Ga naar boven
Home / Beleidsbegroting / Paragrafen / Bijzonder programma Duurzaamheid

Bijzonder programma Duurzaamheid

Naar een Programma Duurzaamheid 2.0

Met de vaststelling van de Duurzaamheidsambities 2030 en de Duurzaamheidsagenda 2016-2020 is het gemeentelijk beleid en de richting voor de eerste jaren neergezet. Hierin is aangegeven dat de focus van het programma de eerste jaren gericht was op het aanjagen en creëren van bewustwording in de stad en binnen de eigen organisatie.

Het nieuwe college wil een versnelling aanbrengen in het realiseren van de duurzame ambities. We ontwikkelen het Programma Duurzaamheid daarom door naar een 2.0 versie, waarin we de focus niet meer leggen op het creëren van bewustwording, maar op realisatie. De volgende thema’s’ zijn daarbij leidend

  • Duurzame verstedelijking en energietransitie
  • Klimaatadaptatie, water en Biodiversiteit
  • Circulaire Economie

De focus op deze thema’s vraagt om een nieuwe benadering van de doelgroepen in de stad. We willen gericht investeren in de stad, in duurzaamheidsmaatregelen die een effectieve bijdrage leveren aan het behalen van onze doelstellingen. Dit raakt bewoners, bedrijven en instellingen, die we dan ook intensief zullen betrekken bij het inbedden van duurzaamheidsmaatregelen. Zo willen we gezamenlijk de ambities van 2030 kunnen halen.

Om van duurzame verstedelijking een succes te maken, zijn grote investeringen nodig in gebiedsontwikkeling, in vergroening en in verduurzaming. Het college is voornemens voor zulke investeringen een fonds Duurzame Verstedelijking in te stellen.

We zetten in op een zakelijke aanpak waarbij we als gemeente gericht de samenwerking met marktpartijen opzoeken. Op welke wijze en door middel van welke projecten we dit gaan organiseren wordt op dit moment onderzocht. We verwachten het voorjaar 2019 de hernieuwde focus van het programma Duurzaamheid te kunnen presenteren.

Naast deze externe opgave zien we een interne opgave om het thema duurzaamheid integraal onderdeel te laten zijn van de organisatie als geheel. Een aanjaag programma heeft immers per definitie een tijdelijk karakter. Het doel is dat duurzaamheid in het DNA van de organisatie komt (zie onderstaand plaatje). Deze exercitie zal komend jaar plaatsvinden.

Om de doelstellingen te bereiken is in het voorjaar van 2015 besloten (RV 15.0013) om een per 1 juli 2015 programmaorganisatie in te richten (Programma Duurzaamheid) met een programmamanager. In de Kaderbrief 2018-2021 is voorgesteld het programmamanagement in ieder geval te verlengen tot eind 2018. Gezien de gewenste transitie zal ook dit tot eind 2019 verlengd worden. Het programma wordt gestuurd vanuit het team Economie, Cultuur, Wonen, Duurzaamheid (ECWD, cluster Stedelijke Ontwikkeling) en de maatregelen worden door verschillende teams in de organisatie uitgevoerd.

In het coalitieakkoord is daarnaast aangegeven dat het programma Duurzaamheid de komende vier jaar wordt voortgezet. Op welke wijze het programma wordt heringericht, met de drie focusgebieden als leidraad, wordt ook voorjaar 2019 duidelijk. Voor de aandachtspunten binnen de drie focusgebieden verwijzen we naar de programma’s 4 (circulair), 5 (klimaatadaptatie en biodiversiteit) en 6 (duurzame verstedelijking en energietransitie).

In 2019 wordt verder vervolg gegeven aan de verschillende maatregelen die uitgevoerd worden onder de door de raad vastgestelde doelstellingen. Binnen de drie pijlers worden de thema’s educatie, participatie en communicatie optimaal ingepast. Daarnaast wordt input geleverd aan de Omgevingsvisie en ruimtelijke ontwikkelingen en wordt gewerkt aan een duurzame gemeentelijke organisatie.

Voor dit doel zijn de effectindicatoren en waar mogelijk de prestatie-indicatoren opgesteld.

Effectindicatoren en monitoring

De vigerende Duurzaamheidsagenda 2016-2020 spitst zich toe op zes thema’s en zestien concrete doelstellingen.

Energie

1. Meer energie besparen; 1,5% per jaar

2. Meer gebruik van duurzaam opgewekte energie; 20% van de energie duurzaam en regionaal in 2020

3. Gemeente gaat voorop in energietransitie; organisatie klimaatneutraal in 2020

Duurzaam ondernemen

4. Duurzaam ondernemen vanzelfsprekend

5. Transitie naar circulaire economie

Biodiversiteit

6. Uitbreiding en verbinding groen voor biodiversiteit en recreatie

7. Bewoners vergroenen mee

8. Biodiversiteit als uitgangspunt

Afvalstromen

9. Minder afval

10. Minder zwerfafval

11. Minder restafval

Duurzame mobiliteit

12. Verschuiving naar duurzame en slimmere mobiliteit

13. Schonere lucht, betere gezondheid

Klimaatadaptatie

14. Waterbestendige stad

15. Klimaatrobuuste stad

Algemeen

16. Duurzaamheid uitdragen en stimuleren; CO2 uitstoot in 2030 40% minder dan in 1990

Met de vaststelling van de Duurzaamheidsagenda 2016-2020 zijn effectindicatoren vastgesteld. Het verder ontwikkelen en waar mogelijk verbeteren van indicatoren is een doorlopende opgave die deel uitmaakt van de opdracht van het Programma Duurzaamheid. In 2016 heeft de Leidse Milieuraad hier een advies over gegeven en de aanbeveling gedaan om ook inspannings- en prestatie-indicatoren op te nemen. In deze begroting zijn onder het kopje Werkplan Programma Duurzaamheid 2018-2020 verschillende prestatie-indicatoren toegevoegd. Bovenstaande onderdelen uit het Werkplan kunnen gezien worden als inspanningsindicatoren.

De streefwaarden in onderstaande tabel zijn gebaseerd op startjaar 2015.

Nr

Doelstelling

Effect

Indicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

1

Meer energie besparen

Energiegebruik 1,5% per jaar omlaag

Gasverbruik in mln m3

104,9 (2014)
106,0 (2015)
101,6 (2016)
99,3 (2017)

99,8 (2019)
98,3 (2020)
96,8 (2021)
95,4 (2022)

Energie in beeld

Elektraverbruik in mln kWh

521,7 (2014)
519,8 (2015)
517,7 (2016)
516,9 (2017)

489,3 (2019)
482,0 (2020)
474,7 (2021)
467,6 (2022)

Energie in beeld

2

Meer gebruik van duurzaam opgewekte energie

Aandeel hernieuwbare energie in 2020 20% in regionaal verband

Percentage hernieuwbare energie

1,1% (2012)
1,1% (2013)
1,5% (2014)
1,4% (2015)

17,4% (2019)
20,0% (2020)

Klimaatmonitor RWS

3

Gemeente gaat voorop in energietransitie

Energiegebruik gemeente 1,5% per jaar omlaag

Gasverbruik in mln m3 door gemeente

1,36 (2012)
1,54 (2013)
1,14 (2014)
1,17 (2015)

1,10 (2019)
1,08 (2020)
1,07 (2021)
1,05 (2022)

Gemeente Leiden

Elektraverbruik in mln kWh door gemeente

17,9 (2013)
20,5 (2014)
17,8 (2015)

16,8 (2019)
16,5 (2020)
16,3 (2021)
16,0 (2022)

Gemeente Leiden

4

Duurzaam ondernemen vanzelfsprekend

Energieverbruik bedrijven in Leiden met 1,5% per jaar omlaag

Gasverbruik in mln m2 door bedrijven

62,9 (2014)
63,7 (2015)
58,8 (2016)
56,9 (2017)

60,0 (2019)
59,1 (2020)
58,2 (2021)
57,3 (2022)

Energie in beeld

Elektraverbruik in mln kWh door bedrijven

403,8 (2014)
398,2 (2015)
393,0 (2016)
394,6 (2017)

374,8 (2019)
369,2 (2020)
363,7 (2021)
358,2 (2022)

Energie in beeld

5

Transitie naar circulaire economie

Plannen van aanpak voor bedrijfssectoren en - terreinen

-

-

-

-

6, 7, 8

Uitbreiding en verbinding groen voor biodiversiteit en recreatie,
Bewoners vergroenen mee,
Biodiversiteit als uitgangspunt

Soortenrijkdom flora en fauna

Aantal waargenomen soorten

982 (2013)
1.039 (2014)
1.111 (2015)
1.275 (2016)

positieve ontwikkeling

Waarneming.nl

Waardering van groen

Rapportcijfer voor recreatieve waarde

6,6 (2013)
7,0 (2015)
7,1 (2017)

positieve ontwikkeling

Stads- en wijkenquête

Omvang areaal groen

Aantal hectare groen

596 (2012)
584 (2015)

positieve ontwikkeling

CBS

9

Minder afval

Hoeveelheid afval

Kilo's afval per inwoner per jaar

406 (2013)
416 (2014)
406 (2015)
405 (2016)

-

CBS / Gemeente Leiden

10

Minder zwerfafval

Minder overlast van zwerfafval

Percentage inwoners dat 'behoorlijk wat' tot 'zeer ernstig'zwerfvuil ervaart

43% (2011)
40% (2013)
47% (2015)
43% (2017)

39% (2019)
39% (2021)

Stads- en wijkenquête

11

Minder restafval

Hoeveelheid restafval

Kilo's restafval per inwoner per jaar

258 (2013)
258 (2014)
249 (2015)
242 (2016)

-

CBS / Gemeente Leiden

12

Verschuiving naar duurzame en slimmere mobiliteit

Meer fietsbewegingen en OV-gebruik

Aantal fietsritten op 25 telpunten gemiddeld per werkdag

60.445 (2015)
72.775 (2016)
72.299 (2017)

66.489 (2020)

RVT Ontwerp en Mobiliteit

13

Schonere lucht, betere gezondheid

Aandeel auto's dat geheel of deels rijdt op niet-fossiele brandstoffen

Aantal geregistreerde elektrische en hybride personenauto's

621 (2014)
735 (2015)
879 (2016)
1.016 (2017)

-

Klimaatmonitor RWS

Geen hoofdwegen * met stikstofgehalte > 35 µg/m³

Aantal hoofdwegen met stikstofgehalte > 35 µg/m³

8 (2013)
10 (2014)
6 (2015)
7 (2016)

2 (2019)
0 (2020)

Ministerie I & M

14

Waterbestendige stad

Afname van het aantal locaties met wateroverlast

Aantal locaties met problematiek van verwerking hemelwater

-

0 (2020)

Gemeente Leiden

15

Klimaatrobuuste stad

Water- en hittebestendige stad in 2030

-

-

-

-

16

Duurzaamheid uitdragen en stimuleren

CO2 uitstoot met 40% omlaag in 2030 tov 1990 (=285 mln kg)

CO2 uitstoot per jaar in mln kg

494,5 (2014)
495,3 (2015)
486,4 (2016)
481,8 (2017)

439,2 (2019)
425,2 (2020)
411,2 (2021)
397,1 (2022)

Energie in Beeld

** De 23 gemeentelijke hoofdwegen zijn: Churchilllaan, Dr Lelylaan, Haagweg, Haagse Schouwweg, Herenstraat, Hoge Rijndijk, Hooigracht,Kanaalweg, Kooilaan, Lammenschansweg, Langebrug, Langegracht, Levendaal, Noordeinde, Oranjeboomstraat, Plesmanlaan, Schipholweg,Schipholweg/ Stationsweg tunnelmonden, Stevenshofdreef, Vrijheidslaan, Willem de Zwijgerlaan, Willem van der Madeweg, Zijlsingel.