Home / Hoofdlijnen financiële positie

Hoofdlijnen financiële positie

1. Samenvatting financiële ontwikkelingen Kaderbrief
Een totaaloverzicht van de financiële ontwikkelingen in de Kaderbrief is opgenomen in onderstaande tabel. Volstaan wordt met deze tabel, de inhoudelijke achtergronden ontwikkelingen zijn al eerder met uw raad besproken en staan toegelicht bij de programma's. Een overzicht van alle mutaties per programma in de Kaderbrief is als bijlage opgenomen in deze begroting.

Categorie

2019

2020

2021

2022

Autonoom

9.639

7.607

6.786

5.730

Mee/Tegenvaller

7.532

6.353

3.868

3.056

Nieuw Beleid

2.183

2.746

2.084

1.338

Bijsturing

1.400

1.476

774

280

Saldo

6.435

-430

-5.302

-15

N

V

V

V

Verrekening met concernreserve

-6.435

430

5.302

Saldo kaderbrief na verrekening

0

0

0

-15

-/- = Voordeel, bedragen x € 1.000

2. Ontwikkelingen na de Kaderbrief
Bij het opstellen van de begroting is nog een aantal ontwikkelingen te melden:

Mutaties begroting 2019-2022

2018

2019

2020

2021

2022

  • Netto resultaat indexering lonen en prijzen Netto resultaat indexering lonen en prijzen

-516

-661

-654

-629

  • Prijsstijging onderhoud groen en bruggen

515

614

613

612

  • Taakstelling groen en bruggen voor dekking prijsstijgingen

-614

-613

-612

  • Voorkomen bodemverontreiniging door kunstgrasvelden: vervanging en onderhoud

32

32

32

32

  • Vennootschapsbelasting op reclameopbrengsten

70

70

70

70

  • Tegenvaller BUIG 1e bestuursrapportage nu t.l.v. concernreserve

2.177

  • Meevaller BUIG 2e bestuursrapportage t.g.v. concernreserve

-700

  • Incidenteel hoger dividend Alliander

-700

Netto ontwikkeling mutaties begroting 2019

1.477

-599

-559

-552

-527

N

V

V

V

V

Verrekenen met de Concernreserve

-1.477

599

559

552

527

Saldo begroting 2019-2022

0

0

0

0

0

-/- = Voordeel, bedragen x € 1.000

Toelichting per mutatie.

Netto resultaat indexering

Het netto resultaat op indexering verloopt dit jaar positief. Dat wordt grotendeels veroorzaakt door een andere wijze van berekenen van de loon- en prijscompensatie op de rijksbegroting. Deze andere wijze leidt tot een hogere compensatie voor lonen en prijzen in het gemeentefonds in vergelijking tot eerdere jaren.

Onderhoud Groen en Bruggen

In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is een nieuw risico opgenomen, namelijk het risico dat wij een index hanteren die onvoldoende is om de stijging van prijzen voor (infrastructurele) werken door hoogconjunctuur op te vangen. We merken bijna dagelijks dat nieuwe aanbiedingen van leveranciers en vooral aannemers fors hoger liggen dan vooraf begroot. Bij twee aanbestedingen. onderhoud groen en onderhoud bruggen is dit nu concreet het geval zonder dat we daar direct op kunnen bijsturen. Structureel gaat het om een bedrag van ruim €.600.000

Taakstelling dekking prijsstijging Groen en Bruggen

Wij stellen voor om deze financiële tegenvaller voor het jaar 2019 te dekken door een onttrekking uit de concernreserve, vervolgens hebben wij de Algemeen directeur de opdracht te geven om vanaf 2020 in eerste instantie binnen de begroting van het programma Omgevingskwaliteit hiervoor dekking te zoeken. Bij de Kaderbrief 2020 komen wij hierop terug.

Voorkomen bodemverontreiniging door kunstgrasvelden

We willen extra maatregelen treffen (op basis van aanbevelingen RIVM) om verspreiding van rubbergranulaat vanaf kunstgras te beperken. Voorgesteld wordt om een krediet van € 128.500 beschikbaar te stellen met een kapitaallast van € 6.049. Daarnaast is er structureel € 25.850 benodigd voor extra dagelijks onderhoud. Per saldo zal een bedrag van € 31.899 als structurele meerkosten worden meegenomen bij het opstellen van Programmabegroting 2019.

Vennootschapsbelasting op reclameopbrengsten

Sinds 2016 zijn gemeenten vennootschapsbelastingplichtig. Vooralsnog stelt de Belastingdienst zich op het standpunt dat over het voordelig saldo woonboten en reclameopbrengsten vennootschapsbelasting (Vpb) moet worden betaald. Dat wordt door ons en andere gemeenten nog betwist. In de begroting was nog geen rekening gehouden met een bedrag aan te betalen Vpb. Het saldo op woonboten is nihil. Hierover hoeft dus geen Vpb te worden afgedragen. Het positieve saldo op reclameopbrengsten bedraagt naar verwachting € 320.000. Voor 2018 en volgende jaren zal op basis van dit positieve saldo een bedrag van afgerond € 70.000 aan Vpb moeten worden betaald (tarief: 20% over de eerste € 200.000 en 25% over het overige deel). Het risico dat wij over meer opbrengsten Vpb verschuldigd zijn, achten we gering.

Tegenvaller BUIG 1e bestuursrapportage nu t.l.v. concernreserve
Volgens afspraak in het collegeakkoord wordt een positief of negatief saldo op de verstrekking van bijstandsuitkeringen verrekend met de concernreserve. In de Eerste bestuursrapportage is het saldo ten laste van de reserve Sociaal Domein gebracht. Wij stellen voor dit te herstellen.

Lager tekort op bijstandsuitkeringen
Het tekort op de bijstandsuitkeringen valt naar verachting € 0,7 miljoen lager uit dan eerder dit jaar verwacht. Een toelichting hierop is opgenomen in de Tweede Bestuursrapportage 2018.

Dividend Alliander

Het dividend van Alliander zal over 2018 naar verwachting € 0,7 miljoen hoger uitvallen door de recente verkoop van de dochteronderneming Allego. Allego verzorgt de installatie en exploitatie van laadpunten voor elektrische mobiliteit.

OZB niet-woningen gebruikers.

In de kaderbrief 2019 is vastgelegd om de OZB niet-woningen gebruikers af te schaffen en het gemis aan inkomsten te verwerken in het tarief voor de eigenaren van niet-woningen. Het tarief voor de eigenaar niet-woningen zou daarmee bijna verdubbelen. Hiermee zouden we bereiken dat we geen inkomsten meer derven door leegstand, totaal €.1,2 miljoen. Deze maatregel willen wij na overleg met vertegenwoordigers van het ondernemersfonds en van vastgoedeigenaren herzien. Het ondernemersfonds heeft aangegeven dat zij vrezen dat deze maatregel ten koste zou gaan van de betrokkenheid van de ondernemers in de stad bij het fonds. De vastgoedeigenaren hebben aangegeven dat zij niet op korte termijn de huurcontracten kunnen herzien om de OZB door te rekenen in de huurprijzen. Na overleg met de vertegenwoordigers van deze partijen stellen wij voor de OZB voor niet-woningen gebruikers niet over te hevelen naar de eigenaar. In plaats daarvan stellen wij voor de OZB tarieven voor niet-woningen met 4,6% te verhogen voor 2019. De opbrengst van deze verhoging bedraagt € 1,2 miljoen. Daarmee heeft de maatregel geen verdere financiële consequenties voor de begroting 2019 t.o.v. de Kaderbrief 2019. Verder zullen wij nader overleg voeren met betrokken partijen om de leegstand van vastgoed in de stad te verminderen.

Structureel saldo van de begroting

De provincie spreekt als financieel toezichthouder een oordeel uit over het al dan niet structureel en reëel sluitend zijn van de begroting. Bij de beoordeling hiervan kan de provincie het saldo corrigeren voor algemene taakstellingen, de verwachte maar nog niet verwerkte ontwikkeling van de algemene uitkering en te positieve of te negatieve uitgangspunten zoals de gecalculeerde rentestand of de verwachte onderuitputting kapitaallasten.

De Begroting 2019-2022 is structureel in evenwicht. In de financiële begroting (4.1.3.) lichten we dit toe.

Overzicht budgettaire ontwikkelingen in de begroting 2019 per programma t.o.v. 2018

Onderstaand staan de wijzigingen per programma weergegeven ten opzichte van de begroting 2018-2021. Dat is de stand van de Programmabegroting 2018 inclusief begrotingswijzigingen. De wijzigingen worden veroorzaakt door wijziging van toerekening van organisatiekosten, indexering, kapitaallasten, autonome ontwikkelingen, mee- en tegenvallers en nieuw beleid. De wijzigingen worden op de programma's toegelicht.

Programma

2019

2020

2021

2022

1 Bestuur en dienstverlening

1.024

1.349

1.017

700

2 Veiligheid

832

832

902

802

3 Economie

2.140

2.273

1.966

1.418

4 Bereikbaarheid

-735

-1.260

-819

2.217

5 Omgevingskwaliteit

-1.655

-1.856

-2.348

-4.223

6 Stedelijke ontwikkeling

7.261

4.819

5.027

3.771

7 Jeugd en onderwijs

2.397

1.882

2.137

2.850

8 Cultuur, sport en recreatie

2.152

5

2.410

1.403

9 Maatschappelijke ondersteuning

1.177

2.087

2.985

4.079

10 Werk en inkomen

1.681

1.905

1.746

1.452

Algemene dekkingsmiddelen & Overhead

-16.275

-12.035

-15.024

-14.468

Saldo

0

0

0

0

-/- = Voordeel, bedragen x € 1.000

Verloop concernreserve
Inclusief de bovengenoemde mutaties en het saldo van de Tweede Bestuursrapportage 2018 neemt de concernreserve toe van een begrote stand van € 17,5 miljoen eind 2019 naar een begrote stand van € 27,1 miljoen eind 2022. Het verloop is weergegeven in de onderstaande figuur.

Hiermee wordt voldaan aan de in het beleidsakkoord en de Kaderbrief opgenomen uitgangspunten ten aanzien van het weerstandsvermogen:

  • Eind 2019 dient de concernreserve minimaal de uitkomst van de risicosimulatie af te dekken (‘ratio weerstandsvermogen 1’);
  • Eind 2022 moet de omvang van de concernreserve gelijk zijn aan 150% van de uitkomst van de risicosimulatie (‘ratio weerstandsvermogen 1,5).

Financiële positie
Door de komende vier jaar te investeren in met name riolering (klimaatadaptatie) en onderwijshuisvesting geven we invulling aan het beleidsakkoord. Deze investeringen komen bovenop het al lopende investeringsprogramma in met name bereikbaarheid en sportaccommodaties dat tijdens de vorige collegeperiode is ingezet. De gemeente zal de komende jaren voor honderden miljoenen leningen aangaan om deze investeringen te financieren. Dit blijkt ook duidelijk uit de financiële kengetallen die zijn opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Vrijwel iedere gemeente sluit leningen af om zijn investeringen te financieren en loopt hierbij een renterisico. Dit is het risico dat de rente bij (her)financiering hoger is dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Dit leidt dan tot structureel hogere lasten waarvoor in de begroting dekking moet worden gevonden door inkomsten te verhogen of ambities te schrappen.

Het bijzondere aan de Leidse situatie is dat door het omvangrijke investeringsprogramma de omvang van de schuldpositie in verhouding tot de omvang van de begroting erg groot wordt. De Leidse begroting is hierdoor relatief kwetsbaar voor de renteontwikkeling. Het college is zich hiervan bewust en daarom nemen we hiervoor beheersmaatregelen. Deze kwetsbaarheid verminderen we door in de meerjarenbegroting rekening te houden met een mogelijke rentestijging (tot 3,5% in 2022). Zo beperken we als gemeentebestuur op voorhand de ambities om een stijging van de rente op te kunnen vangen. Ook leggen we de rente op nieuwe leningen voor tenminste twintig jaar vast zodat het risico over de tijd wordt gespreid.
Daarnaast zijn er ook toekomstige ontwikkelingen die kansen bieden voor schuldreductie. De gemeente investeert in bijvoorbeeld parkeergarages die op de lange termijn een waarde hebben. Ook zal over 15 tot 20 jaar de herziening van de erfpachtcanons mogelijk weer tot een positieve kasstroom leiden. Dergelijke mogelijkheden bieden 'knoppen' waaraan een toekomstig gemeentebestuur kan draaien om de schuldpositie terug te brengen.

Het renterisico wordt hiermee verminderd, maar niet uitgesloten. Het is uiteindelijk een politieke afweging of nut en noodzaak van de investeringen opwegen tegen het risico dat bij toekomstige Kaderbrieven, gegeven de genomen beheersmaatregelen, een tegenvaller op het renteresultaat zou kunnen optreden. Het college is van mening dat het verantwoord is om dit risico te nemen.