Programmabegroting 2021

Werk en inkomen

Programmanummer

 

10

Commissie

 

Werk en Middelen

Portefeuille(s)

 

Werk. Inkomen, Economie & Cultuur
Gezondheid, Jeugdzorg & Welzijn

Bestuur, Veiligheid en Handhaving


De missie van het programma Werk en inkomen luidt:
Leiden wil een inclusieve stad zijn met een gunstig economisch klimaat, waarin alle Leidenaren kunnen deelnemen en zich kunnen ontwikkelen door middel van werk en participatie en waar een vangnet is voor wie dat nodig heeft.

Inleiding

In het programma Werk en Inkomen werken we op verschillende manieren aan de participatie van onze inwoners. De focus ligt op werk, inkomen, maatschappelijke participatie en schuldhulpverlening. De eerste prioriteit is werk en participatie. Werk, bij voorkeur betaald werk, is voor de meeste mensen de beste manier om deel te nemen aan de maatschappij. Niet alleen vanwege de financiële voordelen van een hoger inkomen, maar ook omdat werk plezier geeft en een positief effect heeft op de gezondheid van mensen. De focus van de gemeente Leiden ligt op het realiseren van duurzame banen en een inclusieve arbeidsmarkt Om iedereen perspectief op werk te bieden is een sterke regionale economie een vereiste. Werkgevers roepen we op om kansen te bieden aan alle werkzoekenden. Daarbij maken we verbinding met programma 3 Economie.

Programma 10 maakt (samen met Programma’s 7, 8C en 9) onderdeel uit van het sociaal domein en daarmee is de Visie Sociaal Domein van toepassing (RV 19.0029). In de visie zijn drie sturingsniveaus geformuleerd (stadsklimaat, collectief en individueel) waar de gemeente op inzet bij het realiseren van haar beleidsdoelen.

Speerpunten 2021

  • Uitvoering geven aan ‘Breed Offensief’ van het ministerie van SZW om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en houden, bijbehorende wetswijziging Participatiewet (1 juli 2021) en Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten. Ook voeren we het initiatiefvoorstel pilot 'Wijkleerbedrijf: een weg uit de bijstand' (RV 19.0049) uit.
  • Doorontwikkeling DZB Leiden: DZB Leiden werkt een onderbouwde visie uit over hoe DZB Leiden een toekomstbestendig bedrijf wordt dat de re-integratiedoelen van de gemeente ook in de toekomst kan behalen.
  • Binnen de wettelijke kaders invulling geven aan de speerpunten uit het Beleidsplan Werk en Participatie 2019-2023 (RV 19.0110). Rekening houdend met de Coronacrisis, waardoor naar verwachting meer mensen zullen instromen richting bijstand en re-integratie (economische trendbreuk).
  • In het eerste half jaar van 2021 bereiden we ons voor op de Veranderopgave Inburgering (VOI), onder meer via het maken van werkafspraken met de gecontracteerde partijen voor inburgeringsonderwijs (aanbesteding wordt eind 2020 afgerond). Per 1 juli 2021 voeren we de nieuwe taken en regierol uit, waaronder het verplicht financieel ontzorgen.
  • Uitvoeren, monitoren en evalueren van het nieuwe armoede- en minimabeleid (zie ook 10B)
  • Implementeren van het Regionaal Programma aanpak Laaggeletterdheid 2020-2024, waarvan de inzet van volwasseneneducatie een belangrijk onderdeel is
  • Invoeren van de vernieuwde individuele studietoeslag voor studenten met een arbeidsbeperking met ingang van 1 juli 2021 (Participatiewet)
  • Zoeken naar besparings- en financieringsmogelijkheden in de schuldhulpverlening, o.a. door het wegvallen van tijdelijke rijksmiddelen na 2021.

Beleidsterrein 10A Arbeidsparticipatie

In 2021 continueren we de uitvoering van het Beleidsplan Werk en Participatie 2019-2023 (RV 19.0110). Het doel is om de arbeidsparticipatie in Leiden en de regio te verhogen. De focus ligt op het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt en duurzame arbeidsplaatsen. Dat doen we in samenwerking met onze partnergemeenten in de arbeidsmarktregio Holland Rijnland, het UWV, maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen en werkgevers. Het beleidsplan bevat een aanpak vanuit drie pijlers, waaraan een breed scala aan activiteiten is gekoppeld. De drie hoofdthema’s zijn:

  1. bevorderen duurzame en inclusieve werkgelegenheid;
  2. benutten van scholingskansen en leerwerktrajecten;
  3. optimale werk- en participatie-voorzieningen.
Doelen en prestaties bij 10A Arbeidsparticipatie

Doel

Prestatie

10A1 Leidenaren hebben werk en zijn daardoor minder uitkeringsafhankelijk

10A1.1 Inzetten van re-integratie en participatievoorzieningen

10A1.2 Aanbieden volwasseneneducatie

10A1.3 Inzetten Projecten JA

10A2 Mensen met loonwaarde onder het wettelijk minimumloon werken zo regulier mogelijk

10A2.1 Inzetten sociale werkvoorziening

10A2.2 Inzetten beschut werk

10A2.3 Inzetten loonkostensubsidie

10A1 Leidenaren hebben werk en zijn daardoor minder uitkeringsafhankelijk
In 2021 blijven we werken aan het verkleinen van de mismatch op de arbeidsmarkt door de inzet van re-integratie instrumenten, participatievoorzieningen en specifieke trajecten voor jongeren tot 27 jaar en statushouders. We verwachten dat de huidige Coronacrisis effect heeft op de doelen 10A1 en 10A2. De effecten op de werkgelegenheid en bijstand zijn vooralsnog relatief beperkt gebleven, dankzij regelingen als de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) en de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO). Ook de veerkracht en creativiteit van de Leidse samenleving hebben hieraan bijgedragen. We zien echter dat de landelijke werkloosheid oploopt en het aantal WW-aanvragen stijgt, wat een voorteken is voor toenemende economische tegenwind. We verwachten in 2021 dat er een verschuiving gaat plaatsvinden van de krimp- en groeisectoren. In de ene sector zal de vraag naar personeel stijgen, terwijl de andere sector in zwaar weer blijft. Ook voorzien we verminderde baankansen voor jongeren bij een verder aanhoudende crisis.

10A1.2 Aanbieden volwasseneneducatie
In het Regionaal Programma Integrale aanpak laaggeletterdheid Holland Rijnland 2020-2024 is het beleid met betrekking tot de bestrijding van laaggeletterdheid voor de komende jaren beschreven. Laaggeletterdheid wordt niet benaderd als een geïsoleerd probleem, maar de aanpak wordt volledig geïntegreerd in het sociaal domein. Dit doen we in Leiden via volwasseneneducatie. Volwasseneneducatie, in het kader van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB), is een belangrijk instrument en financieel de belangrijkste pijler. Kenmerken van het nieuwe beleid zijn de nadruk op de doelgroep NT1 (mensen die in Nederland zijn geboren en getogen en niet goed kunnen lezen en schrijven), een grotere betrokkenheid van werkgevers en de aanpak via vijf actielijnen (de eigen rol van de gemeente, werk en participatie, armoede en schulden, het voorkomen van laaggeletterdheid en gezondheid en welzijn). De uitvoering van de WEB-gefinancierde volwasseneneducatie wordt in 2020 voor de periode 2021-2024 opnieuw aanbesteed. Daarnaast is er nog het aanbod van trajecten basisvaardigheden door welzijnsinstellingen onder de vlag van de Sterke Sociale Basis (SSB).

Alle op dit terrein actieve partijen zijn verenigd in een taalnetwerk, waarin gezamenlijk afspraken worden gemaakt om laaggeletterdheid aan te pakken. De afspraken zijn vastgelegd in een zogenaamd ‘taalpact’. Het Taalhuis van BplusC heeft hierin samen met de gemeente een sturende rol. Resultaten worden gemonitord.

10A1.3 Inzetten Projecten JA
De Veranderopgave inburgering (VOI) die op 1 juli 2021 in werking treedt, heeft effect op de werkzaamheden van project JA Statushouders (JAS). De gemeente is druk bezig met de uitvoering van de nieuwe wet. Het grootste deel van de JAS-werkzaamheden die op dit moment worden uitgevoerd, zullen onder de nieuwe wet worden voortgezet. In samenwerking met de Leidse Regio en de nog in te kopen taalaanbieders, zullen nieuwe taken komende periode worden geïmplementeerd.

10A2 Mensen met loonwaarde onder het wettelijk minimumloon werken zo regulier mogelijk
In 2021 geven we invulling aan het ‘Breed Offensief’ van het ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en houden, inclusief de bijbehorende wetswijziging Participatiewet die 1 juli 2021 in werking treedt. Met de komst van de Coronacrisis is het juist nu belangrijk dat we oog blijven houden voor de inclusieve arbeidsmarkt en de meest kwetsbare doelgroepen. Het risico bestaat dat deze groep de dupe wordt van de economische onzekerheid en werkgevers minder kansen bieden.

We maken gebruik van onze instrumenten om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk toe te leiden. Deze instrumenten: arbeidsplaatsen via de Wet sociale werkvoorzieningem (Wsw; in afbouw), opbouw beschutte werkplekken en garantiebanen met behulp van loonkostensubsidie. Daarbij anticiperen we op de agenda ‘Breed Offensief’ van het ministerie van SZW. Een agenda die:

  • maatregelen neemt waardoor mensen met een beperking meer waarborgen krijgen voor ondersteuning op maat met uitzicht op duurzaam werk;
  • werk voor mensen aantrekkelijker maakt doordat het meer loont en drempels wegneemt;
  • het simpeler maakt voor werkgevers om mensen met een beperking in dienst te nemen;
  • voorstellen doet waardoor werkgevers en werkzoekenden elkaar makkelijker weten te vinden.

Voor een aantal maatregelen uit het ‘Breed Offensief’ is wijziging van de Participatiewet nodig. In het wetvoorstel wordt het volgende geregeld:

  • vereenvoudiging van het instrument loonkostensubsidie;
  • expliciete aanvraagmogelijkheid voor ondersteuning op maat en harmonisering van het aanbod van ondersteunende instrumenten dat beschikbaar is;
  • wegnemen van administratieve knelpunten rond de no-riskpolis/ziekmelding bij loonkostensubsidie;
  • gedeeltelijke vrijlating van arbeidsinkomsten voor mensen die werken met loonkostensubsidie en aanvullende bijstand nodig hebben;
  • een uitzondering op de vierwekenzoektermijn voor een specifieke groep jongeren met beperkingen.
Effectindicatoren bij 10A Arbeidsparticipatie

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

2021

2022

2023

2024

Doel 10A1 Leidenaren hebben werk en zijn daardoor minder uitkeringsafhankelijk

10A1.a Netto arbeidsparticipatie, % werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking

66% (2016)

67% (2017)

68% (2018)

70%

70%

70%

70%

CBS
(wsjg - BBV)

10A1.b Aantal banen per 1.000 inwoners van 15 t/m 65 jaar

810 (2017)
810 (2018)

813 (2019)

810

810

810

810

LISA
(wsjg - BBV)

10A1.c Werkloze jongeren, percentage 16- tot en met 22-jarigen

1% (2016)
1% (2017)
1% (2018)

0,8%

0,8%

0,8%

0,8%

Verwey Jonker Instituut/ Kinderen in Tel (wsjg-BBV)

10A1.d Aantal lopende re-integratievoorzieningen per 1.000 inwoners van 15-64 jaar

17 (2016)
20 (2017)

20 (2018)

22

22

22

22

CBS
(wsjg - BBV)

Doel 10A2 Mensen met loonwaarde onder het minimumloon werken zo regulier mogelijk

10A2.a Aantal volledige banen in de WSW uitgedrukt in standaardeenheden (SE)*

601 (2017)

798 (2018)

757 (2019)

683

649

617

586

DZB

10A2.b Aantal loonkostensubsidie banenafspraak
(via DZB) **

106 (2017)

92 (2018)

129 (2019)

165

185

205

225

DZB

10A2.c Aantal nieuw beschut werk

***

11 (2017)

15 (2018)

20 (2019)

35

41

46

52

DZB

10A2.d Aantal opstapsubsidies eerste jaar

51 (2016)
49 (2017)

40 (2018)

max. 40

max. 40

max. 40

max. 40

DZB

* SE = 'standaardeenheid' (vgl. fte). Aantal correspondeert met de hoogte van het door het Rijk beschikbaar gestelde budget. Sinds 2017 ontvangt de gemeente waar de mensen werken de Rijkssubsidie. Dat betekent dat ook de bij DZB werkzame wsw-medewerkers uit andere gemeenten nu onder Leiden vallen. Hierdoor vond er een stijging plaats in het aantal se's.
** Sinds 2015 is de toegang tot de Wsw gesloten. Huidige Wsw-ers behouden hun rechten. Hun aantal neemt geleidelijk af (natuurlijk verloop). In plaats van de Wsw zijn er beschutte werkplekken (voornamelijk bij DZB) en garantiebanen (voornamelijk bij reguliere werkgevers). De aantallen daarvan nemen gestaag toe. Mensen met een (UWV) advies voor beschut werk komen in aanmerking voor een beschutte werkplek en mensen met een indicatie banenafspraak komen in aanmerking voor een garantiebaan. Aantal banen met loonkostensubsidie banenafspraak betreft aantal succesvolle plaatsingen (>1 maand) waarbij loonkostensubsidie in het kader van de banenafspraak wordt ingezet.
*** Tot en met 2020 wordt het aantal beschut werk gerapporteerd op basis van 36 upw. Basis voor door Rijk beschikbaar gestelde budget is echter aantal beschutte werkplekken van gemiddeld 31 upw. Dit zorgde voor verwarring in rapportages. Om dit te voorkomen wordt met ingang van 2021 uitgegaan van 31 upw (basis voor door Rijk beschikbare budget). Streefwaarden zijn daarom met ingang van 2021 gewijzigd ten opzichte van Programmabegroting 2020.

Een overzicht van realisatie- en streefwaarden van de indicatoren (ook uit vorige begrotingen) staat op LeideninCijfers.

Beleidsterrein 10B Maatschappelijke participatie en ondersteuning minima

In 2021 wordt het nieuwe armoedebeleid geëvalueerd, twee jaar na de implementatie in 2019. Naar verwachting zal ten gevolge van de Coronacrisis in 2021 het aantal inwoners dat moeilijk kan rondkomen stijgen. Het beroep op de voorzieningen voor minima wordt dan groter. Met behulp van de evaluatie van het maatwerkbudget eind 2020 wordt beoordeeld of extra maatregelen nodig zijn, dan wel een andere aanpak of insteek gewenst is. In de Kaderbrief 2020-2024 wordt het maatwerkbudget ook een van de mogelijkheden om financieel bij te sturen.

Doelen en prestaties bij 10B Maatschappelijke participatie en ondersteuning minima

Doel

Prestatie

10B1 Minima doen mee in de samenleving en raken niet in een sociaal isolement

10B1.1 Ondersteunen van mensen die gebruik maken een bijstandsuitkering om actief te zijn in de samenleving en niet ín een sociaal isolement te raken

10B2 Armoedebestrijding

10B2.1 Behandelen aanvragen individuele bijzondere bijstand en individuele inkomenstoeslag

10B2.2 Verstrekken (bijdrage in) premie Collectieve Ziektekostenverzekering Minima

10B2.3 Verstrekken tegemoetkoming kinderopvang op Sociaal Medische Indicatie

10B2.4 Kwijtschelding gemeentelijke heffingen

10B2.5 Subsidies minimabeleid

10B1.1 Ondersteunen van mensen die gebruik maken een bijstandsuitkering om actief te zijn in de samenleving en niet ín een sociaal isolement te raken

Project Door is opgegaan in de nieuwe werkwijze van BuZz Leiden, de uitvoerende partij van de opdracht Basiskracht in de Sterke Sociale Basis. BuZz Leiden zal twee keer per jaar de voortgang rapporteren aan de gemeente Leiden. BuZz Leiden en Team Werk en Inkomen zullen - net als bij Project Door - korte lijnen met elkaar hebben en gegevens uitwisselen. Voor meer informatie over de Sterke Sociale Basis zie programma 9A1. 1 en 9A1.2.

Positie op de participatieladder

Aantal personen op 31-12-2019, minimaal 2 jaar in uitkering

1 Geïsoleerd

213

2 Sociale contacten buiten de deur

976

3 Deelname georganiseerde activiteiten

529

4 Onbetaald werk

478

5 Betaald werk met ondersteuning

245

6 Betaald werk

17

onbekend

48

Totaal

2.506

Deze tabel met uitkeringsontvangers op de participatieladder geeft voldoende inzicht in de ontwikkeling van de doelgroep en het bereiken van de prestaties van doel 10B. Deze tabel zal jaarlijks opgenomen worden, zowel in de begroting als in de jaarrekening (realisatie).

Beleidsterrein 10C Inkomensvoorzieningen

De Coronacrisis leidt tot minder werkgelegenheid en een stijging van het aantal werkzoekenden. Het beroep op de bijstand, vooral onder jongeren die nog geen WW-rechten hebben opgebouwd, neemt toe. Gelukkig constateren we ook dat veel Leidenaren werkzaam zijn in sectoren waar de vraag naar personeel nog steeds hoog is: zorg, dienstverlening onderwijs en overheid. Desalniettemin verwachten we dat 2021 een moeilijk jaar zal worden.

Doelen en prestaties bij 10C Inkomensvoorzieningen

Doel

Prestatie

10C1 Leidenaren (18 t/m AOW-leeftijd) voor wie een financieel vangnet nodig is, ontvangen inkomensondersteuning

10C1.1 Behandelen aanvragen en beheer uitkeringen Participatiewet, Ioaw, Ioaz, Bbz- inkomensvoorzieningen

10C1.2 Uitvoeren fraudepreventie en opsporen uitkeringsfraude

10C1.3 Uitvoeren terugvordering en verhaal

Effectindicatoren bij 10C Inkomensvoorzieningen

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

2021

2022

2023

2024

Doel 10C1 Leidenaren (18 t/m 64 jaar) voor wie een financieel vangnet nodig is, ontvangen inkomensondersteuning

10C1.a Personen met een bijstanduitkering, aantal per 1.000 inwoners

44,4 (2016)
45,4 (2017)

43,0 (2018)

42,0

42,0

42,0

42,0

CBS
(wsjg - BBV)

10C1.b % ontvangen bedrag van het totaalsaldo vorderingen (Incassoquote)

14% (2017)

15% (2018)

14% (2019)

15%

15%

15%

15%

W&I

10C1.c % percentage personen met schuld, inclusief fraude met wie nog geen afspraak tot aflossing is gemaakt

18% (2017)

13,5% (2018)

18% (2019)

15%

15%

15%

15%

W&I

10C1.d Percentage huishoudens dat ten minste één jaar een inkomen heeft tot 120% van het sociaal minimum *

15,7% (2017)

14%

14%

14%

14%

CBS

10C1.e Aantal Leidenaars dat langdurig in armoede leeft *

3400 (2019)

2763

2550

2337

2124

CBS

10C.1.f Aantal statushouders in de bijstand **

334 (2018)

345 (2019)

273

251

-

-

W&I

* Deze effectindicatoren zijn opgesteld naar aanleiding van de motie ‘Voor een ambitieus armoedebeleid’ (M.18.0127/07 d.d. 14 februari 2019). De streefwaardes voor 2023 en 2024 passen bij die voor 2021 en 2022. Hoewel deze indicator en de daaraan ten grondslag liggende motie gerelateerd is aan het armoedebeleid, is hij niet opgenomen onder 10B (Maatschappelijke participatie en ondersteuning minima). De reden daarvoor is dat deze indicator meer betrekking heeft op de ambities en daarvoor te leveren prestaties die onderdeel zijn van dit beleidsterrein. ** Deze effectindicator komt uit het Beleidsakkoord 2018-2022 'Samen maken we de stad' (blz. 22): ‘we hebben de ambitie om [de komende vier jaar] het percentage statushouders in de bijstand met 25% te verlagen’. De genoemde streefwaarden lopen daarmee niet gelijk aan kalenderjaren, maar aan ‘collegejaren’: de streefwaarde 2020 dient te worden gelezen als het streven over de periode 1 mei 2019 tot 1 mei 2020, etc. Voor de periode na 1 mei 2022 is (nog) geen ambitie vastgelegd, waardoor een streefwaarde voor 2023 (nog) niet te geven is.

Een overzicht van realisatie- en streefwaarden van de indicatoren (ook uit vorige begrotingen) staat op LeideninCijfers.

Beleidsterrein 10D Schuldhulpverlening

In 2021 voeren we het Beleidsplan schuldhulpverlening 2021-2024 dat naar verwachting eind 2020 door de raad wordt vastgesteld uit. Preventieactiviteiten die nu nog apart zijn beschreven in een Preventieplan, worden geïntegreerd in het nieuwe beleidsplan. Door wetswijzigingen krijgt de gemeente per 1 janruari 2021 adviesrecht bij de instelling van schuldenbewind en wordt vroegsignalering van schulden verplicht. Leiden loopt in 2020 al vooruit op de verplichte vroegsignalering met het project 'Eerste hulp bij schulden'. De werkwijze van het project moet nog wel getoetst worden aan het wetsvoorstel.

In 2021 wordt de verordening vastgesteld waarin we vastleggen binnen welke termijn de beschikking voor schuldhulpverlening wordt afgegeven.

In 2021 heeft de gemeente een krapper budget voor schuldhulpverlening, onder meer door het wegvallen van tijdelijke rijksmiddelen. Na 2021 vervalt ook de tijdelijke financiering van 'Eerste Hulp Bij Geldzorgen' (voorheen Snelle Hulp Bij Schulden). Tegelijkertijd leidt de coronacrisis waarschijnlijk tot een toestroom van klanten. Het is nog onzeker of het rijk extra middelen beschikbaar stelt om dit op te vangen. We moeten dus zoeken naar besparings- en financieringsmogelijkheden. We richten hiertoe Eerste Hulp bij Geldzorgen efficiënter in met de invoering van collectief schuldregelen, het Schuldenknooppunt, bewindvoerdersdesk en de inzet van sanerinsgkredieten.

Doelen en prestaties bij 10D Schuldhulpverlening

Doel

Prestatie

10D1 Het ontstaan dan wel escalatie van problematische schuldensituaties is voorkomen

10D1.1 Uitvoeren van budgetbeheer, stabilisatietrajecten en overige preventieve maatregelen

10D2 Problematische schuldensituaties zijn beheersbaar gemaakt en (zo mogelijk) opgelost

10D2.1 Uitvoeren schuldhulpverlening


Effectindicatoren bij 10D Schuldhulpverlening

Effectindicator

Realisatie

Streefwaarden

Bron

2021

2022

2023

2024

Doel 10D1 Het ontstaan dan wel escalatie van problematische* schuldensituaties is voorkomen.

10D1.a.Het gemiddelde schuldbedrag van mensen die zich bij de schuldhulpverlening hebben gemeld **

€40.400 (2017)

32.360 (2018)

32.356 (2019)

€32.000

€31.000

€30.000

€29.000

Stadsbank

10D1.b Het gemiddelde aantal schuldeisers van mensen die zich bij de schuldhulpverlening hebben gemeld**

12 (2017)

10 (2018)

12 (2019)

10

9

8

7

Stadsbank

10D1.c Het percentage aanvragers voor schuldhulpverlening, dat eerder (binnen een periode van 3 jaar voorafgaand aan de aanvraag) een minnelijk of wettelijk traject hebben doorlopen**

11% (2018)

9%

8%

7%

6%

Stadsbank

10D1.d Aantal ex-zzp'ers dat zich meldt bij de Stadsbank ***

110 (2017)

90 (2018)

66 (2019)

90

90

90

90

Stadsbank

Doel 10D2 Problematische schuldensituaties zijn beheersbaar gemaakt en (zo mogelijk) opgelost

10D2.a Aantal gestarte schuldbemiddelingstrajecten en saneringskredieten

176 (2017)

170 (2018)

166 (2019)

170

165

165

165

Stadsbank

10D2.b Aantal geslaagde schuldbemiddelingstrajecten en saneringskredieten

124 (2017)

153 (2018)

137 (2019)

125

125

125

125

Stadsbank

* Problematische schulden: de som van de geëiste maandelijkse aflossingen op schulden en betalingsachterstanden is hoger dan de volgens de VTLB-rekenmethode gecalculeerde aflossingscapaciteit.
** Doel van het preventieplan Leiden is het voorkomen dat (problematische) schulden ontstaan of verergeren. Schuldpreventie moet leiden tot een lager gemiddeld schuldbedrag en aantal schuldeisers. Nazorg moet leiden tot een lager aantal recidive.
*** Op verzoek van de Raad opgenomen. Vanaf 1 juli 2016 wordt het aantal ex-zzp'ers dat zich meldt bij de Stadsbank geregistreerd.

Een overzicht van realisatie- en streefwaarden van de indicatoren (ook uit vorige begrotingen) staat op LeideninCijfers.

Kaderstellende beleidsstukken

Inleiding

10A

10B

10C

10D

  • Beleidsplan schuldhulpverlening Leiden 2017-2020 'Preventief, laagdrempelig, maatwerk en integraal' (RV 17.0040)

Programmakosten

Werk en inkomen
bedragen x 1.000,-

 

Rekening
2019

Begroting
2020

Begroting
2021

Meerjarenraming

2022

2023

2024

Arbeidsparticipatie

Lasten

38.314

38.003

35.395

33.722

33.183

38.198

 

Baten

-15.446

-14.013

-12.561

-12.144

-11.733

-17.219

Saldo

 

22.867

23.990

22.834

21.579

21.450

20.979

Maatsch. participatie en onderst. minima

Lasten

11.016

9.011

9.101

9.316

9.492

9.418

 

Baten

-446

-751

-758

-758

-758

-758

Saldo

 

10.570

8.260

8.343

8.558

8.734

8.660

Inkomensvoorzieningen

Lasten

58.413

72.132

60.757

60.526

60.524

60.524

 

Baten

-54.106

-65.550

-53.711

-53.711

-53.711

-53.711

Saldo

 

4.307

6.582

7.047

6.816

6.813

6.814

Schuldhulpverlening

Lasten

2.285

2.571

2.583

2.160

2.010

2.010

 

Baten

-485

-379

-380

-380

-380

-380

Saldo

 

1.800

2.193

2.203

1.780

1.630

1.630

Programma

Lasten

110.028

121.717

107.837

105.724

105.209

110.150

 

Baten

-70.483

-80.692

-67.410

-66.993

-66.582

-72.068

Saldo van baten en lasten

 

39.544

41.025

40.426

38.731

38.627

38.082

Reserves

Toevoeging

0

2.233

586

519

548

548

 

Onttrekking

-2.340

-2.029

-913

-9

-9

-9

Mutaties reserves

 

-2.340

204

-327

510

539

539

Resultaat

 

37.205

41.229

40.099

39.241

39.165

38.621

Budgettaire ontwikkelingen
De daling van de lasten en/of de stijging van de baten worden onder andere veroorzaakt door de indexering van budgetten, doorrekening van de kostenverdeelstaat en de kapitaallasten die zijn berekend vanuit het meerjareninvesteringsplan 2021-2024. Beleidswijzigingen met financiële consequenties worden hierna per beleidsterrein toegelicht.

Beleidsterrein 10A Arbeidsparticipatie

Werk en inkomen
In de kaderbrief 2020-2024 is in 2021 een verlaging van 125.000 opgenomen van het re-integratiebudget bij Werk en Inkomen om het tekort op het sociaal domein te verlagen.
Een verlaging van 88.000 wordt veroorzaakt door de Sterke sociale basis. De budgetten die betrekking hebben op de Sterke sociale basis zijn vanaf medio 2020 geraamd op het programma 9 Maatschappelijke ondersteuning. In de begroting 2020 is een incidenteel regionaal budget opgenomen van 135.000 voor bestrijding van laaggeletterdheid. Dit budget is gevormd doordat er van het Rijk 135.000 ontvangen is voor deze taak.
In de begroting 2020 is een incidenteel budget van 118.000 opgenomen voor het project Leidse inburgering, dat gedekt wordt door een AMIF-bijdrage (Europees asiel- en migratiefonds).
In de begroting 2020 is een incidenteel regionaal budget opgenomen van 217.000 voor regionale projecten in de arbeidsmarktregio Holland Rijnland. Vanaf 2021 wordt t/m 2025 385.000 beschikbaar gesteld voor de versterking van de arbeidsmarktregio. Dit budget is gevormd doordat er van het Rijk 385.000 jaarlijks ontvangen wordt voor deze taak. De lasten nemen ten opzichte van 2020 per saldo met 168.000 toe (385-217). In de begroting 2020 is een incidenteel budget van 30.000 opgenomen voor de pilot Arbeidsparticipatie GGZ-doelgroep in Holland-Rijnland.
In de begroting 2020 zijn deels incidentele budgetten voor in totaal 634.000 opgenomen voor de re-integratie van statushouders en jongeren (projecten JA en JAS), die gedekt zijn met een onttrekking vanuit de reserve sociaal domein. De projecten JA en JAS zullen doorgaan in 2021. JAS zal grotendeels opgaan in de nieuwe taak Inburgering vanaf medio 2021. De middelen voor de inburgeringsvoorzieningen zijn nog niet bekendgemaakt door het Rijk. Mogelijk geeft de septembercirculaire 2020 hier duidelijkheid over. Voor de uitvoeringskosten inburgering wordt vanaf 2021 206.000 en structureel 504.000 ontvangen van het Rijk. De lasten nemen daardoor ten opzichte van 2020 per saldo met 428.000 (634-206) af.

DZB 
Onder arbeidsparticipatie in bovenstaande tabel staan de baten en lasten van DZB Leiden die betrekking hebben op het Leerwerkbedrijf (WSW) en Re-integratie en Werkgeversdiensten (Trajectbegeleiding). Bij de aanpassingen in baten en lasten voor 2021 ten opzichte van 2020 telt ook Werk & Inkomen (zie paragraaf hierboven) mee. Om die reden zijn de netto afnames van baten en lasten bij DZB niet één op één terug te zien in de overzichtstabel.

Terugdraaien plannen verbreding doelgroep
In de begroting 2021 is het terugdraaien van de plannen voor verbreding doelgroep verwerkt. Bij deze plannen was het de bedoeling om ook mensen zonder arbeidsbeperking tegen een wettelijk minimumloon in dienst te nemen bij het Leerwerkbedrijf waarbij de kosten (2.366.000 voor 2021) door de opbrengsten (2.366.000 voor 2021) gedekt zouden worden. Doordat deze plannen bij de Kaderbrief 2020-2024 teruggedraaid zijn, vervallen zowel de lasten als de baten. Abusievelijk is een deel (950.000) van de genoemde reeks in de Kaderbrief 2020-2024 bij de actualisering van DZB begroting 2020 onterecht als structurele mutatie verwerkt. Hierdoor dienen de genoemde bedragen uit de Kaderbrief 2020-2024 verlaagd te worden met 950.000 aan zowel de inkomsten- als de uitgavenkant (dit wordt meegenomen in de 1e begrotingswijziging 2021). Netto (saldo baten en lasten) heeft dit geen consequenties voor de begroting 2021.

Overige ontwikkeling lasten 
In het kader van Perspectief Op Werk is in 2020 het budget verhoogd met 1.000.000. Voor 2021 is deze budgetverhoging (nog) niet verwerkt waardoor ten opzichte van 2020 sprake is van een verlaging van de lasten voor Perspectief Op Werk van 1.000.000. In het kader van Perspectief op Werk ontvangt gemeente Leiden als centrumgemeenten de impulsfinanciering. Dit budget is voor de hele arbeidsregio bedoeld. De besteding hiervan loopt via de begroting van DZB. In 2019 is de eerste 1.000.000 uitbetaald aan de gemeente en is een uitgavenbudget geraamd in begrotingsjaar 2019. Hiervan is in 2019 niets uitgegeven en dit bedrag is vervolgens gebruikt voor het ramen van een budget van 1.000.000 in begrotingsjaar 2020. In 2020 is voor een tweede keer 1.000.000 uitbetaald aan de gemeente, dit zal worden ingezet in 2021. Dit bedrag zal worden meegenomen in de budgetoverheveling 2020-2021. Daarnaast is een verhoging van de budgetten 2021 ontstaan door indexering, uitkomsten mei circulaire gemeentefonds en actualisering DZB begroting. Per saldo nemen de totale lasten in 2021 ten opzichte van 2020 af met 1.840.000 (dit bedrag wordt verlaagd met 950.000 zoals vorenstaand is aangegeven).

Overige ontwikkeling baten 
De baten dalen in 2021 ten opzichte van 2020 met 1.300.000 (dit bedrag wordt verlaagd met 950.000 zoals vorenstaand is aangegeven). De daling van de baten is onder andere ontstaan door actualisatie van de DZB begroting, dit betreft een verlaging van de inkomstenraming van 48.000. Daarnaast was in de begroting van 2020 een incidenteel budget voor Compensatie transitievergoeding van 540.000 opgenomen, hierdoor is de inkomstenraming voor 2021 lager dan 2020 met dit bedrag. Ten slotte resulteert de indexering in een verhoging van de inkomstenraming met 238.000.

Beleidsterrein 10B Maatschappelijke participatie en ondersteuning minima
De toename van 69.000 heeft betrekking op de raming Kwijtschelding gemeentelijke heffingen. In de kaderbrief van vorig jaar is een meerjarige verhoging opgenomen aan gemeentelijke heffingen. Als gevolg daarvan stijgt jaarlijks ook de raming kwijtschelding.

Beleidsterrein 10C Inkomensvoorzieningen
In de begroting 2020 is een incidentele raming opgenomen van 11.855.000 voor de Tijdelijke ondersteuning zelfstandige ondernemers.

Beleidsterrein 10D Schuldhulpverlening
Het Rijk heeft voor de periode 2018 t/m 2020 extra middelen beschikbaar gesteld voor schuldhulpverlening. Vanaf 2021 zijn de lasten daardoor 172.021 lager.

Reserves

Reserves programma 10
bedragen x 1.000,-

 

Rekening
2019

Begroting
2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

DZB Bedrijfsreserve dzb-Leiden wsw

Toevoeging

0

373

0

0

0

0

 

Onttrekking

-167

-273

-114

0

0

0

Saldo

 

-167

100

-114

0

0

0

DZB Reserve zachte landing rijksbez. Wsw

Toevoeging

0

0

586

519

548

548

 

Onttrekking

-329

-191

-766

0

0

0

Saldo

 

-329

-191

-180

519

548

548

DZB Reserve frictiekosten ID/WIW DZB

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-80

-71

-33

-9

-9

-9

Saldo

 

-80

-71

-33

-9

-9

-9

Reserve Sociaal Domeins P10

Toevoeging

0

1.860

0

0

0

0

 

Onttrekking

-1.664

-1.494

0

0

0

0

Saldo

 

-1.664

367

0

0

0

0

Reserve Fonds Debt? to no Debt!

Toevoeging

0

0

0

0

0

0

 

Onttrekking

-99

0

0

0

0

0

Saldo

 

-99

0

0

0

0

0

Reserves programma 10

 

-2.340

204

-327

510

539

539

Bedrijfsreserve DZB
In de kaderbrief 2020-2024 is een onttrekking opgenomen van 114.000 om het tekort op het sociaal domein in 2021 te verminderen. De 114.000 betreft het restantbudget voor het project Leidse kracht., dat eind 2019 is gestopt.

Reserve DZB zachte landing rijksbezuinigingen
De reserve zacht landing rijksbezuinigingen is bedoeld voor het opvangen van in het verleden aangekondigde bezuinigingen op de WSW rijkssubsidie. Het bedrag van de onttrekking en storting wordt jaarlijkse geactualiseerd aan de hand van de bedrijfsvoeringsbegroting.

Reserve frictiekosten ID/WIW
Conform de 1e bestuursrapportage 2015 (RV 15.0069) wordt het resultaat op de WIW (Wet Inschakeling Werkzoekenden), het betreft het saldo van de lasten en baten van enkele WIW-ers, verrekend met de reserve. Voor 2021 wordt een onttrekking geraamd van 33.000.


Investeringen

Prestatie

Omschrijving prestatie

Omschrijving investering

Categorie

Nieuw / vervanging

Bijdrage derden/ reserves

2021

2022

2023

2024

10A201

Inzetten sociale werkvoorziening

Vervanging bedrijfsmiddelen 2021-2024

Bedrijfsm.

V

-

515

515

515

507

 

Totaal programma 10

   

-

515

515

515

507

Bedragen * 1.000

In bovenstaand overzicht staan de investeringen zoals deze zijn opgenomen in het investeringsplan 2021-2024. In paragraaf 4.2.2 Investeringen wordt de ontwikkeling van de kapitaallasten toegelicht en staat een overzicht met te voteren kredieten.

Subsidies

 

subsidiestaat 2020

subsidiestaat 2021

Subsidie saldo

2.186.677

1.927.945

­­Het volledige subsidie-overzicht is opgenomen in paragraaf 3.2.8 subsidies.

Voorgestelde bezuinigingen eerste begrotingswijziging

Hieronder is een overzicht van de voorgestelde bezuinigingen op dit programma opgenomen. Voor een toelichting op deze voorstellen verwijzen wij naar de het raadsvoorstel 1e begrotingswijziging 2021, dat afzonderlijk aan de raad is aangeboden, tegelijkertijd met deze begroting.

Programma

nr.

Onderwerp

pfh

2023

2024

Werk en inkomen

32

Stoppen regeling maaltijdvoorzieningen & thuisadministratie

M. Damen

50.000

50.000

 

33

Verlagen structurele behoedzaamheidsbuffer BUIG

Y. van Delft

20.000

200.000

 

34

Schuldhulpverlening, daling uitvoeringskosten

M. Damen

100.000

220.000

Totaal Werk en inkomen

  

170.000

470.000