Programmanummer | 7 | |
Commissie | Onderwijs en Samenleving | |
Portefeuille(s) | Kansengelijkheid, Jeugd & Onderwijs |
De missie van het programma Jeugd en onderwijs luidt: |
In de gemeente Leiden staat de gezonde, veilige en kansrijke ontwikkeling van kinderen en jongeren centraal. Daarbij zetten we in op een leefomgeving waarin kinderen gezond en veilig opgroeien en gestimuleerd worden om hun talenten volledig te kunnen ontwikkelen, te spelen en te bewegen. De uitvoering van de Jeugdwet richt zich primair op preventie en laagdrempelige ondersteuning via het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Leiden en de lokale Jeugdteams Leidse Regio, om zwaardere zorgtrajecten zo vroeg mogelijk te voorkomen. Wanneer de veiligheid of ontwikkeling van een kind ernstig in het geding is of wanneer sprake is van criminaliteit, biedt de gemeente een sluitend vangnet met jeugdbescherming en jeugdreclassering. Deze wettelijk opgelegde maatregelen worden in opdracht van de gemeente uitgevoerd door gecertificeerde instellingen, zoals Jeugdbescherming west, die samen met justitiële partners, scholen en gezinnen werken aan gedragsverandering en het herstellen van een stabiele, veilige leefomgeving.
In en rond het Leidse onderwijs en de kinderopvang werken we samen aan het creëren van gelijke kansen voor alle kinderen en jongeren in Leiden. Ons doel is dat ieder kind toegang heeft tot goed onderwijs en goede kinderopvang, en zich kan ontwikkelen tot een zelfstandig inwoner. Hiervoor zetten we in op een divers, duurzaam en toekomstbestendig scholenlandschap dat stimulerend, gezond, inclusief en passend is. We doen dit in nauwe samenwerking met onze partners via gezamenlijke werkgroepen vanuit de Leidse Educatieve Agenda en het actieplan Kansrijk Onderwijs Leiden. Hierin staat integrale samenwerking centraal. Een goed voorbeeld hiervan is de wijze waarop we vanuit verschillende beleidsterreinen investeren in de inzet van brugfunctionarissen in het onderwijs.
Taskforce
Het regionaal beleidsprogramma van Holland Rijnland werkt in 2027 aan verschillende projecten om de maatregelen van de Taskforce te implementeren (afkomstig uit het eindrapport van onderzoeksbureau KokxDeVoogd). Zo worden voorstellen uitgewerkt voor het werken met beschikkingen, proces- en casusregie en het versterken van de regionale governance.
Jeugdhulp
De gemeente Leiden en jeugdhulpregio Holland Rijnland spannen zich voortdurend in om wachtlijsten en tekorten in de specialistische jeugdhulp, zonder verlies van kwaliteit, te verminderen. De ambitie is om toe te werken naar de realisatie van de regiovisie en tegelijkertijd de regionale samenwerking efficiënter in te richten. In 2027 wordt daarvoor, naast de maatregelen vanuit de Taskforce, verder gewerkt aan onder andere afbouw van Jeugdzorg+ en van de Buiten Budgettaire Route (BBR) en aan het creëren van een dekkend en duurzaam zorglandschap.
Hervormingsagenda
De landelijke Hervormingsagenda Jeugd draagt bij aan het voorkomen, verbeteren, toegankelijk en betaalbaar houden van de jeugdhulp. Hierbij ligt de nadruk op het versterken van de veerkracht van de jeugdigen en hun gezinnen in het dagelijkse leven, met inzet van het eigen netwerk. De maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd richten zich lokaal op het afbakenen van jeugdhulp, verstevigen van de jeugdteams en versterken van de pedagogische basis. Op regionaal niveau wordt vanuit de Hervormingsagenda ingezet op het versterken van de samenwerking bij de inkoop van specialistische jeugdhulp en het organiseren van regionale voorzieningen. In 2027 worden de ingezette acties verder uitgewerkt.
Verkenning Integrale ondersteuning en Toegang
Met de verkenning Integrale ondersteuning is de huidige situatie van de organisatie van de lokale teams en hun taken in beeld gebracht. Ook zijn de kansen en knelpunten van de huidige integrale samenwerking in het sociaal domein in beeld gebracht. Dit heeft geleid tot een advies met een veranderrichting voor de lokale teams en de integrale samenwerking en een veranderopdracht. Deze veranderopdracht beoogt de sociale en pedagogische basis uniformer te gaan organiseren, de toegangsfunctie goed te positioneren, te zorgen dat integrale ondersteuning vanzelfsprekend wordt en dat de regie van de gemeente wordt versterkt. De nadruk ligt op de behoefte van de inwoner en de positionering van de professionals. Het is de intentie om de uitvoering van deze veranderopdracht in 2027 voort te zetten. De gemeenteraad heeft hiervoor bij de Kadernota 2026 middelen vrijgemaakt.
Beleidskader Gezondheid, Sport, Spelen en Bewegen
In de eerste helft van 2027 bieden we het nieuwe integrale beleidskader gezondheid, sport, spelen en bewegen aan de raad aan. Hierin worden de ambities van het nieuwe college opgenomen. In het beleidskader schetsen we de ambities voor de komende jaren op deze beleidsterreinen en leggen we nadrukkelijk de verbinding met andere domeinen, zoals welzijn en stedelijke ontwikkeling. De participatierapportage over de gesprekken die hierover met de stad zijn gevoerd, vormt hiervoor de basis. Na vaststelling van het beleidskader werken we verder aan de uitvoering van dit nieuwe beleid. Naast Programma 7A Jeugd is dit beleidskader ook van toepassing op Programma 8C Sport en Programma 9B Preventie.
Leiden Kennisstad
De twee vlaggenschepen van Leiden Kennisstad die het onderwijs raken zijn Leren met de Stad en het Leiden Education Fieldlab (LEF). In de innovatiesubsidieronde van 2026 is aan een aantal projecten subsidie toegekend die zichtbaar maken hoe Leiden kennisstad het onderwijs verder versterkt. Zo wordt in 2027 verder ingezet op gezamenlijk onderzoek van mbo, hbo en wo naar het eigen onderwijs. Daarin benutten de kennisinstellingen actief hun eigen manier van onderzoek en inspireren en leren ze van elkaar. Ook wordt ingezet op de versterking van sterk techniekonderwijs in de life sciences in het basis- en middelbaar onderwijs. Daarmee verbinden we ontwikkelkansen voor jongeren en talentontwikkeling op het Leiden Bio Science Park en bouwen we verder aan een gedeelde trots op Life Sciences & Health in Leiden.
Nieuw onderwijskansenbeleid
Het nieuwe onderwijskansenbeleid wordt begin 2027 ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Begin 2027 wordt gewerkt aan en met een concreet uitvoeringsplan, waarin acties staan opgenomen om de onderwijskansen van kinderen te vergroten.
Vervolg Leidse Gelijke Kansen Aanpak
In het eerste kwartaal van 2026 werd de evaluatie over de inzet op het vergroten van gelijke kansen vanuit de Leidse Gelijke Kansen Aanpak met de raad gedeeld. De integrale aanpak vanuit onderwijs- en armoedebeleid werd in 2024 als driejarig project gestart en loopt in 2026 af.
Evaluatie Leidse Educatieve Agenda
In 2027 wordt de Leidse Educatieve Agenda (LEA) 2024-2028 met alle betrokken partners in en rond het onderwijs geëvalueerd. De LEA 2024-2028 bevat de gezamenlijke vier ambities op de belangrijkste thema’s met bijbehorende gezamenlijke doelen, opgaven en uitvoeringsplannen. De vier geformuleerde ambities vormen de basis voor deze evaluatie. Op basis van deze evaluatie wordt in 2027 gewerkt aan de nieuwe Leidse Educatieve Agenda vanaf 2028.
Van verzuim naar schoolaanwezigheid
Schoolaanwezigheid krijgt een steeds belangrijkere plek in onze inzet om verzuim, thuiszitten en schooluitval te voorkomen. De kern van deze aanpak is dat scholen en partners niet alleen reageren op afwezigheid, maar vooral werken aan aanwezigheid, welbevinden en verbondenheid met school. In het ondersteuningsplan 2026-2030 van het samenwerkingsverband primair onderwijs regio Leiden is proactief werken aan schoolaanwezigheid daarom als speerpunt opgenomen. Mede op initiatief van gemeente Leiden doen vijf pilotscholen in het voortgezet onderwijs via de pilot Schoolaanwezigheid 2026-2028 ervaring op met een schoolbrede en preventieve aanpak, waarbij bestaande inzet rond verzuim, ondersteuning en thuiszitters beter wordt verbonden. Schoolaanwezigheid is ook een hoofdthema in het beleidsplan 2027-2030 van het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL), zie ook 7C4.2.
Kindcentrum Stevenshof
In 2027 wordt gewerkt aan de tijdelijke huisvesting en sloop van de scholen en kinderopvang in de Stevenshof vanwege de vervangende nieuwbouw voor het Kindcentrum Stevenshof. De Wereldwijzer, De Stevenshofschool, FloreoKids en gemeente Leiden blijven in 2027 samenwerken aan de samenwerkingsafspraken voor het nieuwe kindcentrum in de Stevenshof. De doorlopende leer- en ontwikkellijn van de kinderen staan hierin centraal.
Doelen | Prestatie |
7A1 Een krachtige en pedagogische samenleving | 7A1.1 betrekken van de jeugd via jeugdparticipatie |
7A1.2 Waarborgen kwaliteit (openbare) speelruimte | |
7A2 Goede (gebiedsgerichte) ondersteuning en hulp aan jeugd en gezin | 7A2.1 Vanuit het CJG uitvoeren Wet Publieke Gezondheid |
7A2.2. Vanuit het CJG organiseren van informatie en advies en opvoedingsondersteuning | |
7A2.3 Vanuit het CJG organiseren van jeugdhulp door middel van jeugdteams | |
7A3 Goede specialistische hulp beschikbaar | 7A3.1 Het organiseren van specialistische hulp |
7A1.1 betrekken van de jeugd via jeugdparticipatie
In Leiden vertegenwoordigen jeugd en jongeren een groot deel van de inwoners. Het is belangrijk hen te betrekken bij het vormen van beleid of bij het oplossen van vraagstukken die spelen in de gemeente, zie ook prestatie 1A2.2 (Informeren en betrekken van inwoners, ondernemers en instellingen over besluiten en bij uit te voeren beleid). Dit levert waardevolle inbreng op voor innovatieve en duurzame oplossingen en het draagt bij aan burgerschapsontwikkeling van jeugd en jongeren zelf. Met de kinderraad wordt op een serieuze manier invulling gegeven aan jeugdparticipatie. Bij de kinderraad wordt jaarlijks een groep 7 van een basisschool aangewezen, waarin kinderen aan de slag gaan met een vraagstuk in de stad. In 2027 gaan we door met de kinderraad. De jongerenraad was een pilot en loopt tot en met schooljaar 2025-2026. Daarna wordt op basis van de eindevaluatie en scenario’s een afweging gemaakt over een mogelijk vervolg.
Speelruimtebeleid
De openbare ruimte speelt in een compacte stad als Leiden een belangrijke rol voor bewegen, spelen, (ongebonden) sporten en ontmoeten. In 2027 zetten we in op de doorontwikkeling van de Beweegsleutels – onze inrichtingsprincipes voor een beweegvriendelijke openbare ruimte – zodat deze beter aansluit bij de actuele opgave op het gebied van gezondheid, inclusiviteit en vergroening. Met deze inzet borgen we dat de openbare ruimte uitnodigt tot gezond en actief gebruik en bijdraagt aan een leefomgeving die beweging stimuleert. Tenslotte zetten we verder in op de samenwerking met de Leidse Bond van Speeltuinen voor de uitvoering van de SamenSpeelbelofte en het versterken van een Leids speelnetwerk. Daarbij gaat bijzondere aandacht uit naar speeltuinverenigingen Merendroom en Zuid-West, waar opgaven liggen voor de herinrichting van de speeltuin en de renovatie van het gebouw (Merendroom) en nieuwbouw (Zuid-West).
Groene Schoolpleinen
We hebben samen met de schoolbesturen gestuurd op het groener en uitdagender inrichten van schoolpleinen en het openbaar toegankelijk maken daarvan. We maken in toekomstige projecten zoveel mogelijk gebruik van de ervaringen uit het pilotproject Bonaireplein, dat in 2026 groener en uitdagender is ingericht. Het herinrichten van schoolpleinen vergroot de beschikbare speel- en beweegruimte in dichtbebouwde wijken en versterkt de sociale functie van schoolpleinen.
7A2.1. Vanuit het CJG uitvoeren Wet Publieke Gezondheid
Met vier locaties verspreid over de stad biedt het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) laagdrempelige ondersteuning aan kinderen, jongeren en ouders. Door de toenemende druk op de specialistische jeugdhulp verschuiven steeds meer hulpvragen naar de sociale en pedagogische basis. Daarom zetten we ons in 2027 in op het behouden en versterken van de huidige dienstverlening van het CJG, waaronder de Jeugdgezondheidszorg (JGZ).
Een duidelijke positionering van het CJG binnen de ontwikkelingen rondom de lokale teams is daarbij van groot belang. Daarnaast zijn heldere kaders nodig voor de verschuiving van lichte specialistische hulp naar de sociale en pedagogische basis, zodat het CJG zijn preventieve rol kan blijven vervullen zonder dat deze voorzieningen overbelast raken. Tegelijkertijd werkt Hecht met het programma JGZ-Fit aan het herstel en de versterking van de JGZ-organisatie. Hierbij ligt de focus onder meer op het terugdringen van personeelstekorten, het verlagen van het ziekteverzuim en het toekomstbestendig organiseren van de dienstverlening.
7A2.2. Vanuit het CJG organiseren van informatie en advies en opvoedondersteuning
Samen met het CJG en andere partners uit het medisch en sociaal domein werken wij binnen de lokale coalitie aan het programma Gezonde Kansrijke Start Leiden. In lijn met de landelijke basisfunctionaliteiten van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zetten wij regionaal in op de ontwikkeling van een Integrale Gezinspoli voor gezinnen met meervoudige of complexe problematiek. Daarnaast intensiveren we de regionale inzet op Nu Niet Zwanger en werken we aan een domeinoverstijgende aanpak voor een Rookvrije Start. Naast deze regionale opgaven blijven we investeren in lokale behoeften en ontwikkelingen, te denken valt bijvoorbeeld aan het beperken van schermgebruik bij jonge kinderen en ouders.
7A2.3 Vanuit het CJG organiseren van jeugdhulp door middel van jeugdteams
In 2027 wordt de hulp en ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen door Stichting Jeugdteams Leidse regio voortgezet. Hierbij ligt de nadruk op normaliseren, collectiveren, afbakenen van jeugdhulp, casusregie en verdere ontwikkeling van data en monitoring. Op 30 juni 2028 loopt de huidige opdracht aan de Jeugdteams af. Daarom wordt in 2027 een nieuwe opdracht voorbereid, zodat in 2028 hulp en ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen volgens de Jeugdwet kan worden gecontinueerd. De adviezen vanuit de evaluatie van de Jeugdteams, de verkenning integrale ondersteuning en landelijke ontwikkelingen worden hierin meegenomen.
7A3.1 Het organiseren van specialistische hulp
De gemeente en jeugdhulpregio Holland Rijnland spannen zich voortdurend in om wachtlijsten en tekorten in de specialistische jeugdhulp, zonder verlies van kwaliteit, te verminderen. De ambitie is om toe te werken naar de realisatie van de regiovisie en tegelijkertijd de regionale samenwerking efficiënter in te richten. In 2027 wordt daarvoor, naast de maatregelen vanuit de Taskforce Jeugdhulp, verder gewerkt aan onder andere afbouw van Jeugdzorg+ en van de Buiten Budgettaire Route (BBR) en aan het creëren van een dekkend en duurzaam zorglandschap.
Effectindicator | Realisatie | Streefwaarden | Bron | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |||
Doel 7A1 Een krachtige pedagogische samenleving | ||||||
7A1.a Percentage inwoners dat het eens of helemaal eens is met de stelling dat er in de buitenruimte voldoende gelegenheid is om te sporten, bewegen of spelen voor kinderen / jongeren | 65% (2021) | 71% | 72% | Stadsenquête | ||
7A1.b Percentage inwoners dat het eens of helemaal eens is met de stelling dat er in de buitenruimte voldoende gelegenheid is om te sporten, bewegen of spelen voor volwassenen | 52% (2021) | 61% | 65% | Stadsenquête | ||
7A1.c Percentage inwoners dat vindt dat in de buurt voldoende speelmogelijkheden voor kinderen zijn | 49% (2021) | 56% | 57% | Stadsenquête | ||
7A1.d Percentage inwoners dat vindt dat de speelmogelijkheden in de buurt veilig zijn | 50% (2021) | 53% | 56% | Stadsenquête | ||
7A1.e Percentage inwoners dat vindt dat de speelmogelijkheden in de buurt uitdagend zijn | 20% (2021) | 28% | 28% | Stadsenquête | ||
7A1.f Percentage inwoners dat vindt dat er goede voorzieningen voor jongeren zijn | 46% (2021) | 31% | 35% | Veiligheidsmonitor | ||
Doel 7A3 Goede specialistische hulp beschikbaar | ||||||
7A3.a Percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp | 15,8% (2022) | 14,0% | 14,0% | 14,0% | 8%* | CBS |
7A3.b Percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdbescherming | 11,2% (2022) | 1% | 1% | 1% | 1% | CBS (wsjg - BBV) |
7A3.c Percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdreclassering | 0,03% (2022) | 0,02% | 0,02% | 0,02% | 0,02% | CBS |
7A3.d Aantal Leidse gezinnen die door vrijwilligers worden ondersteund bij opvoedproblemen | 27 (2023) | 45 | 50 | 60 | 60 | Jaarraportage HomeStart |
7A3.e Percentage jeugdhulptrajecten met verblijf | 2,9% (2023) | 2,0% | 2,0% | 2,0% | 1,0% | SOZ/Holland RIjnland |
7A3.f Aantal jongeren in gesloten jeugdhulp | 5 (2023) | 2 | 0 | 0 | 0 | SOZ/Holland Rijnland |
7A3.g Gemiddelde trajectduur in dagen | 196 (2023) | 180 | 180 | 180 | 180 | SOZ/Holland Rijnland |
7A3.h Percentage jeugdigen met hoogspecialistische ambulante jeugd-GGZ van het totaal aantal jeugdigen met jeugdhulp | 20% (2023) | 20% | 20% | 19% | 16% | SOZ/Holland Rijnland |
7A3.i Aantal trajecten ingezet bij niet-gecontracteerde aanbieders | 97 (2023) | 30 | 20 | 30 | 100 | SOZ/Holland Rijnland |
* De streefwaarde is lager dan voorgaande jaren. Vanuit de Taskforce Jeugdhulp en de Hervormingsagenda zijn namelijk verschillende maatregelen ingezet die moeten leiden tot minder kinderen die gebruik maken van gespecialiseerde jeugdhulp.
Service-organisatie Zorg Holland Rijnland (SOZ) | |
Motieven en doelen deelname GR | De Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland (een gemeenschappelijke regeling) behartigt de belangen van de gemeenten op het terrein van uitvoering van gemeentelijke contractering in het kader van de Jeugdwet: (a) Regionale jeugdhulp in het gedwongen kader (b) Gespecialiseerde jeugdhulp. |
Kansen | De gemeenten van Holland Rijnland delen de visie op de uitvoering van de jeugdhulp met Leiden, namelijk het thuis zo normaal mogelijk kunnen opgroeien en het centraal stellen van kind en gezin bij het uitvoeren van de hulp. Als regio zijn de gemeenten daardoor een krachtiger opdrachtgever voor de uitvoerende partijen. Het contractmanagement, dat door de Serviceorganisatie wordt uitgevoerd, is een concreet voorbeeld daarvan. Daarnaast sluit het regionaal inkopen en aanvoeren van de jeugdhulp het beste aan bij de uitvoeringsvormen |
Risico's (top 3) | 1. Aansturing geschiedt vanuit 13 gemeenten en moet dus ook op basis van overeenstemming tussen deze gemeenten. |
Belangrijkste doelstellingen / prestaties en opgaven 2027 | - Uitvoering van gemeentelijke contractering in het kader van de Jeugdwet: (a) Regionale jeugdhulp in het gedwongen kader (b) Gespecialiseerde jeugdhulp. |
Belangrijkste bestuurlijke mijlpalen 2027 | - Continue versterking van de interne controlfunctie en de P&C cyclus, verbetering van de informatievoorziening en datagedreven contractmanagement. |
Bijdrage 2027 | € 1.019.471 |
Doelen en prestaties bij 7B Peuterspeelzalen en kinderopvang
Doelen | Prestatie |
7B1 Kwalitatief goed en toegankelijk aanbod van kindercentra | 7B1.1 Zorg dragen voor voldoende aanbod peuterspeelopvang |
7B1.2 Waarborgen kwaliteit kinderopvang / peuterspeelopvang |
7B1.1 Zorg dragen voor voldoende aanbod peuterspeelopvang
De geboortecijfers, en daarmee het aantal peuters in Leiden, blijven naar verwachting licht dalen, ook in 2027. We blijven echter zorgdragen voor een ruim voldoende kwalitatief aanbod van peuterspeelopvang en voorschoolse educatie (VE). Daar blijft de hiervoor bestemde subsidieregeling ‘Peuterspeelzaal en voorschoolse educatie’ van kracht. Daarnaast blijven we ons inzetten voor beter bereik van deze doelgroeppeuters.
7B1.2 Waarborgen kwaliteit kinderopvang/peuterspeelopvang
We houden wettelijk toezicht op de kwaliteit van kinderopvang volgens de landelijke eisen. Daarnaast zetten we in Leiden ook in op: talentontwikkeling, het versterken van eigen kracht van het kind, extra ondersteuning indien nodig en de relatie tussen ouders en professionals bevorderen. Om die reden is de kinderopvang ook partner binnen de ‘Rijke Leerdag’ (Rijksprogramma School en Omgeving: zie 7C3.1).
Effectindicator | Realisatie | Streefwaarden | Bron | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |||
Doel 7B1 Kwalitatief goed en toegankelijk aanbod van kindercentra | ||||||
7B1.a Percentage kinderen van 0 tot 4 jaar dat deelneemt aan kinderdagopvang* | 67% (2022) | 66% | 67% | 98%* | 98 | CBS |
* De streefwaarde is vanaf 2029 hoger, omdat het Rijk toewerkt naar (nagenoeg) gratis kinderopvang voor werkende ouders.
Doelen en prestaties bij 7C Onderwijsbeleid
Doelen | Prestatie |
7C1 Gelijke kansen voor kinderen en jongeren | 7C1.1 Waarborgen van aanbod, kwaliteit en deelname aan voor- en vroegschoolse educatie |
7C1.2 Ondersteunen van een hoogwaardig taalaanbod in het onderwijs | |
7C1.3 Bevorderen van een goede samenwerking tussen ouder en professional | |
7C2 Goede onderwijs-ondersteuning en samenwerking in het onderwijs | 7C2.1 Ondersteunen zorg voor leerlingen met specifieke behoeften |
7C2.2 Stimuleren samenwerking en voorzieningen in het onderwijs | |
7C3 Als Kennisstad toekomstbestendig onderwijs bevorderen met extra aandacht voor duurzaamheid, internationalisering en talentontwikkeling | 7C3.1 Stimuleren van een duurzame rijke leeromgeving waarin leerlingen en onderwijsprofessionals hun eigen talenten kunnen ontwikkelen met aandacht voor een doorlopende leerlijn |
7C3.2 Stimuleren dat leerlingen worden voorbereid op een internationale samenleving | |
7C3.3 Bevorderen van toekomstgerichte talentontwikkeling door samenwerking van onderwijs met bedrijven en instellingen | |
7C4 Zoveel mogelijk leerlingen volgen onderwijs en halen een startkwalificatie of het verwerven van een werkplek | 7C4.1 Sturing geven aan projecten die zich richten op het behalen van een startkwalificatie, terugkeer naar het onderwijs (ook voor thuiszitters) of het verwerven van een werkplek |
7C4.2 Tegengaan verzuim leerplichtigen |
7C1.1 Waarborgen van aanbod, kwaliteit en deelname aan voor- en vroegschoolse educatie (VVE)
In 2027 gaan we aan de slag met passende interventies voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften. Zo zullen voorschoolse brugfunctionarissen per schooljaar 2026-2027 niet alleen toeleiden naar voorschoolse educatie (VE), maar ook een rol spelen in het ondersteunen van ouders en professionals. Zo normaliseren we ondersteuning binnen de reguliere kinderopvang en werken hierbij samen met kinderopvangorganisaties om dit structureel te borgen. Ook zetten we passende interventies voor kinderen in met (extra) ondersteuningsbehoeften. De pilot ‘Groeigroep’, een voorziening voor vierjarigen die nog niet volledig ‘schoolrijp’ zijn, wordt in 2027 verlengd. Deze ontwikkelgroep draagt bij aan een soepelere doorstroom naar regulier of gespecialiseerd onderwijs. Het doel is kinderen zo veel mogelijk binnen het regulier onderwijs te houden, passende doorstroom naar gespecialiseerd onderwijs te bevorderen en instroom in een kinderdagcentrum (KDC) te voorkomen.
7C1.2 Ondersteunen van een hoogwaardig taalaanbod in het onderwijs
De afgelopen jaren is het onderwijsaanbod voor nieuwkomers in het primair en voortgezet onderwijs in de Leidse regio versterkt en uitgebreid dankzij regionale samenwerking. In 2027 onderzoeken we samen met onderwijspartners en leerwerkbedrijven hoe we het aanbod verder kunnen verbeteren en verbreden voor nieuwkomers die beter aansluiten bij praktijkgericht onderwijs of die extra ondersteuning nodig hebben om succesvol door te stromen naar een Entree-opleiding of werk.
7C1.3 Bevorderen van een goede samenwerking tussen ouder en professional
Binnen de Kansrijk Onderwijs werkgroep ‘Partnerschap met ouders’ wordt ingezet op het verdiepen en verbreden van de ‘ouderschapstheorie’ (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid). Werken volgens de ouderschapstheorie biedt professionals een ingang om het contact met ouders (terug) te krijgen. In Leiden wordt al gewerkt vanuit deze theorie door brugfunctionarissen en het Centrum Jeugd en Gezin (CJG). Vanuit Kansrijk Onderwijs, mogelijk gemaakt vanuit de Gelijke Kansen Alliantie Agenda (vanuit het ministerie van OC&W), wordt geïnvesteerd in professionaliseringsaanbod gebaseerd op de ouderschapstheorie samen met Hogeschool Leiden. Dit professionaliseringsaanbod wordt vervolgens breed opengesteld met als doel om dit tot gedeelde taal en kennisbasis te maken.
7C2.1 Ondersteunen zorg voor leerlingen met specifieke behoeften
Gemeenten en onderwijs blijven samen verantwoordelijk voor een samenhangend geheel van voorzieningen waardoor iedere jeugdige zoveel mogelijk onderwijs kan volgen op een passende plek. In 2027 werken we aan meer samenhang tussen bestaande voorzieningen, waaronder dagbesteding, en stimuleren de samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp en andere betrokken partners. Daarbij sluiten we aan bij de landelijke beweging van zorg naar onderwijs, met extra aandacht voor jeugdigen die nu vooral zorg ontvangen of nog maar beperkt onderwijs volgen.
Leerlingenvervoer
In schooljaar 2026-2027 onderzoeken we verder hoe meerjarige beschikkingen in het leerlingenvervoer uitwerken in de praktijk. Daarnaast wordt de pilot voortgezet waarin leerlingen kunnen oefenen met reizen in het openbaar vervoer. Het is goed voor het zelfvertrouwen van leerlingen om te leren reizen met het openbaar vervoer en het maakt hen beter voorbereid op hun toekomst.
7C2.2 Stimuleren samenwerking en voorzieningen in het onderwijs
Als antwoord op de vraag van jongeren die iets anders of iets extra’s nodig hebben, zijn we de afgelopen jaren gestart met verschillende Maatschappelijke Diensttijd (MDT)-programma's. Vanuit de aanpak Gelijke Kennis werken we aan een gezamenlijke kennisbasis als het gaat om de ontwikkeling van kinderen. Hierin brengen we onderwijs, brugfunctionarissen en wijkteams bij elkaar om zo op een integrale manier te professionaliseren. Ook in 2027 worden vanuit de stedelijke jeugdaanpak op scholen signaaloverleggen georganiseerd. Deze overleggen hebben als doel om de samenwerking voor veiligheid in en om het onderwijs tussen de gemeente, het onderwijs, de politie, de GGD en andere partijen te versterken en om signalen sneller uit te wisselen.
7C3.1 Stimuleren van een duurzame rijke leeromgeving waarin leerlingen en onderwijsprofessionals hun eigen talenten kunnen ontwikkelen met aandacht voor een doorlopende leerlijn
In Leiden geloven we dat kennis die je samen maakt het welzijn in de stad vergroot en tegelijkertijd de kwaliteit van onderwijs en onderzoek bevordert en zichtbaar maakt. Niet alleen heeft Leiden als Kennisstad alle onderwijssectoren in huis, van peuterspeelzaal tot alle vormen van vervolgonderwijs, maar er zijn ook veel educatie- en onderzoekspartners, musea en netwerkorganisaties zoals het Leiden Education Fieldlab (LEF). Samen vormt dit een rijk leerecosysteem. In 2027 zetten we in op de uitvoering van de innovatieprojecten die in de subsidieronde 2026 zijn toegekend. Samen met het LEF geven we bredere invulling aan de dwarslijn ‘innoveren met LEF’ waarbij we niet alleen de onderwijsinnovatiesubsidieprojecten ondersteunen, maar ook andere innovatieve initiatieven in het onderwijs de ruimte geven om aan te sluiten. Andere zichtlijnen in het LEF waar we ons samen voor inzetten zijn o.a. ‘brede vorming’ en ‘anders samenwerken’.
Techniek en talentontwikkeling
Samen met scholen, vervolgonderwijs, Stichting Leiden Bio Science Park en bedrijven gaan we labtechniek voor het Leidse basis- en voortgezet onderwijs meer op de kaart zetten. De inzet op techniek en talentontwikkeling draagt bij aan de brede vorming in het onderwijs. We verbinden deze onderwijsdoelstelling waar ook onze economische kracht als stad ligt. Kinderen jong in aanraking laten komen met techniek rondom bijvoorbeeld ‘Life Sciences and Health’ ofwel gezondheid, verhoogt de kans dat zij later voor technische studies en banen kiezen. Hieraan is grote behoefte in Nederland. Ons Leiden Bio Science Park biedt veel baankansen, met name ook voor technisch mbo-geschoolden. Er is goed aanbod om kinderen te interesseren in labtechniek, maar het kan nog beter ingezet worden. In 2027 onderzoeken we hoe we de bestaande onderwijsplatforms en netwerken beter kunnen inzetten om dit inzichtelijk te maken voor scholen.
Rijke Leerdag
In 2027 verdiepen we het concept van de Rijke Leerdag Leiden verder. De coalitie is in de nieuwe rijkssubsidieronde School en Omgeving 2025-2028 flink uitgebreid. De coalitie, bestaande uit Leidse scholen, schoolbesturen, gemeente, kinderopvangorganisaties, sport- en cultuurinstellingen, welzijnsorganisaties en andere maatschappelijke partners, zal zich weer focussen op afstemming en kwaliteitsverbetering van het aanbod van de naschoolse activiteiten. Het programma richt zich nog steeds op brede talentontwikkeling door een breed aanbod aan binnen- en buitenschoolse activiteiten aan te kunnen bieden aan leerlingen op het gebied van sport, cultuur, (wereld)burgerschap, taal, muziek, nieuwe media, kunst, dans, natuur en theater. Naast het programma School en Omgeving wordt vanuit de Leidse Educatieve Agenda, en het Actieplan Kansrijk Onderwijs Leiden, ook ingezet op naschoolse activiteiten bij scholen die niet binnen deze rijksregeling vallen.
Natuur- en Duurzaamheidseducatie
In 2027 wordt het aanbod voor natuur- en duurzaamheidseducatie nauwer verbonden met actuele maatschappelijke opgaven in de stad. Daarbij gaat bijzondere aandacht uit naar biodiversiteit (en het belang daarvan voor al het leven op aarde), afvalpreventie en het bevorderen van reparatie en hergebruik, de energietransitie en een gezonde en duurzame voedselomgeving. Daarnaast wordt een koppeling met techniekonderwijs en het Bio Science Park verkend. Rond deze thema's wordt het netwerk van kennis- en onderwijsinstellingen, onderwijsaanbieders en lokale initiatieven verder uitgebouwd, onder meer door schoolbezoeken en via het LEF en Verwonder om de Hoek (zie ook 8A1.3 en 8A3.2).
Groenblauwe schoolpleinen
Zie onder 7A1.2.
7C3.2 Stimuleren dat leerlingen worden voorbereid op een internationale samenleving*
In Leiden willen we ruimte bieden aan de internationale diversiteit van onze bewoners, zodat elk kind en iedere jongere het aanbod krijgt dat het best past bij zijn of haar onderwijsbehoefte. Als vervolg op onze inzet op het verstevigen en het uitbreiden van het nieuwkomersonderwijs (in de Leidse regio), zetten we in 2027 in op het versterken van de overgang van het nieuwkomersonderwijs naar het regulier onderwijs, zowel in het primair- als het voortgezet onderwijs.
Daarnaast zien we een toenemend aantal jonge inburgeraars en alleenstaande minderjarige vreemdelingen in Leiden en de Leidse regio. Deze groep heeft in het thuisland vaak in beperkte mate of geen middelbaar onderwijs gehad en vindt hierdoor lastig aansluiting in het regulier onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs (MBO) (zie ook Programma 10). In 2027 werken we samen met het (middelbaar beroeps-)onderwijs en werkgevers voor een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, met name voor de groep anderstalige 18-plussers.
7C3.3 Bevorderen van toekomstgerichte talentontwikkeling door samenwerking van onderwijs met bedrijven en instellingen
Door als onderwijs samen te werken met bedrijven en stadspartners kunnen we kinderen en jongeren beter voorbereiden op de arbeidsmarkt. In verschillende sectoren zijn tekorten, zoals onderwijs, zorg en techniek. We willen kinderen en jongeren laten zien waar hun talenten liggen en hoe zij deze kunnen inzetten voor maatschappelijke vraagtukken. Dat doen we door bij te dragen aan verschillende initiatieven, zoals MDT UniverCity, MDT Skill School, MDT Talent en Toekomst en Leren met de Stad. Ook stimuleren we de ontwikkeling van hybride onderwijs binnen het mbo.
Maatschappelijke Diensttijd
Maatschappelijke Diensttijd (MDT) is een landelijk programma waarin jongeren tussen de 12 en 30 jaar zich vrijwillig inzetten voor een ander. MDT draagt bij aan de ambitie van de gemeente Leiden om een stad te zijn die jongeren perspectief biedt, in hun kracht zet en actief betrekt bij maatschappelijke vraagstukken. Hiervoor werken we samen met MDT UniverCity (rijkssubsidie t/m 2028) en Skill School (rijkssubsidie t/m 2027), waarbij jongeren mede-ontwikkelaar zijn van oplossingen, zichzelf uitdagen zich daarin te ontwikkelen en de kans krijgen om impact te maken. Daarnaast zetten we ook in 2027 in op de verduurzaming van de kernwaarden van MDT samen met de partners Studio Moio, REA College Heliomare, Technolab en Skill School via het project Jongerenkracht Verankerd.
7C4.1 Sturing geven aan projecten die zich richten op het behalen van een startkwalificatie, terugkeer naar het onderwijs of het verwerven van een werkplek
Met onze lokale en regionale inzet werken we aan het voorkomen van schooluitval en bieden we jongeren perspectief op onderwijs, ontwikkeling en werk. Daarbij kijken we niet alleen naar schoolprestaties, maar ook naar welzijn, aanwezigheid op school en de aansluiting op een passende vervolgstap. Uitval ontstaat vaak door een combinatie van factoren. Dat vraagt om een gezamenlijke aanpak met het onderwijs, het Regionaal Bureau Leerrecht, Jeugdteams, jongerenwerk en partners uit de brede sociale basis. Leiden versterkt de regionale aanpak met lokale maatregelen, zoals vroegsignalering via jongerenwerk op school, inzet van trajecten als Skill School en ondersteuning via de brede sociale basis. Studentenwelzijn blijft een belangrijk aandachtspunt binnen het Leidse mbo-pijlerplan. Zo houden we jongeren eerder en langer in beeld en ondersteunen we hen op weg naar een startkwalificatie of passende vervolgstap.
Uitvoering regionale VSV-aanpak
In 2027 werken we verder aan de uitvoering van het Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten (VSV) en Duurzaam Werk 2026–2029. Leiden voert dit programma niet zelfstandig uit, maar heeft als contactgemeente voor de Doorstroompuntregio en als centrumgemeente van de arbeidsmarktregio een belangrijke rol in de regionale samenwerking met gemeenten, onderwijs en het Doorstroompunt. Het programma verbindt ondersteuning op school, begeleiding bij overstappen binnen het onderwijs en begeleiding richting werk. Daarmee sluit de aanpak beter aan op de momenten waarop jongeren risico lopen om uit te vallen of uit beeld te raken. Een startkwalificatie blijft een belangrijk doel, maar voor sommige jongeren kan praktijkleren, certificering of begeleiding richting duurzaam werk een passender route zijn.
7C4.2 Schoolaanwezigheid van leerplichtige jongeren versterken en verzuim verminderen
Het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL) voert voor Leiden en de regiogemeenten binnen Holland Rijnland de Leerplichtwet en kwalificatieplicht uit. In 2027 blijft inzicht in verzuim en schoolaanwezigheid de basis voor tijdige gesprekken met jongeren, ouders en scholen. Het RBL werkt met vaste contactpersonen voor scholen, zodat signalen dicht bij de leerling en de school worden opgepakt. Vanaf 2027 werkt het RBL met een nieuw beleidsplan voor 2027-2030, met als belangrijke speerpunten: schoolaanwezigheid stimuleren en verzuim verminderen, zorgvuldig omgaan met vrijstellingen van onderwijs en thuiszitten voorkomen en verminderen. De ervaringen met preventieve gesprekken op enkele voortgezet onderwijs-scholen laten zien dat eerder contact met leerlingen en ouders kan bijdragen aan een betere schoolgang van leerlingen die verzuimen. Daarmee sluit de inzet van het RBL aan bij de bredere beweging naar schoolaanwezigheid: eerder signaleren, beter begrijpen wat er speelt en leerlingen ondersteunen om verbonden te blijven met school.
Effectindicator | Realisatie | Streefwaarden | Bron | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |||
Doel 7C1 Gelijke kansen voor kinderen en jongeren | ||||||
7C1.a Aantal kinderen van 2,5 - 4 jaar dat heeft deelgenomen aan ve | 328 (2023) | 370 | 340 | 300 | 370* | Telgegevens VE-aanbieders |
Doel 7C4 Zo veel mogelijk leerlingen worden behouden voor het onderwijs en halen een startkwalificatie* | ||||||
7C4.a Absoluut verzuim per 1.000 leerlingen* | 8,7 (2023) | 9,0 | 9,0 | 9,0 | 9,0 | RBL |
7C4.b Relatief verzuim per 1.000 leerlingen** | 23 (2023) | 23 | 23 | 27 | 27 | RBL |
7C4.c Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie VO en MBO | 2,5% (2023) | 2,4% | n.t.b.*** | n.t.b.*** | n.t.b.*** | RBL |
*Toelichting 7C1.a: de streefwaarde voor 2030 bedraagt 370 kinderen. Deze waarde is gebaseerd op zowel de verwachte daling van het aantal geboorten als op het verbeterde inzicht in indicatie, toeleiding en bereik van VE‑kinderen sinds de invoering van de peutermonitor, waardoor meer kinderen in beeld komen.
**Toelichting 7C4.c: Door wetswijzigingen is de doelgroep voortijdig schoolverlaters vanaf 2026 uitgebreid met jongeren van 23 tot en met 26 jaar. OCW levert in 2027 nieuwe streefcijfers aan. Deze worden gebaseerd op het risico dat jongeren binnen deze bredere doelgroep het onderwijs zonder startkwalificatie verlaten.
Doel | Prestaties |
|---|---|
7D1 Goede kwantiteit en kwaliteit van onderwijshuisvesting | 7D1.1 Realisatie van nieuwbouw, uitbreiding en vervanging van lesgebouwen en gymnastieklokalen |
7D1.2 In stand houden van de bestaande gymnastieklokalen door onderhoud en aanpassingen | |
7D1.3 Uitvoering van de overige wettelijke taken zoals ozb, schadeherstel en bekostiging gymnastiekonderwijs |
7D1 Goede kwantiteit en kwaliteit van onderwijshuisvesting
De gemeente blijft zich in 2027 inzetten voor het uitvoeren van het Beleidsrijke integraal huisvestingsplan (IHP) voor onderwijs 2026-2042. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor een aantal wettelijke taken ten aanzien van onderwijshuisvesting. Dit omvat het faciliteren van schoolbesturen bij de realisatie van hun scholenbouwprojecten (door de inzet van gemeentelijk projectmanagement), het bekostigen van onroerendezaakbelasting (OZB), het vergoeden van schadeherstel, het faciliteren en bekostigen van gymnastiekonderwijs en het in stand houden van bestaande gymnastieklokalen. Landelijke wetgeving voor het funderende onderwijs, waaronder nieuwe wetgeving over onderwijshuisvesting, zal in 2027 gewijzigd worden. Als gevolg hiervan stelt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een nieuwe modelverordening op voor gemeenten. Wij verwachten in 2027 op basis van deze modelverordening met een raadsvoorstel te komen voor een nieuwe Leidse Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs.
De volgende projecten uit de Herwaardering van het IHP 2023-2032 zijn momenteel in uitvoering, zoals opgenomen in de Voortgangsbrief projecten Onderwijshuisvesting (Raadsinformatiebrief B 09 d.d. 05-06-2026):
Daarnaast lopen in 2027 de volgende projecten:
Andere ontwikkelingen
In Leiden is, evenals bij andere gemeenten, onvoldoende capaciteit op het elektriciteitsnetwerk beschikbaar. Dit duurt tot circa 2032. Om het risico op vertraging te verkleinen wordt per scholenbouwproject zo mogelijk met maatschappelijke prioritering, uitbreiding van de capaciteit aangevraagd als deze in de nieuwe situatie ontoereikend is. Om dezelfde reden wordt per project de mogelijkheid onderzocht van het opslaan van energie.
Effectindicator | Realisatie | Streefwaarden | Bron | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |||
Doel 7D1 Goede kwantiteit en kwaliteit van onderwijshuisvesting | ||||||
7D1.a Rapportcijfer inwoners voor de kwaliteit van schoolgebouwen | 7,5 (2021) | 7,5 | 7,5 | - | Stadsenquête | |
Jeugd en onderwijs | Rekening | Begroting | Begroting | MJB | MJB | MJB | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Bedragen x € 1.000,- | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
Jeugd | Lasten | 48.640 | 57.072 | 54.411 | 54.379 | 54.386 | 54.406 |
Baten | -2.177 | -2.606 | -361 | -2.094 | -2.094 | -2.094 | |
Saldo | 46.464 | 54.466 | 54.050 | 52.285 | 52.293 | 52.312 | |
Peuterspeelopvang en kinderopvang | Lasten | 2.186 | 2.243 | 2.307 | 2.307 | 2.304 | 2.303 |
Baten | -4 | -5 | -5 | -5 | -5 | -5 | |
Saldo | 2.181 | 2.238 | 2.302 | 2.303 | 2.299 | 2.299 | |
Onderwijsbeleid | Lasten | 12.326 | 12.847 | 12.238 | 12.207 | 12.182 | 12.175 |
Baten | -6.192 | -6.015 | -6.080 | -6.051 | -6.051 | -6.051 | |
Saldo | 6.134 | 6.832 | 6.157 | 6.155 | 6.131 | 6.124 | |
Onderwijshuisvesting | Lasten | 12.635 | 16.381 | 14.752 | 15.587 | 16.602 | 17.484 |
Baten | -349 | -413 | -425 | -425 | -425 | -425 | |
Saldo | 12.285 | 15.969 | 14.327 | 15.162 | 16.177 | 17.059 | |
Programma | Lasten | 7.331 | 13.235 | 9.227 | 9.402 | 9.636 | 9.678 |
Baten | -2.689 | -1.860 | -35 | -1.770 | -1.770 | -1.770 | |
Saldo van baten en lasten | 4.642 | 11.375 | 9.192 | 7.631 | 7.865 | 7.908 | |
Reserves | Toevoeging | 5.079 | 173 | - | - | - | - |
Onttrekking | -55 | -1.548 | -55 | -55 | -55 | -55 | |
Mutaties reserves | 5.024 | -1.375 | -55 | -55 | -55 | -55 | |
Resultaat | 9.667 | 10.000 | 9.137 | 7.576 | 7.810 | 7.852 |
De daling van de lasten en/of de stijging van de baten worden onder andere veroorzaakt door de indexering van budgetten, doorrekening van de kostenverdeelstaat en de kapitaallasten die zijn berekend vanuit het meerjareninvesteringsplan 2027-2030. Beleidswijzigingen met financiële consequenties worden hierna per beleidsterrein toegelicht.
De lasten in 2027 zijn € 2,7 miljoen lager (voordeel) dan in 2026 door:
De baten in 2027 zijn € 2,2 miljoen lager (nadeel) dan in 2026 door:
De hogere lasten worden verklaard door diverse bijstellingen < € 250.000 (nadeel)
De lasten in 2027 zijn € 600.000 lager (voordeel) dan in 2026 door:
De lasten in 2027 zijn € 1,6 miljoen lager (voordeel) dan in 2026 door:
Reserves programma 7 | Rekening | Begroting | Begroting | MJB | MJB | MJB | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Bedragen x € 1.000,- | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
Reserve onderwijshuisvesting | Toevoeging | - | - | - | - | - | - |
Onttrekking | -55 | -55 | -55 | -55 | -55 | -55 | |
Saldo | -55 | -55 | -55 | -55 | -55 | -55 | |
Reserve soc.-maatsch. En cult. Voorz. P7 | Toevoeging | - | - | - | - | - | - |
Onttrekking | - | -50 | - | - | - | - | |
Saldo | - | -50 | - | - | - | - | |
Reserve Sociaal Domein P7 | Toevoeging | 5.079 | 2.082 | 1.883 | 2.100 | 0 | 0 |
Onttrekking | -3.087 | -9.185 | - | - | - | - | |
Saldo | 1.993 | -7.103 | 1.883 | 2.100 | 0 | 0 | |
Totaal | Toevoeging | 5.079 | 2.082 | 1.883 | 2.100 | 0 | 0 |
Onttrekking | -3.142 | -9.290 | -55 | -55 | -55 | -55 | |
Reserves programma 7 | 1.937 | -7.208 | 1.828 | 2.045 | -55 | -55 |
Er is een onttrekking begroot van € 55.000 voor de personele inzet en plankosten. Dit is bedoeld om het uitvoerend vermogen bij de uitvoering van het Integraal huisvestingplan 2020 - 2030 te versterken en de risico's daarbij te beperken.
Afgelopen jaar is de financieringssystematiek aangepast van t-2 naar t-0. Deze aanpassing brengt een voordeel met zich mee voor de bijdrage van de gemeente Leiden. De laatste jaren hebben de kosten op jeugdhulp zich namelijk gunstig ontwikkeld. Het begrote overschot van € 1,9 miljoen op de budgetten voor de specialistische jeugdhulp wordt in 2027 en 2028 gestort in de reserve sociaal domein. Daarna wordt deze ruimte ingezet om de openstaande bezuinigingstaakstelling in te vullen. De taakstelling wordt hiermee volledig ingevuld.
Prestatie | Omschrijving prestatie | Omschrijving investering | Categorie | nieuw / vervanging | Bijdrage derden/ reserves | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
07A102 | Waarborgen kwal (openbare) speelruimte | Speeltoestellen in speeltuinen 2027-2030 | Econ. | V | - | 180 | 180 | 180 | 180 | |
07D102 | In stand houden bestaande gebouwenvoorrd | Vrije school Mareland | Econ. | V | - | 7.694 | - | - | - | |
07D102 | In stand houden bestaande gebouwenvoorrd | Leidse Houtschool | Econ. | V | VK | - | 9.166 | - | - | - |
07D102 | In stand houden bestaande gebouwenvoorrd | Da Vinci College | Econ. | V | - | 26.197 | - | - | - | |
07D102 | In stand houden bestaande gebouwenvoorrd | Specifiek locatiegebonden kosten 2022 | Econ. | V | - | 15 | - | - | - | |
07D102 | In stand houden bestaande gebouwenvoorrd | Specifiek locatiegebonden kosten 2025 | Econ. | V | - | 515 | - | - | - | |
07D102 | In stand houden bestaande gebouwenvoorrd | Eerste Leidse Schoolvereniging uitbr. | Econ. | V | - | 6.808 | - | - | - | |
07D102 | In stand houden bestaande gebouwenvoorrd | Vrije school Mareland Gym | Econ. | V | - | - | - | 716 | - | |
07D102 | In stand houden bestaande gebouwenvoorrd | Scholencomplex Stevenshof Gym | Econ. | V | - | 2.158 | - | - | - | |
07D103 | Uitvoering van overige wettelijke taken | Lucas van Leyden Gym | Econ. | V | - | 1.927 | - | - | - | |
07D103 | Uitvoering van overige wettelijke taken | Gymaccomodatie Oppenheimstraat 4a | Econ. | V | - | 238 | - | - | - | |
Totaal programma 7 | - | 54.897 | 180 | 896 | 180 |
In bovenstaand overzicht staan de investeringen zoals deze zijn opgenomen in het investeringsplan 2027-2030. In paragraaf 4.2.2 Investeringen wordt de ontwikkeling van de kapitaallasten toegelicht en staat een overzicht met te voteren kredieten.
subsidiestaat 2026 | subsidiestaat 2027 | |
|---|---|---|
Subsidie saldo | 9.574.368 | 8.758.741 |
Het volledige subsidie-overzicht is opgenomen in paragraaf 3.2.8 Subsidies.