingtreden van de Omgevingswet het omgevingsplan-van-rechtswege kunnen vormen. De verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, samengevoegd tot één Verordening, zijn hier dan onderdeel van.

De Crisis- en herstelwet biedt de mogelijkheid om vooruitlopend op de Omgevingswet nu al gebruik te maken van een aantal mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. De gemeente kan tot 2022 een bestemmingsplan-met-verbrede-reikwijdte vaststellen in specifieke projecten waarin dit daadwerkelijk nuttig en wenselijk is.

Prestatie 6A1.4 Implementatie Omgevingswet
Implementatie van de omgevingswet is omvangrijk en gemeentebreed. Het motto van de wet 'ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit' komt tot uiting in meerdere programma’s en prestaties in deze begroting. De programmatische aanpak is beschreven in de collegebrief implementatie Omgevingswet met kenmerk Z/20/1508141 van 23 april 2020. We volgen 4 lijnen die de raad vaststelde in de Programmavisie voor de implementatie van de Omgevingswet. Per lijn gaat het in 2021 om onder meer deze opgaven:

Lijn 1. Ruimte voor ontwikkelingen en waarborgen voor kwaliteit:

  • Verder stimuleren van integrale, opgavegerichte visie- en beleidsontwikkeling (zowel product als werkwijze): Omgevingsvisie en Ontwikkelperspectief ;
  • Zorgen voor werkende producten en regels die de ambities ondersteunen: tijdelijk omgevingsplan-van-rechtswege en voorbereiding voor het compleet omgevingsplan ;
  • Verkennen hoe instrumentarium Omgevingswet doorwerkt in thematisch/sectoraal (uitvoerings)beleid en planproces: uitwerken Raamwerk-Omgevingswet-instrumentarium.

Lijn 2. Eigentijdse informatievoorziening en dienstverlening:

  • Aansluiten op en kunnen werken met het Omgevingsloket van het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) om aanvragen voor omgevingsvergunningen en meldingen te kunnen ontvangen en behandelen en Omgevingswet-instrumenten te kunnen publiceren en ontsluiten;
  • Inrichten van een doelgerichter en effectiever vergunningsproces : verkorten proces en duidelijke indieningsvereisten.
  • Helpen sturen op kwaliteit en bruikbaarheid van (digitale) gemeentelijke informatie en data: ontsluiting van gegevens van Erfgoed Leiden en Omstreken (ELO) via de digitale testomgeving DSO.

Lijn 3. Democratisch gelegitimeerde kaderstelling en besluitvorming:

  • Raadsleden en bestuurders helpen toerusten voor het werken volgens de Omgevingswet: besluit over adviesrecht van raad m.b.t. omgevingsvergunning voor afwijken van het omgevingsplan.
  • Stimuleren van dialoog met de stad en toepassing van principes van participatie: participatiebeleid Omgevingswet-proof maken en besluiten over participatieplicht bij aanvragen voor een vergunning om af te wijken van het omgevingsplan.
  • Bijdragen aan een beter geïnformeerde stad: duidelijkheid over de werking van de Omgevingswet.

Lijn 4: Organisatieontwikkeling en met elkaar werken aan stapsgewijze verbetering

Werken met en in de geest van de Omgevingswet vraag kennisontwikkeling en een manier van werken die goed past bij de Leidse benadering ‘samen maken we de stad’ .

Prestatie 6A2.1. Behandeling verzoeken van omgevingsvergunningen
Behandelen van aanvragen van omgevingsvergunningen is een wettelijke taak van de gemeente. De aanvragen behandelen we op een juridisch correcte, transparante wijze, binnen de wettelijke termijnen. Zodra blijkt dat een aanvraag niet voldoet aan het geldende bestemmingsplan, beoordelen we of we alsnog medewerking kunnen verlenen.

De invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2022 heeft gevolgen voor de vergunningverlening. Verkorting van wettelijke termijnen per 2022 vraagt om goede stroomlijning van werkprocessen binnen de gemeente en samenwerking met regionale ketenpartners zoals de omgevingsdienst. In voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet sluiten de vergunningprocessen aan op de eisen die de wet stelt, zodat werkprocessen klaar zijn voor invoering.

In 2021 werken onze vergunningverleners en toezichthouders met een nieuw softwarepakket dat ook gebruikt kan worden onder de Omgevingswet. En we regelen dat de lokale software tijdig wordt gekoppeld aan de Landelijke Voorziening Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De kosten van de vergunningverlening (en het bouwtoezicht) dekken we deels met de legesopbrengsten en deels vanuit de algemene middelen.

Prestatie 6A2.2 Het voeren van vooroverleg

Ook in 2021 voert de gemeente vooroverleg met initiatienemers van bouwplannen in de stad. Het vooroverleg is een goed middel om de burger met een bouwinitiatief waarvan niet onmiddellijk valt aan te geven dat de vergunningaanvraag kansrijk is, te begeleiden richting een vergunbare aanvraag. Of, indien een vergunningaanvraag geen enkele kans van slagen heeft, hierover zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen. Zo voorkomen we ook dat onnodig tijd en geld geïnvesteerd wordt in een onhaalbaar bouwplan, zowel aan de kant van de burger met een bouwinitiatief als aan de kant van de gemeente.
Het vooroverleg biedt wat ruimer gelegenheid om reacties uit de omgeving van het bouwinitiatief in de planvorming te betrekken dan na het indienen van een aanvraag. Een goed doorlopen vooroverleg met positief resultaat biedt ook zicht op sneller kunnen vergunnen.

Prestatie 6A3.1 Toezicht en handhaving op veilig bouwen en gebruiken
Op 1 januari 2022 treedt naar verwachting de eerste fase van Wet Kwaliteitsborging voor de bouw in werking. Dat leidt tot wijziging van de technische toetsing en het technisch toezicht. Voor zover op dit moment bekend gaat het in de eerste fase voornamelijk om kleine bouwplannen en grondgebonden seriematige nieuwbouw. Bij dit type bouwplannen gaat de technische toetsing en het technisch toezicht naar marktpartijen. De gemeente controleert nog of toetsing heeft plaatsgevonden. De invoering van de tweede en derde fase is afhankelijk gemaakt van de praktijkresultaten in de eerste fase. Die resultaten worden 3 jaar na de invoeringsdatum verwacht.

In 2021 blijven wij conform het Leids toezicht protocol toezicht houden op de uitvoering van de omgevingsvergunningen. Prioriteit ligt hierbij op constructieve veiligheid, brandveiligheid en omgevingsveiligheid. Jaarlijks wordt een nadere prioritering vastgelegd in het uitvoeringsprogramma Vergunning, Toezicht en Handhaving.

Prestatie 6A4.1 Wonen boven winkels
Het project Wonen boven winkels eindigt eind 2020. In de motie “Wonen boven winkels blijven stimuleren” (M19.0112) is het college gevraagd om met een voorstel te komen over hoe de ambitie om meer leegstaande ruimtes boven winkels tot woningen te transformeren na beëindiging van het project, vorm kan krijgen. In de motie is specifiek om aandacht voor de huisvesting van studenten/onzelfstandige studentenkamers gevraagd. Tijdens de looptijd van het project Wonen boven winkels zijn veel leegstaande ruimtes verbouwd tot relatief kleine, zelfstandige studio’s van 30 tot 50m2. Onzelfstandige studentenkamers zijn beperkt gerealiseerd. Dat komt enerzijds omdat bewoners van zelfstandige woningen (ook studenten) in aanmerking komen voor huursubsidie en anderzijds de huurprijzen verhoudingsgewijs hoger kunnen waarmee het financiële rendement voor de pandeigenaar hoger ligt dan bij kamerbewoning. Daarnaast zijn aan verkamering hoge technische eisen verbonden, bijvoorbeeld op het gebied van akoestische isolatiewaarden. Deze aspecten maken realisatie van onzelfstandige studentenkamers minder aantrekkelijk dan zelfstandige woonruimte voor de pandeigenaar. De verwachting is dat bij gelijkblijvende subsidievoorwaarden in de toekomst, niet meer studentenkamers boven winkels gerealiseerd zullen worden dan dat de afgelopen jaren het geval was. De keuze die pandeigenaren maken ligt grotendeels buiten de invloedsfeer van gemeente en/of subsidieregeling Wonen boven winkels. Desondanks zal onderzocht worden of de regeling aangepast kan worden om daarmee de realisatie van onzelfstandige studentenkamers te benadrukken. Eind 2020 legt het college een nieuw subsidieprogramma voor het realiseren van woningen boven winkels voor aan de Raad. Dit programma kan dan in 2021 ingaan en worden bekostigd uit de middelen die onbenut zijn gebleven in het huidige project. Voor 2022 (en verder) volgt in de loop van 2021 in de Kaderbrief 2021 – 2025 een aanvraag voor aanvullende middelen.

Prestatie 6A4.2 Ontwikkeling Stationsgebied
Het Stationsgebied met Leiden Centraal is het belangrijkste OV-knooppunt in de regio en daarmee het visitekaartje van onze stad. In dit project wordt gewerkt aan de inrichting en ontwikkeling van dit belangrijke gebied van Leiden. Daarom werkt de gemeente Leiden samen met ontwikkelaars, aannemers en andere partijen hard aan een grondige doorontwikkeling van het stationsgebied. Er komen nieuwe woningen, goed bereikbare kantoorruimte en extra fietsenstallingen. Het Leidse stationsgebied wordt getransformeerd naar een plek waar ruimte is voor wonen, werken, ontspannen, reizen en ontmoeten. Het Stationsgebied verbindt de historische binnenstad en het Bio Science Park met elkaar. Het is, mede gelet op de grote verstedelijkingsopgave in de Leidse regio, van groot belang om in de komende jaren deze integrale gebiedsontwikkeling door te zetten. Dit moet gebeuren in samenwerking met overheden en marktpartijen en in overleg met ondernemers, bewoners en gebruikers van het gebied. De aanwijzing enige jaren terug door de provincie van het stationsgebied Leiden Centraal als prioritaire ontwikkellocatie voor kantoorbouw in noordelijk Zuid-Holland, en de herbevestiging hiervan onlangs maakt het mogelijk op de locatie het beoogde kantoorprogramma te realiseren. Een locatie die mede het gebruik van het OV bevorderd.

Naar aanleiding van de ontwikkelingen in de afgelopen periode zoals bijvoorbeeld de locatiekeuze busstation, het collegeakkoord en de Duurzaamste Kilometer van Nederland, heeft het college het Masterplan, met de vaststelling van de gebiedsagenda Stationsgebied (eind 2019)verrijkt met nieuwe inzichten. Met name op gebied van OV / mobiliteit, verduurzaming, parkeren en sociale woningbouw. In vervolg hierop wordt in 2020 de gebiedsvisie voor het stationsgebied uitgewerkt en in het eerste kwartaal van 2021 aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd. Dit staat de lopende ontwikkelingen in het Stationsgebied niet in de weg.

Op de volgende punten wordt hierna ingegaan:

  • Rijnsburgerblok
  • De Geus
  • Busterminal
  • Fietsparkeren
  • Gebiedsmarketing, participatie en verduurzaming

Rijnsburgerblok
Het Rijnsburgerblok, ingeklemd tussen de Stationsweg en het Schuttersveld, wordt in drie delen ontwikkeld. De Lorentz fase 1, bestaande uit twee woontorens met een openbare fietskelder is begin 2020 opgeleverd. In de plint van het plan realiseert Heineken haar Brewpub waarmee een mooie bijdrage aan de levendigheid en verblijfskwaliteit in het gebied wordt geleverd.

Het tweede deel van het Rijnsburgerblok is Lorentz fase 2. Nadat de ontwikkelcombinatie van Lorentz fase 1 geen gebruik heeft gemaakt van haar voorkeursrecht om ook Lorentz fase 2 te gaan realiseren werd in 2019 een nieuwe verkoopprocedure gestart. Het bouwplan bevat circa 16.900 m2 bvo kantoren. De kaders voor deze ontwikkeling blijven in principe binnen het uitvoeringsbesluit voor Rijnsburgerblok fase 1 en 2 en het vastgestelde bestemmingsplan. De definitieve gunning aan ABC Planontwikkeling heeft begin 2020 plaatsgevonden. De bouw zal omstreeks 2021-22 starten.

Voor het derde deel van het Rijsburgerblok komt op de plaats van het voormalige ABN AMRO gebouw en de school aan het Ballonpad een gebouw met horeca, een hotel en koop- en huurwoningen. Na het in 2017 door de raad vastgestelde uitvoeringsbesluit is de bestemmingsplanprocedure opgestart. Door een Raad van State procedure is dit vertraagd. Inmiddels is het bestemmingsplan onherroepelijk en is de omgevingsvergunning verleend. De sloop zal eind 2020 starten, gevolgd door de start van de bouw. De bouw neemt ongeveer anderhalf jaar in beslag. Het voormalige pand van ABN AMRO is ingezet voor tijdelijk gebruik tot aan de sloop.

De Geus
Een grote bioscoop, een congrescentrum, een Jumbo supermarkt ,én woningen op de hoek van het Stationsplein geven het Stationsplein de gewenste allure. In de kelder van het gebouw komt een openbare fietsenstalling. Op de Provada, in juni 2019, vond definitieve contractvorming plaats voor De Geus. Direct na die datum is het vastgoed van eigenaar gewisseld en is nu in handen van de belegger die ook het nieuwe vastgoed in portefeuille krijgt. De bestemmingsplanprocedure is gestart. Start van de sloop van het huidige pand staat gepland voor tweede helft 2021.

Toekomstige busterminal
Stationsgebied Leiden is het belangrijkste OV-knooppunt in de regio met dagelijks ca. 80.000 in- en uitstappers trein, ca 20.000 overstappers trein-trein, ca. 10.000 gebruikers van de stationshal om van LBSP naar de binnenstad en v.v. te komen en tot ca. 28.000 lokale en regionale busreizigers. Het busstation vervult daarin een belangrijke rol. In het najaar van 2017 heeft het college besloten om het nieuwe busstation op de huidige locatie door te ontwikkelen. Hierbij ligt de nadruk op een integrale aanpak waarbij gekeken wordt naar de ontwikkeling van het hele OV-knooppunt. De integratie van busstation, treinstation en fietsparkeren kan niet los van elkaar worden gezien. Partijen als NS, Prorail, PZH, Holland Rijnland en LUMC zijn hier bij betrokken. Duurzame mobiliteit en overeenstemming over groeiscenario’s voor woningbouw, kantoren en verwachtingen rondom groei van trein, bus en fietsverkeer zijn daarbij van belang.

Fietsparkeren rondom Leiden Centraal
In het stedenbouwkundig plan is de kwantitatieve en kwalitatieve uitbreiding van het aantal fietsenstallingen bij Leiden Centraal opgenomen. Ook in het nieuwe beleidsakkoord 2018-2022 wordt Leiden als fietsstad genoemd, met daarbij bijzondere aandacht voor de nieuwe stallingen in het stationsgebied. Het college wil inzetten op de realisatie van 7.000 fietsparkeerplaatsen extra, na oplevering van de fietsenstalling onder Lorentz (4.800 parkeerplaatsen). Met het recente besluit voor de realisatie van de fietsenstalling onder De Geus worden 3.000 fietsparkeerplaatsen van deze opgave verder ingevuld. De gesprekken met NS, ProRail en de Provincie worden voortgezet. De resultaten van deze gesprekken worden bestuurlijk ter besluitvorming voorgelegd. De kosten en baten van het fietsparkeren zijn onderdeel van het ‘gesloten financieel systeem’ voor autoparkeren.

Gebiedsmarketing, participatie en verduurzaming
Het Stationsgebied is een prominent project binnen Leiden. Een project waar Leiden trots op mag zijn. De afgelopen jaren is het gebied vooral ‘onder de radar’ gepromoot. De basis qua informatievoorziening staat en er zijn grotere en kleinere ‘pop-up’ acties opgezet zoals De Buurt om het gebied tot leven te brengen vooruitlopend op de echte transformatie. Nu Lorentz bijna klaar is en een besluit over de definitieve locatie van de busterminal is genomen, is de tijd rijp om ‘boven de radar’ te gaan. De gebiedsmarketing wordt geleidelijk aan uitgebouwd, geïntegreerd met participatie, met als uiteindelijk doel dat de inwoners van Leiden trots zijn op hun Stationsgebied. Zo worden er informatieavonden georganiseerd ten behoeve van de actuele ontwikkeling van onder andere de De Geus en de Verrijking van het Masterplan en de gebiedsvisie Stationsgebied Leiden.

Een belangrijke stap in het positioneren van het Stationsgebied (incl. Schipholweg) is gezet door het gezamenlijk met meer dan 20 partners lanceren van de Duurzaamste Kilometer van Nederland. In dit project werken we samen om op een creatieve en innovatieve manier de Leidse entree te vergroenen en als duurzaam verstedelijkingsgebied op de kaart te zetten. Deze community – waarin de gemeente deelneemt – vormt de basis voor de dialoog en actie over verduurzaming, maar is tegelijkertijd een platform voor participatie en een landelijk unieke propositie om het gebied ook nationaal op de kaart te zetten.

Prestatie 6A4.3 Ontwikkeling Meelfabriek
De oude, grotendeels rijksmonumentale Meelfabriek ligt aan de oostelijke Singelrand van Leiden. Het betreft een particuliere ontwikkeling (Meelfabriek en DUWO studentenhuisvesting). Na bijna 20 jaar van voorbereiding en het stap voor stap overwinnen van vele hindernissen is het de eigenaar/ontwikkelaar met veel visie, lef en doorzettingsvermogen gelukt om dit bijzondere project van de grond te krijgen en daadwerkelijk uit voeren.

Er is een plan voor herontwikkeling opgesteld, dat past binnen het gemeentelijk beleid, dat gericht is op het mogelijk maken van nieuwe functies in het omvangrijke en beeldbepalende complex, waarbij veel aandacht is voor duurzaamheid. In dit particuliere traject levert de gemeente planbegeleiding en faciliteert waar mogelijk de realisatie door de ontwikkelaar.

De bouw is inmiddels in volle gang. De ontwikkeling wordt in drie deelfasen gerealiseerd. De 1e fase (57 twee- en driekamer studentenappartementen van studentenhuisvester DUWO, inclusief ondergrondse parkeergarage) en de restauratie en verbouwing van het directiekantoor en het Poortgebouw is inmiddels afgerond. Op dit moment is de 2e fase (circa 60 appartementen, een ondergrondse parkeergarage, kantoorruimte, horeca en andere voorzieningen) in uitvoering. Voor de derde fase (ontwikkeling Silogebouw, Silo D gebouw, Meelmagazijn, Ketelhuis, Schoonmakerij tot hotel, spa&wellness, kantoor, woningen en ruimtes voor kunst en cultuur), is de omgevingsvergunning onherroepelijk. In totaal is na de transformatie 55.000 m2 vloeroppervlak gerealiseerd en het gehele plan is in 2022 afgerond. Na voltooiing van het plan ontstaat aan de oostelijke historische singelrand van Leiden een veelbelovende, levendige plek in de stad, een impuls voor de stad.

Beleidsterrein 6B Gemeentelijke gronden en gebouwen

De gemeente exploiteert en onderhoudt de gemeentelijke vastgoedportefeuille. Dit betekent dat zij verantwoordelijk is voor de verhuur, de doorbelasting van kosten en het (dagelijks en het langjarig) onderhoud van gemeentelijke gronden en gebouwen. De panden worden ingezet voor de huisvesting van organisaties die de gemeente beleidsmatig wil ondersteunen en voor de huisvesting van het ambtelijk apparaat. Ook omvat de portefeuille gebouwen die hun functie hebben verloren (bijvoorbeeld voormalige schoolgebouwen), panden die ooit zijn verworven ten behoeve van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen of objecten die bij de gemeente in bezit of beheer zijn als monument. De portefeuille wordt op professionele wijze geëxploiteerd en onderhouden, met inachtneming van de maatschappelijke betekenis die de panden of de gebruikers hebben voor Leiden. Panden die geen beleidsdoel dienen kunnen in principe worden afgestoten. Het definiëren welk vastgoed de gemeente in bezit wil behouden en wat kan worden verkocht, is een belangrijke beslissing en vereist een goede kennis van de portefeuille en van de gewenste beleidsdoelen. Het strategisch vastgoed is van belang om ontwikkelingen in de stad mogelijk te maken waarbij we als gemeente een rol van betekenis kunnen spelen.

Een kleinere portefeuille vergroot de financiële spankracht van de gemeente door (incidentele) verkoopopbrengsten en (structureel) lagere onderhoudskosten. Het langetermijnperspectief noodzaakt tot het maken van keuzes. Vanuit dit beleidsterrein denkt de gemeente na over de ontwikkelingsmogelijkheden van grond en vastgoed waardoor (maatschappelijke) waardecreatie wordt bereikt. Ook erfpachtconversie past daarbij, waarin door functiewijziging van panden (leegstaand kantoor krijgt een andere functie), erfpachtinkomsten worden gegenereerd.

Doelen en prestaties bij 6B Gemeentelijke gronden en gebouwen

Doel

Prestatie

6B1 Optimale exploitatie van gemeentelijke gronden en gebouwen

6B1.1 Voeren van een erfpachtbedrijf

6B1.2 Opstellen Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2019 en Vermogensbeheer Grondexploitaties 2019 - 2023

6B1.3 Exploiteren van gemeentelijke gebouwen

Prestatie 6B1.1 Voeren van een erfpachtbedrijf
De reguliere werkzaamheden binnen het erfpachtbedrijf betreffen het voeren van de administratie, het aanpassen en innen van de erfpachtcanon, het adviseren en het verstrekken van inlichtingen over erfpacht aan bijvoorbeeld aspirant kopers, erfpachters, notarissen en makelaars. Met het instrument erfpacht behoudt de gemeente ook privaatrechtelijk grip op ontwikkelingen, wat de mogelijkheid van sturing vergroot. Leiden biedt erfpachters van woningen en appartementen de mogelijkheid om de erfpachtgrond te kopen. Voor zakelijke erfpachtgronden (bedrijven, kantoren, garages, parkeerplaatsen e.d.) is het niet mogelijk om het bloot eigendom te verkrijgen.

Prestatie 6B1.2 Opstellen MPG en Vermogensbeheer grondexploitaties
Het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) 2021 is onderdeel van de jaarrekeningcyclus rekening 2020. In het MPG wordt verantwoording afgelegd over de lopende (en in voorbereiding zijnde) grondexploitaties. Onderstaande tabel toont de grondexploitaties die in het MPG 2020 zijn opgenomen.

Tabel : Grondexploitaties MPG 2020

 

Projectnaam

MPG 2020

Grondexploitaties

4

Oude Rijnlocatie

BIE*

9

Lammenschansdriehoek

BIE

19

Groenoordhallen eo (Groenoordhallenterrein, Noord en bedrijven)

BIE

45

Stationsgebied - Rijnsburgerblok k1 t/m 5

BIE

73

Aalmarkt

BIE

77

Nieuweroord

BIE

Strategische gronden

45

Stationsgebied – overig (m.u.v. RBB)

MVA**

 

* Bouwgronden In Exploitatie

** Materiële vaste activa: "verhandelbaar" eigendom.

 

Het Vermogensbeheer Grondexploitaties 2021-2025 loopt samen op met de kaderbrief 2022. In deze rapportage worden de grondexploitatie gerelateerde stedelijke (her)ontwikkelingen, afgezet tegen de financiële spankracht van de gemeente. Het centrale onderdeel van het vermogensbeheer is de reserve Grondexploitaties. Er dient een sluitend perspectief van deze reserve te worden gepresenteerd voor de komende 5 jaar (2021-2025). De netto verkoopopbrengst uit verkoop van gemeentelijk vastgoed levert een bijdrage in de dekking van ruimtelijke ambities, zo ook het resultaat van het erfpachtbedrijf. Met het sluitend perspectief van de reserve Grondexploitaties en de daarbij behorende besluiten, doet het college een voorstel aan de gemeenteraad voor dekking van de ruimtelijke ambities. Voeding van de reserve Grondexploitaties vanuit projecten met een batig saldo wordt minder en ook de netto opbrengst uit de verkoop van gemeentelijk vastgoed. Aanvulling vanuit andere bronnen op afzienbare termijn is noodzakelijk om de grote woningbouwopgave van Leiden te realiseren. Een opgave die bovendien veelal binnenstedelijk tegen hoge kosten moet worden opgelost.

Hiermee is met de begroting 2019 een start gemaakt door structureel 3 miljoen te reserveren voor duurzame verstedelijking. In de Kaderbrief 2020 is op hoofdlijnen een eerste inzicht gegeven in de mogelijke besteding van deze middelen. De achtergrondnotitie Financieel Perspectief Duurzame Stad 2020 geeft meer inzicht in de totstandkoming van dat inzicht en is in 2020 geactualiseerd. Naast investeringen in de verstedelijkingsopgave worden de middelen ook ingezet voor klimaatdoelen (energietransitie, klimaatadaptief en biodiversiteit, circulaire economie, duurzame mobiliteit en verduurzaming gemeentelijk vastgoed).

Financieel Perspectief Duurzame Stad
In het Financieel Perspectief Duurzame Stad worden middelen gereserveerd voor onrendabele toppen op verstedelijkingsprojecten. Door deze in te zetten als cofinanciering streven we ernaar om bijdragen van het rijk, uit bijvoorbeeld de Woningbouwimpuls, te verkrijgen. Waar het nieuwe grondexploitaties betreft volgen we de bestaande systematiek en wordt primair een beroep gedaan op de reserve Grondexploitaties. Als het gaat om investeringen in de stedelijke ontwikkeling die geactiveerd kunnen worden zal in eerste instantie dekking worden gezocht in de reserve Duurzame Stad. Het college komt daartoe dan met een voorstel bij de gemeenteraad, hetzij bij het betreffende kaderbesluit, hetzij bij de betreffende Nota van Uitgangspunten.

Prestatie 6B1.3 Exploiteren van gemeentelijke gebouwen
Ook in 2021 wordt uitvoering gegeven aan het in 2014 vastgestelde Beleidskader Vastgoed. Een belangrijk uitgangspunt is om gebruikers van ons vastgoed te combineren zodat efficiënter gebruik van een pand mogelijk is. Een ander uitgangspunt is dat voor de gehele portefeuille (m.u.v. een aantal unieke cultuurpanden) een marktconforme huur gehanteerd wordt. Indien de mogelijkheid zich voordoet wordt de huur aangepast naar een marktconforme huurprijs. Het Beleidskader Vastgoed maakt onderscheid tussen beleidsmatig te ondersteunen en niet te ondersteunen functies. Het vastgoed dat geen beleidsdoel (meer) dient, kan worden afgestoten. Ook de komende jaren wordt gemeentelijk vastgoed verkocht, maar dat beperkt zich tot een aantal panden.

Het verduurzamen van de gemeentelijke vastgoedportefeuille is speerpunt voor de komende tijd. In 2020 is de routekaart voor verduurzaming vastgoed vastgesteld. Doelstelling is om de energielabels van de gebouwen te verbeteren naar een merendeels groen energielabel en om de CO2 uitstoot fors te verminderen. Er is een krediet beschikbaar gesteld om circa 15 gebouwen te verduurzamen in 2020. Van essentieel belang voor de voortgang is samenwerking met huurders. Zij hebben de voordelen van de maatregelen middels lagere energielasten. Met huurders worden daarom nadere afspraken gemaakt op welke wijze zij een bijdrage kunnen leveren aan de benodigde duurzaamheidsinvesteringen. Tevens is een goede voorbereiding van belang om de noodzakelijke verbouwing efficiënt te laten verlopen.

In 2021 zullen nieuwe meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) beschikbaar zijn voor de gemeentelijke gebouwen. Hiermee zal de onderhoudsvoorziening opnieuw worden doorgerekend en eventueel bijgesteld. Tevens zijn duurzaamheidsadviezen opgesteld voor de panden die nog niet verduurzaamd zijn zodat inzichtelijk is hoe de komende jaren de resterende portefeuille verduurzaamd kan worden conform de routekaart verduurzaming vastgoed.

Beleidsterrein 6C Wonen

Leiden is een aantrekkelijke stad. De meeste Leidenaren zijn erg tevreden over hun woning en woonomgeving. De gunstige ligging van Leiden in de Randstad, dichtbij Schiphol, Den Haag, Rotterdam en Amsterdam, onze mooie binnenstad, de aanwezigheid van een groot aantal (kennisintensieve) bedrijven en ons rijke cultureel aanbod betekenen dat een behoorlijk deel van de verwachte trek naar de Randstad in Leiden zal neer slaan. Samen met de uitstroom van cliënten uit instellingen, het langer zelfstandig thuis wonen van ouderen, de voortgaande daling van de gemiddelde huishoudensgrootte en de huisvestingsbehoefte van statushouders betekent dit er de komende jaren een grote bouwopgave ligt.

Ons beleidsakkoord 2018-2022, ‘Samen maken we de stad’ vraagt om een verhoging van het percentage sociale huurwoningen bij nieuwbouw van 20% naar 30% over alle nieuwbouwprojecten en naar meer menging van sociale huurwoningen en vrije sectorhuurwoningen. Dit willen wij o.a. bereiken door corporaties én ontwikkelaars meer sociale huur te laten realiseren en door sociale huur meer te spreiden over de stad. Via een goede analyse, monitoring en programmering, geven we richting aan deze opgave.

De grote vraag naar woningen, de duurzaamheidsambities en het nieuwe beleidsakkoord vroegen om een actueel kader voor ons woonbeleid en heeft geleid tot een nieuwe Woonvisie met uitvoeringsagenda.

Doelen en prestaties bij 6C Wonen

Doel

Prestaties

6C1 Hogere kwaliteit en toename van de woningvoorraad

6C1.1 Woonvisie Leiden 2020-2030 en Woonvisie uitvoeringsagenda 2020-2030

6C1.2 Prestatieafspraken met corporaties

6C1.3 Regionale woonvisie en woonruimteverdeling

6C1.4 (Laten) uitvoeren van projecten (inclusief studentenhuisvesting)

6C2 Opheffen illegale huisvesting

6C2.1 Toezien en handhaven op onrechtmatige bewoning

6C3 Beter leefklimaat in Leiden Noord

6C3.1 Kooiplein

6C3.2 Groenoordhallen e.o.

6C3.3 Oude Kooi

Prestatie 6C1.1 Woonvisie Leiden 2020-2030 en Woonvisie uitvoeringsagenda 2020-2030

Start uitvoering nieuwe woonvisie & uitvoeringsagenda wonen
Op 14 november 2019 heeft de gemeenteraad de nieuwe ‘Woonvisie 2020-2030’ met de bijbehorende ‘Uitvoeringsagenda 2020-2023’ vastgesteld. In de nieuwe woonvisie verwoordt de gemeente Leiden haar visie op de toekomst van het wonen in de stad. De concrete uitwerking voor de komende vier jaar is opgenomen in de ‘Uitvoeringsagenda wonen Leiden 2020-2023’. Die uitvoeringsagenda wordt aangepast zodra zich belangrijke veranderingen op de woningmarkt voordoen die ook hun effect hebben op de Leidse woningmarkt.

In de concept ‘Woonvisie 2020-2030’ zijn de volgende doelstellingen geformuleerd:

  • Bouwen naar behoefte, met de juiste woning op de juiste plek.
  • De voorraad wooneenheden voor studenten vergroten.
  • Extra aandacht geven aan kwetsbare doelgroepen.
  • De woningvoorraad en woonomgeving duurzamer maken.
  • De kwaliteit van de woonomgeving vergroten.

Verordening doelgroepen woningbouw Leiden
Naar verwachting wordt begin 2021 de Verordening doelgroepen woningbouw Leiden voor vaststelling voorgelegd aan de raad. Deze verordening geeft invulling aan een onderdeel van de Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2023: de spelregels over sociale en middeldure huurwoningen. Door middel van deze spelregels wil de Gemeente Leiden het aandeel sociale en middeldure huurwoningen uitbreiden én voor langere tijd behouden. Door de verordening vast te stellen, kan er bij toekomstige projecten (vanaf 20 woningen) vanuit het bestemmingsplan worden verwezen naar de regels voor sociale en middeldure huur. Het uitwerken van de controle en handhaving op de regels uit de verordening wordt hierin ook meegenomen.

Studentenhuisvesting
Het terugdringen van het tekort aan studentenhuisvesting, waaronder ook die voor internationale studenten, en vervolghuisvesting voor net-afgestudeerden is belangrijk voor Leiden als Internationale Kennisstad. In de samenwerkingsovereenkomst van Universiteit Leiden, Hogeschool Leiden, LUMC en gemeente Leiden is afgesproken het aantal studentenkamers tussen 2018 en de jaren daarna met 2700 uit te breiden. Vraag naar en aanbod van studentenhuisvesting worden jaarlijks gemonitord via de monitor Studentenhuisvesting Leiden. Omdat in 2019 al 555 studentenkamers zijn opgeleverd, waarvan 88 in de gemeente Voorschoten en in 2020 nog eens 52 studenteneemheden volgen, betekent dit dat vanaf 2021 en verdere jaren nog 2100 extra kamers gerealiseerd moeten worden op basis van de huidige prognoses. Een groot deel van deze kamers is al verankerd in bestaande bouwplannen zoals die voor het Entreegebied van het Bio Science Park (703) en de Ypenburgbocht (392). Daarnaast dragen ook de omliggende gemeenten bij aan de realisering van onze opgave voor studentenwooneenheden. Zo worden in de Statenhof in Leiderdorp in 2021 ongeveer 150 extra wooneenheden gerealiseerd. (Zie de nieuwbouwmonitor voor de exacte aantallen voor de komende jaren). Op dit moment weten we uiteraard niet wat de impact van de huidige coronacrisis vooral op de komst van is internationale studenten is. De Universiteit Leiden ziet op dit moment nog geen daling van het aantal aanmeldingen. Maar of deze studenten in 2020-2021 en 2021-2022 daadwerkelijk komen hangt zowel af van de situatie van dat moment in Nederland als van die in het land van herkomst.

Verkamering
Verkamering helpt om de woningnood te verminderen. Op kamers wonen is bij uitstek een typische vorm van huisvesting voor studenten. Maar ook voor jongeren, arbeidsmigranten of kwetsbare doelgroepen die zelfstandig maar niet helemaal alleen willen wonen, is dit een goede manier om in hun huisvesting te voorzien. Op diverse plekken in de stad heeft de enorme verkamering in het verleden echter geleid tot overlast voor omwonenden. Na een intensief proces waarbij ook de gemeenteraad nauw betrokken is, hebben wij nieuwe beleidsregels vastgesteld welke sinds 1 januari 2020 van kracht zijn. Met deze nieuwe regels wordt een balans geboden waarbij huisvesting voor verschillende groepen mogelijk blijft maar ook de leefbaarheid wordt geborgd en te grote overlast voor omwonenden wordt verminderd. In 2020 zijn reeds veel onttrekkingsvergunningen aangevraagd. Meestal voor bestaande situaties. Er is een nauwe samenwerking tussen de beleidsafdeling, vergunningverlening en handhaving om te zorgen voor een zorgvuldig vergunningstraject en een duidelijke handhavingsprocedure als vergunningverlening niet mogelijk blijkt. De verwachting is dat dit traject in ieder geval doorloopt tot en met 2022 om over alle bestaande situaties een uitspraak te doen. In 2021 wordt een eerste evaluatie van het beleid opgesteld. In 2021 willen we starten met een huurteam, in eerste instantie als pilot voor de doelgroep kamerbewoners. Eind 2021 willen we op basis van een evaluatie beslissen over voortzetting en eventuele uitbreiding van de doelgroep.

Prestatie 6C1.2. Prestatieafspraken met corporaties
Vanaf 2020 geven we uitvoering aan de nieuwe woonvisie en bijbehorende uitvoeringagenda De corporaties en huurdersorganisaties hebben, conform de Woningwet, op 1 juli 2020 een ‘bod’ gedaan op onze woonvisie en uitvoeringsagenda. In het laatste kwartaal 2020 zullen we vervolgens onze vraag aan corporaties en huurders en hun (aan-)bod samen laten komen in prestatieafspraken voor de periode 2020-2025. In afstemming met huurders en verhuurders, bepalen we de exacte vorm van deze afspraken. We maken als gemeente gezamenlijke afspraken voor de periode 2020-2025 met vervolgens een specificatie van afspraken per corporatie en / of per jaarschijf. In de nieuwe afspraken staan wat de gemeente betreft, de inzet van corporaties op de omvang en betaalbaarheid van de sociale voorraad en de inzet op duurzaamheid centraal. Voor 2021 is een jaarschijf opgesteld in de prestatieafspraken en hieraan zal uitvoering worden gegeven.

Prestatie 6C1.3 Regionale woonagenda en woonruimteverdeling

Uitvoering RWA
In 2021 gaan we door met de uitvoering van de in 2018 vastgestelde Regionale Woonagenda Holland Rijnland. De actielijnen uit het uitvoeringsprogramma zijn: monitoring en sturing van de woningbouwproductie, actualisering van de woningbehoefteraming en de bevolkingsprognose (samen met de provincie), ontwikkeling van instrumenten voor de realisatie van een duurzaam aandeel goedkope woningen en van een toekomstgericht woonzorgaanbod. We versterken de regionale afstemming van de woningbouwprogrammering door meer te kijken naar de kwalitatieve opgave, deze met de (sub)regio’s af testemmen en waar nodig bij te sturen en elkaar op de voortgang en realisatie aan te spreken. De Leidse inbreng volgt uit de woningbouwprogrammering die we in de Leidse Woonvisie 2020-2030 vastgesteld hebben. Op basis van de evaluatie van de Regionale woonvisie wordt in 2021 de regionale woningbouwmonitor uitgebreid met realisatiecijfers sociale huur en middensegment.

Onderzoek alternatieve woonruimte-verdeelsysteem / aanpassen RHH
Het in 2019 gestarte onderzoek naar de toekomstbestendigheid van het woonruimte-verdeelsysteem is nog niet afgerond vanwege de Corona-crisis. Dit wordt zo snel mogelijk voortgezet. Eventuele uitkomst kan zijn dat het wenselijk is om de regionale Huisvestingsverordening in 2021 te actualiseren. De vraag of het woonruimte-verdeelsysteem toekomstbestendig is komt voort uit het feit dat er veel gaat veranderen met betrekking tot de zorg voor bijzondere doelgroepen. Per 2021 wordt de opvang en huisvesting van bijzondere doelgroepen meer een lokale verantwoordelijkheid in plaats van een regionale zoals nu (via de centrumgemeente Leiden) het geval is. Wat dat betekent voor de huisvestingsverordening vraagt om nadere uitwerking; regionale samenwerking blijft naar verwachting nog wel nodig.

Behoefte Onderzoek woonwagens
Op basis van de uitkomsten van het eind 2020 door Holland Rijnland af te ronden behoefteonderzoek worden in 2021 vervolgacties en maatregelen uitgewerkt. Die maatregelen vinden hun weg in regionaal en gemeentelijk beleid zodat rekening kan worden gehouden met en ruimte gegeven kan worden aan het woonwagenleven van woonwagenbewoners. Daarbij wordt ook de Rangordebepaling regionale Huisvestingsverordening betrokken, wat mogelijk tot een aanpassing van de regionale huisvestingsverordening van Holland Rijnland kan leiden.

Prestatie 6C1.4 (Laten) uitvoeren van projecten (inclusief studentenhuisvesting)
Op dit moment is de doelenboom in de begroting zo samengesteld dat al langer lopende projecten als eigen prestatie zijn geformuleerd (b.v. Meelfabriek en Kooiplein) en nieuwe projecten worden toegevoegd aan of onderdeel zijn van deze prestatie 6C1.4. Dit is niet evenwichtig. Voor de volgende begroting, 2022, zal het college een voorstel doen voor indicatoren die van betekenis zijn voor de gehele woningbouwopgave en recht doen aan de diverse en steeds wisselende portefeuille van projecten. De woningbouwmonitor c.q. de in de komende jaren te realiseren aantallen woningen in de stad zullen hierbij worden betrokken. De voor te stellen aanpassing van de doelenboom wordt in de eerstvolgende kadernota meegenomen (voorjaar 2021).

Voor deze begroting noemen we nog de belangrijkste projecten waaraan in 2021 in de stad wordt gewerkt. Het betreft hierbij projecten waarbij een onderscheid te maken is in de verantwoordelijkheid voor enerzijds marktpartijen en anderzijds de gemeente. De projecten die door marktpartijen worden ontwikkeld en uitgevoerd hebben als belangrijk doel om in de behoefte aan nieuwe woningen voor Leiden te voldoen. De gemeente vervult hierbij een kaderstellende, vergunningverlenende en ondersteunende rol vanuit de ruimtelijke ontwikkeling en wetgeving en stuurt hierbij op participatie en een duurzame aanpak. De integrale verantwoordelijkheid voor deze projecten ligt echter primair bij derden. Projecten waarbij de gemeente verantwoordelijk is hebben vaak een breder doel dan alleen de vergroting van de woningvoorraad. Hierbij kan gedacht worden aan het (gecombineerd) realiseren van sociaal culturele voorzieningen, het realiseren van goede bereikbaarheid en parkeervoorzieningen, het verbeteren van de stedenbouwkundige kwaliteit van de binnenstad en andere gebiedsdelen e.d. Bij dergelijke projecten heeft de gemeente als opdrachtgever een sturende rol en is voor het proces verantwoordelijk. Veelal heeft de gemeente hierbij ook een grondpositie. Bij deze projecten wordt de hoofdletter G vermeld.

De volgende projecten moeten ertoe bijdragen dat de woningvoorraad toeneemt dan wel de kwaliteit verbetert:

Ananasweg
De gefaseerde bouw van de Ananas `met 374 appartementen, is gestart. Door grondsanering heeft de aannemer een kleine vertraging opgelopen die ze hopen in te halen in de rest van het bouwproces. De openbare ruimte wordt door de ontwikkelaar aangelegd na de bouw.

Big Boss / Maredijk
Project Big Boss omvat circa 392 studentenwoningen. De verwachting is dat de omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan in oktober 2020 ter visie kan worden gelegd.

Begin oktober komt een definitief besluit Gedeputeerde Staten over de aanvraag ontheffing van de Molenbiotoop. De VVGB door de raad kan verleend worden in het eerste kwartaal van 2021. De start van de bouw is voorzien aan het begin van het tweede kwartaal van 2021.

Dolfijn ’t Schippertje (G)
Project Dolfijn ’t Schippertje betreft de verkoop en herontwikkeling van gemeentelijk eigendom. Hierbij wordt voor de programmatische invulling van de locatie nauw samengewerkt met vertegenwoordigers uit de Zeeheldenbuurt. In 2019 is een selectieprocedure afgerond voor de verkoop van de locatie en heeft voorlopige gunning plaatsgevonden. De grondreserveringsovereenkomst met VINK is getekend en de overdracht staat begin 2021 gepland. Het bestemmingsplan is aangeboden aan het college en zal naar verwachting eind 2020 vigerend zijn. Wanneer het definitief ontwerp is vastgesteld start VINK in april 2021 met de bouw. Naar verwachting neemt dit ongeveer anderhalf jaar in beslag waardoor voor het eind van 2022 de woningen opgeleverd kunnen worden

Energiepark (G) 
Eind 2018 is een participatietraject gestart met als doel om alle belangen goed in beeld te hebben voor de verdere ontwikkeling van het gebied. Het participatietraject met verschillende bijeenkomsten heeft geleid tot een Gebiedsvisie voor de herontwikkeling van het Energiepark en omgeving. Deze visie is op 17 oktober 2019 vastgesteld door de raad. Op 10 maart 2020 heeft het college van Burgemeester en Wethouders een voorgenomen besluit genomen om te gaan samenwerken gedurende de haalbaarheidsfase met het Nieuw Leids Bolwerk en het consortium van de marktpartijen: Bouwfonds Property Development, Steenvlinder en de MeyerBergman Erfgoed Groep. Na een wensen en bedenkingen procedure met de raad, heeft het college op 4 mei 2020 een definitief besluit genomen. Momenteel wordt de haalbaarheidsstudie met een uitgebreid participatietraject uitgevoerd in samenwerking met Nieuw Leids Bolwerk en het consortium van marktpartijen. Begin 2021 worden de uitkomsten van deze haalbaarheidsstudie in een Kaderbesluit aan de raad voorgelegd.

Humanities Campus (G)
Leiden heeft met haar universiteit, bibliotheken en musea een zeer sterke positie in de nationale en internationale Geesteswetenschappen. De Universiteit Leiden en gemeente willen die positie verder uitbouwen door de verschillende onderdelen en partners van de Faculteit der Geesteswetenschappen te huisvesten in een geheel van nieuwe gebouwen, de Humanities Campus. De ontwikkeling van een krachtige, mondiaal onderscheidende faculteit Geesteswetenschappen versterkt de toekomst van de stad als sterke, internationale Kennisstad. In deze campusontwikkeling is er aandacht voor de toegankelijkheid en levendigheid van het gebied, voor groen, voor de aansluiting op de binnenstad en Singelpark en voor het combineren van stedelijke functies. Zo geeft de Humanities Campus een impuls aan de binnenstad en aan de stad Leiden als geheel.

In 2017 is de vervolgaanpak voor de ontwikkeling van het stedenbouwkundig model tot een stedenbouwkundig plan Humanities Campus vastgesteld door de raad. Toen is ook besloten dat de gemeente de regie op het participatietraject van de Universiteit Leiden overneemt en dat zij samen met de universiteit werkt aan een stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan Humanities Campus en een plan van aanpak compensatiewoningen en herhuisvesting. Inmiddels zijn deze plannen vastgesteld in de raad op 17 oktober 2019. Na het raadsbesluit is gestart met de uitvoering van de genomen besluiten. De Universiteit Leiden heeft een bestemmingsplan laten opstellen voor de Humanities Campus. Dit wordt na het zomerreces door het College ter inzage gelegd. Vaststelling in de raad kan eerste kwartaal 2021 plaatsvinden.

De Universiteit Leiden, de gemeente en De Sleutels hebben veelvuldig overleg gevoerd om tot afspraken te komen zowel over de vergoeding voor de verkoop van het Doelencomplex en als over de concretisering van de compensatielocaties. Naar verwachting ontstaat er op korte termijn overeenstemming tussen de UL en De Sleutels. Daarna kan het Sociaal Plan met het compensatieaanbod door een deskundige worden beoordeeld. De Sleutels heeft een draagvlakmeting onder de bewoners aangekondigd komend najaar. In het eerste kwartaal 2021 kan het College een kennisnemingsbesluit nemen in reactie op een verzoek tot sloop door De Sleutels.

De Sleutels voert daarna het Sociaal Plan uit waarbij er op basis van die spelregels aan alle bewoners een vervangende woning wordt toegewezen ofwel op de compensatielocaties, ofwel via stadsvernieuwingsurgentie.

De plannen voor de verschillende compensatielocaties worden verder uitgewerkt tot concrete bouwplannen. De Universiteit Leiden werkt de plannen voor de Humanities Campus uit tot concrete bouwplannen voor de verschillende gebouwen.

Kaasmarkt (G)
Op 18 juni 2020 heeft de gemeenteraad het Stedenbouwkundig Programma van Eisen Kaasmarkt vastgesteld. Op basis hiervan kunnen de particuliere ontwikkelaars van de locatie Koppenhinksteeg 8-10 en hoek Middelweg/ Kaasmarkt, via uitgebreide vergunningprocedures hun bouwplannen verder uitwerken en realiseren. In het raadsbesluit zijn zes amendementen verwerkt. Voor de uitvoering van de gemeentelijke woningbouwontwikkeling langs de Oude Rijn (grachtenpanden) blijft de besluitvorming gekoppeld aan het kaderbesluit over de herinrichting Kaasmarkt. Het raadsbesluit van 18 juni heeft een aanzienlijke impact op tijd en geld, want het vraagt om de uitwerking van scenario’s voor de grachtenpanden. De planning is eind 2020 de scenario’s te hebben uitgewerkt en een keuze te hebben voor het best passende scenario. Op basis daarvan is dan ook een schetsontwerp van de Kaasmarkt gereed. Zodra de consequenties van de agenda Autoluw duidelijk zijn voor de Kaasmarkt wordt een kaderbesluit voor de herinrichting en de realisatie van de woningbouwontwikkeling langs de Oude Rijn aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd. Naar verwachting is dit in het eerste kwartaal van 2021.

Lammenschansdriehoek (vh Lammenschanspark) (G)
Vanaf 2013 is gestart met de gefaseerde bouw van de Leidse Schans. In totaal reeds 210 starterswoningen (koop en huur), 580 studentenwoningen en 590m2 BVO commerciële ruimte (detailhandel en horeca) opgeleverd. De bouw van 664 studentenwoningen, 424 starterwoningen is eind 2017 gestart en loopt door tot eind 2020, daarna wordt de openbare ruimte aangelegd.

In het Kanaalpark is eind 2019 op drie locaties de nieuwbouw gestart van totaal ca. 180 huurappartementen de bouwtijd varieert van 1,5 tot 2,5 jaar. De openbare ruimte in het Kanaalpark wordt daarom ook gefaseerd geherstructureerd.

Voor Bètaplein fase 2 loopt voor de onteigeningsprocedure in ieder geval tot eind 2020 nog een rechtszaak om het bedrag voor schadeloosstelling te bepalen, maar omdat de grond al formeel van de gemeente is kan medio 2020 gestart worden met de aanleg van het laatste deel van het Bètaplein. Medio 2020 starten de bestemmingsplanprocedures voor een aantal nieuwbouwprojecten langs de Lammenschansweg; op de voormalige locaties van Avery Dennisson en AKB Longs.

LEAD
Ontwikkelaar RED Company wil aan de Willem de Zwijgerlaan het woningbouwplan LEAD realiseren. Het plan omvat drie woontorens, waarvan één solitair en twee op een getrapte onderbouw, een ondergrondse parkeergarage, ondersteunende en maatschappelijke voorzieningen in de plint en een parkachtige herinrichting van de directe woonomgeving.

Het beoogde woonprogramma heeft een omvang van 580 woningen, waarvan tenminste 25 % sociale huurwoningen en een deel gericht op starters. Naast het substantiële toe te voegen woonprogramma is er veel aandacht voor duurzaamheid en toekomstgerichte mobiliteit. Medio 2019 is de Nota van Uitgangspunten LEAD vastgesteld. Vervolgens is begin 2020 de koop- en ontwikkelovereenkomst gesloten en heeft de derde ronde van het participatieproces met onder andere de presentatie van het definitief ontwerp van het bouwplan plaatsgevonden. In april 2020 heeft de ontwikkelaar de formele verzoeken tot herziening van het vigerende bestemmingsplan, de aanvraag omgevingsvergunning en het toepassen van de coördinatieregelen ingediend. In 2021 wordt nog een deel van deze gecoördineerde procedure doorlopen en wordt het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning ter bestuurlijke besluitvorming voorgelegd. Ook wordt het definitief ontwerp van de openbare ruimte (stadspark) afgerond en vindt verdere uitwerking plaats van een aantal afspraken uit de koop- en ontwikkelovereenkomst.

Nieuweroord (G)
De gemeente start met de uitvoering van de werkzaamheden t.b.v. het woonrijpmaken op 1 september 2020. Het planten van groen dient in het voorjaar van 2021 gedaan te worden. Naar verwachting is het project in het derde kwartaal van 2021 afgerond.

Oude Rijnlocatie (G)
In 2020 is de omgevingsvergunning verleend. De vergunning was in de 2e helft van 2020 onherroepelijk, waarna de bouw van start is gegaan. Na de oplevering van de bouw maakt de gemeente de omgeving woonrijp. De totale oplevering staat voor de eerste helft van 2022 gepland.

Paardenwei (G)
In mei 2020 heeft ontwikkelaar/bouwer Adriaan van Erk Onroerend Goed b.v. het Hotel Holiday Inn gekocht. Vanaf juni 2020 worden besprekingen met deze nieuwe eigenaar gevoerd om z.s.m. tot afspraken over samenwerking en de aanpak van de beoogde gebiedsontwikkeling van het gebied Paardenweide en omgeving te komen. In de rest van 2020 en de loop van 2021 wordt er toegewerkt naar een gebiedsvisie waarin de ontwikkelingsambities voor dit gebied op de middellange termijn worden uitgewerkt. Deze visie en een voorstel voor de ontwikkeling van de Paardenwei-locatie worden ter vaststelling voorgelegd. Op basis daarvan kan een samenhangende en kwalitatief hoogwaardige ontwikkeling die onderdeel uitmaakt van het westelijke entreegebied van Leiden mogelijk worden gemaakt.

Turkoois
Naar verwachting wordt in 2021 het bestemmingsplan voor Turkoois met ca. 140 appartementen (waarvan 85% sociale huur) vastgesteld, waarna de start bouw kan worden voorbereid.

Werninkterrein (G)
Voor het voormalig bedrijfsterrein Wernink betoncentrale is een herontwikkelingsplan voor een gemengd stedelijke woonmilieu gemaakt met de huidige erfpachter ABB. In 2020 zal een kaderbesluit worden opgesteld waarin alle condities van herontwikkeling worden opgenomen. De planning is dat na een participatietraject het kaderbesluit wordt vastgesteld en met ABB een anterieure overeenkomst wordt gesloten.

De besluitvorming over het Kaderbesluit (inclusief een Gebiedsvisie) met alle condities waaronder de gemeente medewerking wil verlenen aan de herontwikkeling van het Werninkterrein vindt plaats het eerste kwartaal 2021. Daarna wordt een anterieure overeenkomst met ontwikkelaar ABB gesloten over het kostenverhaal. In 2021 stelt ontwikkelaar ABB een stedenbouwkundig plan op. De gemeente toetst dit plan aan het Kaderbesluit en de Gebiedsvisie. De gemeente werkt de benodigde aanpassingen van de infrastructuur in de nabije omgeving uit tot ontwerpen. Over het stedenbouwkundig plan en de infrastructurele aanpassingen volgt participatie met belanghebbenden.

Prestatie 6C2.1 Toezien en handhaven op onrechtmatige bewoning
In samenwerking met de woningbouwcorporaties wordt toegezien op het rechtmatig gebruik van sociale huurwoningen. De beschikbaarheid van de woningvoorraad aan sociale huurwoningen wordt hiermee onder andere bewaakt.

Prestatie 6C3.1 Kooiplein
Het project Kooiplein e.o. deelgebieden 3, 4 en 5 zijn in gebruik genomen. Hierin zijn marktwoningen, sociale huurwoningen, twee openbare parkeergarages, winkels, waaronder twee supermarkten en een openbaar dakpark, gerealiseerd. Deelgebieden 1,2 en 4b moeten nog ontwikkeld te worden.

In 2019 is het college met de belangrijkste stakeholders in het gebied (werknaam De Zwijger) ingesloten tussen de IJsselmeerlaan/ Sumatrastraat/Surinamestraat, Curaçaostraat, Pieter Bothstraat en JoopVervoornpad op basis van het beleidsakkoord 2018 – 2022 ‘Samen maken we de stad’ in overleg getreden om tot een samenwerking te komen. In het beschreven gebied komen veel uitdagingen en belangen bij elkaar, wat interessante kansen biedt maar nauwe afstemming vraagt en de nodige tijd kost. Het gaat om het onderzoeken van een duurzame verstedelijking waarbinnen in hoofdzaak naar verdichting, verbeterde inpassing referentieontwerp LeidenRingNoord, en verbetering van de leefbaarheid wordt gekeken. Onderdeel hiervan is om op basis van een veranderende maatschappelijke context en veranderend gemeentelijk beleid naar deelgebied 1 en 2 van het Kooiplein te kijken en zo de kans op ontwikkeling te vergroten. Hiermee vult de gemeente haar contractuele verplichting naar de CV Kooiplein in om zich in te spannen om het project tot ontwikkeling te brengen.

In 2020 is een nieuwe projectopdracht vastgesteld en heeft het college ingestemd met het sluiten van een intentieovereenkomst met twee corporaties De Sleutels en Ons Doel. Deze drie partijen werken aan een gebiedsvisie (De Zwijger) , die in 2021 aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.

Prestatie 6C3.2 Groenoordhallen e.o.
Gemeente en Ymere zijn in overleg over de afwikkeling (deels ontbinding en deels overname) van de vigerende Samenwerkingsovereenkomst Groenoord uit 2006. Voor de overname van fase 2 heeft Ymere in 2020 een tender opgestart om een opvolgende ontwikkelaar te selecteren, nadat de gemeente eind 2019 had afgezien van het overnemen van de ontwikkelrechten. Dit moet de eerste helft van 2021 leiden tot de selectie van een nieuwe ontwikkelaar. Het uitgangspunt hierbij is een gedeeltelijke overname van het contract op basis van de bestaande overeenkomst (as-is), waarbij een heronderhandeling met de gemeente mogelijk is als de nieuwe ontwikkelaar een wijziging wenst. Na selectie en contractering van de nieuwe ontwikkelaar wordt in gezamenlijk overleg vastgesteld welke wijzigingen gewenst zijn en welk stappenplan en/of besluitvormingsproces daarbij doorlopen moet worden. Een eventuele heronderhandeling wordt voor eind 2021 afgerond. Daarnaast wordt in 2021 na de selectie van de opvolgende ontwikkelaar concreet verkend of een integrale ontwikkeling van Groenoord fase 2 inclusief de grond- en vastgoedpositie van NVG haalbaar is.

Prestatie 6C3.3 Oude Kooi
De bouwwerkzaamheden voor de Centrale Blokken in de Oude Kooi worden in vier verschillende fasen gedaan. Elke fase behelst een apart blok.
De start van de bouw is begonnen in november 2019. De verwachte oplevering van de eerste fase is in december 2020. Vanuit de gemeente wordt telkens enkele weken voor de oplevering begonnen met de herstelwerkzaamheden van de straat, waarbij in eerste instantie de prioriteit ligt bij het toegankelijk maken van de woningen.
De oplevering van de laatste fase is gepland in het tweede kwartaal van 2022. Naar verwachting zijn in het derde kwartaal alle herstelwerkzaamheden voor de buitenruimte afgerond zijn.

Effectindicatoren bij 6C Wonen

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

2021

2022

2022

2024

Doel 6C1 Hogere kwaliteit en toename van de woningvoorraad

6C1.a Toename aantal huurwoningen (incl. studentenwoningen)

706 (2017)
965 (2018)
768 (2019)

835

435

1370

315

Nieuwbouwmonitor

6C1.b Toename aantal koopwoningen

250 (2017)
119 (2018)
76 (2019)

135

113

104

106

Nieuwbouwmonitor

6C1.c Aantal vernietigde woningen

156 (2017)
68 (2018)
94 (2019)

194

4

1

-

 

6C1.d Gemiddelde WOZ waarde

218.000 (2017)
234.000 (2018)

259.000 (2019)

-

-

-

-

CBS*
(wsjg - BBV)

6C1.e Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen

9,4 (2017)
11,9 (2018)
9,1 (2019)

-

-

-

-

CBS*
(wsjg - BBV)

6C1.f Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden

572 (2017)
573 (2018)
609 (2019)

-

-

-

-

COELO*
(wsjg - BBV)

6C1.g Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden

760 (2017)
765 (2018)
820 (2019)

-

-

-

-

COELO*
(wsjg - BBV)

Doel 6C3 Beter leefklimaat in Leiden Noord

6C3.a Rapportcijfer woonomgeving Leiden Noord

6,9 (2015)
6,8 (2017)

7.0 (2019)

-

-

-

-

Veiligheidsmonitor

* Deze BBV-indicator is landelijk verplicht. De realisatiewaarden staan op waarstaatjegemeente.nl. Vanwege deze wettelijk opgelegde werkwijze zien we af van het opnemen van streefwaarden.

Een overzicht van realisatie- en streefwaarden van de indicatoren (ook uit vorige begrotingen) staat op LeideninCijfers.

Beleidsterrein 6D Energietransitie

Inleiding

De energietransitie is een majeure opgave die een enorme impact heeft op de stad, de leefomgeving en haar burgers.
In de komende 30 jaar moet de stad volledig klimaatneutraal en aardgasvrij worden. Hiervoor moeten huizen en bedrijfsvastgoed worden aangepast en nieuwe energie infrastructuur worden aangelegd. Een eerste richting voor deze grote transitie is vastgelegd in de Leidse Warmtevisie. Het huidige collegeakkoord ‘Samen maken we de stad’ spreekt van een grote ambitie om met deze uitdaging aan de slag te gaan. In 2020 stelde het college de nieuwe uitvoeringsagenda Energietransitie Gebouwde Omgeving 2020-2023 vast en stemde de gemeenteraad in met het raadsvoorstel ‘Handelingsperspectief gemeente Leiden in de energietransitie’.

Het maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie is groeiende. De behoefte aan zichtbare resultaten wordt steeds groter.
Betrokkenheid, acceptatie en participatie van burgers én bedrijven is noodzakelijk om de gestelde beleidsdoelen halen. De meerderheid van de Nederlandse bevolking geeft keer op keer aan dat zij verduurzaming belangrijk vindt en de participatie van bewonerscollectieven stijgt de afgelopen jaren sterk. Zo ook in Leiden is de betrokkenheid, acceptatie en participatie van burgers en bedrijven afgelopen jaren gegroeid, onder andere door actief werk van de wijkambassadeurs. De initiatieven op wijkniveau groeien en winnen aan kracht. Leiden is sinds een jaar een officiële Global Goals Gemeente. Deze aansluiting onderstreept de aandacht die er is voor de energietransitie en zal ook een extra boost geven aan het maken van stappen in deze grote maatschappelijke opgave.

De energiesector is sterk aan het innoveren en is in verandering.
Dit moet er niet toe leiden dat de gemeente Leiden achterover gaat leunen en wacht op een uitontwikkelde sector. Juist in deze tijd is het nodig om toch stappen te maken, proeftuinen op te zetten en te leren hoe deze transitie aangepakt moet worden. Daarom wordt er rekening gehouden met de technieken die vandaag voorhanden zijn, maar denken we ook na hoe de technieken van morgen eenvoudig gebruikt kunnen worden.

De warmtemarktsector moet anders ingericht worden.
De klimaatambities, de nieuwe gemeentelijke regisseursrol en de onvrede over de huidige marktwerking in de warmtemarkt (te weinig keuzevrijheid, warmtebron moet duurzamer en warmte moet betaalbaarder worden) vragen om nieuwe en betere instrumenten. Het in 2019 gepresenteerde Klimaatakkoord en de nieuwe Warmtewet 2.0 moet meer richting geven over hoe de marktregulering, tariefregulering en bijpassende rollen bij warmtenetten voor de marktpartijen en overheden er uit gaan zien. Duidelijkheid ontstaat als de nieuwe wet aan de Tweede kamer wordt aangeboden. Het staat in ieder geval vast dat de kaders vanuit de Rijksoverheid van grote impact zijn op hoe de gemeente Leiden de energietransitie kan vormgeven.

Het gemeentelijk instrumentarium verandert.
De nieuwe Warmtewet 2.0. geeft inzicht in de wettelijke bevoegdheden en instrumentarium die de gemeente kan hanteren. De Regionale Energiestrategie (RES) wordt in het verband van Holland Rijnland op dit moment opgesteld. De nieuwe Omgevingswet is daarnaast gericht op meer integraal te gaan werken als overheid om de samenhang tussen ruimtelijke opgaven te versterken. De uitwerking van het instrumentarium van de Omgevingswet in relatie tot de energietransitie en andere ruimtelijke opgaven is nog in ontwikkeling. Tot slot leidt de decentralisatie van opgaven en taken van het rijksniveau richting het gemeentelijke niveau tot nieuwe financiële verhoudingen en arrangementen. De uitwerking hiervan is nog onderdeel van gesprek tussen gemeenten en Rijk.

Gezien de grote mate van bewegelijkheid in het energietransitie-dossier is een bepaalde mate van flexibiliteit nodig. Dit is verwerkt in het Uitvoeringsprogramma Energietransitie Gebouwde Omgeving 2020-2023. Met dit uitvoeringsprogramma werken we onder andere toe naar manieren om woningen, bedrijfspanden en gebouwen van instellingen duurzaam te verwarmen en van elektriciteit te voorzien. Samen met huiseigenaren, corporaties, netbeheerders, bedrijven en andere belanghebbenden brengen we in kaart hoe ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid eraan kan bijdragen dat de gebouwde omgeving in Leiden in 2050 op een klimaatneutrale manier aardgasvrij is.

Doelen en prestaties bij 6D Energietransitie

Doel

Prestatie

6D1 Klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2050

6D1.1 Meer energie besparen

6D1.2 Meer duurzame opwekking energie

6D1.3 Realisatie aardgasvrije stad

6D1.1 Meer energie besparen

Ter bevordering van de prestatie 6D1.1 ‘meer energie besparen’ reserveren we structureel budget om bedrijven te ondersteunen bij verduurzaming. Een bedrijventerreinenaanpak is onderdeel van het Uitvoeringsprogramma Energietransitie en ook worden energiescans beschikbaar gesteld voor bedrijven om hen inzicht te geven in verduurzamingskansen die er liggen. Daarnaast wordt ingezet op het meer bekendheid geven aan de duurzaamheidslening voor bedrijven die de gemeente Leiden biedt.

In 2021 wordt een vervolg gegeven aan de ‘Green deal Onderwijs’ om ook het maatschappelijk vastgoed mee te nemen in de verduurzamingsslag. Net als voor bedrijven is er ook voor scholen een duurzaamheidslening beschikbaar die een mogelijkheid biedt tot voorfinanciering van investeringen. Uiteraard moet de gemeente zelf het goede voorbeeld geven qua verduurzaming van het vastgoed. Daartoe is een top-25 opgesteld van gemeentelijke gebouwen die de komende jaren verduurzaamd worden. Hiervoor is per pand een routekaart opgesteld. Sinds enkele jaren is er vanuit Servicepunt 71 een energiecoördinator actief die het energieverbruik in gemeentelijke gebouwen monitort en gezien de goede ervaringen hiermee blijft deze voorlopig gehandhaafd. Tevens wordt ingezet op inkoop van duurzame energie.

In Leiden bieden we een energieloket voor bewoners met allerhande energievragen, het Duurzaam Bouwloket (waarmee we tevens invulling geven aan de wettelijke verplichting hiertoe). Deze samenwerking wordt elk jaar verder uitgebouwd. In 2021 worden naast wijkaanpakken in wijken met meer reguliere woningbouw ook wijkaanpakken opgezet in de ‘zuidelijke schil’ waar beschermd stadsgezicht geldt. Hierbij wordt opgetrokken met Erfgoed Leiden om woningeigenaren maatwerk te kunnen bieden en ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk drempels weggenomen worden. Het streven is ook bezitters van historische woningen en/of met de status van beschermd stadsgezicht te laten zien dat er wel degelijk mogelijkheden zijn en hen handelingsperspectief te bieden. Om bewoners daar verder in te ondersteunen en aan te sporen blijven we ook in 2021 werken met het stadsbrede netwerk van wijkambassadeurs.

Een verder steuntje in de rug bieden we met de energiescans voor VVE’s, de flyer met ‘(0)71 duurzame GOED tips’ en met de teGoedbon van €70,- voor kleine maatregelen, een regeling die tot in ieder geval 1 april 2021 doorloopt. Ook aan huurders wordt gedacht, voor hen is een aparte regeling opgezet waarbij energiecoaches worden ingezet om gratis energieadvies te verstrekken, met daarbij tevens een pakket aan kleine maatregelen. Deze regeling loopt gelijk op met de regeling voor woningeigenaren en kan bij gebleken succes eventueel verlengd worden. Binnen deze actie zijn voor laaggeletterden en anderstaligen speciale gesprekskaarten ontwikkeld waarmee wijkambassadeurs en energiecoaches het gesprek kunnen voeren over de energietransitie. Dit moet leiden tot meer bewustwording, gedragsverandering en het uitvoeren van kleine maatregelen om zodoende energie te besparen maar ook het groeiende probleem van energiearmoede tegen te gaan. Bij deze actie wordt o.a. samen opgetrokken met Stichting de Leidse uitdaging, het bewoners initiatief Duurzame Energie Merenwijk en de Leidse corporaties.

6D1.2 Meer duurzame opwekking energie
Binnen de prestatie 6D1.2. ‘meer duurzame opwekking energie’ zijn vijf lijnen geïdentificeerd voor 2021.

Regionale samenwerking
Samen met regiogemeenten, Provincie Zuid Holland, Omgevingsdienst West Holland en het Hoogheemraadschap van Rijnland, onder regie van Holland Rijnland, geven we uitvoering aan het Energieakkoord Holland Rijnland en maken we werk van de Regionale Energiestartegie (RES). Binnen de RES wordt een regionale structuurvisie warmte opgesteld, waarin duidelijker wordt hoe vraag en aanbod van duurzame warmteoplossingen in de regio wordt georganiseerd. Om grootschalige zonnevelden en windmolens te kunnen plaatsen in de regio is draagvlak nodig. Om dit te organiseren stellen we binnen Holland Rijnland sociaal economische kaders op om grootschalige wind- en zonprojecten te realiseren. We reserveren budget binnen deze uitvoeringslijn voor een bijdrage aan deze trajecten.

Duurzame warmte voor huidig en toekomstig Leids warmtenet
Momenteel wordt het warmtenet (in eigendom van Vattenfall) gevoed door de gasgestookte energiecentrale (eigendom van Uniper) aan de Langegracht. Deze centrale wordt gestookt op niet duurzaam aardgas. Tevens heeft deze centrale niet voldoende capaciteit om in grootschalige uitbreiding van het Leidse warmtenet te voorzien. Om dus zowel een klimaatneutrale warmtebron en een warmtebron met uitbreidingspotentie te hebben, wordt gewerkt aan een nieuwe warmtebron voor het bestaande Leidse warmtenet. De gemeente pakt een regisserende rol om de realisatie van een zo groot mogelijk warmtetransportleiding van Rotterdam naar Leiden mogelijk te maken, om zo snel mogelijk duurzame warmte voor de uitbreiding van het Leidse warmtenet te krijgen. Om de regionale warmtetransportleiding op een voor Leiden zo optimaal mogelijke manier aangelegd te krijgen, kan het zijn dat de gemeente financiële risico’s draagt. Deze risico’s worden in kaart gebracht richting contractvorming in 2021. Hierover volgt dit najaar besluitvorming in het college en wordt een wensen- en bedenkingenprocedure gestart in de gemeenteraad. Tevens zorgen we binnen onze bevoegdheid als vergunningverlener voor een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing op Leids grondgebied van de warmtetransportleiding uit Rotterdam.

Ontwikkeling lokale warmtebronnen
Lokale warmtebronnen, veelal van lage temperatuur, zijn van groot belang voor de verdere verduurzaming van het Leidse warmtenet. Echter, veel van deze technieken bevinden zich nog in de ontwikkelende fase. We stellen ons open voor bijvoorbeeld lokale ontwikkelingen in de wijk Poelgeest (aangesloten op het Leidse warmtenet) naar de inpassing van een lage temperatuur warmtebron. Tevens worden op regionale schaal in 2021 in RES-verband afspraken gemaakt over verdeling van warmte uit de Kagerplassen en andere bronnen van aquathermie (TEO, TEA, TED) en gaan we in gesprek met de partijen die opsporingsvergunningen voor geothermie binnen onze stadsgrenzen hebben aangevraagd.

Opwek lokale duurzame elektriciteit
Om uiteindelijk een klimaatneutrale gebouwde omgeving te hebben, moet er niet alleen werk worden gemaakt van de verduurzaming van de warmtevoorziening. De verduurzaming van elektriciteit is ook hard nodig. We helpen bewoners, bedrijven en instellingen om hier werk van te maken. In het Jaar van het Dak is de mogelijkheid voor het plaatsen van zonnepanelen extra onder de aandacht gebracht. Ook is de Welstandsnota aangepast, om zo extra ruimte aan eigenaren van monumenten of vastgoed in beschermd stadsgezicht te bieden, en zijn afspraken met corporaties gemaakt om meer zonnepanelen te plaatsen. 2021 is het jaar van :”oogsten”. Zo bieden we voor de partijen die nog niet zijn overgestapt de mogelijkheid aan tot het lenen van geld. Woningeigenaren en bedrijven in de gemeente Leiden die duurzame maatregelen willen laten uitvoeren, bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen, kunnen een duurzaamheidslening aanvragen, tegen lage rente.

Toekomstbesteding elektriciteitsnetwerk
Het elektriciteitsnetwerk staat onder druk. Door toenemende groei van de stad en elektrificatie stijgt de vraag naar elektriciteit. Deze kan op korte termijn niet meer in het net worden geaccommodeerd. Samen met Alliander, als beheerder van het elektriciteitsnetwerk, onderzoeken we waar uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk nodig zijn, om de groeiende vraag om een zo goed mogelijke manier te kunnen accommoderen.

6D1.3 Realisatie aardgasvrije stad
Binnen de prestatie 6D1.3 Realisatie aardgasvrije stad onderscheiden we een aantal thema’s, waarbinnen we acties uitvoeren die bijdragen aan het aardgasvrij maken van de stad. De gemeentelijke doelstelling is om in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben en om in 2035 reeds een aantal kansrijke wijken aardgasvrij te hebben gerealiseerd. Bij deze omschakeling in de gebouwde omgeving wordt op een betaalbare, betrouwbare en duurzame manier verwarmd.

Wijkaanpakken
De omschakeling naar een aardgasvrije stad geven we wijkgericht vorm. We voeren regie op de energie- en warmtetransitie door samen met bewoners en gebouweigenaren te bepalen wat per wijk de beste oplossing is voor warmte en stroom: warmtenetten, warmtepompen, volledig elektrisch of nog anders. In 2021 werken we nadrukkelijk aan de wijkaanpak van een aantal kansrijke wijken; Leiden Zuidwest, Meerburg, de Mors en de Stevenshof. Buiten deze, grotendeels door de gemeente geïnitieerde trajecten, besteden we ook aandacht aan een aantal lokale initiatieven in andere wijken (zie verderop).

We geven in 2021 verdere uitvoering aan het project Leiden Zuidwest Aardgasvrij. Hier is in 2017 een intentieovereenkomst met elf partijen gesloten. Daarnaast heeft het college in maart 2019 het Plan voor de Warmtevoorziening Leiden Zuidwest vastgesteld. In dit plan werd een warmtenet als beste alternatief voor aardgas aangetoond. In 2020 hebben we Haagweg-Zuid ingediend voor de Rijksbijdrage vanuit het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) en is een traject doorlopen om de marktordening in het gebied te bepalen t.a.v. de aanleg van een warmtenet. Dit gaat over de samenwerking met marktpartijen in de hele keten en welke rol de gemeente daarin moet pakken. In Haagweg-Zuid werken we, afhankelijk van de toekenning van de PAW-bijdrage, toe naar een investeringsbesluit en een besluit tot realisatie. Met deze trajecten blijft Zuidwest een voorloper in de wijkgerichte aanpak, die als voorbeeld kan dienen voor de rest van de stad. Uitkomsten worden verwerkt in het plan van aanpak voor Leiden Zuidwest Aardgasvrij en nieuwe plannen voor andere wijken.

In de wijk Meerburg hanteren we een integrale wijkaanpak. De gemeente neemt een regisserende rol aan om zoveel mogelijk koppelkansen te benutten in de transformatie van deze wijk. In 2020 hebben we geïnventariseerd welke opgaven spelen en op welke manier deze gecombineerd kunnen worden. In 2021 volgen we deze inzichten op door met behulp van een haalbaarheidsstudie de energietransitie een plek te geven in deze fasering.

We nemen ook een regisserende rol aan in de wijk Stevenshof. We brengen stakeholders (woningcorporaties, Vattenfall, Liander en bewoners) bij elkaar om van het kookgas af te gaan, waardoor deze wijk snel aardgasvrij kan worden gemaakt. We brengen het plan van aanpak met alle partijen verder, zodat we concreet aan de slag kunnen in een voorbeeldbuurt binnen de Stevenshof. Hier willen we leren van de praktijk, zoals de werkelijke kosten van de overstap, de mogelijke combinatie met andere investeringen in de woningen en de beleving van bewoners. Tegelijkertijd hanteren we een wijk-brede communicatiestrategen om iedereen in beweging te krijgen, door bijvoorbeeld bewustwording bij natuurlijke momenten (verhuizing, verbouwing etc.) te vergroten.

In de Mors staan grootschalige projecten in de openbare ruimte op de planning, zoals het vervangen van het rioolstelsel in combinatie met het aanbrengen van klimaatadaptatieve maatregelen. In 2021 onderzoeken we startpunten voor de energietransitie in deze wijk, waarbij we proberen om de combinatie met andere opgaven te maken (in het kader van ‘werk met werk maken’).

Instrumenten
De energie- en warmtetransitie is nog vol in ontwikkeling. De komende jaren is er behoefte aan het opstellen van nieuwe beleidskaders. Belangrijke instrumenten voor de gemeente om haar regierol te pakken zijn de Transitievisie Warmte (TVW), Wijkuitvoeringsplannen (WUP) en het Wijkkompas. We leggen uiterlijk in 2021, in de nieuw op te stellen Transitievisie Warmte, de volgorde en het tijdpad vast waarin wijken worden aangepakt. Dat kan elke vijf jaar worden aangepast. In dat plan staat ook hoe bewoners erbij worden betrokken. Voor de wijken die hierin als kansrijk worden bestempeld, worden als eerste WUPs gemaakt. Hierin wordt met de wijk in detail een plan beschreven voor de wijk, in termen van o.a. techniek, fasering, organisatie en voorwaarden. Karakter: Het WUP kan per aspect adviserend van karakter zijn, maar ook sturend / kader stellend en geeft invulling aan de regierol van de gemeente. Het Wijkkompas is een praktische tool, die stakeholders houvast geeft binnen het WUP; waar staan we, welke stappen nemen we vanaf nu en wie of wat hebben we daarvoor nodig? Het opstellen en gebruiken van deze tools zijn een belangrijke stap richting de inbedding van wijkaanpakken in de stad.

Lokale initiatieven
Lokale initiatieven krijgen actieve ondersteuning vanuit de gemeente (kennis, financiële ondersteuning) als ook door aangesloten wijkambassadeurs. In 2020 hebben we deze initiatieven allemaal in kaart gebracht en kaders gesteld voor hoe we gezamenlijk stappen kunnen zetten in deze wijken. In 2021 werken we met hen richting WUPs, zodat de stappen concreet worden. Wijken die we hiervoor in beeld hebben zijn o.a. Vlietpoort, Merenwijk, Waardeiland, Houtkwartier en Vogelwijk.

Indicatoren en streefwaarden
Om de lopende activiteiten en het uitvoeringsprogramma te monitoren op prestaties, worden de doelstellingen vertaald in concrete streefwaarden.

Effectindicatoren bij 6D Energietransitie

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

2021

2022

2023

2024

Doel 6D1 Klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2050

6D1.a Gemiddeld aardgasverbruik per woning in m3 per jaar*

920 (2017)
930 (2018)

866

853

840

828

CBS

6d1.A Gemiddeld elektriciteistverbruik per woning in m3 per jaar*

2.450 (2017)
2.350 (2018)

2.306

2.272

2.238

2.204

CBS

6D1.b Totale CO2-uitstoot gebouwde omgeving (x1.000 ton)**

357 (2017)
347 (2018)

329

323

316

310

Klimaatmonitor

6D1.c Duurzaam opgewekte energie in Terajoule***

142 (2017)

208

229

252

277

Klimaatmonitor

* Streefwaarden: afname van 1,5% per jaar vanaf 2017.
** Streefwaarden: afname van 2% per jaar.
*** Streefwaarden: toename van10% per jaar.

Een overzicht van realisatie- en streefwaarden van de indicatoren (ook uit vorige begrotingen) staat op LeideninCijfers.

Binnen het uitvoeringsprogramma is nog een actie opgenomen om een nieuw monitoringsraamwerk op te stellen. Dit moet er toe leiden dat er scherper gemonitord kan worden, op basis van betere data en realistisch prestaties met streefwaarden. Hierin wordt beoogd om meer data in te voegen over de voortgang van de realisatie van de aardgasvrije stad, bijvoorbeeld door het aantal huizen aangesloten op het warmtenet te vermelden.

Kaderstellende beleidsstukken

Onderstaand overzicht omvat de afgelopen 5 jaar.

  • Ontwerp verklaring van geen bedenkingen Kantoorschip Groenewegen (RV 19.0070)
  • Vaststelling Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0-versie (RV 19.0068)
  • Raadsvoorstel vaststellen gebiedspaspoort Kopermolen (RV 19.0063)
  • Voorbereidingsbesluit Oude Singel 28 (RV 19.0061)
  • Vaststelling bestemmingsplan Oude Rijnlocatie (RV 19.0060)
  • Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Middelstegracht 145-151 (RV 19.0050)
  • Afgifte verklaring van geen bedenkingen ten behoeve van de uitgebreide wabo procedure Utrechts Jaagpad 10G (RV 19.0046)
  • Afgifte verklaring van geen bedenkingen voor het bouwplan Rijndijk links naast 290 (RV 19.0043)
  • Actualisatie Ontwikkelstrategie Lammenschansdriehoek (RV 19.0040)
  • Nota van Uitgangspunten Statendijck (RV 19.0035)
  • Nota van Uitgangspunten Kantoorschip Groenewegen (RV 19.0024)
  • Voorbereidingsbesluit Haarlemmertrekvaart (RV 19.0015)
  • Nota van Uitgangspunten Turkooislaan 131 (RV 19.0014)
  • Verlengen huisvestingsverordening en beleidsregels onttrekkingsbeleid RV 19.0013)
  • Nota van Uitgangspunten Noordman – Haagweg (RV 19.0009)
  • Vaststelling bestemmingsplan Toussaintkade (RV 19.0006)
  • Besluit tot uitvoering Oude Rijnlocatie d.m.v. activering grondexploitatie (RV 19.0004)
  • Ontwerp wgb voor uitgebreide wabo procedure Utrechtse Jaagpad 10G (RV 19.0003)
  • Nota van Uitgangspunten LEAD (RV 18.0124)
  • Werninkterrein (RV 18.0131)
  • Openbare Ruimte projecten Binnenstad: Uitvoeringsbesluit Haven (RV 18.0129)
  • Openbare Ruimte projecten Binnenstad: Uitvoeringsbesluit Herenstraat (RV 18.0128)
  • Ontwerp verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Middelstegracht 145-151 (RV 18.0120)
  • Verlenging Wonen Boven Winkels (RV 18.0118)
  • Aankoop Rijnsburgerweg 1 -1a (RV 18.0117)
  • Vaststellen ruimtelijke randvoorwaarden nieuwbouw Leonardo College (RV 18.0108)
  • Vaststelling bestemmingsplan Schipholweg 130 (RV 18.0107)
  • Bestemmingsplan en uitvoeringsbesluit Lammenschans – Ananasweg (RV 18.0106)
  • Uitvoeringsbesluit Haarlemmerweg (RV 18.0105)
  • Nota van Uitgangspunten Vijf Meilaan 210 (RV 18.0095)
  • Vertrekpunten Omgevingsvisie Leiden 2O40 en Verstedelijkingsnotitie (RV 18.0093)
  • Ontwerp verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Rijndijk links naast 290 (RV 18.0084)
  • Aanwijzing Wvg Rijnsburgerweg 1 - 14, Connexxion locatie (RV 18.0083)
  • Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Mosterdsteeg-Breestraat-Botermarkt (RV 18.0077)
  • Vaststelling bestemmingsplan Rijnsburgerblok deel 2 RV (18.0069)
  • Vastelling bestemmingsplan loswal (RV 18.0056)
  • Vaststelling bestemmingsplan Sumatrastraat 195 (RV 18.0045)
  • Vaststelling bestemmingsplan Kijkhuis (RV 18.0047)
  • Vaststelling bestemmingsplan Oost (RV 18.0038)
  • Verwerving grond en woningen Rhijnvreugd (RV 18.0029)
  • Vaststelling parapluplan stedenbouwkundige bepalingen bouwverordening (RV 18.0023)
  • Herijking bouwprogramma Oppenheimstraat (RV 18.0010)
  • Nota van uitgangspunten SCAL locatie Rooseveltstraat (RV 18.0007)
  • Vaststelling bestemmingsplan Kanaalpark (RV 18.0006)
  • Vastelling bestemmingsplan Tracébesluit A4 en A44 (RV 18.0005)
  • Nota van uitgangspunen Toussaintkade 51 (RV 17.0121)
  • Nota van uitgangspunten Sumatrastraat 195 (RV 17.0117)
  • Kaderbesluit Openbare Ruimte projecten Binnenstad (RV 17.0109)
  • Vaststellen van de Leidse Warmtevisie (na inspraak) (RV 17.0072)
  • Vervolgaanpak en uitwerkingsthema's voor de ontwikkeling van het stedenbouwkundig model tot een stedenbouwkundig plan Humanities Campus, herontwikkeling Witte Singel – Doelencomplex (RV 17.0047)
  • Gemeentegarantie SHWJ financiering 43 starterswoningen Ter Haarkade 1 (RV 17.0065)
  • VVGB omgevingsvergunning naast Zoeterwoudsesingel 2 (RV 17.0058)
  • Vaststelling bestemmingsplan Stationsbuurt (RV 17.0059)
  • Vaststelling bestemmingsplan Binnenstad (RV 17.0057)
  • Voorbereidingsbesluit Haarlemmertrekvaart (RV 17.0097)
  • Vaststelling bestemmingsplan Brug Poelgeest 2017 (RV 17.0083)
  • Aanpassing VVGB-lijst en delegatiebesluit exploitatieplannen bij reguliere WABO-procedures (RV 17.0100)
  • Vaststelling bestemmingsplan LBSP-Gorlaeus (RV 17.0104)
  • Zienswijze Leiden op de Regionale Woonagenda 2017 Holland Rijnland (RV 17.0104)
  • Vermogensbeheer grondexploitaties 2017-2021 (RV 17.0055)
  • VVGB MEAS-locatie (RV 17.0019)
  • Uitvoeringsbesluit Rijnsburgerblok (RV. 17.0031)
  • Meerjarenperspectief grondexploitaties 2017 (RV 17.0052)
  • Vaststelling bestemmingsplan Nieuweroord (RV 17.0028)
  • Het Hart van Holland regionale agenda Omgevingsvisie 2040 (RV 17.0029)
  • Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Zoeterwoudsesingel 33-34 (RV 17.0033)
  • Kaderbesluit Oude Rijnlocatie (voorheen Rijkswaterstaatlocatie) (RV 17.0030)
  • Vaststelling bestemmingsplan Zuidwest (RV 17.0026)
  • Kaderbesluit Lammenschans – Ananasweg (RV 17.0018)
  • Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning ‘terras binnenterrein Haagweg 4A’. (RV 17.0005)
  • Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning 'Herenstraat 7-7A (RV 16.0082)
  • Voorbereidingsbesluit Haarlemmertrekvaart (RV 16.0125)  
  • Uitvoeringsbesluit Groenoord Noord 2016, bedrijventerrein en randen (RV 16.0097)
  • Vaststelling bestemmingsplan Rapenburg 48 (RV 16.0096)
  • Vermogensbeheer Grondexploitaties 2016-2020 (RV 16.0099)
  • Vaststelling bestemmingsplan Oostvlietpolder 2016 (RV 16.0088)
  • Uitvoeringsbesluit Nieuweroord (RV 16.0081)
  • Vaststelling bestemmingsplan 'Evenementen Leidse Hout' (RV 16.0079)
  • Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Naturalis (RV 16.063)
  • Actualisatie Ontwikkelstrategie Lammenschansdriehoek (RV 16.0039)  
  • Uitvoeringsbesluit Woontoren Bètaplein (RV 16.0038)
  • Wijzigingen Welstandsnota 2014 vanwege besluit Gevelreclame c.a. en welstandsregels voor bouwwerken op horecaterrassen. (RV 16.0025)
  • Bestemmingsplan Rijnsburgerblok deel 1 (RV 15.0138)
  • Bestemmingsplan woontoren Betaplein (RV 15.0146)
  • Nota van Uitgangspunten 'Humanities Campus, herontwikkeling Witte Singel - Doelencomplex’ (RV 15.0119)
  • Stimuleringsregeling Wonen boven Winkels (RV 15.0107)

Programmakosten

Stedelijke ontwikkeling
bedragen x 1.000,-

 

Rekening
2019

Begroting
2020

Begroting
2021

Meerjarenraming

2022

2023

2024

Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

Lasten

6.880

7.493

7.769

7.310

6.118

5.975

 

Baten

-4.256

-5.436

-3.752

-3.752

-3.752

-3.652

Saldo

 

2.624

2.056

4.018

3.558

2.366

2.323

Gemeentelijk vastgoed

Lasten

27.694

34.228

25.111

15.146

14.077

14.435

 

Baten

-23.766

-24.832

-31.662

-16.538

-16.120

-16.952

Saldo

 

3.928

9.396

-6.551

-1.392

-2.043

-2.517

Wonen

Lasten

416

703

383

383

383

383

 

Baten

-3

0

0

0

0

0

Saldo

 

413

703

383

383

383

383

Energietransitie

Lasten

294

5.247

1.071

315

-448

-600

 

Baten

0

-3.150

0

0

0

0

Saldo

 

294

2.097

1.071

315

-448

-600

Programma

Lasten

35.284

47.670

34.334

23.154

20.130

20.193

 

Baten

-28.024

-33.419

-35.414

-20.290

-19.872

-20.604

Saldo van baten en lasten

 

7.260

14.252

-1.079

2.864

258

-410

Reserves

Toevoeging

16.319

15.577

12.054

7.095

7.478

7.940

 

Onttrekking

-18.510

-26.517

-8.033

-7.106

-5.721

-5.266

Mutaties reserves

 

-2.191

-10.940

4.022

-11

1.757

2.675

Resultaat

 

5.069

3.311

2.942

2.853

2.015

2.264

Budgettaire ontwikkelingen
De daling van de lasten en/of de stijging van de baten worden onder andere veroorzaakt door de indexering van budgetten, doorrekening van de kostenverdeelstaat en de kapitaallasten die zijn berekend vanuit het meerjareninvesteringsplan 2021-2024. Beleidswijzigingen met financiële consequenties worden hierna per beleidsterrein toegelicht.

Beleidsterrein 6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

In 2021 zijn de begrote lasten binnen dit beleidsterrein afgerond 250.000 hoger dan in 2020. Deze verhoging komt tot stand doordat enerzijds budgetten in 2021 zijn verlaagd (180.000) en anderzijds zijn er budgetten verhoogd (430.000).

De volgende budgetten zijn in 2021 verlaagd ten opzichte van 2020:

  • een exploitatiebijdrage aan investeringen die in 2020 incidenteel is begroot bij investeringen gebiedsvisies diverse projecten (80.000);
  • in 2020 is voor het laatste jaar een subsidie opgenomen voor jaar van het dak (60.000);
  • in 2020 is 50.000 begroot voor planschade als gevolg van een planologische wijziging (op initiatief van de gemeente).

Onderstaande budgetten zijn in 2021 verhoogd ten opzichte van 2020:

  • een exploitatiebijdrage aan investeringen die in 2021 incidenteel is begroot bij invoering Omgevingswet (230.000);
  • vanaf 2021 zijn de kapitaallasten behorende bij de investering van 640.000 voor de initiele aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet opgenomen in de begroting (130.000);
  • vanaf 2021 zijn kapitaallasten behorende bij de investering van 325.000 voor vervanging BARS opgenomen in de begroting (70.000 ).

De begrote baten zijn in 2021 1,7 miljoen lager dan in 2020 als gevolg van het begroten van lagere bouwleges (1,4 miljoen). In 2020 is een incidentele opbrengst begroot van 250.000 voor de uitbreiding van de Humanities Campus. De gemeente ontvangt middels de overeen te komen anterieure overeenkomst deze bijdrage van de Universiteit Leiden.

Beleidsterrein 6B Gemeentelijke gronden en gebouwen

Het beleidsterrein Gemeentelijke gronden en gebouwen bestaat uit de prestaties:

  • Voeren van een erfpachtbedrijf
  • Opstellen Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2020 en Vermogensbeheer Grondexploitaties 2020 – 2024
  • Exploiteren van gemeentelijke gebouwen

De stijging in baten (6,8 miljoen) en de daling in lasten (9,1miljoen) worden voor een groot gedeelte veroorzaakt door de verschillen in jaarschijven van de onderliggende grondexploitaties/projecten zoals opgenomen in de prestatie ‘Opstellen Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2020 en Vermogensbeheer Grondexploitaties 2020-2043’. De plankosten van de uit te voeren werkzaamheden en opbrengsten middels (grond)verkopen zijn jaarlijks niet constant. Deze verschillen hebben geen effect op het begrote resultaat van Programma 6 omdat het saldo van elke jaarschijf via het onderhanden werk naar de balans wordt geboekt. De daling van de lasten bij prestatie Voeren erfpachtbedrijf, Opstellen Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2020 en Vermogensbeheer Grondexploitaties 2020-2024 en Exploiteren van gemeentelijke gebouwen wordt ook veroorzaakt door 9,4 miljoen minder incidentele exploitatie-bijdragen aan kredieten in 2021, hetgeen wordt gecompenseerd door een lagere onttrekking aan verschillende reserves voor hetzelfde bedrag.

Daarnaast leiden onderstaande mutaties tot aanzienlijke materiele verschillen binnen dit beleidsterrein voor de Programmabegroting 2021:

  • daling lasten grondexploitatie algemene dienst met 4,7 miljoen als gevolg van incidentele budgetten in 2020 (Onderhandelaarsakkoord Ons Doel);
  • stijging baten grondexploitatie algemene dienst met 3,2 miljoen als gevolg van hogere opbrengsten van incidentele grondverkopen;
  • prognose resultaat project verkoop gemeentelijk vastgoed is in 2021 0,6 miljoen lager dan in 2020.

Beleidsterrein 6C Wonen

De daling in lasten in 2021 ten opzichte van 2020 van 0,3 miljoen binnen het beleidsterrein Wonen wordt veroorzaakt door een exploitatiebijdrage aan investeringen die in 2019 incidenteel is begroot bij lokaal volkshuisvestingsbeleid (uitvoering nota wonen).

Beleidsterrein 6 D Energietransitie

In 2021 zijn de begrote lasten binnen dit beleidsterrein 4,2 miljoen lager dan in 2020. Dit heeft een aantal redenen. Zo is in het Financieel perspectief duurzame stad (FPDS) voor aanvullende bekostiging taakstellend 0,6 mln. opgenomen. Dit betreft onder andere inkomsten die de gemeente wil gaan verwerven uit kostenverhaal bij particuliere ontwikkelaars en rijksbijdragen voor uitvoering klimaatakkoord. Daarnaast is voor energietransitie en warmtevisie in 2020 incidenteel 0,3 mln. opgenomen. Voor het onderdeel aardgasvrije stad is in 2020 incidenteel 3,3 miljoen begroot. Hiervan is 0,2 mln. beschikbaar voor energietransitie Leiden ZuidWest. Middels de 'Verordening duurzaamheidsvoucher Leiden 2020' is 3,1 mln. beschikbaar voor woningeigenaren die energiebesparende maatregelen willen gaan uitvoeren (Regeling Reductie Energie). In het kader van de Regeling Reductie Energie (RRE) heeft de gemeente Leiden samen met de gemeenten Kaag en Braassem, Voorschoten, Leiderdorp, Nieuwkoop, Oegstgeest en Zoeterwoude een aanvraag ingediend bij het ministerie van BZK. In 2019 is een positieve beschikking ontvangen van 3,1 mln. voor de zeven gemeenten om in het kader van de RRE uitvoering te kunnen geven aan deze regeling.

Reserves

Reserves programma 6
bedragen x 1.000,-

 

Rekening
2019

Begroting
2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Reserve grondexploitaties P6

Toevoeging

6.737

7.266

8.392

3.247

3.505

4.005

 

Onttrekking

-11.811

-9.629

-988

-988

-988

-988

Saldo

 

-5.074

-2.363

7.404

2.259

2.517

3.017

Reserve bovenwijkse voorz. Grondbedr. P6

Toevoeging

500

231

0

0

0

0

 

Onttrekking

-3

-199

-40

-40

-40

0

Saldo

 

497

32

-40

-40

-40

0

Reserve afkoopsommen erfpacht

Toevoeging

2.012

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-1.479

-1.494

-1.508

-1.508

-1.508

-1.508

Saldo

 

533

-1.494

-1.508

-1.508

-1.508

-1.508

Reserve afkoop adm.kst. Erfpacht

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-4

-3

-3

-3

-3

-3

Saldo

 

-4

-3

-3

-3

-3

-3

Egalisatiereserve inkomsten bouwleges P6

Toevoeging

1.659

1.500

0

0

0

0

 

Onttrekking

-500

-325

-1.664

0

0

0

Saldo

 

1.159

1.175

-1.664

0

0

0

Reserve sociale huurwoningen

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-122

-344

0

0

0

0

Saldo

 

-122

-344

0

0

0

0

Reserve herstruct. Woongebieden Portaal

Toevoeging

0

31

31

31

31

31

 

Onttrekking

0

0

0

0

0

0

Saldo

 

0

31

31

31

31

31

Reserve strategische aankopen

Toevoeging

155

155

155

155

155

155

 

Onttrekking

-1.180

-619

-100

-100

-100

-100

Saldo

 

-1.026

-464

54

54

54

54

Reserve Leids uitvoeringspr LUBO 2016 P6

Toevoeging

128

128

0

0

0

0

 

Onttrekking

-1.477

-2.664

0

0

0

0

Saldo

 

-1.349

-2.536

0

0

0

0

Reserve herstruct.woongebieden SvZ&V

Toevoeging

0

402

8

8

8

8

 

Onttrekking

0

-414

0

0

0

0

Saldo

 

0

-12

8

8

8

8

Reserve herstruct.woongebieden Ons Doel

Toevoeging

38

49

49

49

49

49

 

Onttrekking

0

-4.710

0

0

0

0

Saldo

 

38

-4.661

49

49

49

49

Reserve risico's projecten in uitvoering

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-97

0

0

0

0

0

Saldo

 

-97

0

0

0

0

0

Reserve Stedelijke Ontwikkeling P6

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-61

-709

0

0

0

0

Saldo

 

-61

-709

0

0

0

0

Res. Leefbaarh.projecten in de wijken P6

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-108

-132

0

0

0

0

Saldo

 

-108

-132

0

0

0

0

Reserve gsb-middelen ISV/EZ P6

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

0

-79

0

0

0

0

Saldo

 

0

-79

0

0

0

0

Reserve herontw. Stationsgebied eo

Toevoeging

1.000

1.150

0

0

0

0

 

Onttrekking

-491

-467

0

0

0

0

Saldo

 

509

683

0

0

0

0

Reserve parkeren P6

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-26

-26

-26

-26

-26

-26

Saldo

 

-26

-26

-26

-26

-26

-26

Reserve economische impulsen Kennisst P6

Toevoeging

0

256

0

0

0

0

 

Onttrekking

-59

0

0

-1.060

0

0

Saldo

 

-59

256

0

-1.060

0

0

Res.bedr.voer.plankosten P6

Toevoeging

0

68

0

0

0

0

 

Onttrekking

0

0

0

0

0

0

Saldo

 

0

68

0

0

0

0

Res.bereikbaarheidsprojecten P6

Toevoeging

321

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

0

0

0

0

0

0

Saldo

 

321

0

0

0

0

0

Reserve Duurzame Stad P6

Toevoeging

3.770

4.341

3.420

3.606

3.731

3.693

 

Onttrekking

-1.091

-4.704

-3.703

-3.380

-3.055

-2.640

Saldo

 

2.679

-363

-282

225

676

1.053

Reserves programma 6

 

-2.191

-10.940

4.022

-11

1.757

2.675

Reserve Grondexploitaties P6

De reserve Grondexploitaties wordt deels gevoedt via bestemming bij de jaarrekening, door positieve resultaten

van grondexploitaties, verkoopopbrengsten van panden, het resultaat op erfpacht en vrijval voorziening onderhoud gemeentelijk vastgoed. Voor 2021 is een storting voorzien van 8.391.819.

In 2021 is een onttrekking voorzien van 987.907, bestaande uit:

  • een storting van 100.000 in de reserve Strategische aankopen;
  • rente effect grondexploitaties 88.759;
  • beheerskosten strategisch vastgoed 300.000;
  • resultaat erfpacht 499.148.

Reserve Bovenwijkse voorzieningen Grondbedrijf

Voor 2021 is een onttrekking voorzien van 40.000 voor inzet regionaal architectuur platform.

Reserve Afkoopsommen erfpacht

De ontvangen afkoopsommen erfpachtcanon worden aan de reserve toegevoegd. In 2021 is een onttrekking

voorzien van 1.508.000 als gevolg van resultaat regulier erfpacht, herziene erfpachtexploitaties en

afkoopsommen erfpacht.

Reserve afkoop administratiekosten Erfpacht

De ontvangen afkoopsommen administratiekosten worden aan de reserve toegevoegd. Jaarlijks valt een

evenredig deel van de reserve vrij. In 2021 is een reguliere vrijval voorzien van 3.000.

Reserve Inkomsten bouwleges

Voor 2021 is een onttrekking voorzien van 1.664.400 voor dekking kosten Omgevingswet.

Reserve Herstructurering woongebieden Portaal

In 2021 is een storting voorzien van 31.354 als gevolg van een dotatie conform geldend rentepercentage

(raamovereenkomst Portaal).

Reserve Strategische aankopen

De structurele voeding uit de Reserve Grondexploitaties betreft een bedrag van 100.000 en een jaarlijkse

rentedotatie van 54.605 (Morsweg 1). Daarnaast is een onttrekking voorzien van 100.460 als gevolg van

dekking kapitaallasten Morsweg 1.

Reserve Herstructucturering woongebieden SvZ&V

Conversie van erfpachtovereenkomsten en jaarlijkse rentedotatie. In 2021 is voorzien om conform het geldend

rentepercentage 7.758 te storten (Conform raamovereenkomst DSZ&V).

Reserve Herstructurering woongebieden Ons Doel

In 2021 is een storting voorzien van 48.551 conform het geldend rentepercentage.

Reserve Parkeren P6

In 2021 is een onttrekking voorzien van 26.000 voor beheerskosten parkeerplaatsen Houtkwartier.

Reserve Duurzame stad P6

In 2021 wordt 3.420.323 gestort in de reserve. Deze voeding bestaat uit een dotatie van 3 miljoen zoals

afgesproken in het beleidsakkoord en uitgewerkt in de Kaderbrief 2019-2022, een dotatie van 522.406 als

gevolg van vrijval kapitaallasten vanuit het Integraal Waterketenplan en een dotatie van 630.000 als gevolg van hogere parkeerinkomsten. Daarnaast wordt de storting verlaagt ter hoogte van de kapitaallasten behorende bij investeringen vanuit het Financieel perspectief duurzame stad. Voor 2021 zijn de kapitaallasten 732.083.

De voorziene onttrekking in 2021 bedraagt 3.702.625. Binnen het Financieel perspectief duurzame stad is

per thema een besteding voorzien. Voor 2021 betreft dit voor het thema Verstedelijking 645.125, voor het

thema duurzame mobiliteit 350.000, voor het thema energietransitie 1.577.500, voor het thema klimaatadaptatie en biodiverse vergroening 555.000 en voor het thema circulaire economie 575.000.

Investeringen

Prestatie

Omschrijving prestatie

Omschrijving investering

Categorie

Nieuw / vervanging

Bijdrage derden/ reserves

2021

2022

2023

2024

06A201

Behandeling verzoeken omgvergunningen

Openbare ruimte Humanities Campus

Maatsch.

N

694

-

1.076

-

-

06B103

Exploiteren van gemeentelijke gebouwen

Verduurzaming vastgoed fase 2 IP

Econ.

N

-

2.072

-

-

-

 

Totaal programma 6

   

694

2.072

1.076

-

-

Bedragen * 1.000

In bovenstaand overzicht staan de investeringen zoals deze zijn opgenomen in het investeringsplan 2021-2024. In paragraaf 4.2.2 Investeringen wordt de ontwikkeling van de kapitaallasten toegelicht en staat een overzicht met te voteren kredieten.

Subsidies

 

subsidiestaat 2020

subsidiestaat 2021

Subsidie saldo

1.723.342

166.619

­Het volledige subsidie-overzicht is opgenomen in paragraaf 3.2.8 subsidies.

Voorgestelde bezuinigingen eerste begrotingswijziging

Hieronder is een overzicht van de voorgestelde bezuinigingen op dit programma opgenomen. Voor een toelichting op deze voorstellen verwijzen wij naar de het raadsvoorstel 1e begrotingswijziging 2021, dat afzonderlijk aan de raad is aangeboden, tegelijkertijd met deze begroting.

Programma

nr.

Onderwerp

pfh

2023

2024

Stedelijke ontwikkeling

19

Energiepark: herzien noodzaak nieuwe voorzieningen.

F. Spijker

 

196.000

 

20

In geval van een omgevingsvergunning na handhaving 15% extra bouwleges opleggen.

F. Spijker

25.000

25.000

Totaal Stedelijke ontwikkeling

 

25.000

221.000