Programmabegroting 2022

Stedelijke ontwikkeling

Programmanummer

 

6

Commissie

 

Stedelijke Ontwikkeling

Portefeuille(s)

 

Duurzame Verstedelijking, Ruimte & Wonen
Bestuur, Veiligheid en Handhaving

De missie van het programma Stedelijke ontwikkeling luidt:
De gemeente Leiden staat voor een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de beschikbare, schaarse ruimte van stad en regio die gericht is op een kwalitatief hoogwaardige woon-, werk- en leefomgeving voor iedereen.

Inleiding

De begroting 2022 is de laatste begroting van dit college en het beleidsakkoord ‘Samen maken we de
Stad’. In dat beleidsakkoord is de term ‘duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd. Duurzame verstedelijking houdt in dat woningbouw daar en zodanig plaatsvindt, dat zij tegelijkertijd bijdraagt aan een verbetering van de leefbaarheid en duurzaamheid van de stad. Bijvoorbeeld doordat woningbouw een ruimtelijke kwaliteitsimpuls geeft aan een buurt, het draagvlak voor missende voorzieningen vergroot, en/of tot meer menging van verschillende woonsegmenten leidt en daarmee inclusiviteit bevordert. Of door woningbouw te concentreren in de nabijheid van HOV, zodat verstedelijking bijdraagt aan de gewenste ‘modal shift’. Kortom, we hanteren een integrale benadering voor de fysieke ontwikkeling van de stad, waarbij we proberen zoveel mogelijk maatschappelijke opgaven mee te pakken.

In de Verstedelijkingsnotitie uit 2018 en daarna ook de Omgevingsvisie 2040 is een zevental ‘potentiegebieden’ benoemd, zoals de Spoorzone (waar het Stationsgebied onder valt), de Lammenschansdriehoek en het Werninkterrein. Niet alleen landt het overgrote deel van onze woningbouwopgave voor de periode 2017 – 2030 (8.500 woningen en 2.700 studenteneenheden) in deze zeven gebieden, maar ook de uitgangspunten van duurzame verstedelijking komen met name hier tot uiting. Alhoewel ook bij kleinere projecten wordt gezocht naar koppelkansen, hebben deze zeven gebiedsontwikkelingen de schaal om bijvoorbeeld draagvlak te bieden voor een ingrijpende herinrichting van het omliggende openbaar gebied of voor de plaatselijke uitbreiding van het stadsverwarmingsnet.

In deze collegeperiode is veel bereikt, mede dankzij deze focus op duurzame verstedelijking in de potentiegebieden. We liggen op schema om de bovengenoemde woningbouwopgave te realiseren. Er zijn ontwikkelperspectieven opgesteld (Zuid-West en De Mors) of in voorbereiding (Noord). Voor (onderdelen van) sommige potentiegebieden zijn gebiedsvisies opgesteld (zoals voor de Schipholweg, het Vondelkwartier, het Stationsgebied en het Werninkterrein) en over veel projecten heeft besluitvorming plaatsgevonden. Ook zijn kaders ontwikkeld voor onder andere groen, parkeren en duurzaamheid en is de integrale beleidsontwikkeling verbeterd. En ook op energietransitie is maximaal ingezet.

In 2022 wordt deze lijn voortgezet; de komende jaren investeren we volop in de stad. We blijven
werken aan een groener, gezonder en duurzamer Leiden met goede voorzieningen en betaalbare
woningen. Een stad voor iedereen die in Leiden wil wonen en werken. Een leefbare en toegankelijke
stad met veel aandacht voor kennis, cultuur en historie. We willen dat alle Leidenaren meedelen en
meedoen in het succes van de stad. We voegen kwaliteit in de openbare ruimte,
voorzieningen en woningen toe, met oog voor leefbaarheid en het vestigingsklimaat in stad en wijken. Kortom, we gaan door met ‘duurzame verstedelijking’.

Bij grote projecten en gebiedsontwikkelingen hebben we veel aandacht voor participatie door uitnodigend te zijn en vooraf helder over de kaders en verwachtingen. We opereren transparant en maken inzichtelijk op welke manier we uiteindelijk alle belangen afwegen in besluitvorming. Daarbij maken we gebruik van producten die de Omgevingswet ons biedt, zoals de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De raad heeft hierbij een belangrijke kaderstellende en toetsende rol.

Om onze doelen op het gebied van duurzame verstedelijking en dienstverlening te halen werken we in 2022 verder aan integraal en opgavegericht beleid en ruimtelijke ontwikkeling van regio, stad en gebieden. Dat sluit goed aan op de Omgevingswet, die extra aandacht vraagt voor de kwaliteit van onze leefomgeving. Met de Omgevingsvisie en drie Ontwikkelperspectieven zorgt de gemeenteraad voor richtinggevende kaders in beleids- en planvorming. De uitwerking van doelen gebeurt in diverse uitvoeringsprogramma’s en projecten in de stad. Door het Leids Omgevingsplan op te bouwen met duidelijke juridische kaders die ruimte bieden voor de gewenste activiteiten, stuurt de gemeenteraad op samenhang en houdt grip op ontwikkelingen. Dit vraagt om slimme oplossingen voor grote en kleinere opgaven in onze mooie stad, waar de ruimte dikwijls beperkt is. Op weg naar 2040 moeten we keuzes maken. Samen met bewoners, ondernemers, maatschappelijk partners, andere overheden en private partijen, creëren we nieuwe kansen en bouwen we aan een toekomstbestendige stad.
In 2020 is een programmeur duurzame verstedelijking aangesteld. Deze draagt bij aan de monitoring van de voortgang op verschillende beleidsdoelstellingen uit de Omgevingsvisie, bijvoorbeeld door de Monitor Woningbouwprojecten bij te houden. Op basis van deze monitor wordt halfjaarlijks de Rapportage Monitor Woningbouw opgesteld en aan de raad aangeboden en er komt een openbare, online bouwkaart beschikbaar. Op basis van de signalen uit die monitoring adviseert de programmeur over bouwprogramma’s in nieuwe gebiedsontwikkelingen, over bijsturing in lopende projecten, over de prioritering van projecten ten opzichte van elkaar en over de jaarlijkse actualisatie van het Financieel Perspectief Duurzame Stad. Daarin maken we inzichtelijk hoe de middelen uit de reserve Duurzame Stad toebedeeld worden aan de ambities op gebied van verstedelijking, energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en duurzame mobiliteit.
Voor de implementatie van de Omgevingswet in Leiden is 2022 het cruciale transitiejaar. Op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 juli 2022 moeten gemeenteraad, college én organisatie kunnen werken met de wet en het nieuwe digitale Omgevingsloket. We geven initiatiefnemers meer inzicht in de geldende regels in delen van de stad. We zorgen dat onze dienstverlening bij de overgang naar het nieuwe stelsel soepel doorgaat. Dit betreft ook het vergunningverleningsproces, en toezicht en handhaving van het gebruik van de bebouwde ruimte. Daarbij bereiden we ons voor op de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) die eveneens per 1 juli 2022 in werking treedt.

Financiën Omgevingswet.
Het implementatiebudget voor de Omgevingswet in Leiden telt drie tranches. Tot nu toe zijn twee tranches via de begroting toegekend. De eerste was voor de periode 2016-2020; de tweede voor de jaren 2021-2022. Besluitvorming voor de derde tranche wordt voorbereid voor de begroting/kaderbrief 2023 en verder. Vanwege vele (landelijke) onzekerheden was vooruitkijken tot nu toe niet goed mogelijk. In 2022 geven we - naast de initiële implementatiekosten - ook een doorkijk naar de structurele effecten van de Omgevingswet voor de exploitatie. Deze business case omvat ook borging, doorontwikkeling en beheer van de Omgevingswet-producten en eventuele consequenties voor leges. De financiële impact hangt mede af van keuzes over de rol van de raad en de gewenste mate van (de)regulering en dienstverlening. Uit landelijk onderzoek van de VNG is inmiddels gebleken dat werken met de Omgevingswet vooralsnog niet zonder meer leidt tot vereenvoudiging en/of kostenbesparing. De structurele lasten per gemeente blijken afhankelijk van keuzes in beleid en regelgeving. Werken volgens de Omgevingswet vraagt nieuwe besluitvormingsprocessen en expertise bij onder meer de teams Ruimtelijke Ontwikkelingen en Vergunningen. De snelheid waarmee we het Omgevingsplan ontwikkelen wordt mede bepaald door de tijd, capaciteit en budgetten in zowel de programma als lijnorganisatie.

Gevolgen niet volledig toekennen aanleveringen kadernota
In de Kaderbrief 2021-2025 heeft het college besloten om – gezien de gemeentebrede financiële opgave die voorligt – een deel van de claims voor extra capaciteit / het terugdraaien van taakstellingen voor de helft in te vullen. Voor het andere deel heeft het college besloten om richting de programmabegroting scherpere keuzes te maken over de taken die binnen de beschikbare capaciteit wél en niet kunnen worden opgepakt. In de kaderbrief is opgenomen dat het college de raad hierover in de Programmabegroting 2022 rapporteert. Hierna wordt ingegaan op de specifieke onderwerpen.

Toezicht en handhaving verkamering
Bij kaderbrief is de extra capaciteit voor het uitvoering van vergunning, toezicht en handhaving met voor de
helft gehonoreerd. Voor de korte termijn levert dit niet direct een probleem op. Door
juridische onvolkomenheden in de (landelijke) regelgeving zal er sprake zijn van tijdelijke standstill in de
uitvoering van dit project. Hoewel wij blijven investeren in het in beeld krijgen en houden van de verkamerde
panden, zal de daadwerkelijke handhaving gepauzeerd moeten worden totdat de onvolkomenheden zijn
gerepareerd. De toezichtscapaciteit die speciaal hiervoor is uitgebreid, zal tijdelijk worden ingezet in normale bouwtoezicht en bij het project leegstand. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt, lijkt het ons niet verstandig om deze, door ons zelf opgeleide toezichthouders, nu te laten gaan.
Zodra de regelgeving weer op orde is, zullen wij onze prioritering weer aanpassen en zal het toezicht en de handhaving van verkamerde panden weer bovenaan onze prioriteitenlijst komen te staan. Daarnaast moeten we rekening blijven houden met extra juridische advieskosten rondom het verkameringsbeleid.

In het tweede hoofdstuk over de hoofdlijnen van de financiële positie van de gemeente is al een toelichting opgenomen over de capaciteit van de teams Ontwerp en Mobiliteit (uitbreiding beleidscapaciteit en formatie verkeersregie) en Ruimtelijke Ontwikkeling (uitbreiding juridische capaciteit) waarvoor een aanmelding was gedaan voor een bedrag van 850.000 in de jaren 2019 en 2020 en 935.000 structureel vanaf 2021. Deze uitbreiding van de capaciteit was noodzakelijk voor de grote opgaven met betrekking tot de bereikbaarheidsopgaven (inclusief verkeersmanagement) en ruimtelijke initiatieven die de verstedelijkingsopgaven met zich mee bracht.
In het besluit over de Kaderbrief 2019 is hiervoor een taakstelling opgenomen die deels in ingevuld. Vanaf 2021 is dit niet meer realiseerbaar door de hoge werkdruk. Verder bezuinigingen leidt tot kwaliteitsverlies van de vergunningverlening en de dienstverlening naar burgers toe. Voorgesteld wordt om vanaf 2022 de taakstelling op het verminderen van inzet op bouwplantoetsing te schrappen. Voor exactere gegevens verwijzen wij naar het genoemde hoofdstuk 2.

Beleidsterrein 6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

Op basis van de kaders van de Omgevingsvisie Leiden 2040 en bijbehorende OmgevingsEffectRapportage (OER) wordt in 2022 verder vorm gegeven aan het beleid met betrekking tot de fysieke leefomgeving van de stad. Het college wil voortvarend werken aan een duurzame stad waar goede woon-, werk- en leefruimte is voor alle Leidenaren. Om de doelen bij dit beleidsterrein te halen wordt gewerkt aan ontwikkelperspectieven, gebiedsvisies, regionale samenwerking, bestemmingsplan en/of omgevingsplan, ruimtelijke kwaliteit en een goede inwerkingtreding van de Omgevingswet, inclusief het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Bij dit beleidsterrein horen ook de adequate behandeling van omgevingsvergunningen, inclusief goed vooroverleg, en toezicht en handhaving op veilig gebruik van de bebouwde ruimte.

Doelen en prestaties bij 6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

Doel

Prestaties

6A1 Toedelen van Ruimte

6A1.1 Opstellen kaderstellende visies voor de ruimtelijke ontwikkeling van regio, stad en stadsgebieden

6A1.2 Stimuleren ruimtelijke initiatieven en ruimtelijke kwaliteit

6A1.3 Opstellen en actualiseren ruimtelijk instrumentarium

6A1.4 Implementatie Omgevingswet

6A2 Ruimtelijke kwaliteit van de bebouwde ruimte

6A2.1. Behandelen verzoeken om omgevingsvergunning

6A2.2. Het voeren van vooroverleg

6A3 Veilig bouwen en veilig gebruiken van bebouwde ruimte

6A3.1 Toezicht en handhaving op veilig bouwen en gebruiken

Prestatie 6A1.1 Opstellen kaderstellende visies voor de ruimtelijke ontwikkeling van regio, stad en stadsgebieden
In 2022 staan gebruik, onderhoud en actualisatie van de Omgevingsvisie Leiden 2040, Ontwikkelperspectieven en onze regionale ontwikkelagenda centraal. We houden in de gaten of we de ambities en doelen halen en sturen zo nodig tijdig bij. Ze vormen het richtinggevende kader voor diverse prestaties in deze gemeentebegroting.

De Omgevingsvisie Leiden 2040 (vastgesteld eind 2021) is de komende twee decennia het wettelijke integrale en richtinggevend kader voor alle beleid en ontwikkelingen met betrekking tot de fysieke leefomgeving in de stad. Deze versie is aangevuld met beleid op het gebied van mobiliteit, bodem, economie, energie etc. De bijbehorende OmgevingsEffectRapportage (OER) beschrijft de kansen en risico’s en omgevingseffecten van beleidskeuzes. De Omgevingsvisie is het integrale afwegingskader om Leidse vraagstukken in samenhang op te pakken en (sneller) keuzes te maken. We werken onze keuzes uit in concrete beleidsmaatregelen en projecten. De Omgevingsvisie is dus een structureel nieuw beleidsproduct; een dynamisch document dat naar aanleiding van nieuwe inzichten de komende jaren wordt doorontwikkeld en geactualiseerd.

Om de doorwerking van de ambities en doelstellingen uit de Omgevingsvisie in beleid en projecten te volgen werken we in 2022 aan een monitoringsplan voor de staat van de fysieke leefomgeving. Zo volgen we of de ontwikkelingen passen bij de gewenste richting van de stad. Wanneer de haalbaarheid van beleidsdoelen of de ontwikkeling van de stad in het gedrang komt, kan er tijdig worden bijgestuurd . En we kunnen verbanden leggen met het Financieel Perspectief Duurzame Stad. Om de Omgevingsvisie te kunnen actualiseren moeten we deze vanaf medio 2022 digitaal kunnen ontsluiten in het nieuwe Omgevingsloket . We moeten voldoen aan nieuwe standaarden voor digitaal publiceren van omgevingsdocumenten onder de Omgevingswet, namelijk de Standaard officiële publicaties (STOP) en de Toepassingsprofielen (TPOD). Zo maken we ons beleid met betrekking tot de fysieke leefomgeving naar verwachting op een moderne manier vindbaar en toegankelijk.

Eind 2021 is het derde Ontwikkelperspectief vastgesteld als gebiedsgerichte uitwerking van de Omgevingsvisie. Zuidwest, De Mors en Noord zijn wijken waar veel projecten al lopen en voor de toekomst op de planning staan. Opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en een meer inclusieve samenleving komen ook hier samen. De Ontwikkelperspectieven vormen in deze wijken voor zowel gemeente als particuliere initiatiefnemers het kader waarbinnen initiatieven uitgevoerd moeten worden.

Door regionale samenwerking in de ‘Regionale Omgevingsagenda 2040 - Aan de slag met Hart van Holland’ (2020) zien we Leiden nu als onderdeel van een breder ‘daily urban system’ waarin mensen wonen, werken en recreëren. De Strategische Agenda Ruimte die Holland Rijnland in 2021 aanbood aan gemeenteraden in en om Leiden biedt waardevolle handreikingen voor ruimtelijke afwegingsprocessen en agendering op de Landsdelige Regionale Omgevingsagenda Zuid-West en de Uitvoeringsagenda van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Regionale potentiegebieden voor versterking van de economie en de kwaliteit van de fysieke leefomgeving geven we in 2022 vervolg in het verstedelijkte gebied langs de as ESA-estec (Noordwijk) tot Heineken (Zoeterwoude) en we verdiepen de samenwerking met betrokken buurgemeenten.

Prestatie 6A1.2 Stimuleren ruimtelijke initiatieven en ruimtelijke kwaliteit
Aan nieuwe ruimtelijke initiatieven in de stad werken we graag mee. Bij een plan in de idee- of
schetsfase dat niet binnen het bestaand beleid of een bestaand bestemmingsplan past kijken we of
we dit initiatief kunnen faciliteren. Dat gebeurt alleen als het initiatief bij de ambities en doelstellingen van de stad past. Als een initiatief kansrijk wordt geacht en past binnen de omgeving
kan zo’n initiatief in aanmerking komen voor een vervolgaanpak en verdere uitwerking. De
beoordeling van deze initiatieven vindt plaats op hoofdlijnen op basis van de afspraken in het
beleidsakkoord. Ambtelijke capaciteit zetten we vooral in voor projecten in de verstedelijkings potentiegebieden, zoals benoemd in de verstedelijkingsnotitie, voor grootschalige woningbouw en daar waar we werk met werk kunnen maken.

Onder de noemer stimulering ruimtelijke kwaliteit vallen beleid en acties die betrekking hebben op de
beleving van de leefomgeving. In de praktijk betreft dit met name de aspecten welstand, beeldkwaliteit
en architectuur. De gemeente heeft met het Rijnlands Architectuur Platform (RAP) een subsidierelatie.
In de kaderbrief 2020-2023 is opnieuw voor een periode van 4 jaar subsidie toegekend aan het RAP.
Ten opzichte van de periode daarvoor is de subsidie verhoogd waardoor het RAP nog beter in staat
zal zijn om vanaf 2020 met een goed programma de belangstelling voor architectuur en leefomgeving
voor een breed publiek in de regio te stimuleren. Het programma van het RAP voor 2022 wordt in het najaar 2021 nader bepaald.
Als doorwerking op de Omgevingsvisie wordt een kwaliteitstoets voor hoogbouw opgesteld, waarmee nauwkeuriger op de kwalitatieve aspecten van inpassing van hoge gebouwcomplexen gestuurd kan worden.
Vanuit de gemeente blijven wij ons nadrukkelijk bezighouden met de ruimtelijke kwaliteit van de stad en zo mogelijk met de selectie van architecten bij grotere/belangrijkere ruimtelijke ontwikkelingen.

Prestatie 6A1.3 Opstellen en actualiseren ruimtelijk instrumentarium
Implementeren van de Omgevingswet kost nog jaren tijd en aandacht. Dat geldt met name voor de transitie naar het Leids Omgevingsplan. Sectoraal beleid overzetten en integreren vraagt een intensief transitieproces dat kennis en tijd voor ontwikkeling vraagt. Hier worden wijzigingen vanuit lopende projecten bij ingevoegd. In 2022 zal de gemeenteraad naar verwachting het eerste wijzigingsbesluit op het dan geldende Omgevingsplan-van-rechtswege nemen.

Voor de volledige transitie hebben we volgens de Omgevingswet nog enkele jaren. De snelheid waarmee we onze Leidse aanpak ontwikkelen heeft grote invloed op de ruimte die we bieden voor ontwikkelingen en duurzame verstedelijking in delen van de stad. Van sectoraal beleid, vele bestemmingsplannen en losse gemeentelijke verordeningen, brengen we straks voor heel Leiden inhoudelijke besluitvorming samen in integrale producten. Redenerend vanuit de kaders in de Omgevingsvisie en drie Ontwikkelperspectieven, brengen we alle regels waar initiatiefnemers aan moeten voldoen vanaf 2022 stapsgewijs bijeen in één digitaal Leids Omgevingsplan. De wettelijke beleidscyclus van de Omgevingswet en het Leids planproces worden zorgvuldig op elkaar afgestemd, zoals beschreven in het Raadsvoorstel Bestuurlijke werkafspraken over de Omgevingswet: Werkwijzer Bestuur en Omgevingswet (RV 21.0087). Dit vraagt in 2022 nog wel oefening in de gemeentelijke organisatie én in de wijze van besluitvorming. 2022 is ook het jaar waarin we verder concretiseren met welke omgevingsprogramma’s uitvoering wordt gegeven aan de Omgevingsvisie Leiden 2040. Het kan gaan om nieuwe omgevingsprogramma’s of positioneren van bestaande (uitvoerings-)programma’s binnen de beleidscyclus van de Omgevingswet.

Het Leids Omgevingsplan heeft straks een ‘brede reikwijdte’. Alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving worden hier in opgenomen, ook bijvoorbeeld voor milieu, gezondheid, cultuurhistorie en evenementen. Dit geeft initiatiefnemers meer inzicht en vormt het toetsingskader bij omgevingsvergunningaanvragen. De juridische regels die voor een ieder bindend zijn zullen de komende jaren tegen het licht gehouden worden en opnieuw in samenhang (integraal) met elkaar worden vastgesteld. De raad stelde in 2021 uitgangspunten voor de ontwikkeling van dit integrale plan vast (RV 21.0056) over o.a. de balans tussen flexibiliteit versus (rechts)bescherming, en gebruik van open normen. Het complete Leidse Omgevingsplan moet op grond van de wet – vooralsnog – uiterlijk op 31 december 2029 zijn vastgesteld door de gemeenteraad. We bouwen dat jaarlijks in delen op via thema’s en/of gebieden. Om 2029 te halen starten we in 2022 en onderzoeken welke versnelling wenselijk is. Daarbij zullen we ook afwegen of bestaande regels voldoende kunnen worden aanpast aan de wettelijke eisen, dan wel dat het tijds- en kostenefficiënter is om beleidsdoelstellingen opnieuw te operationaliseren in regels en vergunningcriteria die digitaal raadpleegbaar en begrijpelijk zijn via het Omgevingsloket. De mate waarin ze publieksvriendelijk en toepasbaar gemaakt worden volgt onze visie op dienstverlening.

Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat automatisch het Omgevingsplan-van-rechtswege met bestaande regelgeving. Dit omvat de huidige bestemmingsplannen, de Verordening afvoer hemelwater en grondwater en een set regels in de zogenaamde ‘Bruidsschat’ (rijksregels die met de komst van de Omgevingswet overgeheveld worden naar gemeenten). We voegen daar gedurende de transitieperiode ook de nieuwe Verordening Fysieke Leefomgeving (1e en 2e tranche) aan toe en eventuele overige verordeningen. Bestaande regels en verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, die niet automatisch opgaan in het Omgevingsplan-van-rechtswege, blijven tot ze zijn overgezet van kracht.

Bestemmingsplannen waarvan het ontwerp bestemmingsplan voor 1 juli 2022 ter inzage is gelegd kunnen na de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog op basis van de Wro worden afgerond. Projecten waarvoor dit niet meer mogelijk is én nieuwe (toekomstige) projecten, zullen na de inwerkingtreding van de Omgevingswet de vorm krijgen van een wijzigingsbesluit. De gemeenteraad zal in dat geval per project het nieuwe Omgevingsplan op onderdelen wijzigen. Op deze manier zal er altijd sprake zijn van één up-to-date Leids Omgevingsplan.

Duurzaamheid is onder de Omgevingswet een van de onderwerpen waarover raad en college beleid en regels kunnen vaststellen. Het verbeteren en behouden van duurzaamheid kan bijvoorbeeld via het stellen van juridisch bindende publiekrechtelijke regels in het Omgevingsplan, via stimuleringsmaatregelen zoals via voorlichting of subsidie die gericht zijn op vrijwilligheid en via privaatrechtelijke overeenkomsten met projectontwikkelaars bij bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling. Van belang daarbij is te voorkomen dat een door opeenstapeling van eisen ontwikkelingen technisch of financieel onuitvoerbaar worden. Het is dus relevant om prioriteiten te stellen. Tevens moet gekeken worden naar de verhouding tussen de positieve effecten die maatregelen naar verwachting hebben en de kosten ervan. Bovendien moet het voorschrijven van oplossingen niet de toekomstige kansen belemmeren die voortschrijdende (technische) inzichten bieden. Jurisprudentie zal nog moeten uitwijzen welke eisen de raad echt via het Omgevingsplan kan afdwingen. Bij het vastleggen van duurzaamheidsbeleid in het Omgevingsplan ligt het voor de hand om vooraf goed af te stemmen met bewoners, projectontwikkelaars en deskundigen op het gebied van duurzaamheid.

Prestatie 6A1.4 Implementatie Omgevingswet
Implementatie van de Omgevingswet is gemeentebreed en vraagt om transitie om de kansen te kunnen benutten voor de stad. Het motto van de wet 'ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit' komt tot uitvoering via meerdere begrotingsprogramma’s en prestaties. De programmatische aanpak zoals in 2020 beschreven in de collegebrief Implementatie Omgevingswet (kenmerk Z/20/1508141) ondersteunt de organisatie bij de ontwikkeling van nieuwe beleidsproducten en werkwijzen. We volgen de 4 implementatielijnen die de raad eerder vaststelde. Het merendeel van de activiteiten uit 2021 loopt in 2022 door om te zorgen voor een soepele overgang bij inwerkingtreding van de wet. Periodiek wordt de raad over de voortgang geïnformeerd. Het betreft onder meer deze opgaven:

Lijn 1. Ruimte voor ontwikkelingen en waarborgen voor kwaliteit:

  • Werken met integrale, opgavegerichte kaders uit de Omgevingsvisie en Ontwikkelperspectieven voor beleid en projecten;
  • Stimuleren van een nieuwe werk- en bestuurspraktijk voor thematisch (uitvoerings)beleid en het planproces;
  • Werkende regels in het tijdelijk omgevingsplan-van-rechtswege stapsgewijs ontwikkelen tot Leids Omgevingsplan.

Lijn 2. Eigentijdse informatievoorziening en dienstverlening:

  • Vullen en testen van Omgevingsloket/Digitaal Stelsel Omgevingswet voor Leidse gebruik (vergunningcheck; indieningsvereisten; ontsluiten van actuele plannen);
  • Omgevingswetproof maken van het vergunningsproces in samenwerking met ketenpartners;
  • Stapsgewijs ontsluiten van (digitale) gemeentelijke informatie en data in het Omgevingsloket voor het Omgevingsplan;
  • Uitwerken van monitoringplan voor kaders en doelstellingen als onderdeel van de wettelijke beleidscyclus.

Lijn 3. Democratisch gelegitimeerde kaderstelling en besluitvorming:

  • Raadsleden en bestuurders helpen toerusten te werken volgens de Omgevingswet, incl. een besluit over adviesrecht bij omgevingsvergunningen die afwijken van het Omgevingsplan en participatieplicht bij bepaalde initiatieven.
  • Bijdragen aan een beter geïnformeerde stad: duidelijkheid over de werking van de Omgevingswet-producten

Lijn 4: Organisatieontwikkeling en met elkaar werken aan stapsgewijze verbetering

  • Werken met en in de geest van de Omgevingswet vraag kennisontwikkeling en een manier van werken die goed past bij de Leidse benadering ‘samen maken we de stad’

Prestatie 6A2.1. Behandeling verzoeken van omgevingsvergunningen
Behandelen van aanvragen van omgevingsvergunningen is een wettelijke taak van de gemeente. De
aanvragen behandelen we op een juridisch correcte, transparante wijze, binnen de wettelijke
termijnen. Zodra blijkt dat een aanvraag niet voldoet aan het geldende bestemmingsplan, beoordelen
we of we alsnog medewerking kunnen verlenen.
De invoering van de Omgevingswet per 1 juli 2022 heeft gevolgen voor de vergunningverlening.
Verkorting van wettelijke termijnen per juli 2022 vraagt om duidelijke regels, goede stroomlijning van
werkprocessen binnen de gemeente en samenwerking met regionale ketenpartners zoals de
omgevingsdienst. In voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet sluiten we de
vergunningprocessen aan op de eisen die de wet stelt, zodat werkprocessen klaar zijn
voor invoering.

De wetgever heeft nog steeds de bedoeling ook de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen op 1 juli
2022 in te voeren. Essentie van deze wet is dat de bouwtechnische toets en het bouwtechnische
toezicht van gemeenten overgeheveld gaat worden naar marktpartijen, in fasen. De eerste fase betreft
vooral kleine bouwwerken en seriematige grondgebonden nieuwbouwwoningen. Deze eerste fase zal
naar verwachting 3 jaar beslaan, waarna evaluatie van het wettelijk stelsel volgt. De impact van deze
eerste fase op de vergunningverlening in Leiden is vooralsnog beperkt.

Het in 2021 geïmplementeerde VTH softwarepakket is op de invoeringsdatum van de Omgevingswet
gereed voor de digitale communicatie met het nieuwe landelijke loket, de Landelijke Voorziening
Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De inpassing van het nieuwe pakket in de IT omgeving van de gemeente is een serieus probleem geweest, maar we hebben het punt bereikt dat de aanvragenstroom weer beheersbaar is. Dat is ook te danken aan de instroom van nieuwe medewerkers in 2021 die middels een intern opleidingstraject het vak van plantoetser aan het leren zijn. De raad is in 2021 enkele malen middels voortgangsrapportages ingelicht over deze IT problematiek. De arbeidsmarktsituatie is naar verwachting ook in 2022 voor deze functiegroepen fors overspannen. Dat houdt het risico in dat ook in 2022 onderbezetting moeilijk oplosbaar zal zijn en aanvragers toch nog langer op een besluit moeten wachten. De kosten van de vergunningverlening (en het bouwtoezicht) dekken we deels met de legesopbrengsten en deels vanuit de algemene middelen.

Prestatie 6A2.2 Het voeren van vooroverleg
Ook in 2022 voert de gemeente vooroverleg met initiatienemers van bouwplannen in de stad. Het
vooroverleg is een goed middel om de burger met een bouwinitiatief waarvan niet onmiddellijk valt aan
te geven dat de vergunningaanvraag kansrijk is, te begeleiden richting een vergunbare aanvraag. Of,
indien een vergunningaanvraag geen enkele kans van slagen heeft, hierover zo snel mogelijk
duidelijkheid te verschaffen.
Zo voorkomen we ook dat onnodig tijd en geld geïnvesteerd wordt in een onhaalbaar bouwplan, zowel
aan de kant van de burger met een bouwinitiatief als aan de kant van de gemeente. Het vooroverleg
biedt wat ruimer gelegenheid om reacties uit de omgeving van het bouwinitiatief in de planvorming te
betrekken dan na het indienen van een aanvraag. Een goed doorlopen vooroverleg met positief
resultaat biedt ook zicht op sneller kunnen vergunnen.
Het goed ingerichte vooroverleg is ook van betekenis voor de behandeling van aanvragen onder de
Omgevingswet. De nieuwe wet stelt de behandeltermijnen in alle gevallen op 8 weken. Dat is uiteraard
alleen haalbaar als veel voorbereidende werkzaamheden in de voorfase plaatsvinden.
De onder 6A2.1 benoemde IT problematiek heeft ook gevolgen gehad voor de afhandeling van vooroverleggen. De verwachting is dat in 2022 het vooroverlegproces weer op orde is en de instroom bijgehouden kan worden.
Overigens geldt ook voor deze gemeentelijke taak dat niet uit te sluiten valt dat in 2022 eventuele bezettingsproblemen lastig oplosbaar zullen zijn als gevolg van de enorme krapte op de arbeidsmarkt. Het risico is dan dat burgers en ondernemers met een bouwinitiatief geconfronteerd worden met langere behandeltermijnen.

Prestatie 6A3.1 Toezicht en handhaving op veilig bouwen en gebruiken
Op 1 juli 2022 treedt naar verwachting de eerste fase van Wet Kwaliteitsborging voor de bouw in werking, tegelijk met de Omgevingswet. Dat leidt tot wijziging van de technische toetsing en het technisch toezicht. Voor zover op dit moment bekend gaat het in de eerste fase voornamelijk om kleine bouwplannen en grondgebonden seriematige nieuwbouw. Bij dit type bouwplannen gaat de technische toetsing en het technisch toezicht naar marktpartijen. De gemeente controleert nog of toetsing heeft plaatsgevonden. De invoering van de tweede en derde fase is afhankelijk gemaakt van de praktijkresultaten in de eerste fase. Die resultaten worden 3 jaar na de invoeringsdatum verwacht.
In 2022 blijven wij conform het Leids toezicht protocol toezicht houden op de uitvoering van de Omgevingsvergunningen, mogelijk met een kleine bijstelling op het type bouwplannen dat in de eerste fase valt van de Wet Kwaliteitsborging voor de bouw per 1 juli 2022. Prioriteit blijft liggen op constructieve veiligheid, brandveiligheid en omgevingsveiligheid. Jaarlijks wordt een nadere prioritering vastgelegd in het uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving.

Beleidsterrein 6B Gemeentelijke gronden en gebouwen

De gemeente exploiteert en onderhoudt de gemeentelijke vastgoedportefeuille. Dit betekent dat zij verantwoordelijk is voor de verhuur, de doorbelasting van kosten en het (dagelijks en het langjarig) onderhoud van gemeentelijke gronden en gebouwen. De panden worden ingezet voor de huisvesting van organisaties die de gemeente beleidsmatig wil ondersteunen en voor de huisvesting van het ambtelijk apparaat. Ook omvat de portefeuille gebouwen die hun functie hebben verloren (bijvoorbeeld voormalige schoolgebouwen), panden die ooit zijn verworven ten behoeve van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen of objecten die bij de gemeente in bezit of beheer zijn als monument. De portefeuille wordt op professionele wijze geëxploiteerd en onderhouden, met inachtneming van de maatschappelijke betekenis die de panden of de gebruikers hebben voor Leiden. Panden die geen beleidsdoel dienen kunnen in principe worden afgestoten. Het definiëren welk vastgoed de gemeente in bezit wil behouden en wat kan worden verkocht, is een belangrijke beslissing en vereist een goede kennis van de portefeuille en van de gewenste beleidsdoelen. Het strategisch vastgoed is van belang om ontwikkelingen in de stad mogelijk te maken waarbij we als gemeente een rol van betekenis kunnen spelen.
Een kleinere portefeuille vergroot de financiële spankracht van de gemeente door (incidentele) verkoopopbrengsten en (structureel) lagere onderhoudskosten. Het langetermijnperspectief noodzaakt tot het maken van keuzes. Vanuit dit beleidsterrein denkt de gemeente na over de ontwikkelingsmogelijkheden van grond en vastgoed waardoor (maatschappelijke) waardecreatie wordt bereikt. Ook erfpachtconversie past daarbij, waarin door functiewijziging van panden (leegstaand kantoor krijgt een andere functie), erfpachtinkomsten worden gegenereerd.

Doelen en prestaties bij 6B Gemeentelijke gronden en gebouwen

Doel

Prestatie

6B1 Optimale exploitatie van gemeentelijke gronden en gebouwen

6B1.1 Voeren van een erfpachtbedrijf

6B1.2 Opstellen Meerjaren Perspectief Grondexploitaties en Vermogensbeheer Grondexploitaties

6B1.3 Exploiteren van gemeentelijke gebouwen

Prestatie 6B1.1 Voeren van een erfpachtbedrijf
De reguliere werkzaamheden binnen het erfpachtbedrijf betreffen het voeren van de administratie, het aanpassen en innen van de erfpachtcanon, het adviseren en het verstrekken van inlichtingen over erfpacht aan bijvoorbeeld aspirant kopers, erfpachters, notarissen en makelaars. Met het instrument erfpacht behoudt de gemeente ook privaatrechtelijk grip op ontwikkelingen, wat de mogelijkheid van sturing vergroot. Leiden biedt erfpachters van woningen en appartementen de mogelijkheid om de erfpachtgrond te kopen. Voor zakelijke erfpachtgronden (bedrijven, kantoren, garages, parkeerplaatsen e.d.) is het niet mogelijk om het bloot eigendom te verkrijgen.

Prestatie 6B1.2 Opstellen MPG en Vermogensbeheer grondexploitaties
Het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) 2022 is onderdeel van de jaarrekeningcyclus rekening 2021. In het MPG wordt verantwoording afgelegd over de lopende (en in voorbereiding zijnde) grondexploitaties.
Onderstaande tabel toont de grondexploitaties die in het MPG 2021 zijn opgenomen.

Tabel : Grondexploitaties MPG 2021

 

Projectnaam

MPG 2021

Grondexploitaties

4

Oude Rijnlocatie

BIE*

9

Lammenschansdriehoek

BIE

19

Groenoordhallen eo (Groenoordhallenterrein, Noord en bedrijven)

BIE

45

Stationsgebied - Rijnsburgerblok k1 t/m 5

BIE

73

Aalmarkt

BIE

77

Nieuweroord

BIE

Strategische gronden

45

Stationsgebied – overig (m.u.v. RBB)

MVA**

 

* Bouwgronden In Exploitatie

** Materiële vaste activa: "verhandelbaar" eigendom.

 

Het Vermogensbeheer Grondexploitaties 2022-2026 loopt samen op met de kaderbrief 2023. In deze rapportage worden de grondexploitatie gerelateerde stedelijke (her)ontwikkelingen, afgezet tegen de financiële spankracht van de gemeente. Het centrale onderdeel van het vermogensbeheer is de reserve Grondexploitaties. Er dient een sluitend perspectief van deze reserve te worden gepresenteerd voor de komende 5 jaar (2022-2026). De netto verkoopopbrengst uit verkoop van gemeentelijk vastgoed levert een bijdrage in de dekking van ruimtelijke ambities, zo ook het resultaat van het erfpachtbedrijf. Met het sluitend perspectief van de reserve Grondexploitaties en de daarbij behorende besluiten, doet het college een voorstel aan de gemeenteraad voor dekking van de ruimtelijke ambities. Voeding van de reserve Grondexploitaties vanuit projecten met een batig saldo wordt minder en ook de netto opbrengst uit de verkoop van gemeentelijk vastgoed. Aanvulling vanuit andere bronnen is noodzakelijk om de grote woningbouwopgave van Leiden te realiseren. Een opgave die bovendien veelal binnenstedelijk tegen hoge kosten moet worden opgelost.

Hiermee is met de begroting 2019 een start gemaakt door structureel 3 miljoen te reserveren voor duurzame verstedelijking. In de Kaderbrief 2020 is op hoofdlijnen inzicht gegeven in de mogelijke besteding van deze middelen. De achtergrondnotitie Financieel Perspectief Duurzame Stad 2021 geeft meer inzicht in de totstandkoming van dat inzicht. Naast investeringen in de verstedelijkingsopgave worden de middelen ook ingezet voor klimaatdoelen (energietransitie, klimaatadaptief en biodiversiteit, circulaire economie, duurzame mobiliteit en verduurzaming gemeentelijk vastgoed). Naast inzet van eigen middelen, waarbij we elke euro zo goed mogelijk inzetten, is in 2021 een succesvolle aanvraag gedaan van een drietal Woningbouwimpulssubsidies, namelijk voor de gebiedsontwikkelingen Lammenschansstrip, Wernink en het Stationsgebied. In totaal ontvangt Leiden ca. 14 miljoen euro voor de versnelde realisatie van bijna 3.000 woningen, waarvan ruim de helft in betaalbare segmenten (sociale huur, middenhuur en koop onder de NHG-grens). De subsidie dekt de helft van het geprognosticeerde tekort in genoemde projecten en voorwaarde voor deze subsidie is dat Leiden eenzelfde bedrag co-financiert.

Financieel Perspectief Duurzame Stad
In het Financieel Perspectief Duurzame Stad worden middelen gereserveerd voor tekorten binnen verstedelijkingsprojecten. Deze worden onder meer ingezet als cofinanciering voor bijdragen van het rijk, uit bijvoorbeeld de Woningbouwimpuls. Waar het nieuwe grondexploitaties betreft volgen we de bestaande systematiek en wordt primair een beroep gedaan op de reserve Grondexploitaties. Als het gaat om investeringen in de stedelijke ontwikkeling die geactiveerd kunnen worden zal in eerste instantie dekking worden gezocht in de reserve Duurzame Stad. Het college komt daartoe dan met een voorstel bij de gemeenteraad, hetzij bij het betreffende kaderbesluit, hetzij bij de betreffende Nota van Uitgangspunten.

Prestatie 6B1.3 Exploiteren van gemeentelijke gebouwen
Ook in 2022 wordt uitvoering gegeven aan het in 2014 vastgestelde Beleidskader Vastgoed. Een belangrijk uitgangspunt is om het vastgoed efficiënter te gebruiken door meerdere huurders gebruik te laten maken van het vastgoed. Een ander uitgangspunt is dat voor de gehele portefeuille (m.u.v. een aantal unieke cultuurpanden) een marktconforme huur gehanteerd wordt. Indien de mogelijkheid zich voordoet zal de huur aangepast worden naar een marktconforme huurprijs. Het Beleidskader Vastgoed maakt onderscheid tussen beleidsmatig te ondersteunen en niet te ondersteunen functies. Het vastgoed dat geen beleidsdoel (meer) dient, kan worden afgestoten. Ook de komende jaren wordt gemeentelijk vastgoed verkocht, maar dat beperkt zich tot een aantal panden.

Het verduurzamen van de gemeentelijke vastgoedportefeuille is speerpunt voor de komende tijd. In 2020 is de routekaart voor verduurzaming vastgoed vastgesteld. Doelstelling is om de energielabels van de gebouwen te verbeteren naar een merendeels groen energielabel en om de CO2 uitstoot fors te verminderen. Er is een krediet beschikbaar gesteld om circa 25 gebouwen te verduurzamen. Van essentieel belang voor de voortgang is samenwerking met huurders. Zij hebben de voordelen van de maatregelen middels lagere energielasten. Met huurders zullen daarom nadere afspraken worden gemaakt op welke wijze zij een bijdrage kunnen leveren aan de benodigde duurzaamheidsinvesteringen. Tevens is een goede voorbereiding van belang om de noodzakelijke verbouwing efficiënt te laten verlopen. In 2022 zal de verduurzaming van de 25 gebouwen worden afgerond. In 2022 zal ook onderzocht worden welke financiële middelen nodig zijn om de resterende portefeuille te verduurzamen conform de routekaart voor verduurzaming van het vastgoed zodat er in de stad op steeds meer plekken zichtbaar wordt dat de gemeente werkt aan de verduurzaming van haar eigen panden. Hiermee wordt nagestreefd dat ook andere vastgoedeigenaren geïnspireerd raken en hun steentje zullen gaan bijdragen met betrekking tot verduurzaming.

In 2021 is bij de Kaderbrief extra budget beschikbaar gesteld voor het onderhoud van het vastgoed naar aanleiding van de nieuwe meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) die zijn opgesteld. Op basis van dit nieuwe beheerplan zal ook voor 2022 een jaarplan worden opgesteld voor de uitvoering van het planmatig onderhoud in 2022. Bij de vaststelling van het extra budget voor het onderhoud voor het vastgoed is niet de volledige prijsstijging meegenomen omdat in de praktijk minder budget wordt gebruikt voor onderhoud van het vastgoed dan in de MJOP’s wordt voorgesteld. Dit wordt veroorzaakt doordat onderhoud regelmatig wordt uitgesteld indien dat technisch mogelijk is. Hierdoor is er wel minder ruimte om eventuele tegenvallers binnen het beschikbare budget op te vangen.

Beleidsterrein 6C Wonen

Leiden is een aantrekkelijke stad. De meeste Leidenaren zijn erg tevreden over hun woning en woonomgeving. De landelijke trek naar de Randstad slaat deels ook neer in Leiden. Samen met de extramuralisering van de zorg waaronder ook het langer zelfstandig thuis wonen van ouderen en de voortgaande daling van de gemiddelde huishoudensgrootte betekent dit dat er de komende jaren een grote bouwopgave ligt.
Ons beleidsakkoord 2018-2022, ‘Samen maken we de stad’ vraagt om een stadsbrede verhoging van het percentage sociale huurwoningen bij nieuwbouw van 20% naar 30% en naar meer menging van verschillende woonsegmenten. Dit willen wij o.a. bereiken door corporaties én ontwikkelaars meer sociale huur te laten realiseren en door sociale huur meer te spreiden over de stad. Via een goede analyse, monitoring en programmering, geven we richting aan deze opgave.

Doelen en prestaties bij 6C Wonen

Doel

Prestaties

6C1 Hogere kwaliteit en toename van de woningvoorraad

6C1.1 Woonvisie Leiden 2020-2030 en uitvoeringsagenda wonen

6C1.2 Uitvoering prestatieafspraken 2020-2025

6C1.3 Regionale woonvisie en woonruimteverdeling

6C1.4 (Laten) uitvoeren van projecten (inclusief studentenhuisvesting)

6C2 Opheffen illegale huisvesting

6C2.1 Toezien en handhaven op onrechtmatige bewoning

Prestatie 6C1.1 Woonvisie Leiden 2020-2030 en Woonvisie uitvoeringsagenda 2020-2030
Op 14 november 2019 heeft de gemeenteraad de nieuwe ‘Woonvisie 2020-2030’ met de bijbehorende ‘Uitvoeringsagenda 2020-2023’ vastgesteld. In de nieuwe woonvisie verwoordt de gemeente Leiden haar visie op de toekomst van het wonen in de stad. De concrete uitwerking voor de daaropvolgende vier jaar is opgenomen in de ‘Uitvoeringsagenda wonen Leiden 2020-2023’. Ook in 2022 geven we verdere uitwerking aan die uitvoeringsagenda. Hieronder een opsomming van een aantal belangrijke, actuele onderwerpen waaraan in 2022 (verder) invulling wordt gegeven.

Sturen op de woningbouwopgave
In de Woonvisie hebben we doelstellingen geformuleerd m.b.t. het aantal en typen woningen. Ook in 2022 blijven we dit monitoren en hier twee keer per jaar over rapporteren via de rapportage Woningbouwmonitor. Als uit de rapportage blijkt dat we op deelniveaus onze doelstellingen niet halen sturen we in projecten de mix van woningbouwprogramma bij.
Op basis van nieuwe woningbehoeftecijfers kan de raad in 2022 een nieuwe doelstelling voor toekomstige woningbouwcijfers bijstellen. Daarbij dient afstemming over deze doelstelling plaats te vinden binnen Holland Rijnland, aangezien Holland Rijnland in de eerste helft 2022 de te actualiseren Regionale woonagenda zal vaststellen.

Huurteam
Het huurteam wordt concreet invulling gegeven door externe partij Urbannerdam in samenwerking met de Leidse Rechtswinkel voor de periode juni 2021 tot juni 2022. De verwachting is dat Urbannerdam in deze periode minimaal 300 woningopnames uitvoert. In 2022 zullen we, naast de kerntaken van het Huurteam, aan de slag gaan met het opstellen van een evaluatierapport van deze pilot.

Verkamering
Op 1 januari 2020 zijn er nieuwe Beleidsregels voor onttrekking en woningvorming ingegaan.
In maart 2021 is in een brief aan de Raad aangegeven wat er in het eerste jaar is gebeurd (brief Evaluatie verkameringsbeleid d.d. 18 maart 2021 met als kenmerk: Z/21/3223765). In deze
brief is de Raad ook geïnformeerd dat met de toepassing van het nieuwe beleid ook verschillende
knelpunten in beeld zijn gekomen. Vanuit verschillende zienswijzen en bezwaarschriften die op de
vergunningverlening binnenkomen, komen punten naar voren die mogelijk vragen om een
aanpassing. Huisvestingsverordeningen liggen daarnaast ook landelijk flink onder de loep.
Verschillende landelijke ontwikkelingen en rechterlijke uitspraken vragen om aanpassingen van de
Leidse huisvestingsverordening. Met het oog op de jurisprudentie wordt het gehele stelsel aan
maatregelen tegen het licht gehouden. Dit is erg arbeidsintensief en er zijn ook veel juridische vragen. Hierin wordt ook uitdrukkelijk de samenwerking met andere (studenten)steden en het ministerie van BZK gezocht. De huisvestingsverordening en het stelsel worden nog in 2021 in de raad geagendeerd. Daarna volgt een planning

Stadspact
Eind 2021 wordt het pamflet Stadspact Woningbouw en de werkwijze voor de samenwerkingstafel vastgesteld met als doel om de samenwerking tussen corporaties, ontwikkelende en investerende marktpartijen en de gemeente te verbeteren t.b.v. de Woon- en Verstedelijkingsopgave. In 2022 geven we verder uitvoering aan de afspraken uit het pamflet, en voeren we de in 2021 vastgestelde werkwijze van de samenwerkingstafel uit.

Inzet op de huisvesting van doelgroepen (statushouders, spoedzoekers en bijzondere doelgroepen)
We werken aan een inclusieve samenleving waarbij wonen de basis is. De cliënten die uitstromen uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang doen een beroep op de goedkope sociale huurwoningen van de woningcorporaties. Dit gebeurt via de zogenaamde contingentregeling. Binnen hetzelfde woonsegment moeten de bijzondere doelgroepen concurreren met urgent woningzoekenden, een groeiend aantal statushouders en woningzoekenden op de woningmarkt.

Komend jaar gaan we verder met het maken van plannen en afspraken over de toewijzing met zowel projectontwikkelaars en corporaties voor de realisatie van meer sociale huurwoningen die geschikt zijn voor deze doelgroep. In de prestatieafspraken met de corporaties is al afgesproken dat ernaar gestreefd wordt om 10% van de nieuw gebouwde sociale huurwoningen te bestemmen voor de bijzondere doelgroepen.
Ook blijven we aandacht houden voor onconventionele woonvormen om ook op korte termijn in de woningbehoefte te voorzien.

In 2023 moet de decentralisatie van de maatschappelijke zorg (beschermd wonen en maatschappelijke opvang) geregeld zijn. Deze opgave krijgt in de Leidse Regio vorm. Daarbij is de vraag of de huisvestingsbehoefte daarmee ook op het niveau van de Leidse Regio opgepakt moet worden. In 2022 willen we onderzoeken of het nodig dan wel wenselijk is om hier met de corporaties in de Leidse Regio prestatieafspraken over te maken. Tevens gaan we in gesprek om te kijken of het wenselijk is om de contingentregeling en de urgentieregeling hierop aan te laten sluiten. Dit kan meegenomen worden in het onderzoek naar de herinrichting van het regionale woonruimteverdeelsysteem.

Met betrekking tot de taakstelling voor de huisvesting van statushouders is deze het afgelopen jaar verhoogd. Ook is de verwachting dat de verhoogde instroom van statushouders de komende jaren zal aanhouden. Dat zal voor de komende jaren een continue druk op de sociale woningmarkt en samenwerkingsorganisatie betekenen.
De komende jaren is er behoefte aan een gebundelde inspanning op het gebied van het realiseren van (tijdelijke) huisvesting. Daarom is in 2021 het programma Huisvesting statushouders opgezet. Dit programma loopt ook in 2022 door.

Prestatie 6C1.2 Prestatieafspraken met corporaties 2022
Eind 2020 hebben we kaderafspraken gemaakt met de Leidse woningcorporaties om gezamenlijk invulling te geven aan onze woonambities en -uitdagingen in de periode 2020 t/m 2025. Thema’s in de prestatieafspraken zijn onder andere ‘beschikbaarheid & betaalbaarheid’, ‘studentenhuisvesting’, ‘duurzaamheid’, ‘leefbaarheid’ en ‘wonen & zorg voor bijzondere doelgroepen’. Deze thema’s liggen op hun beurt weer in het verlengde van onze gemeentelijke doelstellingen zoals verwoord in de woonvisie en de bijbehorende uitvoeringagenda.

Eind 2021 formuleren corporaties en de gemeente samen met de huurders in de vorm van een overzicht cq. actielijst de inzet voor de jaarschijf 2022. Hiervoor zal ook de gemeenteraad geconsulteerd worden. In deze actielijst zal nader uiteengezet worden aan welke acties zowel gemeente, corporaties als huurders in 2022 zullen gaan werken. Acties in ieder geval op de centrale thema’s uit de kaderafspraken 2020-2025, zoals hierboven verwoord. In een rapportage zal de gemeenteraad in 2022 tenslotte ook weer geïnformeerd over de behaalde resultaten uit de prestatieafspraken in 2021.

Prestatie 6C1.3 Regionale woonagenda en woonruimteverdeling 2022

Uitvoering RWA.
De huidige Regionale Woonagenda, die op 14 maart 2018 is vastgesteld, is op onderdelen niet meer actueel. In 2020 hebben we de Regionale Woonagenda geëvalueerd. Deze evaluatie was een eerste stap voor het actualiseren van de Regionale Woonagenda. Onlangs is een opdracht verleend voor het verder actualiseren van de Regionale Woonagenda en de heroriëntatie van ons huidige woonruimteverdeelsysteem (voor dit laatste onderwerp zie het kopje hieronder). De verwachting is dat in het 1e kwartaal van 2022 een geactualiseerde regionale woonagenda opgeleverd wordt. In 2022 zullen we uitvoering geven aan deze geactualiseerde woonagenda. We blijven de regionale afstemming van de woningbouwprogrammering voortzetten door te kijken naar de kwalitatieve opgave, deze met de (sub)regio’s af te stemmen en waar nodig bij te sturen en elkaar op de voortgang en realisatie aan te spreken. De Leidse inbreng volgt uit de woningbouwprogrammering die we in de Leidse Woonvisie 2020-2030 vastgesteld hebben. Op basis van de evaluatie van de Regionale woonvisie is in 2021 de regionale woningbouwmonitor uitgebreid met realisatiecijfers sociale huur en middensegment, deze werkwijze zetten we in 2022 door.

Onderzoek alternatieve woonruimte-verdeelsysteem / aanpassen Regionale Huisvestings Verordening (RHV).
Eind 2020 heeft er een online Themacafé plaatsgevonden over ‘de toekomst van de woonruimteverdeling’. Een van de rode lijnen van de avond was dat de woonruimteverdeling de voorraad niet kan vergroten. Het blijft een verdeling van de schaarste. Bouwen van goedkope sociale huurwoningen is essentieel, naast een verdere heroriëntatie op het woonruimteverdeelsysteem. Daarnaast gaat er veel veranderen met betrekking tot de zorg voor bijzondere doelgroepen. Vanaf 2023 decentraliseert Holland Rijnland de maatschappelijke zorg: beschermd wonen en de maatschappelijke opvang. Hieraan zit een huisvestingsvraag verbonden, namelijk het zorgen voor voldoende contingent woningen. Wat dat betekent voor de RHV en het woonruimteverdeelsysteem vraagt om nadere uitwerking; regionale samenwerking blijft naar verwachting nog wel nodig. Onlangs is daarom een opdracht verleend voor de heroriëntatie op het woonruimteverdeelsysteem. De verwachting is dat in het 1e kwartaal van 2022 een handelingsperspectief voor de woonruimteverdeling opgeleverd wordt. Vervolgens gaan we in 2022 het woonruimteverdeelsysteem goed afstemmen op de ontwikkelingen rondom deze decentralisatie. N.B. De motie ‘Lage drempels voor middenhuur’ zal worden betrokken bij de heroriëntatie van het woonruimteverdeelsysteem.

Behoefte Onderzoek woonwagens.
Op basis van de uitkomsten van het in 2020 afgeronde behoefteonderzoek zijn in 2021 vervolgacties
en maatregelen uitgewerkt. In Holland Rijnland verband werken we aan een nieuwe
rangordebepaling. Hiervoor wordt de regionale Huisvestingsverordening op dit punt aangepast. Planning is dat deze eind 2021 vastgesteld is. Daarnaast gaan alle gemeenten in de Leidse
regio gezamenlijk op zoek naar uitbreiding van standplaatsen, waarbij ook wordt gezocht naar nieuwe locaties. Die maatregelen vinden hun weg in regionaal en gemeentelijk beleid zodat rekening kan worden gehouden met en ruimte gegeven kan worden aan het woonwagenleven van woonwagenbewoners.

Prestatie 6C1.4 (Laten) uitvoeren van projecten (inclusief studentenhuisvesting)
In de begroting 2021 waren op meerdere plekken in de begroting projecten genoemd waardoor niet altijd de belangrijkste projecten naar voren kwamen. Voor de begroting 2022 is met de kaderbrief de doelenboom van programma Stedelijke Ontwikkeling gewijzigd. Hierdoor zijn de projecten opgenomen die qua omvang het grootste zijn en het meeste bijdragen aan de woningbouwopgave in de komende tien jaar. Deze projecten zijn van belang voor de gehele verstedelijkingsopgave (met meer gewicht aan sociale huur toevoeging dan de toevoeging van studentenhuisvesting of vrije sector huur) en worden nu allemaal onder de prestatie 6C1.4 (Laten) uitvoeren van projecten (inclusief studentenhuisvesting) opgenomen. Projecten waarbij “derden / de markt “ verantwoordelijk zijn worden niet opgenomen. De volgende belangrijkste projecten worden toegelicht: 1. Lammenschansdriehoek
2. Stationsgebied
3. De Zwijger
4. Entreegebied
5. Westerpoort
6. Vondelkwartier
7. Energiepark
8. Wernink
9. LEAD
10. Groenoordhallen fase 2
11. Telderskade e.o.
12. Veilingterrein .
13. Plesmanlaan 100 / Jacobs
14. Meerburg

Bij deze projecten is de gemeente (mede) verantwoordelijk en is veelal sprake van een breder doel dan alleen de vergroting van de woningvoorraad. Hierbij kan gedacht worden aan het (gecombineerd) realiseren van sociaal culturele voorzieningen, het realiseren van goede bereikbaarheid en parkeervoorzieningen, het verbeteren van de stedenbouwkundige kwaliteit van de binnenstad en andere gebiedsdelen e.d. Bij dergelijke projecten heeft de gemeente als opdrachtgever een sturende rol en is voor het proces verantwoordelijk. Veelal heeft de gemeente hierbij ook een grondpositie.

1. Lammenschansdriehoek
Sinds 2012 is in de Lammenschansdriehoek sprake van een gebiedsontwikkeling op basis van uitnodigingsplanologie. De verschillende deelgebieden binnen de Lammenschansdriehoek bevinden zich allemaal in een andere fase van ontwikkeling.
Vanaf 2013 is de Leidse Schans gefaseerd gebouwd, de gemengde studentencampus in het centrumgebied met in totaal circa 1.900 wooneenheden en diverse ondersteunende functies. In 2021 is het laatste bouwblok opgeleverd en de openbare ruimte aangelegd. In 2022 wordt dit deelgebied, inclusief het nieuwe Bètaplein, helemaal afgerond en officieel overgedragen aan Beheer.
In deelgebied Kanaalpark is eind 2019 op drie locaties de nieuwbouw gestart van totaal ca. 180 huurappartementen. De bouwtijd varieert van 1,5 tot 2,5 jaar. De openbare ruimte in het Kanaalpark wordt daarom ook gefaseerd geherstructureerd na de oplevering van de alle appartementen in 2022, zodat dit gebied ook de woonkwaliteit krijgt van de Leidse Schans.
Na een intensief traject van voorbereiding starten medio 2021 de bestemmingsplanprocedures voor een aantal nieuwbouwprojecten langs de Lammenschansweg; op de voormalige locaties van Avery Dennisson en AKB Longs en Leenbakker. Dit moet de bouw mogelijk maken voor ruim 700 woningen en ondersteunende voorzieningen. Ook voor de locaties van Zirkzee Wonen en Slapen/Autohaag de Zeeuw en Aannemingsbedrijf Schouls wordt in 2021 een bestemmingsplanprocedure opgestart voor nog eens circa 700 woningen. Naar verwachting kan in 2022 de bouw van de eerste appartementencomplexen voor deze nieuwe stadswijk starten en volgt een intensieve bouwperiode. In 2022 zal de gemeente ook de voorbereidingen starten voor de aanleg van de nieuwe, kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte tussen de nieuwe gebouwen langs deze Lammenschansstrip.

2. Stationsgebied
Het Stationsgebied met Leiden Centraal is het belangrijkste OV-knooppunt in de regio en daarmee het
visitekaartje van onze stad en wordt getransformeerd naar een plek waar ruimte is voor wonen, werken, ontspannen, reizen en ontmoeten. Het Stationsgebied verbindt de historische binnenstad en het Leiden Bio Science Park. Het is, mede gelet op de grote verstedelijkingsopgave in de Leidse regio, van groot belang om in de komende jaren deze integrale gebiedsontwikkeling door te zetten. Dit moet gebeuren in samenwerking met overheden en marktpartijen en in overleg met ondernemers, bewoners en gebruikers van het gebied.
Naar aanleiding van de ontwikkelingen in de afgelopen periode zoals de locatiekeuze busstation, het collegeakkoord en de Duurzaamste Kilometer van Nederland, heeft het college het Masterplan, met de vaststelling van de gebiedsagenda Stationsgebied (eind 2019) verrijkt met nieuwe inzichten. Met name op het gebied van OV / mobiliteit, verduurzaming, parkeren en sociale woningbouw. In vervolg hierop is in 2020 de gebiedsvisie voor het stationsgebied uitgewerkt en in het tweede kwartaal van 2021 aan de raad ter besluitvorming voorgelegd.

Op de volgende punten wordt hierna ingegaan:

  • Rijnsburgerblok / Lorenz Fase 2 en Octagon
  • De Geus
  • Morspoortterrein, Morssingelblok en Trafolocatie
  • OV-Knooppunt Leiden
  • Fietsparkeren
  • Gebiedsmarketing, participatie en verduurzaming

Rijnsburgerblok / Lorenz fase 2 en Octagon
Het Rijnsburgerblok, ingeklemd tussen de Stationsweg en het Schuttersveld, wordt in drie delen ontwikkeld. De Lorentz fase 1, bestaande uit twee woontorens met een openbare fietskelder, is begin 2020 opgeleverd.
Het tweede deel van het Rijnsburgerblok is Lorentz fase 2. In 2020 is ABC Vastgoed geselecteerd om deze ontwikkeling op te pakken. Het bouwplan bevat circa 16.900 m2 b.v.o. kantoren met horecavoorzieningen in de plint. De kaders voor deze ontwikkeling blijven in principe binnen het uitvoeringsbesluit voor Rijnsburgerblok fase 1 en 2 en het vastgestelde bestemmingsplan. De bouw zal op zijn vroegst omstreeks medio 2022 starten. Door de corona-epidemie hebben bedrijven hun huisvestingsvraag uitgesteld. De verwachting is dat deze vraag de tweede helft 2021 weer zal aantrekken en dat juist nieuwe concepten zoals Lorentz 2 dan goed kunnen inspelen op de veranderende vraag naar kantoren.
Octagon, het derde deel van het Rijsburgerblok, komt op de plaats van het voormalige ABN AMRO gebouw en de school aan het Ballonpad. Octagon omvat een gebouw met horeca, een hotel en koop- en huurwoningen. Inmiddels is de sloop nagenoeg afgerond. De bouw zal in de tweede helft van 2021 starten. Inmiddels zijn alle woningen verkocht en is een belegger en exploitant voor het hotel gevonden. De bouw neemt ongeveer anderhalf jaar in beslag.

De Geus
Een grote bioscoop, horeca, kapperszaak, een Jumbo supermarkt , én woningen op de hoek van het Stationsplein geven het Stationsplein de gewenste allure. In de kelder van het gebouw komt een openbare fietsenstalling. De bestemmingsplanprocedure zal deze zomer afgerond worden met vaststelling van het bestemmingsplan. De start van de sloop van het huidige pand staat gepland voor de tweede helft van 2021 evenals de werkzaamheden voor het verleggen van de Stationsweg ter hoogte van de Geus en het omleggen van kabels en leidingen. De bouw neemt ongeveer drie jaar in beslag.

Morspoortterrein, Morssingelblok en Trafolocatie
In februari 2021 is een subsidie toegekend door het ministerie van Binnenlandse Zaken in het kader van de Woningbouwimpuls voor de ontwikkeling van het Morspoortterrein, Morssingelblok en de Trafolocatie. Van deze drie ontwikkelingen loopt het Morssingelterrein voorop. Het gemeentelijk kantoorgebouw Stationsplein 107 komt immers vrij waardoor er een directe aanleiding is de herontwikkeling op te pakken. Medio 2022 zal het bestemmingsplan vastgesteld moeten worden, medio 2023 start de sloop van het kantoorgebouw en begin 2024 zal gestart moeten worden met bouwen van het eerste bouwdeel. Onderdeel van de ontwikkeling is het onderzoeken van de mogelijkheden en noodzaak van nieuwbouw van de Morspoortgarage. Voor het Morssingelblok lopen gesprekken met de eigenaar van de Stationspleinflat. De Trafolocatie wordt op een later moment verder uitgewerkt.

OV-knooppunt Leiden
Afspraken over stedelijke en regionale verstedelijking in de invloedssfeer van de OV-knoop zorgen voor verdere groei van de reizigersstromen van OV, fiets en voetganger. De ontwikkeling van de historische binnenstad met kennis- en cultuurclusters en veel voorzieningen aan de ene zijde van het knooppunt en het dynamische LBSP aan de andere zijde van het knooppunt kunnen elkaar verder versterken. De gebiedsontwikkeling Spoorzone (Stationsgebied, Schipholweg, Vondelkwartier) is bovendien in volle gang.
Met de ontwikkeling van OV-knooppunt Leiden transformeert het zesde station van Nederland naar een hoogwaardige mobiliteits-hub die reizigers veel reis-, overstap- en verblijfskwaliteit biedt. In het document ‘Knooppunt Leiden Verbindt’ (2020) is deze opgave nader beschreven. Een uitgebreidere toelichting staat in programma 4 van deze begroting.

Fietsparkeren rondom Leiden Centraal
In het stedenbouwkundig plan is de kwantitatieve en kwalitatieve uitbreiding van het aantal fietsenstallingen bij Leiden Centraal opgenomen. Ook in het nieuwe beleidsakkoord 2018-2022 wordt Leiden als fietsstad genoemd, met daarbij bijzondere aandacht voor de nieuwe stallingen in het stationsgebied. De prognoses geven aan dat er in 2030 ca 19.000 plekken nodig zijn. Met NS, ProRail en met medewerking van de Provincie is een Ontwikkelstrategie Fietsparkeren 2030 station Leiden Centraal opgesteld en vastgesteld in het College. Dit vormt de grondslag voor verdere invulling van de gewenste restopgave, omdat hierin gezamenlijke uitgangspunten zijn vastgelegd. In de bovengenoemde MIRT-verkenning wordt de zoektocht naar uitbreidingslocaties (zowel netto als ter vervanging van semipermanente locaties) geïncorporeerd. De kosten en baten van het fietsparkeren zijn onderdeel van het ‘gesloten financieel systeem’ voor autoparkeren. Er zal worden onderzocht welk exploitatiemodel voor fietsenstallingen in het stationsgebied het meest passend is.

Gebiedsmarketing, participatie en verduurzaming
Het Stationsgebied is een prominent project binnen Leiden. De gebiedsmarketing wordt geleidelijk aan uitgebouwd, geïntegreerd met participatie, met als uiteindelijk doel dat de inwoners van Leiden trots zijn op hun Stationsgebied. Zo worden er informatieavonden georganiseerd ten behoeve van de actuele ontwikkeling van onder andere De Geus en Octagon. Is The Field een duurzame ontmoetingsplek in het gebied en wordt daar waar de mogelijkheid zich voordoet met tijdelijke invullingen reuring in het gebied gebracht.
Een belangrijke stap in het positioneren van het Stationsgebied (incl. Schipholweg) is gezet door gezamenlijk met verschillende partners de Duurzaamste Kilometer van Nederland te lanceren. In dit project werken we samen om op een creatieve en innovatieve manier de Leidse entree te vergroenen en als duurzaam verstedelijkingsgebied op de kaart te zetten. Deze community – waarin de gemeente deelneemt – vormt de basis voor de dialoog en actie over verduurzaming, maar is tegelijkertijd een platform voor participatie en een landelijk unieke propositie om het gebied ook nationaal op de kaart te zetten.

3. De Zwijger
Het project Kooiplein e.o. deelgebieden 3, 4 en 5 zijn in gebruik genomen. Hierin zijn marktwoningen, sociale
huurwoningen, twee openbare parkeergarages, winkels, waaronder twee supermarkten en een openbaar
dakpark, gerealiseerd. Deelgebieden 1,2 en 4b moeten nog ontwikkeld te worden.
In 2019 is het college met de belangrijkste stakeholders in het gebied (werknaam De Zwijger) ingesloten tussen de IJsselmeerlaan/ Sumatrastraat/Surinamestraat, Curaçaostraat, Pieter Bothstraat en Joop Vervoornpad op basis van het beleidsakkoord 2018 – 2022 ‘Samen maken we de stad’ in overleg getreden om tot een samenwerking
te komen. In het beschreven gebied komen veel uitdagingen en belangen bij elkaar, wat interessante
kansen biedt maar nauwe afstemming vraagt en de nodige tijd kost. Het gaat om het onderzoeken van een
duurzame verstedelijking waarbinnen in hoofdzaak naar verdichting, verbeterde inpassing referentieontwerp
LeidenRingNoord, en verbetering van de leefbaarheid wordt gekeken. Onderdeel hiervan is om op basis van een veranderende maatschappelijke context en veranderend gemeentelijk beleid naar deelgebied 1 en 2 van het
Kooiplein te kijken en zo de kans op ontwikkeling te vergroten. Hiermee vult de gemeente haar contractuele
verplichting naar de CV Kooiplein in om zich in te spannen om het project tot ontwikkeling te brengen.
In 2020 heeft het college ingestemd met het sluiten van een intentieovereenkomst met twee corporaties De Sleutels en Ons Doel. Deze drie partijen werken aan een gebiedsvisie (De Zwijger) , die eind 2021 / begin 2022 aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.

4. Entreegebied LBSP
Gemeente en het consortium Team More zijn in overleg over de optimalisatie van de kavels van het Entreegebied LBSP. Voor de optimalisatie is eind 2020 een intentieovereenkomst gesloten tussen gemeente, universiteit en Team More. Uitgangspunt is om na de zomer vast te stellen welke wijzigingen gewenst zijn voor de optimalisatie. Hierna worden de afspraken met de universiteit en Team More bekrachtigd in een overeenkomst. Ook wordt de grondexploitatie opgesteld en voor vaststelling aangeboden aan de raad. Dit moet eind 2021 gebeuren. Daarnaast werken dit jaar Team More, universiteit en gemeente verder aan de planvorming voor gebouw 3 en 5 en de openbare ruimte. Dit betreft planvorming voor ontwikkeling op gronden van de universiteit. Team More en Yisheng hebben de wens om de openbare ruimte over te dragen aan de gemeente. Hierover worden naar verwachting dit jaar nog afspraken gemaakt. Tot slot start juli dit jaar de bouw van de twee studentengebouwen met in totaal 703 zelfstandige studentenwoningen.

5. Westerpoort
Op 16 maart 2021 heeft het college de intentieovereenkomst tussen gemeente Leiden en Adriaan van Erk Onroerend Goed B.V. vastgesteld. Tevens is extra krediet voor het project Westerpoort beschikbaar gesteld waarmee de werkzaamheden tot en met vaststelling van het kaderbesluit, inclusief het opstellen van de gebiedsvisie Westerpoort, mogelijk worden gemaakt. In april 2021 is een stedenbouwkundig bureau gecontracteerd voor het opstellen van de gebiedsvisie. In mei 2021 zijn de eerste participatie-activiteiten van start gegaan. Het streven is de gebiedsvisie begin 2022 af te ronden en als onderdeel van het kaderbesluit in procedure te brengen ter besluitvorming door college en raad. Na vaststelling van het kaderbesluit (naar verwachting in de eerste helft van 2022) wordt gestart met de voorbereiding en uitwerking van het ontwerp bestemmingsplan c.q. omgevingsplan.

6. Vondelkwartier
Omdat er meerdere initiatieven in het gebied speelden, heeft de gemeente een gebiedsvisie voor het Vondelkwartier opgesteld. Eind 2020 heeft de gemeenteraad de Gebiedsvisie vastgesteld. Binnen de gebiedsvisie zijn kaders, welke op elkaar zijn afgestemd, opgenomen voor de locaties waarbinnen de initiatiefnemer zijn ontwikkeling kan uitwerken. Daarna volgt de ontwerpfase met diverse besluitmomenten. Elke ontwikkeling doorloopt zijn eigen procedure en planning.
Binnen de Gebiedsvisie Vondelkwartier zijn kavels opgenomen die ontwikkeld kunnen worden door de eigenaar/ontwikkelaar. Deze kavels zijn:
- Motorhuislocatie en Vijverlocatie/Paviljoenlocatie, eigenaar Spuigroep B.V./projectontwikkelaar FSD
- Mercedeslocatie, eigenaar Westelijke Investment B.V.
- ROC en gezondheidscentrum-locatie, eigenaar Gemeente Leiden

Ontwikkelaar FSD is begin 2021 gestart met de ontwerpfase. In deze fase heeft FSD reeds twee informatiebijeenkomsten voor de omgeving georganiseerd en er wordt toegewerkt naar een ontwerpbestemmingsplan. Voor wat betreft de Mercedeslocatie ligt het initiatief bij Westelijke Investment. De eerste stap in dit traject zal een intentieovereenkomst tussen de gemeente en Westelijke Investment zijn. Voor het ROC/Gezondheidscentrum gaat de gemeente de mogelijkheid van sloop/nieuwbouw onderzoeken. Hierover is de gemeente reeds in gesprek met de huurders en zal een projectplan worden opgesteld.

7. Energiepark
In mei 2020 heeft het college, na een wensen en bedenkingen procedure met de raad, het besluit genomen om de haalbaarheid van de gebiedsvisie samen met het Nieuw Leids Bolwerk en het consortium van de marktpartijen: Bouwfonds Gebiedsontwikkeling (BPD), Steenvlinder en de MeyerBergman Erfgoed Groep, te onderzoeken.
Het haalbaarheidsonderzoek is afgerond met het ontwikkelplan: ‘samen maken we de buurt’, welke is vastgesteld door het college als onderdeel van het kaderbesluit. Op 24 juni 2021 heeft de gemeenteraad het kaderbesluit vastgesteld. De gemeente zal een samenwerkingsovereenkomst sluiten met de marktpartijen om de gebiedsontwikkeling mee uit te voeren. Daarnaast wordt ook een samenwerkingsovereenkomst opgesteld met betrekking tot de participatie, deze wordt middels een wensen en bedenkingen procedure voorgelegd aan de raad. In het najaar van 2021 neemt het college het besluit om het bestemmingsplan Energiepark verbrede reikwijdte ter visie te leggen.
Vooruitlopend op de gunning van Stadmaken op basis van een aanbestedingsprocedure, wordt in het najaar van 2021 al gestart met Stadmaken. In samenwerking met Stadspartners worden activiteiten ontwikkeld die passen binnen de kernwaarden en identiteit van het Energiepark.
Begin 2022 staat de gunning gepland. Verder staat 2022 in het kader van ontwerp activiteiten voor het park en andere voorbereidende activiteiten voor de Stadsbouwhuis- en Plnt/Sleutels locatie.

8. Werninkterrein
Voor het voormalig bedrijfsterrein Wernink betoncentrale is een herontwikkelingsplan voor een gemengd
stedelijke woonmilieu gemaakt met de huidige erfpachter / ontwikkelaar ABB. Over de herontwikkeling is een participatietraject gevolgd en een Kaderbesluit inclusief een Gebiedsvisie opgesteld.
Dit Kaderbesluit met alle condities waaronder de gemeente medewerking wil verlenen aan de herontwikkeling van het Werninkterrein is vastgesteld in juli 2021.
ABB heeft inmiddels een stedenbouwkundig plan opgesteld. De gemeente toetst dit plan aan het Kaderbesluit en de Gebiedsvisie. Daarna wordt een anterieure overeenkomst met ontwikkelaar ABB gesloten over het kostenverhaal. De gemeente werkt de benodigde aanpassingen van de infrastructuur in de nabije omgeving uit tot ontwerpen. Over het stedenbouwkundig plan en de infrastructurele aanpassingen wordt een participatieproces met belanghebbenden gevoerd. De gemeente werkt met ABB ook al aan een ontwerp bestemmingsplan dat in het eerste kwartaal 2022 zal worden vrijgegeven voor inspraak. Voor de vrijgave van het traject bestemmingsplan zal er een bestuursovereenkomst met Katwijk worden overeengekomen over de compensatie van de planologische ruimte bedrijventerrein Wernink die wordt herontwikkeld. Vanwege de subsidievoorwaarden in het kader van woningbouwimpulsgelden staat de planning onder tijdsdruk, start bouw moet uiterlijk 7 september 2023 plaatsvinden.

9. LEAD
Ontwikkelaar RED Company wil aan de Willem de Zwijgerlaan het woningbouwplan LEAD realiseren. Het
plan omvat drie woontorens, waarvan één solitair en twee op een getrapte onderbouw, een ondergrondse
parkeergarage, ondersteunende en maatschappelijke voorzieningen in de plint en een parkachtige
herinrichting van de directe woonomgeving.
Het beoogde woonprogramma heeft een omvang van 580 woningen, waarvan tenminste 25 % sociale
huurwoningen en een deel gericht op starters. Naast het substantiële toe te voegen woonprogramma is er
veel aandacht voor duurzaamheid en toekomstgerichte mobiliteit. Medio 2019 is de Nota van Uitgangspunten
LEAD vastgesteld. Vervolgens is begin 2020 de koop- en ontwikkelovereenkomst gesloten en heeft de derde
ronde van het participatieproces met onder andere de presentatie van het definitief ontwerp van het bouwplan
plaatsgevonden. In april 2020 heeft de ontwikkelaar de formele verzoeken tot herziening van het vigerende
bestemmingsplan, de aanvraag omgevingsvergunning en het toepassen van de coördinatieregelen ingediend.
In 2021 is deze gecoördineerde procedure doorlopen en het bestemmingsplan en
de omgevingsvergunning zijn 24 juni jl door de raad vastgesteld. Eind 2021 wordt naar verwachting ook het definitief ontwerp van de openbare ruimte (stadspark) afgerond waarover de raad separaat wordt ingelicht. 2022 staat in het teken van voorbereidende en andere uitwerkingsactiviteiten tbv de bouw.

10. Groenoord fase2
Voor de ontwikkeling van het Groenoordhallenterrein is in 2006 een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen Groenoord CV (een 100% dochter van Ymere) en de gemeente. Fase 1 is inmiddels gebouwd. Fasen 2 en 3 (veld A) moeten nog ontwikkeld worden. Ymere heeft een aantal jaar geleden aangekondigd dat zij vanwege de focus op haar kerntaken in de metropoolregio Amsterdam, waar Leiden geen onderdeel van uitmaakt, deze fasen niet meer zelf zal ontwikkelen. Ymere zal daarom haar erfpacht- en ontwikkelrechten verkopen aan een opvolgende ontwikkelaar. Na eerder met de gemeente een aantal alternatieve ontwikkelsporen te hebben onderzocht, is medio 2021 een openbare verkoopprocedure afgerond met als winnaar Ballast Nedam Ontwikkelingsmaatschappij BV. Indien eind 2021 de formele contractovername door het college is bekrachtigd, kan vervolgens met Ballast Nedam als rechtsopvolger van Ymere in de definitiefase een nieuwe samenwerking worden vormgegeven binnen de beleidskaders anno 2022. Daarnaast wordt verkend of
een integrale ontwikkeling van Groenoord fase 2, dat wil zeggen samen met het grond- en vastgoedeigendom van NVG, haalbaar is.

11. Telderskade e.o.
Met de vaststelling van het kaderbesluit heeft de gemeenteraad de belangrijkste uitgangspunten vastgesteld voor de Gebiedsontwikkeling Telderskade. In het gebied komen, naast het Indoor Sportcentrum en het Leonardocollege, veel nieuwe (betaalbare) woningen, een nieuw Huis van de Buurt en een nieuw speelpark. In 2022 wordt de uitvoering van verschillende deelprojecten voorbereid en het uitvoeringsbesluit, inclusief de daarbij behorende grondexploitatie, ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. In 2022 start volgens planning ook de uitvoering van het eerste deelproject: de renovatie van de voormalige Daltonschool (Boshuizerkade 119). Hierin wordt de eerste fase van het Huis van de Buurt gerealiseerd.

12. Veilingterrein
Aan de Fruitweg in Leiden Zuid-Oost bevindt zich een bedrijventerrein waar kansen liggen voor verdichten en het maken van een kwaliteitsverbetering in de fysieke omgeving. Eigenaar de Raad Vastgoed heeft schetsen met gemeente Leiden gedeeld waarin op de locatie sloop-nieuwbouw wordt beoogd en een verstedelijking met een gemengd woon-werkmilieu door het toevoegen van woningen. Ingeschat wordt dat hier ca. 380 woningen gerealiseerd kunnen worden. Dit plan zit nog niet in de projectfase. Om te kunnen beoordelen of dit een haalbaar project zou kunnen worden is onder andere analyse en onderzoek nodig van de ruimtelijke kaders ten behoeve van een nieuw bestemmingsplan. Ook parkeren en verkeer zijn belangrijke items. In 2022 kan worden beoordeeld of de kansen van deze locatie kunnen worden benut.

13. Plesmanlaan 100 / Jacobs
De Nota van Uitgangspunten voor dit transformatieproject met 413 woningen is op 18 februari 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In april 2021 heeft de ontwikkelaar de verder uitgewerkte plannen in de Tweede Participatieronde gedeeld met omwonenden en hiervan is een verslag opgesteld en gepubliceerd. Gemeente en initiatiefnemer Urban Interest zijn in gesprek over de anterieure en erfpachtovereenkomst. Naar verwachting kan de raad het bestemmingsplan in de eerste helft van 2022 vaststellen, waarna de (ver)bouw van het kantoorpand tot woningen van start kan gaan.
In de nabijheid van Plesmanlaan 100 zijn reeds de voormalige kantoorpanden Verbeekstraat 1-9 en Verbeekstraat 2-12 getransformeerd naar woongebouwen door initiatiefnemer NVG. Deze twee panden zullen naar verwachting worden vergroot met extra woningen door middel van aan- en opbouwen. Van zowel Urban Interest als NVG verlangt de gemeente een financiële bijdrage aan de integrale herinrichting van de Verbeekstraat, van een versteend kantorenpark tot een groene openbare ruimte die past bij de nieuwe woonfunctie van het gebied. Deze herinrichting vormt een apart project, dat in nauwe samenhang met de transformatie van Plesmanlaan 100 zal worden uitgevoerd.

14. Meerburg
De corporaties Portaal en de Sleutels hebben het initiatief genomen om de haalbaarheid te onderzoeken van sloop & nieuwbouw van een deel van hun meergezinswoningen in Meerburg. Het gaat om een plangebied met daarbinnen twaalf aan elkaar grenzende portiek- en galerijflats met in totaal 260 sociale huurwoningen, waarvoor een investeringsbeslissing genomen moet worden. In de ideefase is in samenwerking met de gemeente een aantal globale ontwikkelscenario’s opgesteld waarvan een aantal buiten de huidige eigendomsgrenzen gaan en waarvoor de inbreng van gemeentelijke grond en vastgoed benodigd is.
Parallel aan de stedenbouwkundige verkenning is op initiatief van de gemeente ook een verkennende pilot uitgevoerd naar de energietransitie in Meerburg. Dit gelet op de noodzakelijke vervanging van de ondergrondse infrastructuur in het gebied. Door de vervanging van het riool moet gezien de technische levensduur ook het gasnet vervangen worden. Het opengraven van de bodem biedt naast de mogelijke implementatie van duurzamere vormen van energieopwekking en -levering ook synergievoordelen voor het klimaatadaptief en biodivers inrichten van de direct aangrenzende buitenruimte.
In 2022 werken, nadat eind 2021 een intentieovereenkomst is gesloten en de initiatieffase is afgerond, beide corporaties en de gemeente de opgave in de definitiefase verder uit naar een haalbare gebiedsontwikkeling. Het resultaat ter afsluiting van deze fase is een door de gemeenteraad vastgesteld kaderbesluit met onder andere een gebiedsvisie en ontwikkelstrategie. Dit is de opmaat naar een toekomstbestendige duurzame wijk met een diverser woningaanbod.

Prestatie 6C2.1 Toezien en handhaven op onrechtmatige bewoning
In samenwerking met de woningbouwcorporaties wordt toegezien op het rechtmatig gebruik van sociale huurwoningen. De beschikbaarheid van de woningvoorraad aan sociale huurwoningen wordt hiermee onder andere bewaakt.

Effectindicatoren bij 6C Wonen

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

2022

2023

2024

2025

Doel 6C1 Hogere kwaliteit en toename van de woningvoorraad

6C1.a Toename aantal huurwoningen (incl. studentenwoningen)

706 (2017)
965 (2018)
768 (2019)

983

1035

695

465

Nieuwbouwmonitor

6C1.b Toename aantal koopwoningen

250 (2017)
119 (2018)
76 (2019)

166

148

136

155

Nieuwbouwmonitor

6C1.c Aantal vernietigde woningen

156 (2017)
68 (2018)
94 (2019)

186

1

-

-

 

6C1.d Gemiddelde WOZ waarde

218.000 (2017)
234.000 (2018)

259.000 (2019)

-

-

-

-

CBS*
(wsjg - BBV)

6C1.e Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen

9,4 (2017)
11,9 (2018)
9,1 (2019)

-

-

-

-

CBS*
(wsjg - BBV)

6C1.f Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden

572 (2017)
573 (2018)
609 (2019)

-

-

-

-

COELO*
(wsjg - BBV)

6C1.g Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden

760 (2017)
765 (2018)
820 (2019)

-

-

-

-

COELO*
(wsjg - BBV)

Doel 6C3 Beter leefklimaat in Leiden Noord

6C3.a Rapportcijfer woonomgeving Leiden Noord

6,9 (2015)
6,8 (2017)

7.0 (2019)

-

-

-

-

Veiligheidsmonitor

* Deze BBV-indicator is landelijk verplicht. De realisatiewaarden staan op waarstaatjegemeente.nl. Vanwege deze wettelijk opgelegde werkwijze zien we af van het opnemen van streefwaarden.

Een overzicht van realisatie- en streefwaarden van de indicatoren (ook uit vorige begrotingen) staat op LeideninCijfers.

Beleidsterrein 6D Energietransitie

Inleiding

In de komende 28 jaar moet de stad volledig klimaatneutraal en aardgasvrij worden. Hiervoor moeten huizen en bedrijfsvastgoed worden aangepast en nieuwe energie infrastructuur worden aangelegd. Een eerste richting voor deze grote transitie is vastgelegd in de Leidse Warmtevisie. Het huidige collegeakkoord ‘Samen maken we de stad’ spreekt van een grote ambitie om met deze uitdaging aan de slag te gaan. In 2020 stelde het college de nieuwe uitvoeringsagenda Energietransitie Gebouwde Omgeving 2020-2023 vast en stemde de gemeenteraad in met het raadsvoorstel ‘Handelingsperspectief gemeente Leiden in de energietransitie’. In 2021 gaf de gemeenteraad opnieuw richting op een aantal vlakken, mede door het vaststellen van de Regionale Energiestrategie (RES) en het raadsvoorstel ter bevordering van de bovenlokale samenwerking in de warmtetransitie.

Betrokkenheid, acceptatie en participatie van burgers én bedrijven is noodzakelijk om de gestelde beleidsdoelen halen. De meerderheid van de Nederlandse bevolking geeft keer op keer aan dat zij verduurzaming belangrijk vindt en de participatie van bewonerscollectieven stijgt de afgelopen jaren sterk. Zo ook in Leiden is de betrokkenheid, acceptatie en participatie van burgers en bedrijven afgelopen jaren gegroeid, onder andere door actief werk van de wijkambassadeurs. De initiatieven op wijkniveau groeien en winnen aan kracht. Deze aansluiting onderstreept de aandacht die er is voor de energietransitie en zal ook een extra boost geven aan het maken van stappen in deze grote maatschappelijke opgave.

Dit moet er niet toe leiden dat de gemeente Leiden achterover gaat leunen en wacht op een uitontwikkelde sector. Juist in deze tijd is het nodig om toch stappen te maken, proeftuinen op te zetten en te leren hoe deze transitie aangepakt moet worden. Daarom wordt er rekening gehouden met de technieken die vandaag voorhanden zijn, maar denken we ook na hoe de technieken van morgen eenvoudig gebruikt kunnen worden.
De klimaatambities, de nieuwe gemeentelijke regisseursrol en de onvrede over de huidige marktwerking in de warmtemarkt (te weinig keuzevrijheid, warmtebron moet duurzamer en warmte moet betaalbaarder worden) vragen om nieuwe en betere instrumenten. Het in 2019 gepresenteerde Klimaatakkoord en de nieuwe Warmtewet 2.0 moet meer richting geven over hoe de marktregulering, tariefregulering en bijpassende rollen bij warmtenetten voor de marktpartijen en overheden er uit gaan zien. Duidelijkheid ontstaat als de nieuwe wet aan de Tweede kamer wordt aangeboden. Het staat in ieder geval vast dat de kaders vanuit de Rijksoverheid van grote impact zijn op hoe de gemeente Leiden de energietransitie kan vormgeven. Zonder deze kaders, die bijvoorbeeld de betaalbaarheid voor eindgebruikers moet borgen, wordt het moeilijk om echte grote stappen in de omschakeling voorwaarts te maken.

De nieuwe Warmtewet 2.0. geeft inzicht in de wettelijke bevoegdheden en instrumentarium die de gemeente kan hanteren. De nieuwe Omgevingswet is er daarnaast op gericht om meer integraal te gaan werken als overheid om de samenhang tussen ruimtelijke opgaven te versterken. De uitwerking van het instrumentarium van de Omgevingswet in relatie tot de energietransitie en andere ruimtelijke opgaven is nog in ontwikkeling. Tot slot leidt de decentralisatie van opgaven en taken van het rijksniveau richting het gemeentelijke niveau tot nieuwe financiële verhoudingen en arrangementen. De uitwerking hiervan is nog onderdeel van gesprek tussen gemeenten en Rijk. Naast een nieuw wettelijke kader om de omschakeling vorm te geven, zijn afspraken tussen Rijk en gemeenten over uitvoeringsmiddelen van cruciaal belang om deze grote transitie vorm te geven.

Gezien de grote mate van bewegelijkheid in het energietransitie-dossier is een bepaalde mate van flexibiliteit nodig. Dit is verwerkt in het Uitvoeringsprogramma Energietransitie Gebouwde Omgeving 2020-2023. Met dit uitvoeringsprogramma werken we onder andere toe naar een vermindering van de totale energiebehoefte, manieren om woningen, bedrijfspanden en gebouwen van instellingen duurzaam te verwarmen en van elektriciteit te voorzien. Samen met huiseigenaren, corporaties, netbeheerders, bedrijven en andere belanghebbenden brengen we in kaart hoe ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid eraan kan bijdragen dat de gebouwde omgeving in Leiden in 2050 op een klimaatneutrale manier aardgasvrij is.

Doelen en prestaties bij 6D Energietransitie

Doel

Prestatie

6D1 Klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2050

6D1.1 Meer energie besparen

6D1.2 Meer duurzame opwekking energie

6D1.3 Realisatie aardgasvrije stad

6D1.1 Meer energie besparen
Zo reserveren we structureel budget om bedrijven te ondersteunen bij verduurzaming. Een bedrijventerreinenaanpak is onderdeel van het Uitvoeringsprogramma Energietransitie. Er wordt daarnaast gestreefd om een bijdrage te leveren aan het behalen van een van de RES doelen om zo veel mogelijk bedrijfsdaken te benutten voor opwekking van energie. Energiescans worden door de gemeente beschikbaar gesteld voor bedrijven om hen inzicht te geven in verduurzamingskansen die er liggen. Er wordt speciaal gefocust op de groep bedrijven met een energie verbruik tot 25.000 M2 gas en/of 50.000 kWh/jaar. Dit is een doelgroep die nog een flinke besparing kan realiseren. Daarnaast wordt ingezet op het meer bekendheid geven aan de duurzaamheidslening voor bedrijven die de gemeente Leiden biedt.

Uiteraard moet de gemeente zelf het goede voorbeeld geven qua verduurzaming van het vastgoed. Daartoe is een top-25 opgesteld van gemeentelijke gebouwen die verduurzaamd worden. Hiervoor is per pand een routekaart opgesteld. Een aantal panden uit deze top 25 is inmiddels verduurzaamd en de overige panden worden in 2022 verduurzaamd. Verder worden in 2022 nieuwe sportvoorzieningen gerealiseerd in Leiden, namelijk een sportcentrum aan de Telderskade en een schaatscentrum annex zwembad aan de Voorschoterweg. Beide indoorsportcomplexen worden duurzaam en zo klimaatneutraal mogelijk gebouwd. Het combibad en ijshal De Vliet krijgen zonnepanelen op het dak. En daar blijft het niet bij. De restwarmte die vrijkomt bij de koeling van de ijsbaan wordt gebruikt om het binnenzwembad te verwarmen. Het naastgelegen buitenbad De Vliet wordt komende winter gerenoveerd. Na voltooiing van de het nieuwe binnenbad en ijshal wordt dit buitenbad ook van het gas afgehaald en verwarmd met de warmtepompen van de ijshal.

De organisatie heeft inmiddels een energie-coördinator die onderdeel is van de vaste formatie. In de duurzaamheidsambities van de gemeente is vastgelegd dat zij als organisatie het goede voorbeeld wil geven op het gebied van de energietransitie. Het op orde hebben van de eigen energiehuishouding (elektriciteit, aardgas, warmte en water) is hierbij een belangrijke stap. Het is de taak van de Energie-coördinator om hieraan invulling te geven. Vanaf 2019 wordt het elektriciteits- en aardgasverbruik voor 100% verduurzaamd. Sindsdien is de gemeente Leiden grotendeels een CO2-neutrale organisatie. De Energie-coördinator richt zich in 2022 met name op het leveranciersmanagement GWE, het monitoren van verbruiken en energiemanagement, het behandelen van mutaties (aan- en afmelden) van aansluitingen GWE, de coördinatie en advisering over vraagstukken gerelateerd aan energie, duurzaamheid, facturatie, besparing en van wettelijke veranderingen en ontwikkelingen. Daarnaast wordt gekeken hoe de rol van energie-coördinator verder doorontwikkeld en wellicht verbreed kan worden naar de regio.

In Leiden bieden we een energieloket voor bewoners met allerhande energievragen, het Duurzaam Bouwloket (waarmee we tevens invulling geven aan de wettelijke verplichting hiertoe). Elk jaar voert de gemeente in samenwerking met het Duurzaam Bouwloket wijkaanpakken uit gericht op specifieke woningtypen waar een stappenplan voor verduurzaming voor wordt opgesteld. In 2022 willen we aan de hand van een concrete isolatiestrategie zowel stadsbreed als specifiek in een aantal wijken aan de slag om mensen te motiveren de isolatie van hun woning (verder) op orde te brengen. Op basis van de Transitievisie Warmte die begin 2022 wordt vastgesteld, leggen we een focus op die wijken waar de gemeente van plan is om te starten met de omschakeling naar een aardgasvrije stad. Hier kan concreet al worden toegewerkt naar het isolatieniveau dat minimaal nodig is voor de beoogde warmteoplossing.

Het is daarnaast zaak om niet alleen de groene, vaak hoogopgeleide voorlopers met een koopwoning te betrekken bij de energietransitie maar juist ook huurders, minima, mensen met een niet-Nederlandse achtergrond. Allemaal mensen die geraakt (gaan) worden door de energietransitie maar voor wie dit onderwerp nu vaak nog ‘ver van hun bed’ is. Om ook deze bewoners te betrekken worden lopende acties in 2022 verder opgeschaald. Met een aantal Leidse wijkambassadeurs is een Leids kennisnetwerk opgezet, gericht op de bestrijding van energiearmoede. Hieraan neemt ook de gemeente deel. Gemeente Leiden doet tevens vanuit diverse disciplines mee aan de provinciale leerkring (vanuit Wonen, Energie en Armoedebestrijding). Doel hiervan is uitwisseling van goede ervaringen, zoeken naar complementaire aanpakken en gezamenlijk optrekken met Rijk en koepelorganisaties in de aanpak van energiearmoede. Monitoring zal hierbij een belangrijke rol spelen

In 2021 is de subsidieregeling ‘lokale energie-initiatieven Leiden’ opengesteld. Per jaar is €250.000,- beschikbaar voor initiatieven om (de betrokkenheid van Leidse inwoners bij) de energietransitie een stimulans te geven. Het maximale subsidiebedrag per aanvrager per jaar bedraagt €15.000,-. In 2022 is de doelstelling door middel van deze subsidieregeling de samenwerking met de stad uit te breiden door het bereiken en betrekken van nieuwe partners en zo de energietransitie verder aan te jagen. Subsidie kan worden aangevraagd door bijvoorbeeld een bewoner alleen, een groep woningeigenaren of huurders, een wijkambassadeur, wijkvereniging, stichting of coöperatie.

6D1.2 Meer duurzame opwekking energie
Ter bevordering van de prestatie 6D1.2. ‘meer duurzame opwekking energie’ zijn vijf lijnen geïdentificeerd voor 2022.

In 2021 is de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 vastgesteld. Hierin geven we samen met regiogemeenten, Provincie Zuid Holland, Omgevingsdienst West Holland en het Hoogheemraadschap van Rijnland, onder regie van Holland Rijnland, uitvoering aan het Energieakkoord Holland Rijnland en maken we werk van de energietransitie. Binnen de RES zijn regionale doelen vastgesteld rondom de warmtetransitie, de opwek van grootschalige wind- en zonprojecten en de thema’s mobiliteit en energiebesparing. Deze worden in 2022 verder uitgewerkt in concrete acties richting de RES 2.0, die medio 2023 zal worden vastgesteld door de diverse bestuurlijke gremia. Om grootschalige zonnevelden en windmolens te kunnen plaatsen in de regio is draagvlak nodig, dit is dan ook één van de belangrijkste activiteiten in de regionale samenwerking. We reserveren budget binnen deze uitvoeringslijn voor een bijdrage aan deze trajecten.

Op regionale schaal wordt ook samengewerkt aan de realisatie van een open regionale energiestructuur (ORES). Hiermee faciliteren we dat duurzame warmte op termijn de warmte uit de gasgestookte energiecentrale aan de Langegracht kan vervangen. Om zowel een klimaatneutrale warmtebron en een warmtebron met uitbreidingspotentie te hebben, wordt gewerkt aan een nieuwe warmtebron voor het bestaande Leidse warmtenet. De gemeente pakt een regisserende rol om de realisatie van deze ORES vorm te geven met vijf buurgemeenten, zodat er zowel warmte uit de Rotterdamse haven (via Warmtelinq+) als lokale aardwarmte (geothermie) en warmte uit water (aquathermie) kan worden ingevoed. Ook zorgen we binnen onze bevoegdheid als vergunningverlener voor een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing op Leids grondgebied van de warmtetransportleiding uit Rotterdam. Tevens worden op regionale schaal in 2022 in RES-verband afspraken geïmplementeerd over de verdeling van warmte uit bovenlokale bronnen als aquathermie en geothermie. Voor de realisatie van dergelijke grote projecten is het echter randvoorwaardelijk dat het wettelijk kader en instrumentarium op orde is.

Op regionale schaal wordt ook samengewerkt aan de realisatie van een open regionale energiestructuur (ORES). Hiermee faciliteren we dat duurzame warmte op termijn de warmte uit de gasgestookte energiecentrale aan de Langegracht kan vervangen. Om zowel een klimaatneutrale warmtebron en een warmtebron met uitbreidingspotentie te hebben, wordt gewerkt aan een nieuwe warmtebron voor het bestaande Leidse warmtenet. De gemeente pakt een regisserende rol om de realisatie van deze ORES vorm te geven met vijf buurgemeenten, zodat er zowel warmte uit de Rotterdamse haven (via Warmtelinq+) als lokale aardwarmte (geothermie) en warmte uit water (aquathermie) kan worden ingevoed. Ook zorgen we binnen onze bevoegdheid als vergunningverlener voor een zo goed mogelijke ruimtelijke inpassing op Leids grondgebied van de warmtetransportleiding uit Rotterdam. Tevens worden op regionale schaal in 2022 in RES-verband afspraken geïmplementeerd over de verdeling van warmte uit bovenlokale bronnen als aquathermie en geothermie. Voor de realisatie van dergelijke grote projecten is het echter randvoorwaardelijk dat het wettelijk kader en instrumentarium op orde is.

Lokale warmtebronnen, veelal van lage temperatuur, zijn van groot belang voor de verdere verduurzaming van het Leidse warmtenet, zoals hierboven aangegeven. Echter, veel van deze technieken bevinden zich nog in de ontwikkelende fase. We stellen ons open voor lokale ontwikkelingen in bestaande wijken als Waardeiland en Merenwijk, maar ook bij nieuwbouwontwikkelingen voor de inpassing van een lage temperatuur warmtebron.

Om uiteindelijk een klimaatneutrale gebouwde omgeving te hebben, moet er niet alleen werk worden gemaakt van de verduurzaming van de warmtevoorziening. De verduurzaming van elektriciteit is ook hard nodig, zodat deze niet meer opgewekt hoeft te worden uit vervuilende kolencentrales. We helpen bewoners, bedrijven en instellingen om hier werk van te maken, met als doel elk dak één zonnepaneel. Woningeigenaren en bedrijven in de gemeente Leiden die duurzame maatregelen willen laten uitvoeren, bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen, kunnen een duurzaamheidslening aanvragen, tegen lage rente. Ook draagt de Gemeente Leiden haar eigen steentje bij door afspraken met bijvoorbeeld Zon op Leiden of andere energiecoöperaties. Hieronder valt ook de afspraak uit het Klimaatakkoord om 50% van de energieopwek in lokaal eigendom te hebben.

Het elektriciteitsnetwerk staat onder druk. Door toenemende groei van de stad en elektrificatie stijgt de vraag naar elektriciteit. Deze kan op korte termijn niet meer in het net worden geaccommodeerd. Samen met Alliander, als beheerder van het elektriciteitsnetwerk, en buurgemeenten is onderzocht waar uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk nodig zijn, om de groeiende vraag om een zo goed mogelijke manier te kunnen accommoderen. Deze locaties worden in 2022 voorbereid op uitbreiding van het netwerk.

6D1.3 Realisatie aardgasvrije stad
Binnen de prestatie 6D1.3 Realisatie aardgasvrije stad onderscheiden we een aantal thema’s, waarbinnen we acties uitvoeren die bijdragen aan het aardgasvrij maken van de stad. De gemeentelijke doelstelling is om in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. Dit hangt nauw samen met de uitvoeringslijnen Besparen en Opwekken, omdat dit cruciale onderdelen zijn van de omschakeling. Door de inspanningen in die lijnen zetten we in elke wijk stappen om woningen en andere gebouwen aardgasvrij-ready te maken; in de vastgestelde Transitievisie Warmte (TVW) staat in welke kansrijke wijken we beginnen met de omschakeling. Bij deze omschakeling in de gebouwde omgeving wordt op een betaalbare, betrouwbare en duurzame manier verwarmd.

De omschakeling naar een aardgasvrije stad geven we wijkgericht vorm. We voeren regie op de energie- en warmtetransitie door samen met bewoners en gebouweigenaren te bepalen wat per wijk de beste oplossing is voor warmte en stroom: warmtenetten, (hybride) warmtepompen, volledig elektrisch of nog anders. In 2022 werken we toe naar wijkuitvoeringsplannen (WUP) in een aantal kansrijke wijken: Leiden Zuidwest, Meerburg en de Stevenshof. Buiten deze, grotendeels door de gemeente geïnitieerde trajecten, besteden we ook aandacht aan een aantal lokale initiatieven in andere wijken (zie verderop). We geven in 2022 verder uitvoering aan het traject Leiden Zuidwest Aardgasvrij door een aantal thema’s (aanleg warmtenet, rioolvervanging en elektriciteitsvoorziening) verder uit te werken en een plek te geven in de eerste op te stellen wijkuitvoeringsplannen. In Zuidwest is in 2017 een intentieovereenkomst met elf partijen gesloten. Daarnaast heeft het college in maart 2019 het Plan voor de Warmtevoorziening Leiden Zuidwest vastgesteld. In dit plan werd een warmtenet als beste alternatief voor aardgas aangetoond. Binnen Zuidwest werken we concreet aan de omschakeling van, met name, corporatiebezit in Haagweg-Zuid. Dit project en de strategische keuzes die partijen hierbinnen maken ten aanzien van de toekomstige warmteoplossing gelden als voorbeeld voor de rest van Zuidwest. In de wijk Meerburg hanteren we een integrale wijkaanpak. De gemeente neemt een regisserende rol aan om zoveel mogelijk koppelkansen te benutten in de transformatie van deze wijk. In 2020 hebben we geïnventariseerd welke opgaven spelen en op welke manier deze gecombineerd kunnen worden. In 2021 heeft de energietransitie formeel een plek gekregen in deze fasering. In 2022 werken we de plannen verder uit, zodat er binnen de transformatie optimaal rekening wordt gehouden met de mogelijke warmteoplossingen.

We nemen ook een regisserende rol aan in de wijk Stevenshof. We brengen stakeholders (woningcorporaties, Vattenfall, Liander en bewoners) bij elkaar om van het kookgas af te gaan, waardoor deze wijk snel aardgasvrij kan worden gemaakt. We gaan concreet aan de slag in een voorbeeldbuurt binnen de Stevenshof, waar we ervaring opdoen met het omschakelen van koken op gas naar koken op inductie. Zo leren we van de praktijk, zoals de werkelijke kosten van de overstap, de mogelijke combinatie met andere investeringen in de woningen en de beleving van bewoners. Tegelijkertijd hanteren we een wijk-brede communicatiestrategie om iedereen in beweging te krijgen, door bijvoorbeeld bewustwording bij natuurlijke momenten (verhuizing, verbouwing etc.) te vergroten. We combineren de omschakeling zoveel mogelijk met besparing (het verlagen van de aanvoertemperatuur van stadswarmte door te isoleren en radiatoren waterzijdig in te regelen) en opwekken (leggen van zonnepanelen op daken).

De energie- en warmtetransitie is nog volop in ontwikkeling. De komende jaren is er behoefte aan het opstellen van nieuwe beleidskaders. Belangrijke instrumenten voor de gemeente om haar regierol te pakken zijn de TVW en WUPs. We hanteren een standaard wijkaanpak, waarvoor we onder andere gebruik maken van de fasering van het Wijkkompas. Het Wijkkompas is een praktische tool, die stakeholders houvast geeft binnen het WUP; waar staan we, welke stappen nemen we vanaf nu en wie of wat hebben we daarvoor nodig? Door dit beschikbaar te stellen (bijvoorbeeld op de website) kan elke inwoner zien waar we staan in zijn/haar wijk en welke vervolgstappen eraan komen richting aardgasvrij.

We hebben in de TVW de volgorde en het tijdpad vastgelegd waarin wijken worden aangepakt. Deze wordt elke vijf jaar geüpdatet volgens de nieuwste inzichten. In dat plan staat ook hoe bewoners erbij worden betrokken. Voor de wijken die hierin als kansrijk worden bestempeld, worden als eerste WUPs gemaakt. Hierin wordt met de wijk in detail een plan beschreven voor de wijk, in termen van o.a. techniek, fasering, organisatie en voorwaarden. Het WUP kan per aspect adviserend van karakter zijn, maar ook sturend/kader stellend en geeft invulling aan de regierol van de gemeente.

Behalve de wijkaanpakken die vanuit de gemeente worden geïnitieerd, is er ook een aantal wijken waar bewoners een bewonersinitiatief starten en, vaak, op twee sporen de energietransitie proberen aan te jagen: verduurzaming van woningen en onderzoek naar een aardgasvrije toekomst. Omdat deze doelstellingen overeenkomen met de beleidskaders van de gemeente, krijgen deze lokale initiatieven actieve ondersteuning vanuit de gemeente (kennis, financiële ondersteuning) als ook door aangesloten wijkambassadeurs. In 2021 hebben we deze initiatieven allemaal in kaart gebracht en een Green Deal gesloten waarmee hun inspanningen worden erkend en kaders worden gesteld hoe we gezamenlijk stappen kunnen zetten in deze wijken. In 2022 werken we met hen richting WUPs, zodat deze stappen concreet worden. Wijken die we hiervoor in beeld hebben zijn o.a. Merenwijk, Waardeiland, Houtkwartier en Vogelwijk.

Indicatoren en streefwaarden

Om de lopende activiteiten en het uitvoeringsprogramma te monitoren op prestaties, worden de doelstellingen vertaald in concrete streefwaarden.

Effectindicatoren bij 6D Energietransitie

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

2022

2023

2024

2025

Doel 6D1 Klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2050

6D1.a Gemiddeld aardgasverbruik per woning in m3 per jaar*

920 (2017)
930 (2018)

853

840

828

8816

CBS

6d1.A Gemiddeld elektriciteistverbruik per woning in m3 per jaar*

2.450 (2017)
2.350 (2018)

2.272

2.238

2.204

2.170

CBS

6D1.b Totale CO2-uitstoot gebouwde omgeving (x1.000 ton)**

357 (2017)
347 (2018)

323

316

310

304

Klimaatmonitor

6D1.c Duurzaam opgewekte energie in Terajoule***

142 (2017)

229

252

277

310

Klimaatmonitor

* Streefwaarden: afname van 1,5% per jaar vanaf 2017.
** Streefwaarden: afname van 2% per jaar.
*** Streefwaarden: toename van10% per jaar.

Een overzicht van realisatie- en streefwaarden van de indicatoren (ook uit vorige begrotingen) staat op LeideninCijfers.

Binnen het uitvoeringsprogramma is nog een actie opgenomen om een nieuw monitoringsraamwerk op te stellen. Dit moet er toe leiden dat er scherper gemonitord kan worden, op basis van betere data en realistisch prestaties met streefwaarden. Hierin wordt beoogd om meer data in te voegen over de voortgang van de realisatie van de aardgasvrije stad, bijvoorbeeld door het aantal huizen aangesloten op het warmtenet te vermelden.

Kaderstellende beleidsstukken

Onderstaand overzicht omvat de afgelopen 5 jaar.

  • RV 21.0058 Kaderbesluit herontwikkeling Werninkterrein
  • RV 21.0038 Gebiedsvisie Stationsgebied
  • RV 21. 0042 Vaststelling bestemmingsplan De Geus
  • RV 21.0049 Kaderbesluit Groene Kaasmarkt
  • RV 21. 0031 Nota Kostenverhaal
  • RV 21. 0046 Vaststellen Regionale Energiestrategie (RES)
  • RV. 21.0026 Raadsvoorstel samenwerking warmtetransitie Leidse regio en restwarmte via warmtelinQ+
  • RV 21.0019 Afgifte verklaring van geen bedenkingen voor de uitgebreide omgevingsvergunningen Ypenburgbocht
  • RV 21.0021 Vaststellen tweede tranche van de Verordening fysieke leefomgeving
  • RV 21.0007 Verordening doelgroepen woningbouw Leiden 2021
  • RV 21.0013 Kaderbesluit Diamantplein
  • RV 21.0003 Nota van Uitgangspunten Plesmanlaan 100
  • RV 21.0001 Herziening vergoeding administratiekosten erfpacht 2021-2025
  • RV 20.0112 Gebiedsvisie Vondelkwartier
  • RV 20.0110 Vaststellen Ontwikkelperspectief De Mors: ‘Meer Mors, Mooi voor iedereen
  • RV 20.0092 Voorbereidingsbesluit Lammenschansstrip
  • RV 20.0081 Concept-Regionale Omgevingsagenda 2040, aan de slag met Hart van Holland: vaststelling wensen en bedenkingen, aanbieding aan de raad.
  • RV 20.0079 Vaststellen Verordening fysieke leefomgeving en intrekking en wijzigingen verordeningen
  • RV 20.0070 Vaststelling bestemmingsplan ‘Dolfijn ’t Schippertje
  • RV 20.0064 Aanpassing Welstandsnota 2014 inzake regels voor toepassing zonnepanelen.
  • RV 20.0056 Gebiedsvisie Schipholweg
  • RV 20.0053 Vaststellen bestemmingsplan Brahmslaan 80
  • RV 20.0048 Vaststelling Huisvestingsverordening, onderdeel woonruimtevoorraad, Leiden 2020
  • RV 20.0042 Vaststellen bestemmingsplan Statendijck
  • RV20.0039 Concept-Regionale Energie Strategie (concept-RES): vaststelling wensen en bedenkingen
  • RV 20.0033 Stedenbouwkundig Programma van Eisen Kaasmarkt na inspraak
  • RV 20.0032 Handelingsperspectief gemeente Leiden in de energietransitie
  • RV 20.0023 Wensen en bedenkingen inzake voorgenomen besluit tot een enkelvoudige onderhandse selectie van het consortium van de marktpartijen Bouwfonds Property Development, Steenvlinder en de MeijerBergman Erfgoed Groep in nauwe samenwerking met het burgerinitiatief Nieuw Leids Bolwerk gericht op een haalbaarheidsonderzoek van zes maanden.
  • RV 20.0021 Verordening Duurzaamheidsvoucher Leiden 2020
  • RV 20.0018 Verlenging Vergunningverlening, Toezicht en Handhavings (VTH-) Beleidsplan 2016-2018 tot invoering Omgevingswet
  • RV 20.0014 Vaststelling Bestemmingsplan Binnenstad 1e partiele herziening
  • RV 20.0012 Raadsvoorstel Nota van Uitgangspunten Bizetpad 1
  • RV 20.0011 Vaststelling Beeldkwaliteitsplan Scal-locatie
  • RV 19.0166 Raamwerk Omgevingswet-instrumentarium gemeenteraad
  • RV 19.0165 Verrijking stedenbouwkundig plan ‘Stationsgebied Leiden
  • RV 19.0008 Aanpassing ruimtelijke procedure aanvraag om uitgebreide omgevingsvergunning
  • Ontwerp verklaring van geen bedenkingen Kantoorschip Groenewegen (RV 18.0070)
  • Vaststelling Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0-versie (RV 19.0068)
  • Raadsvoorstel vaststellen gebiedspaspoort Kopermolen (RV 19.0063)
  • Voorbereidingsbesluit Oude Singel 28 (RV 19.0061)
  • Vaststelling bestemmingsplan Oude Rijnlocatie (RV 19.0060)
  • Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Middelstegracht 145-151 (RV 19.0050)
  • Afgifte verklaring van geen bedenkingen ten behoeve van de uitgebreide wabo procedure Utrechts Jaagpad 10G (RV 19.0046)
  • Afgifte verklaring van geen bedenkingen voor het bouwplan Rijndijk links naast 290 (RV 19.0043)
  • Actualisatie Ontwikkelstrategie Lammenschansdriehoek (RV 19.0040)
  • Nota van Uitgangspunten Statendijck (RV 19.0035)
  • Nota van Uitgangspunten Kantoorschip Groenewegen (RV 19.0024)
  • Voorbereidingsbesluit Haarlemmertrekvaart (RV 19.0015)
  • Nota van Uitgangspunten Turkooislaan 131 (RV 19.0014)
  • Verlengen huisvestingsverordening en beleidsregels onttrekkingsbeleid RV 19.0013)
  • Nota van Uitgangspunten Noordman – Haagweg (RV 19.0009)
  • Vaststelling bestemmingsplan Toussaintkade (RV 19.0006)
  • Besluit tot uitvoering Oude Rijnlocatie d.m.v. activering grondexploitatie (RV 19.0004)
  • Ontwerp wgb voor uitgebreide wabo procedure Utrechtse Jaagpad 10G (RV 19.0003)
  • Nota van Uitgangspunten LEAD (RV 18.0124)
  • Werninkterrein (RV 18.0131)
  • Openbare Ruimte projecten Binnenstad: Uitvoeringsbesluit Haven (RV 18.0129)
  • Openbare Ruimte projecten Binnenstad: Uitvoeringsbesluit Herenstraat (RV 18.0128)
  • Ontwerp verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Middelstegracht 145-151 (RV 18.0120)
  • Verlenging Wonen Boven Winkels (RV 18.0118)
  • Aankoop Rijnsburgerweg 1 -1a (RV 18.0117)
  • Vaststellen ruimtelijke randvoorwaarden nieuwbouw Leonardo College (RV 18.0108)
  • Vaststelling bestemmingsplan Schipholweg 130 (RV 18.0107)
  • Bestemmingsplan en uitvoeringsbesluit Lammenschans – Ananasweg (RV 18.0106)
  • Uitvoeringsbesluit Haarlemmerweg (RV 18.0105)
  • Nota van Uitgangspunten Vijf Meilaan 210 (RV 18.0095)
  • Vertrekpunten Omgevingsvisie Leiden 2O40 en Verstedelijkingsnotitie (RV 18.0093)
  • Ontwerp verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Rijndijk links naast 290 (RV 18.0084)
  • Aanwijzing Wvg Rijnsburgerweg 1 - 14, Connexxion locatie (RV 18.0083)
  • Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Mosterdsteeg-Breestraat-Botermarkt (RV 18.0077)
  • Vaststelling bestemmingsplan Rijnsburgerblok deel 2 RV (18.0069)
  • Vastelling bestemmingsplan loswal (RV 18.0056)
  • Vaststelling bestemmingsplan Sumatrastraat 195 (RV 18.0045)
  • Vaststelling bestemmingsplan Kijkhuis (RV 18.0047)
  • Vaststelling bestemmingsplan Oost (RV 18.0038)
  • Verwerving grond en woningen Rhijnvreugd (RV 18.0029)
  • Vaststelling parapluplan stedenbouwkundige bepalingen bouwverordening (RV 18.0023)
  • Herijking bouwprogramma Oppenheimstraat (RV 18.0010)
  • Nota van uitgangspunten SCAL locatie Rooseveltstraat (RV 18.0007)
  • Vaststelling bestemmingsplan Kanaalpark (RV 18.0006)
  • Vastelling bestemmingsplan Tracébesluit A4 en A44 (RV 18.0005)
  • Nota van uitgangspunen Toussaintkade 51 (RV 17.0121)
  • Nota van uitgangspunten Sumatrastraat 195 (RV 17.0117)
  • Kaderbesluit Openbare Ruimte projecten Binnenstad (RV 17.0109)
  • Vaststellen van de Leidse Warmtevisie (na inspraak) (RV 17.0072)
  • Vervolgaanpak en uitwerkingsthema's voor de ontwikkeling van het stedenbouwkundig model tot een stedenbouwkundig plan Humanities Campus, herontwikkeling Witte Singel – Doelencomplex (RV 17.0047)
  • Gemeentegarantie SHWJ financiering 43 starterswoningen Ter Haarkade 1 (RV 17.0065)
  • VVGB omgevingsvergunning naast Zoeterwoudsesingel 2 (RV 17.0058)
  • Vaststelling bestemmingsplan Stationsbuurt (RV 17.0059)
  • Vaststelling bestemmingsplan Binnenstad (RV 17.0057)
  • Voorbereidingsbesluit Haarlemmertrekvaart (RV 17.0097)
  • Vaststelling bestemmingsplan Brug Poelgeest 2017 (RV 17.0083)
  • Aanpassing VVGB-lijst en delegatiebesluit exploitatieplannen bij reguliere WABO-procedures (RV 17.0100)
  • Vaststelling bestemmingsplan LBSP-Gorlaeus (RV 17.0104)
  • Zienswijze Leiden op de Regionale Woonagenda 2017 Holland Rijnland (RV 17.0104)
  • Vermogensbeheer grondexploitaties 2017-2021 (RV 17.0055)
  • VVGB MEAS-locatie (RV 17.0019)
  • Uitvoeringsbesluit Rijnsburgerblok (RV. 17.0031)
  • Meerjarenperspectief grondexploitaties 2017 (RV 17.0052)
  • Vaststelling bestemmingsplan Nieuweroord (RV 17.0028)
  • Het Hart van Holland regionale agenda Omgevingsvisie 2040 (RV 17.0029)
  • Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Zoeterwoudsesingel 33-34 (RV 17.0033)
  • Kaderbesluit Oude Rijnlocatie (voorheen Rijkswaterstaatlocatie) (RV 17.0030)
  • Vaststelling bestemmingsplan Zuidwest (RV 17.0026)
  • Kaderbesluit Lammenschans – Ananasweg (RV 17.0018)

Programmakosten

Stedelijke ontwikkeling
bedragen x 1.000,-

 

Rekening
2020

Begroting
2021

Begroting
2022

Meerjarenraming

2023

2024

2025

Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

Lasten

7.894

8.847

7.922

6.624

6.140

6.114

 

Baten

-8.712

-3.752

-3.816

-3.866

-3.765

-3.765

Saldo

 

-818

5.095

4.107

2.757

2.376

2.349

Gemeentelijk vastgoed

Lasten

21.520

34.871

19.479

16.845

18.874

16.215

 

Baten

-24.560

-26.805

-23.347

-16.922

-19.459

-15.447

Saldo

 

-3.041

8.065

-3.868

-76

-585

768

Wonen

Lasten

417

895

609

472

472

472

 

Baten

-22

0

0

0

0

0

Saldo

 

395

895

609

472

472

472

Energietransitie

Lasten

3.121

4.963

806

39

-115

-217

 

Baten

-1.643

-1.522

0

0

0

0

Saldo

 

1.478

3.441

806

39

-115

-217

Programma

Lasten

32.953

49.575

28.817

23.980

25.371

22.584

 

Baten

-34.938

-32.079

-27.163

-20.788

-23.223

-19.212

Saldo van baten en lasten

 

-1.985

17.496

1.654

3.192

2.148

3.373

Reserves

Toevoeging

19.294

17.160

10.807

7.014

7.492

5.529

 

Onttrekking

-14.994

-30.448

-6.575

-5.125

-4.320

-3.990

Mutaties reserves

 

4.300

-13.288

4.232

1.889

3.172

1.539

Resultaat

 

2.315

4.208

5.886

5.081

5.320

4.911

Budgettaire ontwikkelingen
De daling van de lasten en/of de stijging van de baten worden onder andere veroorzaakt door de indexering van budgetten, doorrekening van de kostenverdeelstaat en de kapitaallasten die zijn berekend vanuit het meerjareninvesteringsplan 2022-2025. Beleidswijzigingen met financiële consequenties worden hierna per beleidsterrein toegelicht.

Beleidsterrein 6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

In 2022 zijn de begrote lasten binnen dit beleidsterrein afgerond 850.000 lager dan in 2021. Deze verlaging komt tot stand doordat enerzijds budgetten in 2021 zijn verlaagd (afgerond 1.050.000) en anderzijds zijn er budgetten verhoogd (afgerond 200.000).

De onderstaande budgetten zijn in 2022 ten opzichte van 2021 verlaagd:

  • als gevolg van inzet middelen in 2021 zijn de bijdrages aan investeringen die worden gedekt door een onttrekking aan een reserve in 2022 lager. In totaal betreft dit afgerond 750.000;
  • in 2021 is voor het laatste jaar een subsidie opgenomen voor jaar van het dak (30.000);
  • de beschikbare middelen in 2022 voor vervanging ict VTH (Vergunningen, Toezicht en Handhaving) zijn 275.000 lager dan de middelen in 2021.

De onderstaande budgetten zijn in 2022 ten opzichte van 2021 verhoogd:

  • vanaf 2022 zijn kapitaallasten behorende bij de investeringen digitaal stelsel Omgevingswet (130.000) en vervanging BARS (70.000) opgenomen.

De begrote baten zijn in 2022 60.000 hoger dan in 2021 als gevolg van hogere bouwleges.

Beleidsterrein 6B Gemeentelijke gronden en gebouwen

Het beleidsterrein Gemeentelijke gronden en gebouwen bestaat uit de prestaties:

  • Voeren van een erfpachtbedrijf
  • Opstellen Meerjaren Perspectief Grondexploitaties en Vermogensbeheer Grondexploitaties
  • Exploiteren van gemeentelijke gebouwen

De daling in lasten (14,7 miljoen) en de daling in baten (3,0 miljoen) worden voor een groot gedeelte veroorzaakt door de verschillen in jaarschijven van de onderliggende grondexploitaties/projecten zoals opgenomen in de prestatie ‘Opstellen Meerjaren Perspectief Grondexploitaties en Vermogensbeheer Grondexploitaties’. De plankosten van de uit te voeren werkzaamheden en opbrengsten middels (grond)verkopen zijn jaarlijks niet constant. Deze verschillen hebben geen effect op het begrote resultaat van Programma 6 omdat het saldo van elke jaarschijf via het onderhanden werk naar de balans wordt geboekt. De daling van de lasten bij prestatie Voeren erfpachtbedrijf, Opstellen Meerjaren Perspectief Grondexploitaties en Vermogensbeheer Grondexploitaties en Exploiteren van gemeentelijke gebouwen wordt ook veroorzaakt door 8,4 miljoen minder incidentele exploitatie-bijdragen aan kredieten in 2022, hetgeen wordt gecompenseerd door een lagere onttrekking aan verschillende reserves voor hetzelfde bedrag.

Daarnaast leiden onderstaande mutaties tot aanzienlijke materiele verschillen binnen dit beleidsterrein voor de Programmabegroting 2022:

  • daling lasten grondexploitatie algemene dienst met 4,5 miljoen als gevolg van incidentele budgetten in 2021 (Onderhandelaarsakkoord Ons Doel);
  • stijging baten grondexploitatie algemene dienst met 2,3 miljoen als gevolg van hogere opbrengsten van incidentele grondverkopen;
  • prognose resultaat project verkoop gemeentelijk vastgoed is in 2022 0,3 miljoen lager dan in 2021;
  • hogere dotatie aan de voorziening onderhoud gemeentelijk vastgoed als gevolg van actualiseren beheerplannen.

Beleidsterrein 6C Wonen

De daling in lasten in 2022 ten opzichte van 2021 van 0,3 miljoen binnen het beleidsterrein Wonen wordt veroorzaakt door een exploitatiebijdrage aan investeringen die in 2021 incidenteel is begroot bij lokaal volkshuisvestingsbeleid (uitvoering nota wonen).

Beleidsterrein 6D Energietransitie

In 2022 zijn de begrote lasten binnen dit beleidsterrein 4,1 miljoen lager dan in 2021. Dit heeft een aantal redenen.

In 2022 is conform het Financieel perspectief duurzame stad (FPDS) vanaf 2022 180.000 minder begroot dan in 2021 en is er een taakstelling van 0,6 miljoen opgenomen die wordt ingevuld door de meeropbrengsten als gevolg van hogere parkeertarieven te gebruiken als dekking voor de duurzame mobiliteitsprojecten uit het Financieel Perspectief Duurzame Stad (FPDS). Daarnaast is in 2021 aanvullend incidenteel budget beschikbaar voor uitvoering duurzaamheidsleningen (515.000), organisatie energietransitie (430.000), bovenlokale uitvoering warmte linQ / aardgasvrije stad (900.000). Verder is in 2021 een subsidiebudget van 1,5 miljoen beschikbaar in het kader van de Regeling Reductie Energie (RRE), voor woningeigenaren die energiebesparende maatregelen willen gaan uitvoeren. In het kader van de Regeling Reductie Energie (RRE) heeft de gemeente Leiden samen met de gemeenten Kaag en Braassem, Voorschoten, Leiderdorp, Nieuwkoop, Oegstgeest en Zoeterwoude een aanvraag ingediend bij het ministerie van BZK. In 2019 is een positieve beschikking ontvangen van 3,1 miljoen voor de zeven gemeenten om in het kader van de RRE uitvoering te kunnen geven aan deze regeling in Leiden gebeurt dit middels de 'Verordening duurzaamheidsvoucher Leiden 2020'. In 2021 is nog 1,5 miljoen beschikbaar voor de uitvoering.

De begrote baten in 2021 zijn 1,5 miljoen hoger als gevolg van de inkomende subsidie voor de Regeling Reductie Energie in 2021.

Reserves

Reserves programma 6
bedragen x 1.000,-

 

Rekening
2020

Begroting
2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Reserve grondexploitaties P6

Toevoeging

7.867

11.652

6.428

2.359

2.859

1.359

 

Onttrekking

-8.703

-9.126

-447

-417

-327

-247

Saldo

 

-836

2.526

5.981

1.942

2.532

1.112

Reserve bovenwijkse voorz. Grondbedr. P6

Toevoeging

231

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-550

-54

-40

-40

0

0

Saldo

 

-319

-54

-40

-40

0

0

Reserve afkoopsommen erfpacht

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-1.494

-1.508

-1.508

-1.508

-1.508

-1.508

Saldo

 

-1.494

-1.508

-1.508

-1.508

-1.508

-1.508

Reserve afkoop adm.kst. Erfpacht

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-3

-3

-3

-3

-3

-3

Saldo

 

-3

-3

-3

-3

-3

-3

Egalisatiereserve inkomsten bouwleges P6

Toevoeging

4.434

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-29

-5.739

-325

-325

0

0

Saldo

 

4.406

-5.739

-325

-325

0

0

Reserve sociale huurwoningen

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-19

-325

0

0

0

0

Saldo

 

-19

-325

0

0

0

0

Reserve herstruct. Woongebieden Portaal

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-9

0

0

0

0

0

Saldo

 

-9

0

0

0

0

0

Reserve strategische aankopen

Toevoeging

155

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-616

-377

0

0

0

0

Saldo

 

-461

-377

0

0

0

0

Reserve Leids uitvoeringspr LUBO 2016 P6

Toevoeging

354

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-611

-2.002

0

0

0

0

Saldo

 

-257

-2.002

0

0

0

0

Reserve herstruct.woongebieden SvZ&V

Toevoeging

387

2

0

0

0

0

 

Onttrekking

-244

-150

0

0

0

0

Saldo

 

142

-148

0

0

0

0

Reserve herstruct.woongebieden Ons Doel

Toevoeging

51

49

4

4

4

4

 

Onttrekking

-180

-4.530

0

0

0

0

Saldo

 

-129

-4.481

4

4

4

4

Reserve risico's projecten in uitvoering

Toevoeging

0

506

0

0

0

0

 

Onttrekking

0

0

0

0

0

0

Saldo

 

0

506

0

0

0

0

Reserve Stedelijke Ontwikkeling P6

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-36

-673

0

0

0

0

Saldo

 

-36

-673

0

0

0

0

Res. Leefbaarh.projecten in de wijken P6

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-72

-60

0

0

0

0

Saldo

 

-72

-60

0

0

0

0

Reserve gsb-middelen ISV/EZ P6

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-43

-171

-135

0

0

0

Saldo

 

-43

-171

-135

0

0

0

Reserve asbestsanering (P6)

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

0

95

0

0

0

0

Saldo

 

0

95

0

0

0

0

Reserve herontw. Stationsgebied eo

Toevoeging

1.150

-150

0

0

0

0

 

Onttrekking

-238

-229

0

0

0

0

Saldo

 

913

-380

0

0

0

0

Reserve parkeren P6

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-26

-26

-26

-26

-26

-26

Saldo

 

-26

-26

-26

-26

-26

-26

Reserve economische impulsen Kennisst P6

Toevoeging

256

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

0

0

-1.060

0

0

0

Saldo

 

256

0

-1.060

0

0

0

Reserve bedrijfsvoering plankosten P6

Toevoeging

68

961

0

0

0

0

 

Onttrekking

0

-14

0

0

0

0

Saldo

 

68

947

0

0

0

0

Reserve Duurzame Stad P6

Toevoeging

4.341

4.141

4.375

4.651

4.629

4.166

 

Onttrekking

-2.122

-5.556

-3.031

-2.806

-2.456

-2.206

Saldo

 

2.219

-1.415

1.344

1.845

2.173

1.960

Reserves programma 6

 

4.300

-13.288

4.232

1.889

3.172

1.539

Reserve Grondexploitaties P6

De reserve Grondexploitaties wordt deels gevoed via bestemming bij de jaarrekening, door positieve resultaten van grondexploitaties, verkoopopbrengsten van panden en gronden en het resultaat op erfpacht. Voor 2022 is een storting voorzien van 6.427.658.

In 2021 is een onttrekking voorzien van 446.669 bestaande uit:

  • dekking kapitaallasten Morsweg 1 ter hoogte van 45.855;
  • beheerskosten strategisch vastgoed 410.000;
  • resultaat erfpacht -9.186.

Reserve Bovenwijkse voorzieningen Grondbedrijf

Voor 2022 is een onttrekking voorzien van 40.000 voor inzet regionaal architectuur platform.

Reserve Afkoopsommen erfpacht

De ontvangen afkoopsommen erfpachtcanon worden aan de reserve toegevoegd. In 2022 is een onttrekking voorzien van 1.508.487 als gevolg van resultaat regulier erfpacht, herziene erfpachtexploitaties en afkoopsommen erfpacht.

Reserve afkoop administratiekosten Erfpacht

De ontvangen afkoopsommen administratiekosten worden aan de reserve toegevoegd. Jaarlijks valt een evenredig deel van de reserve vrij. In 2022 is een reguliere vrijval voorzien van 3.000.

Reserve Inkomsten bouwleges

Voor 2022 is een onttrekking voorzien van 325.000 voor dekking kosten Omgevingswet.

Reserve Herstructucturering woongebieden Ons Doel

In 2022 is een storting voorzien van 4.117 conform het geldend rentepercentage.

Reserve gsb-middelen ISV/EZ P6

In 2022 is een onttrekking voorzien van 135.000. Betreft inzet middelen om uitvoering te kunnen geven aan de nota Wonen.

Reserve Parkeren P6

In 2022 is een onttrekking voorzien van 26.000 voor beheerskosten parkeerplaatsen Houtkwartier.

Reserve Economische impulsen Kennisstad P6

In 2022 is een onttrekking voorzien van 1.060.000. Dit bedrag wordt gestort in de reserve Afschrijving Investeringen ter dekking van kapitaallasten inrichting openbare ruimte Humanities Campus.

Reserve Duurzame Stad (P6)
Conform geactualiseerd Financieel Perspectief Duurzame Stad (FPDS). Storting beleidsakkoord 3 mln, Integraal waterketenplan 0,5 mln, bijdrage parkeren 1,2 mln en bijdragen kostenverhaal bij de particuliere ontwikkelaars (€ 0,14 mln). De storting is verlaagd met de kapitaallasten voor investeringen vanuit het FPDS.
Voor het programma energietransitie wordt in 2022 1.525.125 onttrokken, voor verstedelijking € 520.000, en voor duurzame mobiliteit € 350.000. Daarnaast wordt de bijdrage van de parkeerreserve van 636.000 verwerkt.

Investeringen

Prestatie

Omschrijving prestatie

Omschrijving investering

Categorie

nieuw / vervanging

Bijdrage derden/ reserves

2022

2023

2024

2025

          

06A201

Behandeling verzoeken omgvergunningen

Openbare ruimte Humanities Campus

Maatsch.

N

694

-

1.092

-

-

06B103

Exploiteren van gemeentelijke gebouwen

FPDS Verduurzaming vastgoed fase 2

Econ.

N

-

1.551

-

-

-

06B103

Exploiteren van gemeentelijke gebouwen

Investering gebouw Apothekersdijk 33 2025

Econ.

V

-

-

-

-

1.200

06B103

Exploiteren van gemeentelijke gebouwen

Verbouwing Stadsgehoorzaal 2025

Econ.

V

-

-

-

-

1.900

06B103

Exploiteren van gemeentelijke gebouwen

Verbouwing centrale bibliotheek Nieuwstraat

Econ.

N

-

8.600

-

-

-

06B103

Exploiteren van gemeentelijke gebouwen

Renovatie Boshuizerkade 119

Econ.

N

-

-

3.011

-

-

 

Totaal programma 6

   

694

10.151

1.092

-

3.100

In bovenstaand overzicht staan de investeringen zoals deze zijn opgenomen in het investeringsplan 2022-2025. In paragraaf 4.2.2 Investeringen wordt de ontwikkeling van de kapitaallasten toegelicht en staat een overzicht met te voteren kredieten.

Subsidies

 

subsidiestaat 2021

subsidiestaat 2022

Subsidie saldo

1.473.916

168.944

­Het volledige subsidie-overzicht is opgenomen in paragraaf 3.2.8 subsidies.