Programmabegroting 2022

Hoofdlijnen financiële positie

Turbulente financiële ontwikkelingen

Niet alleen in het dagelijks leven hebben we veel te maken met landelijke en lokale ontwikkelingen als beschreven in de inleiding, ook op financieel vlak hebben we te maken met veel onzekerheid en wijzigingen die relevant zijn voor het reilen en zeilen van de gemeente en de stad.


2.1 Context en uitgangspunten

De terugloop van het aantal inwoners van 125.099 in 2020 tot 124.096 in 2021 leidt tot een aanpassing van de algemene uitkering. Daarnaast zijn er voorstellen voorbereid om te komen tot een totale herverdeling van het gemeentefonds over de Nederlandse gemeenten. Daar is het laatste woord nog niet over gezegd en daar is nog niet definitief over besloten, dus die ontwikkeling lichten we wel toe, maar is nog niet opgenomen in het meerjarenbeeld.
De provinciaal toezichthouder geeft bovendien aan dat nog niet gerekend mag worden met een eventueel positief effect van de herijking van het Gemeentefonds.

Op het gebied van de financiering van het sociaal domein is deze zomer bericht gekomen dat we de komende jaren kunnen rekenen op extra geld voor jeugdzorg. Dat is een (gedeeltelijke) erkenning van de hoge en stijgende kosten voor jeugdzorg, en de te geringe bijdrage vanuit het rijk hiervoor. Veel gemeenten zijn hierdoor in financieel zwaar weer terecht gekomen.

Ten tijde van het opstellen van deze begroting is er nog geen nieuw kabinet. Het regeerakkoord is van grote invloed op de financiën van gemeenten. Dus ook deze ontwikkeling speelt een rol bij het bepalen van de financiële mogelijkheden die we hebben. Hoe hoger de uitgaven van het Rijk, hoe hoger de algemene uitkering aan gemeenten, nog los van de inhoudelijke keuzes die men maakt op het gebied van bijvoorbeeld duurzaamheid, verstedelijking, jeugdzorg etc..


De financiële gevolgen van de corona-epidemie zijn voor de gemeente Leiden zelf gelukkig beperkt gebleven. Toch hebben we nog te maken met instellingen en organisaties in de stad die nog steeds de gevolgen ondervinden van de pandemie. Met hen zullen we naar passende oplossingen blijven zoeken.

Kortom er spelen buiten de directe invloedssfeer van de gemeente meerdere onzekerheden maar liggen er ook kansen. Dit hebben we in de onderstaande SWOT-analyse gevisualiseerd. Deze was ook al opgenomen in de kaderbrief en hebben we nu op onderdelen geactualiseerd.

Uitgangspunten voor financiële keuzes in deze begroting

Figuur 1 SWOT-analyse financiële positie

 

Voordelig

Nadelig

Intern

  1. Structurele behoedzaamheidsruimte (4,2 mln. m.i.v. 2025)
  2. Vorige Programmabegroting 2021-2024 over geheel structureel sluitend 
  3. Behoudende renteverwachting op nieuwe geldleningen (3% in 2025)
  4. Met geactualiseerde MJOP’s nu goede informatie lasten / liquiditeitsvraag vervangingsinvesteringen en groot onderhoud.
  5. Het weerstandsvermogen is op orde voor opvangen incidentele schommelingen.
  1. Nog niet toebedeelde taakstelling sociaal domein (€  4,2 mln. m.i.v. 2025)
  2. In begroting toebedeelde taakstellingen waarvan realisatie onzeker is (Jeugdhulp, applicatierationalisatie)
  3. Ruimte inkomstenkant is beperkt (heffingen kostendekkend, OZB niet-woningen op-1-na hoogste van Nederland, woonlasten iets bovengemiddeld, leges niet geheel kostendekkend).
  4. Op termijn hoge schuldpositie = evenwicht op lange termijn is relatief kwetsbaar voor rentestijgingen.
  5. Meerdere huidige activiteiten zijn structureel gewenst maar incidenteel gedekt.
  6. Gesloten systemen maken de begroting inflexibel.

Extern (omgeving)

  1. Eerste uitkomsten herijking gemeentefonds pakken voor Leiden structureel voordelig uit (+/- 4 mln. voordelig o.b.v. 2019);
  2. Bij kabinetsonderhandelingen ligt financiële problematiek gemeenten op tafel. In verschillende rapporten liggen waarschuwingen tegen ‘weeffouten’ als bij decentralisaties op tafel (Omgevingswet, Energietransitie etc.);
  3. Het nieuwe kabinet zal mogelijk ook met nieuw uitgaven / prioriteiten komen (stimuleringspakket economie).
  1. Veel discussie en vragen rondom herijking gemeentefonds vanuit nadeelgemeenten / ROB over gehanteerde uitgangspunten. Voorlopig voordeel zwakt mogelijk nog af;
  2. Tragere woningproductie / demografische ontwikkeling zorgen op korte termijn voor lagere Algemene uitkering.
  3. Stijging van bouwkosten, mede door stijging materiaalkosten, hetgeen hogere inschrijvingen bij aanbesteding van projecten kan opleveren.

Bij het opstellen van de kaderbrief en nu dus de begroting is rekening gehouden met deze context. In de kaderbrief was al aangegeven dat we terughoudend zijn met het oppakken van nieuwe initiatieven, mede omdat dit de laatste begroting is van dit college.

Op hoofdlijnen hebben we daarom onderstaande uitgangspunten gehanteerd:

  • We streven voor 2025 naar een reëel en structureel begrotingsevenwicht. Het hek rond het sociaal domein houden we zoveel mogelijk in stand door nieuwe tekorten in afwachting van de uitkomsten van de kabinetsonderhandelingen taakstellend op te nemen. Hiertegenover houden we echter ook de structurele behoedzaamheidsruimte aan van eenzelfde niveau. Dit is structurele begrotingsruimte waartegenover nog geen uitgaven staan. Zo blijft de begroting als geheel in 2025 structureel sluitend. Hiermee hebben we de flexibiliteit om bij te sturen op eventuele structurele effecten van de herverdeling van het Gemeentefonds.
  • Veel zaken zijn in de begroting nu structureel goed geregeld, zoals de verstedelijkingsopgave met het Financieel Perspectief Duurzame Stad en het Integraal Huisvestingsplan voor de onderwijshuisvesting. In het verleden zijn daarnaast echter ook activiteiten die naar opvatting van het college in de kern structureel van aard zijn, incidenteel van dekking voorzien. Verderop in deze paragraaf worden deze activiteiten toegelicht. In deze begroting hebben we deze activiteiten tenminste tot en met 2022 gedekt. Gezien de financiële problematiek is het nu niet haalbaar om vanaf 2023 deze activiteiten van structurele dekking te voorzien. Dit zal moeten worden afgewogen als meer duidelijk is over het precieze financiële beeld voor de toekomst.
  • We zien in de stad diverse opgaven die we nu zouden willen oppakken, zoals de OV-knoop en het project duidelijke taal (verbetering dienstverlening aan laaggeletterden). Gezien de financiële problematiek hebben we er bij de kaderbief voor gekozen om geen nieuw beleid op te nemen, anders dan het voortzetten van lopende en urgente zaken. Dit betekent dus dat deze wensen grotendeels geparkeerd worden totdat er meer duidelijkheid is over het financieel kader voor de toekomst.
  • Om de financiële problematiek bij de kaderbrief op te lossen, hebben we gekozen voor het bijsturen op ambities en het inzetten van de ruimte in reserves en onderuitputting in de begroting. Deze inzet van reserves draagt er wel aan bij dat de schuldpositie van de gemeente verder oploopt. Dit is te verantwoorden omdat hiermee het tijdelijk tekort in de eerste jaren wordt opgevangen, er nu geen ingrijpende maatregelen hoeven te worden genomen en de meerjarenbegroting in 2025 structureel sluitend is.
  • In alle jaren van de meerjarenbegroting voldoet de concernreserve aan de genormeerde stand voor het weerstandsvermogen. Dit ondanks een hogere kwantificering van enkele grote risico's ten opzichte van de kwantificering bij de Jaarstukken 2020 (risico prijsstijgingen door hoogconjunctuur, cybercrime). Zie verderop in deze paragraaf voor het verloop van de concernreserve en zie ook de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing).
  • We handhaven de behoudende koers ten aanzien van onze rentelasten. Waar we nu nieuwe leningen aantrekken tegen zeer lage rentepercentages, houden we bijvoorbeeld in de begroting voor 2022 ruimte aan om tegen 1,5% nieuwe leningen aan te kunnen trekken en vanaf 2025 ruimte voor 3% (zie ook de paragraaf financiering). Hiermee is sprake van een structurele buffer om stijgende rente op nieuwe geldleningen op te kunnen vangen.

Voor nu kiezen we ervoor om deze incidentele en structurele buffers in onze begroting voor een groot deel in stand te houden. Bij de vorming van het nieuwe college in 2022 zal deze afweging opnieuw samen met u worden gemaakt, op basis van de ontwikkelingen rond de effecten van corona, het Gemeentefonds, de financiële afspraken met het Rijk over het sociaal domein en het geactualiseerde gemeentelijke risicoprofiel.


Ontwikkelingen Servicepunt71

In 2021 zijn en worden de voorbereidingen getroffen voor de overgang van de organisatie van Servicepunt71 naar die van Leiden. Eind 2021 vindt daar definitieve besluitvorming over plaats door de raden. Een dergelijke overgang brengt transitiekosten en mogelijk frictiekosten met zich mee. Die kunnen we ten tijde van de opstelling van deze begroting nog niet kwantificeren. Dat kan pas als het implementatieplan en het liquidatieplan gereed zijn. Zodra we hier meer inzicht in hebben, zullen we de raad hierin meenemen. Hiervoor zijn nu dus nog geen bedragen opgenomen in deze begroting.

2.2 Financieel beeld bij kaderbrief

In de Kaderbrief 2021-2025 staat in het inleidende hoofdstuk 2 (Financiële keuzes en positie) een uitgebreide toelichting bij de financiële ontwikkelingen, waaronder de uitdagingen waar we voor staan in het sociaal domein. De inhoudelijke achtergronden en ontwikkelingen zijn al eerder met uw raad besproken en staan toegelicht bij de programma's.
Een totaaloverzicht van de financiële ontwikkelingen in de kaderbrief is opgenomen in onderstaande tabel.

(x 1.000, - = voordeel)

2021

2022

2023

2024

2025

Autonome ontwikkelingen (buiten het 'hek')

4.633

3.735

2.342

-1.484

-6.729

Mee- / tegenvallers (buiten het 'hek')

-5.658

-327

-1.348

645

3.042

Nieuwe uitgaven (buiten het 'hek')

1.555

2.492

780

495

344

Saldo binnen het 'hek' sociaal domein

-

-

-

2.895

2.219

Totale opgave Kaderbrief

530

5.900

1.774

2.551

-1.124

a. Verhogen stelpost kapitaallasten

-

-400

-400

-400

-400

b. Inzet structurele behoedzaamheidsruimte 2023

-

-

-1.000

-

-

c. Inzet concernreserve

-530

-5.500

-374

-2.151

1.516

d1. Resultaat sociaal domein na inzet reserve SD (= verhogen taakstelling SD)

-

-

-

-2.895

-2.219

d2. Verhogen structurele behoedzaamheidsruimte 2024-2025

-

-

-

2.895

2.219

Saldo na bijsturing

0

0

0

0

-8

Om na het aanpassen van de aanmeldingen tot een sluitend beeld te komen, worden de volgende maatregelen ingezet:

  • Jaarlijks worden investeringen later in gebruik genomen dan oorspronkelijk gepland, waardoor de kapitaallasten ook later in de begroting komen dan vooraf begroot. Hierdoor ontstaat jaarlijks incidentele ruimte in de begroting. Met de 'stelpost onderuitputting kapitaallasten' houden we hier jaarlijks rekening mee. Gezien de forse investeringsvolumes de komende jaren en de ervaring met onderuitputting in recente jaren achten we het verantwoord om deze stelpost met 400.000 te verhogen. Verdere toelichting leest u in de paragraaf 'ontwikkeling kapitaallasten en schuldquote'.
  • In 2023 is een structureel behoedzaamheidsbudget geraamd van 1 miljoen. We stellen voor om dit budget in te zetten voor de het incidentele tekort 2023.
  • In de concernreserve zit in deze kaderbrief een marge van 7,0 miljoen ten opzichte van het minimale benodigde weerstandsvermogen. We stellen voor om dit in te zetten voor de problematiek 2021-2024. Met een storting in 2025 wordt de concernreserve eind 2025 weer op het vereiste niveau van 150% van het benodigd weerstandsvermogen gebracht.
  • In het bovenstaande saldo is ook het saldo binnen het hek sociaal domein verwerkt. In 2021-2023 worden de tekorten opgevangen vanuit de reserve sociaal domein. Zie voor meer toelichting het inleidend hoofdstuk over het sociaal domein.

De mutaties in het meerjarenbeeld zoals die zijn toegelicht in de Kaderbrief 2021-2025 zijn volledig verwerkt in deze begroting. Daarnaast is de indexering van baten en lasten doorgevoerd. Er zijn enkele aanvullende wijzigingen verwerkt om de concernreserve in alle komende jaren op het gewenste niveau te houden.

2.3. Ontwikkelingen na de kaderbrief

In onderstaande tabel zijn de financiële mutaties en voorstellen opgenomen na de opstelling van de kaderbrief. Deze zijn verwerkt in deze begroting en worden hieronder toegelicht.

(in 1.000, - = voordeel)

I = Incidenteel S = Structureel

I/S

2021

2022

2023

2024

2025

Saldo Kaderbrief 2021 - 2025

 

0

0

0

0

-8

       

A. Resultaat Tweede Voorgangsrapportage 2021

I

199

    
       

B. Algemene uitkering gemeentefonds

      

Effect meicirculaire

S

 

-1.636

-113

1.735

1.781

Actualisatie AU Maatstaven

S

 

1.000

1.000

1.000

1.000

Inzet behoedzaamheidsruimte voor tekort AU

S

   

-2.735

-2.781

Resultaat herijking gemeentefonds

   

P.m.

P.m.

P.m.

Saldo gemeentefonds

  

-636

887

-

-

       

C. Actualisatie weerstandsvermogen a.d.h.v. risicoprofiel 2022

I

    

520

       

D. Sociaal domein

      

Extra middelen Jeugd 2020 (100%)

I

 

-7.936

   

Extra middelen Jeugd 2023-2025 (75%)

S

  

-3.637

-3.539

-3.351

Omvang extra jeugdmiddelen na kabinetsformatie (25%)

S

  

p.m.

p.m.

p.m.

Kostenontwikkeling Jeugd / SD

S

 

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Extra structurele kosten SD begroting 2022

S

 

176

112

91

84

Afboeken taakstelling sociaal domein

S

  

1.621

3.448

3.267

Storting reserve sociaal domein

I

 

7.760

1.904

-

-

Saldo sociaal domein

 

-

-

-

-

-

       

E. Hoger dividend Alliander 2022

  

-200

   

F. Incidentele vrijval behoedzaamheidsruimte

    

-513

-286

G. Heroverweging taakstellingen en nieuw beleid kaderbrief 2021 - 2025

  

412

452

536

536

       

Dekking:

      

H. Onttrekking reserve sociaal domein

  

-1.936

   

I. Storting in concernreserve

  

1.936

   

Totaal effect programmabegroting

I/S

199

-424

1.339

23

762

Verrekening saldo met concernreserve

 

-199

424

-1.339

-23

-762

Saldo 2021 - 2025

 

0

0

0

0

0

Toelichting op financiële wijzigingen:

A. Resultaat 2e Voortgangsrapportage.

Het resultaat van de 2e voortgangsrapportage van 199.000 komt ten laste van de concernreserve en wordt via een storting in de latere jaren gedekt. Voor informatie over de samenstelling van dit bedrag verwijzen we naar de Tweede Voortgangsrapportage 2021, die we tegelijk met deze begroting aanbieden aan de raad.

B. Algemene uitkering.

Een aantal sociale verdeelmaatstaven daalt in 2021 ten opzichte van 2020 en ten opzichte van eerdere ramingen voor 2022 e.v. Dit structurele nadeel ramen we nu op 1 miljoen. Samen met het nadeel uit de meicirculaire 2021 is er structureel een nadeel van 2,8 miljoen. Dit nadeel wordt gedekt door een verlaging van het behoedzaamheidsbudget in 2024 en 2025.
De septembercirculaire zal het meerjarenbeeld weer wat - ten positieve - veranderen, maar het is gezien de planning van de begroting niet mogelijk de financiële gevolgen daarvan te verwerken in de begroting. Het college informeert de raad met een brief over de gevolgen van de septembercirculaire ruim voorafgaand aan de begrotingsbehandeling in de raadscommissies.

Verder zijn we in afwachting van de verdere besluitvorming over de herijking van de verdeling van het gemeentefonds. Het laatste voorstel van de Minister van BZK leidt voor Leiden tot een structureel voordeel van € 4 miljoen. Dit bedrag is gebaseerd op de verdeling van het gemeentefonds van 2019. Doorrekening naar het ingangsjaar 2023 levert ongetwijfeld nog aanpassing van dit bedrag op. Vooralsnog is dit een positieve ontwikkeling. Zekerheid over de herijkiing en het mogelijke voordeel krijgen we pas bij de meicirculaire 2022.

C. Actualisatie van het risicoprofiel
De actualisatie van het risicoprofiel vergt een extra storting in de concernreserve in 2025 om de minimale stand van 150% van het de geïnventariseerde risico af te dekken.

D. Sociaal domein

Op basis van de afspraken in het beleidsakkoord 2018-2022 worden mee- en tegenvallers binnen het sociaal domein (exclusief bijstandsuitkeringen) taakstellend met elkaar verrekend. Hoewel binnen dit ‘financiële hek’ de nodige structurele bezuinigingen zijn doorgevoerd om baten en lasten op termijn in evenwicht te krijgen (zie ook de paragraaf bijzonder programma doorontwikkeling sociaal domein), bleek het vorig jaar in de Kaderbrief 2020-2024 noodzakelijk om in 2021 en 2022 7,3 miljoen incidenteel uit de algemene middelen aan de reserve sociaal domein toe te voegen om voor de eerste jaren de begroting sluitend te krijgen. Bij de laatste Kaderbrief 2021-2025 stond nog een structurele taakstelling open van 1,6 miljoen in 2023 en 6,9 miljoen vanaf 2024.

Met de hierboven al genoemde extra rijksmiddelen voor Jeugdhulp – waarvan vooralsnog 75% kan worden geraamd – is er zicht op een gedeeltelijke invulling van deze openstaande structurele taakstelling. Na inzet van deze extra middelen resteert in deze programmabegroting de onderstaande structurele taakstelling binnen het sociaal domein:

bedragen x € 1.000

2024

2025

Taakstelling sociaal domein

4.250

3.755

We verwachten dat de maatregelen in de aangekondigde hervormingsagenda Jeugdhulp en verdere keuzes in het kabinetsakkoord ten aanzien van de bredere sociaal domeintaken ons in staat stellen om baten en lasten op termijn structureel in evenwicht te brengen. Daarnaast zal de herijking van de verdeling van het Gemeentefonds leiden tot een andere berekening van de fictieve uitkering die de gemeente voor deze taken ontvangt. Hierdoor gaan de geldstromen die we nu aan ‘het hek’ toerekenen wijzigen. We hopen dat er in het voorjaar van 2022 meer duidelijkheid is over de financiële randvoorwaarden voor het sociaal domein. Het is dan aan een nieuwe college en raad om in de eerste helft van 2022 te bepalen hoe het met deze nieuwe randvoorwaarden wil omgaan.

De extra Jeugdmiddelen (die we vanaf 2023 voor 75% in de begroting verwerken) leiden in 2022 en 2023 tot een extra storting in de reserve sociaal domein. Hiermee ontstaat een dusdanig groot surplus in de reserve sociaal domein, dat de storting van 3,3 miljoen uit de algemene middelen die in de Kaderbrief 2020-2024 voor 2022 was opgenomen niet meer noodzakelijk is voor een sluitend beeld binnen het hek. We stellen voor deze storting nu met 1,9 miljoen terug te draaien om hiermee de begroting als geheel sluitend te maken (zie onder H.). Het restant van het surplus in de reserve sociaal domein kan de nieuwe raad in 2022 integraal afwegen als er (hopelijk) meer zicht is op het nieuwe kabinetsakkoord en de nieuwe verdeling van het Gemeentefonds. Meer informatie over de ontwikkeling van het sociaal domein is te lezen in het inleidend hoofdstuk sociaal domein.

E. Dividend Alliander

De verwachte hogere dividenduitkering van Alliander over 2021, te ontvangen in 2022, wordt aangewend om de concernreserve te versterken.

F. Incidentele vrijval behoedzaamheidsruimte

Het behoedzaamheidsbudget is groter dan de taakstelling Sociaal Domein in 2024 en 2025. Dit surplus is niet nodig voor een structureel sluitend beeld en wordt ingezet ter versterking van de concernreserve. Hierna resteren de volgende bedragen voor het behoedzaamheidsbudget.

bedragen x 1.000

2024

2025

Behoedzaamheidsruimte

4.214

3.719


G. Heroverweging t.a.v. formatie (taakstellingen) kaderbrief 2021 - 2025
In de Kaderbrief 2021 -2025 hebben we er gezien de financiële problematiek voor gekozen om geen nieuw beleid op te nemen, anders dan het voortzetten van lopende en urgente zaken. Dit betekende dat de meeste van deze wensen geparkeerd werden totdat er meer duidelijkheid zou zijn over het financieel kader voor de toekomst.

Bij de Kaderbrief 2021-2025 lag daarnaast een aantal knelpunten voor dat samenhing met benodigde extra formatie waarvoor in de begroting geen structurele dekking beschikbaar was. Dit ging enerzijds om bestaande formatie bij de clusters Stedelijke ontwikkeling en Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling die voor een deel incidenteel waren gedekt maar waarbij de zwaarte van het takenpakket het afbouwen van formatie onwenselijk maakte. Anderzijds betrof het benodigde uitbreiding vanwege ontoereikende formatie voor een uitbreiding van het takenpakket.

Binnen de beperkte financiële ruimte en grote onzekerheden bij de laatste Kaderbrief hebben wij voorgesteld om de bovenstaande knelpunten in ieder geval gedeeltelijk op te lossen met een structureel bedrag dat in 2025 uitkwam uiteindelijk uitkwam op € 866.000. Dit was de helft van het aanvankelijk in beeld gebrachte knelpunt. Hiermee kwam binnen programma Veiligheid bijvoorbeeld structureel 217.000 extra ruimte beschikbaar voor diverse veiligheidstaken (waaronder uitvoeren Bibob en regisseur intensieve wijkaanpak), € 188.000 voor structureel maken beleidscapaciteit voor het sociaal domein (voor het kunnen voortzetten van lopende activiteiten binnen het sociaal domein) en € 294.000 voor beleidscapaciteit bij cluster Stedelijke ontwikkeling (voor mobiliteit en ruimtelijke ordening).

Ten aanzien van de andere helft van de in beeld gebrachte knelpunten namen we ons voor, mede vanwege de werkdruk in de organisatie, om maatregelen te treffen om het werk te verminderen. Die exercitie hebben we uitgevoerd. Dit leidt ertoe dat bijvoorbeeld binnen het sociaal domein kritischer zal moeten worden gekeken welke (nieuwe) beleidswensen kunnen worden opgepakt en op onderdelen de inzet naar beneden zal worden bijgesteld. Dit geldt bijvoorbeeld voor de inzet op onderdelen van het sportbeleid, onderwijskansenbeleid en het coördineren van aanvragen maatschappelijke initiatieven. Voor mobiliteit wordt de uitvoering van verkeersonderzoek in de toekomst anders georganiseerd, wordt de personele inzet ten behoeve van het landelijke samenwerkingsplatform GNMI verminderd en beperken we de inzet op een aantal (kleine) beleidsdossiers. Ook op veiligheid zal scherper moeten worden geprioriteerd op dossiers die kunnen worden opgepakt.

Gelet op de eerder geschetste financiële onzekerheden - met de verwachting dat er in de toekomst aanvullende financiële middelen beschikbaar komen - hebben we op een aantal onderdelen nu geen werkzaamheden willen stopzetten en formatie willen terugdringen als dit direct effect heeft voor de dienstverlening en uitvoering van met uw raad afgesproken taken. Deze keuze kunnen we ook maken nu door de hogere uitkeringen voor de jeugdzorg enige financiële ruimte is ontstaan.

Op basis hiervan doen we de onderstaande voorstellen:

Onderwerp

(Bedragen x 1.000)

2022

2023

2024

2025

1. Veiligheid

    

Regisseur intensieve wijkaanpak

47

47

47

47

Terugdraaien taakstelling op veiligheid

50

50

50

50

Verwachte hogere algemene uitkering voor veiligheid

-97

-97

-97

-97

     

2. Omgevingskwaliteit

    

Inrichten Basisregistratie ondergrond, coördinatorschap

20

20

20

20

Verwachte hogere algemene uitkering , taakmutatie

-20

-20

-20

-20

     

3. Sociaal domein

    

Intensivering bestrijding eenzaamheid en laaggeletterdheid en extra aandacht voor Leiden op Leeftijd

70

99

99

99

     

4. Stedelijke ontwikkeling

    

Afboeken taakstelling beleidscapaciteit cluster Stedelijke Ontwikkeling

159

170

254

254

     

Totaal heroverweging kaderbrief

229

269

353

353

     

5. Versterking Griffie

183

183

183

183

     

Totaal heroverwegingen en nieuw beleid

412

452

536

536

1. Veiligheid

Gelet op de zeer hoge werkdruk bij het team veiligheid is het verder bezuinigen niet verantwoord. De extra middelen die wij verwachten vanuit Den Haag voor veiligheid zetten wij in om deze taakstelling terug te draaien. Bij de kaderbrief is budget voor extra formatie uitgetrokken voor juridische taken, Bibob-onderzoeken, regie intensieve wijkaanpak en het schrappen van de taakstelling op veiligheid.
Met het verwachte extra budget voor veiligheid kan ook, naast het Jacques Urlusplantsoen (JUP), de intensieve wijkaanpak voor de Slaaghwijk worden voortgezet.

2. Omgevingskwaliteit

De Wet Basisregistratie Ondergrond (Wet BRO) is een nieuwe taak voor de gemeente en heeft als doel om ondergrondgegevens te ontsluiten in één centrale, digitale en openbare informatiebank. Bij kaderbrief honoreerden we 50%, nu honoreren we ook de rest omdat bij nader inzien de verwachting is dat voor deze nieuwe taak een uitkering uit het gemeentefonds kan worden verwacht.

3. Sociaal domein

Vanwege de decentralisaties binnen het sociaal domein vanaf 2015 is de beleidscapaciteit bij team Beleid Maatschappelijke Ontwikkeling tijdelijk uitgebreid met 750.000. Deze tijdelijke capaciteit kan nu gedeeltelijk worden afgebouwd, maar blijft deels noodzakelijk om beleidsambities binnen het sociaal domein uit te kunnen voeren. In de Kaderbrief 2021-2025 werd daarom 188.000 van dit bedrag al structureel beschikbaar gesteld om deze extra capaciteit deels structureel te maken. Bij deze programmabegroting concluderen we dat om prioriteiten als ‘Leiden op leeftijd’, de bestrijding van laaggeletterdheid en eenzaamheid uit te voeren het noodzakelijk is om aanvullend afgerond 99.000 voor beleidscapaciteit beschikbaar te houden.

4. Stedelijke ontwikkeling

Bij het opstellen van de kaderbrief 2019 - 2022 is vanuit het Cluster SO voor de teams Ontwerp en Mobiliteit (uitbreiding beleidscapaciteit en formatie verkeersregie) en het team Ruimtelijke Ontwikkeling (uitbreiding juridische capaciteit) een aanmelding gedaan voor een bedrag van 850.000 in de jaren 2019 en 2020 en € 935.000 structureel vanaf 2021. Deze uitbreiding van de capaciteit was noodzakelijk voor de grote opgaven met betrekking tot de bereikbaarheidsopgaven (inclusief verkeersmanagement) en ruimtelijke initiatieven die de verstedelijkingsopgaven met zich mee bracht. In het besluit over de Kaderbrief 2019 is voor de jaren vanaf 2021 tegenover deze budgetaanvraag een in te vullen taakstelling opgenomen van structureel 935.000. In 2019 is, bij het opstellen van de begroting, deze taakstelling voor een groot deel ingevuld. Met een bedrag van 600.000 voor de jaren 2021 t/m. 2023 en met 400.000 vanaf 2024. Dat betekent dat de taakstelling in 2021 t/m 2023 voor 64% is ingevuld en voor de jaren vanaf 2024 voor 43%. Het invullen van de restant taakstelling vanaf 2021 voor het cluster SO is om meerdere redenen niet realiseerbaar. De huidige werkdruk is al hoog en een aantal opties om verder te bezuinigingen hebben een keten effect en leiden dus tot druk op andere plekken in de organisatie en in sommige gevallen zelfs tot meer werk. Verder bezuinigingen leidt tot kwaliteitsverlies van de vergunningverlening en de dienstverlening naar burgers toe. Zo zou de inzet voor bouwplantoetsing geraakt worden.

5. Versterking Griffie

De werkdruk van de griffie is de afgelopen jaren te hoog opgelopen. Om de druk te verminderen stelt het presidium voor om de griffie structureel uit te breiden met een plaatsvervangend griffier en een ondersteuner. Het college kan deze aanvraag steunen in het belang van het team griffie en de ondersteuning van de raad. Maar het college vindt het even zo belangrijk dat deze uitbreiding ten gunste komt van de samenwerking tussen raad/griffie en college/ambtelijke organisatie. Daarmee moet de uitbreiding tevens een werkdruk verlagend effect hebben voor de ambtelijke organisatie.

H. Onttrekking reserve sociaal domein

Om bovengenoemde uitgaven te dekken wordt voorgesteld de storting in de reserve sociaal domein voor 2022 te verlagen met 1,9 miljoen. Deze verlaging is verantwoord door de ontvangst van een hogere uitkering voor de Jeugdzorg. Hierdoor kan de aanvulling van de reserve sociaal domein in de begroting 2021 vanuit de algemene middelen worden verlaagd. Zie verder toelichting onder D.

I. Storting in concernreserve

De ontrekking aan de reserve sociaal domein wordt gestort in de concernreserve om de extra uitgaven in de komende jaren te dekken.

2.4 Effect coronacrisis


De beperkende maatregelen sinds half maart 2020 hebben ook hun effect op onze stad en de gemeentelijke begroting in de vorm van lagere inkomsten en hogere uitgaven. Vanaf het begin is het uitgangspunt geweest, van het kabinet én van de gemeente, dat gemeenten volledig worden gecompenseerd voor gederfde inkomsten en hogere kosten. In de Tweede Voortgangsrapportage informeert het college de raad uitgebreid over de financiële gevolgen van de coronacrisis voor 2021.
Voor 2022 en verder blijft het echter onzeker, zowel wat betreft de verdere ontwikkeling van het virus als de financiële gevolgen inclusief eventuele volgende tranches steunmaatregelen vanuit het Rijk. Bij de berekening van ons benodigd weerstandsvermogen hebben we daarom blijvend rekening gehouden met een risico voor tegenvallers als gevolg van corona.

2.5 Incidenteel gedekt beleid.

In deze begroting hebben we in ieder geval tot en met 2022 dekking voor de onderstaande activiteiten opgenomen, Als na herijking gemeentefonds en afronding kabinetsonderhandelingen extra middelen beschikbaar komen voor gemeenten is deze ruimte mogelijk wel aanwezig en is het (waarschijnlijk) aan de nieuwe raad en college om om af te wegen of en in welke mate deze activiteiten vanaf 2023 structureel gedekt kunnen worden.

(x 1.000)

2023

2024

2025

Deelname Economie071

250

250

250

Structurele subsidie voor Leiden Bio Science Park

gedekt

340

340

programma Leiden Kennisstad

559

559

559

Gebiedsmanagement LBSP

625

625

625

Aanvraag structureel budget voor uitvoering woonbeleid

gedekt

100

100

Programma cultuur; continuering inzet cultuurcoaches

110

110

110

Leidse Media Fonds – continuering na meerjarige incidentele dekking

100

100

100

Preventie interventie team

230

230

230

Totaal

1.874

2.313

2.313

2.6 Financiële positie

Net als bij de Kaderbrief 2021-2025 gaan we op basis van de begrippen 'stabiliteit', 'flexibiliteit' en 'robuustheid' in op de financiële positie van de gemeente Leiden. Zie voor meer informatie over de financiële positie en het risicoprofiel ook de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.


Flexibiliteit

De Programmabegroting 2022 is structureel sluitend (zie ook het hoofdstuk structureel en reëel evenwicht). Het behoedzaamheidsbudget stelt ons in deze begroting in staat om de structurele tegenvaller op de Algemene uitkering ook structureel op te vangen en tegenover het restant van de taakstelling sociaal domein staat nog steeds een even groot behoedzaamheidsbudget. Dit is een goede uitgangspositie voor het structureel sluitend houden van de begroting. Als naar aanleiding van de kabinetsonderhandelingen of herijking van het gemeentefonds extra middelen naar de gemeente komen of de hervormingsagenda jeugdhulp ons in staat stelt baten en lasten ‘binnen het hek’ meer in evenwicht te brengen, levert dit door de vrijval van de behoedzaamheidsruimte ook daadwerkelijk 'extra' structurele ruimte op. Indien deze extra middelen niet of in mindere mate komen dan verwacht, blijft meerjarig sprake van een structureel sluitend beeld.

Wat betreft de mogelijkheden om bij structurele tegenvallers bij te sturen, is de ruimte via het verhogen van de inkomsten beperkt. De afvalstoffenheffing en rioolheffing groeien naar kostendekkende tarieven. De OZB niet-woningen is één van de hoogste van Nederland, de OZB woningen ligt 4,4% boven het landelijk gemiddelde. Aan de uitgavenkant zijn de gestegen kapitaallasten een beperkende factor in het snel structureel kunnen bezuinigen, al is dit in de besluitvorming over (vervangings)investeringen op langere termijn zeker mogelijk.

Weerbaarheid

De concernreserve voldoet aan de hiervoor vastgestelde norm. Het benodigd weerstandsvermogen van de gemeente is in de financiële verordening vastgesteld op ratio weerstandsvermogen 1 voor 2022-2024 en ratio weerstandsvermogen 1,5 voor 2025. In deze programmabegroting 2022 is het benodigd weerstandsvermogen met 1 miljoen toegenomen ten opzichte van het risicoprofiel bij de Jaarstukken 2021. Met een aanvullende storting in het laatste jaar van de meerjarenbegroting voldoet de concernreserve in alle jaren aan de norm.

Verloop concernreserve t.o.v. norm weerstandsvermogen (per 31/12 in 1.000)

Stabiliteit

Voor het voorkomen van onverwachte schommelingen heeft vooral de toenemende schuldpositie van de gemeente de aandacht. In deze en vorige raadsperiodes is besloten om te investeren in de stad. Hierbij is steeds de politieke afweging gemaakt wat nodig is voor de stad. Als gevolg van dit investeringsprogramma van de afgelopen jaren in met name bereikbaarheid (parkeergarages, Leidse Ring Noord etc.), onderwijshuisvesting, wijkvervangingen, riolering en sportaccommodaties stijgt de (geprognosticeerde) liquiditeitsbehoefte van de gemeente.

De hoge schuldpositie is geen acuut probleem, maar levert wel een stijgende kwetsbaarheid op voor de toekomst. Deze kwetsbaarheid zit op de rentelasten van nieuw aan te trekken geldleningen. De rentelasten van de geldleningen zijn structureel gedekt in de meerjarenbegroting en door het aantrekken van langlopende lineaire financiering wordt het renterisico gespreid. Door het rekenen met een stijgend rentepercentage op nieuwe geldleningen tot 3% in 2025 is in de begroting daarnaast een structurele buffer voor rentestijging beschikbaar die oploopt tot ongeveer 7 miljoen. Áls de rente echter structureel stijgt, betekent dit dat de gemeente op langere termijn (ook na 2025) relatief kwetsbaar is voor tegenvallers op de (her)financiering van zijn schulden, waardoor bijsturing op de schulden en ombuigingen om de rentelasten te kunnen dekken noodzaak kunnen worden. In het voorjaar van 2022 stellen wij een nieuwe 10-jaars investeringsplanning op basis waarvan de verwachte ontwikkeling van de financieringsbehoefte opnieuw in kaart kan worden gebracht.