Programmabegroting 2021

Hoofdlijnen financiële positie

Begroting in twee stappen

Gedurende de zomer hebben we gewerkt aan het invullen van de bezuinigingsopgave zoals vastgelegd in de Kaderbrief 2020-2024. Om u tijdig een goede begroting voor besluitvorming te kunnen aanbieden, leggen we u de begroting voor 2020-2024 in twee stappen voor:

  • De Programmabegroting 2021 bevat cijfermatig de uitwerking van de Kaderbrief 2020-2024. De in de Kaderbrief opgenomen bezuinigingsopgave van 3,3 miljoen is hierin nog niet ingevuld en het nieuw beleid vanaf 2022 uit de Kaderbrief 2020-2024 is hierin nog niet cijfermatig opgenomen.
  • Met de Eerste begrotingswijziging 2021 voegen we het nieuw beleid uit de Kaderbrief vanaf 2022 toe aan de begroting en vullen we de structurele bezuinigingsopgave van 3,3 miljoen in.

We hebben ervoor gekozen om de bezuinigingsvoorstellen niet verspreid door het boekwerk van de begroting aan u voor te leggen, maar samen met het nieuw beleid overzichtelijk in één apart voorstel inclusief de eerder in de kaderbrief opgenomen nieuwe wensen, waaronder nu nog incidenteel gefinancierde activiteiten. Dat raadsvoorstel bevat de keuzes die het college wenst te maken. Door dit in een apart raadsvoorstel te presenteren is er voor de gemeenteraad het overzicht dat nodig is om daar eventueel andere keuzes in te maken.

Uitgangspunten voor financiële keuzes in deze begroting

We brengen deze Programmabegroting 2021 uit in een periode waarin op de korte en de lange termijn forse onzekerheden spelen voor de financiën van onze gemeente. Voor de korte termijn blijft onzeker hoe de corona-pandemie zich verder ontwikkelt. Op de lange termijn vormen vooral de herverdeling van het Gemeentefonds, het financieel beleid van het nieuwe kabinet dat in 2021 aantreedt (al dan niet noodzaak tot bezuinigingen) en de tekorten binnen het sociaal domein grote onzekerheden.

Gegeven deze onzekerheden kiezen we voor een twee sporenaanpak. We investeren in de stad en we gaan een stap verder in het creëren van behoedzaamheid in onze begroting ten opzichte van vorige begrotingen:

  • Bij de Programmabegroting 2020 hebben we een structurele behoedzaamheidsruimte van 3 miljoen in onze begroting opgenomen. Dit is structurele begrotingsruimte waartegenover nog geen uitgaven staan. Hiermee hebben we de flexibiliteit om bij te sturen op eventuele structurele effecten van de herverdeling van het Gemeentefonds. Bij de Kaderbrief 2020-2024 hebben we u voorgesteld om deze ruimte vanaf 2024 te verhogen naar 4,5 miljoen. Inclusief de nog openstaande structurele taakstellingen binnen het sociaal domein bereiken we hiermee een begroting die structureel in evenwicht is. De 1,5 miljoen aan ombuigingen die nodig is om de behoedzaamheidsruimte te verhogen, leggen we u gelijktijdig met deze begroting voor in de Eerste begrotingswijziging 2021.
  • In alle jaren van de meerjarenbegroting voldoet de concernreserve aan de genormeerde stand voor het weerstandsvermogen. Dit komt vooral door een lagere kwantificering van enkele grote risico's ten opzichte van de kwantificering bij de Jaarstukken 2019 (met name het corona-risico, risico prijsstijgingen door hoogconjunctuur en het project Stationsgebied). Ook wordt met de Tweede Voortgangsrapportage en de Eerste begrotingswijziging 2021 de concernreserve versterkt (zie verderop in dit hoofdstuk het verloop van de concernreserve en de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing). We kiezen ervoor om het overschot in de concernreserve ten opzichte van de normen voor het weerstandsvermogen in deze begroting in stand te laten. Dit betekent dat we u nu geen voorstellen voorleggen om deze incidentele ruimte in te zetten. We houden dit beschikbaar om in een later stadium, als er meer bekend is over het verloop van de corona-pandemie en de herverdeling van het gemeentefonds de ruimte te hebben om te doen wat nodig is voor de stad..
  • We handhaven de behoudende koers ten aanzien van onze rentelasten. Waar we nu nieuwe leningen aantrekken tegen 0,6%, houden we bijvoorbeeld in de begroting voor 2022 ruimte aan om tegen 2% nieuwe leningen aan te kunnen trekken en vanaf 2024 ruimte voor 3% (zie ook de paragraaf financiering). Dit betekent concreet dat we vanaf 2022 2,9 miljoen structurele ruimte aanhouden om een eventuele rentestijgingen op te vangen. In 2024 is dit 1,7 miljoen. Ook in de tussenliggende jaren kent onze begroting dergelijke marges om rentestijgingen op te vangen.

Voor nu kiezen we ervoor om deze incidentele en structurele buffers in onze begroting onverminderd in stand te houden. Bij de Kaderbrief 2021-2025 kunnen we op basis van de ontwikkelingen rond Corona, het Gemeentefonds, de financiële problematiek binnen het sociaal domein en het geactualiseerde gemeentelijke risicoprofiel opnieuw deze afweging samen met u maken.

Samenvatting financiële ontwikkelingen kaderbrief
In de Kaderbrief 2020-2024 staat in het inleidende hoofdstuk 2 (Financiële keuzes en positie) een uitgebreide toelichting bij de financiële ontwikkelingen, waaronder de uitdagingen waar we voor staan in het sociaal domein. Hieronder lichten we deze punten nog kort toe. De inhoudelijke achtergronden en ontwikkelingen zijn al eerder met uw raad besproken en staan toegelicht bij de programma's.

Een totaaloverzicht van de financiële ontwikkelingen in de kaderbrief is opgenomen in onderstaande tabel.

(bedragen x 1.000, - = voordeel)

2020

2021

2022

2023

2024

Autonoom

2.503

1.308

1.335

-40

-1.125

Mee- / tegenvaller

377

6.378

5.990

4.877

5.422

Nieuw beleid

108

1.866

-

-

-

Saldo kaderbrief voor bijsturing

2.988

9.552

7.326

4.837

4.297

SD Ombuigingsvoorstel sociaal domein / TWO

-

-1.953

-2.011

-1.686

-1.761

SD Storten saldo binnen het hek in reserve sociaal domein

761

-

-

-

-

SD Resterende taakstelling sociaal domein

-

-

-

-2.629

-4.700

Saldo na bijsturing sociaal domein

3.749

7.599

5.315

522

-2.164

Kasschuif' reserve afschrijvingen investeringen

-3.827

-7.724

-3.571

-2

0

78

125

256

283

416

Mutatie behoedzaamheidsruimte 2022-2024

-

-

-2.000

-2.000

1.500

Voorgenomen herprioritering bestaande ambities 2024 t.b.v. structureel evenwicht

-

-

-

-

-1.500

Saldo kaderbrief na bijsturing

0

0

0

-1.197

-1.749

Een overzicht van alle mutaties per programma in de kaderbrief is als bijlage opgenomen in deze begroting.
Het structurele evenwicht van de begroting staat onder druk. Dit hangt voornamelijk samen met de situatie binnen het sociaal domein, maar ook 'buiten het hek' hebben we te maken met structurele tegenvallers en onzekerheden vanuit onder meer de herverdeling van het Gemeentefonds, en de ontwikkeling van de kosten als gevolg van de coronacrisis en de compensatie daarvan. De grootste financiële uitdagingen in de kaderbrief waren

(Bedragen x 1.000, - = voordeel)

2020

2021

2022

2023

2024

Bruto tekort binnen het hek sociaal domein (zie paragraaf 'sociaal domein')

999

7.472

8.962

8.250

10.646

Herprioriteringsopgave herstellen structureel evenwicht (zie paragraaf 'algemeen beeld')

-

-

-

-

1.500

Herprioriteringsopgave mogelijk maken nieuw beleid / voortzetting incidenteel gedekt beleid. (zie de paragraaf 'nader af te wegen beleidswensen')

-

-

-

900

1.800

Ten aanzien van het sociaal domein geldt dat in de kaderbrief voor een deel van deze problematiek voorstellen zijn gedaan voor een oplossingsrichting. Zie hiervoor in de kaderbrief de paragraaf 'sociaal domein' en het inleidend hoofdstuk over het sociaal domein.

Over de invulling van de herprioriteringsopgaven hebben we bij de kaderbrief toegezegd bij de begroting met voorstellen te zullen komen en het gesprek hierover te voeren.

Ontwikkelingen na de kaderbrief
De mutaties in het meerjarenbeeld zoals die zijn toegelicht in de Kaderbrief 2020-2024 zijn volledig verwerkt in deze begroting. Daarnaast is de indexering van baten en lasten doorgevoerd. Er zijn geen aanvullende wijzigingen verwerkt, ook de voorgestelde invulling van de herprioriteringsopgaven niet. Ook het aangekondigde nieuw beleid is nog niet verwerkt in de begroting. Voor nieuw beleid en ombuigingen/herprioritering doet het college voorstellen via een separaat raadsvoorstel (1e Begrotingswijziging), waarover gelijktijdig met de begroting in de raad wordt besloten.

Hieronder gaan wij in op de volgende punten:

  • Effect coronacrisis
  • Sociaal domein
  • 1e begrotingswijziging met nieuw beleid en ombuigingsvoorstellen
  • Financiële positie

Effect coronacrisis
De beperkende maatregelen sinds half maart hebben ook hun effect op onze stad en de gemeentelijke begroting in de vorm van lagere inkomsten en hogere uitgaven. Vanaf het begin is het uitgangspunt geweest, van het kabinet én van de gemeente, dat gemeenten volledig worden gecompenseerd voor gederfde inkomsten en hogere kosten. In de Tweede Voortgangsrapportage informeert het college de raad uitgebreid over de financiële gevolgen van de coronacrisis voor 2020. Voor 2021 en verder blijft het echter onzeker, zowel wat betreft de verdere ontwikkeling van het virus als de financiële gevolgen inclusief eventuele volgende tranches steunmaatregelen vanuit het Rijk. Bij de berekening van ons benodigd weerstandsvermogen hebben we daarom blijvend rekening gehouden met een risico voor tegenvallers als gevolg van corona.

Sociaal domein
De uitkeringen vanuit het Rijk bedoeld voor het sociaal domein houden geen gelijke tred met de uitgaven. Veel gemeenten kampen daardoor met tekorten in het sociaal domein. Zo ook Leiden. Binnen het hek van het sociaal domein zit in 2024 een structureel tekort van 7 miljoen. Hierbij is al rekening gehouden met 1,9 miljoen aan door het rijk toegezegde extra middelen voor Jeugdhulp en 1,7 miljoen verwachte rijkscompensatie voor het abonnementstarief.

Voor dit tekort van 7 miljoen hebben we bovenop de al lopende bijsturingsmaatregelen uit het bijsturingsvoorstel sociaal domein (RV10.0114) een aanvullend pakket van 1,1 miljoen aan structurele bijsturingsmaatregelen binnen het hek opgesteld en zal de TWO Holland Rijnland via ombuigingen inzetten op het terugbrengen van het Leids aandeel op het tekort op de Jeugdhulp met 650.000. Ook vangen we de meerkosten RDOG vanwege het grotendeels wettelijke karakter van de taken op vanuit de algemene middelen. Na deze bijsturing resteert in 2024 een structureel tekort binnen het sociaal domein van 4,7 miljoen dat taakstellend is opgenomen in de kaderbrief.

Voor 2021-2022 is het tekort incidenteel gedekt omdat we het niet verantwoord en realistisch achten om op zo’n korte termijn aanvullend bij te sturen bovenop de reeds afgesproken bijsturingsmaatregelen binnen het hek.

Voor- en nadelen binnen het hek worden verrekend met de reserve sociaal domein. In 2020 ontstaat een positief saldo binnen het hek dat wordt toegevoegd aan de reserve sociaal domein. Deze reserve dient de komende jaren als incidentele buffer om tegenvallers te kunnen opvangen. Gezien de stevige ombuigingen die nog moeten worden ingevuld, achten wij het wenselijk om deze buffer in stand te houden.

Voor toekomstige ombuigingen in het sociaal domein doen we voor de resterende 4,7 mln. op korte termijn nog geen voorstellen. We denken dat het verstandiger is hiermee te wachten tot de volgende kaderbrief, wanneer meer zekerheid is over de eventuele extra middelen die vanuit het rijk beschikbaar worden gesteld voor het sociaal domein. Tot die tijd houden we wel een behoedzaamheidsbudget aan van 4,5 miljoen die dient als extra structurele buffer om tegenvallers op dit gebied op te kunnen vangen.

1e begrotingswijziging met nieuw beleid en ombuigingsvoorstellen.
Zoals aangegeven in de kaderbrief hebben we een herprioriteringsopgave van 3,3 miljoen. Hiervan is 1,5 miljoen bedoeld om het structureel evenwicht aan te brengen, en 1,8 miljoen om het gewenste nieuw beleid te kunnen dekken. We brengen de opbrengsten van de herprioriteringsronde buiten het hek niet in mindering op de taakstelling binnen het hek.

Bij de kaderbrief hebben we de structurele behoedzaamheidsruimte van 3 miljoen in 2024 verhoogd naar € 4,5 miljoen. Hiermee behouden we een structureel sluitende begroting die ons in staat stelt om bij te sturen op onverwachte tegenvallers (zie verderop ook de toelichting op de financiële positie).

De huidige situatie vraagt gezien de geschetste onzekerheden dus om behoedzaamheid. Dat biedt het college met bovenstaande maatregelen. En tegelijk zijn er opgaven die in het verlengde liggen van de ontwikkelingen die al eerder door raad en college zijn ingezet. In de tabel hieronder zijn deze ontwikkelingen, waar bij de Kaderbrief nog (een deel van) de dekking ontbrak, opgenomen. Deze dekking is gevonden door afgelopen zomer een brede herprioritering uit te voeren op de lopende ambities. Er is structurele ruimte gezocht en gevonden. Zo houden we een goede uitgangspositie om de begroting structureel sluitend te houden.

Tabel nieuw beleid conform Kaderbrief:

(bedragen x 1.000)

Verwerkt in de kaderbrief

Af te wegen bij Programmabegroting 2021

2020

2021

2022

2023

2024

02.02

Voortzetten stedelijke Jeugdaanpak vanaf 2022

-

-

210

210

210

03.05

Investeringen openbare ruimte Diamantplein (€ 840.000)

-

-

-

30

30

05.13

Singelpark in het Energiepark

-

-

-

-

256

05.12

NDE (Natuur en DuurzaamheidsEducatie)

-

50

50

50

50

08.10

Wijksportpark Roomburgerpark

-

-

-

250

250

10.08

Voortzetten Snelle hulp bij schulden

-

281

421

421

421

OH.07

Uitbreiding formatie Financieel Advies Sociaal Domein.

60

110

110

110

110

OH.08

Diverse ontwikkelingen InformatieVoorziening

20

50

45

45

45

OH.13

Ontwikkelpool

-

100

175

175

175

Subtotaal structureel nieuw beleid

80

591

1.011

1.291

1.547

03.04

Voortzetten budget voor Economische Agenda Leidse Regio

-

250

250

-

-

07.05

Programma Jeugdhulp Leidse regio

-

225

225

225

225

08.09

Voorzetten subsidie PS theater in Leiden

-

75

75

-

-

OH.06

Datagedreven Werken Urban Data Center

-

250

250

-

-

OH.09

Projectuitvoeringskosten IV-portfolioprojecten

-

250

250

-

-

OH.10

Innovatiebudget 2021 en 2022

-

225

225

-

-

Subtotaal (meerjarig) incidenteel nieuw beleid

0

1.275

1.275

225

225

Totaal

80

1.866

2.286

1.516

1.771

Aanvullend stellen wij voor om budget beschikbaar te stellen voor de volgende ambities:

  • Voortzetting subsidie PS theater vanaf 2023 per jaar 75.000
  • Aanvulling structureel budget voor realisatie Wijksportpark Roomburgerpark, 96.000 vanaf 2023.

Totaal is dus te dekken in 2024 een bedrag van € 1.942.000

Voor de invulling hiervan doet het college de raad een bezuinigingsvoorstel middels de 1e begrotingswijziging, die het college tegelijk met deze begroting aan de raad aanbiedt. We verwijzen hiervoor naar deze 1e begrotingswijziging. Op deze wijze is transparant op welke bezuinigignsvoorstellen wij doen en is het eenvoudig mogelijk om eventuele amendementen financieel te verwerken.

De samenvatting van deze voorstellen is opgenomen in onderstaande tabel en per programma ook weergegeven bij de programmakosten.

Overzicht bezuinigingsvoorstellen:

Programma

nr.

Onderwerp

pfh

2023

2024

Bestuur en dienstverlening

1

Effectiever inzetten representatieve activiteiten college

H. Lenferink

 

30.000

 

2

Controle op bewoning en inschrijving BRP (Basisregistratie personen)

Y. van Delft

100.000

100.000

Totaal Bestuur en dienstverlening

 

100.000

130.000

Veiligheid

3

Extra inzet tegengaan ondermijning en onderzoek naar dubieuze vastgoed transacties door opleggen van boetes en afroming van winsten.

H. Lenferink

125.000

125.000

 

4

Dwangsommen bij Juridische handhaving en Veiligheid verhogen

H. Lenferink

25.000

25.000

Totaal Veiligheid

   

150.000

150.000

Economie

5

Anders organiseren van bijeenkomsten met ondernemers

Y. van Delft

25.000

25.000

 

6

Versobering van het programma binnenstad

Y. van Delft

 

50.000

 

7

Verhogen toeristenbelasting,

P. Dirkse

400.000

400.000

Totaal Economie

   

425.000

475.000

Bereikbaarheid

8

Lagere kapitaallasten van investeringen in duurzame bereikbaarheid door bijstelling risicoreservering.

A. North

 

200.000

 

9

Het verlagen van de personele bezetting van de fietsparkeergarages door de openingstijden te beperken.

A. North

25.000

100.000

Totaal Bereikbaarheid

  

25.000

300.000

Omgevingskwaliteit

10

Herziening handboek kwaliteit openbare ruimte, gebakken klinkers hergebruiken in plaats van vervangen.

A. North

 

20.000

 

11

Opheffen openbare waterspeelplaatsen Stevenshof, Hooghkamerpark, Noorderpark.

A. North

 

30.000

 

12

Beeindiging deelname aan land van Wijk en Wouden

A. North

20.000

20.000

 

13

Herstelkosten van schades door projecten van derden in rekening brengen

A. North

50.000

50.000

 

14

Efficiënter gebruik wagenpark

A. North

66.000

66.000

 

15

Door efficiëntere inzet van fte’s in de garage inkomsten genereren door werk voor omliggende gemeenten

A. North

16.000

16.000

 

16

Restwaarde van wagens die we verkopen inzetten

A. North

45.000

45.000

 

17

Schouw openbare ruimte terug brengen van 4x naar 2x per jaar

A. North

0

18.000

 

18

Besparen op vervullen vacatures na pensionering medewerkers en tegelijk investeren in efficiency door automatisering.

A. North

0

131.000

Totaal Omgevingskwaliteit

 

197.000

396.000

Stedelijke ontwikkeling

19

Energiepark: herzien noodzaak nieuwe voorzieningen.

F. Spijker

 

196.000

 

20

In geval van een omgevingsvergunning na handhaving 15% extra bouwleges opleggen.

F. Spijker

25.000

25.000

Totaal Stedelijke ontwikkeling

 

25.000

221.000

Jeugd en onderwijs

21

Lokale Educatieve Agenda (LEA), stoppen met bijdrage aan internationalisering

P. Dirkse

 

20.000

 

22

Bezuiniging op onderwijsinnovatie van 50.000.

P. Dirkse

 

50.000

 

23

Onderbesteding Conciërgeregeling

P. Dirkse

30.000

30.000

 

24

Onderbesteding toezicht kinderopvang

P. Dirkse

30.000

30.000

 

25

Onderbesteding budget Voortijdig schoolverlaten

P. Dirkse

20.000

75.000

Totaal Jeugd en onderwijs

 

80.000

205.000

Cultuur, sport en recreatie

26

Sliten buitenbad De Zijl

P. Dirkse

 

50.000

 

27

Verlaging budget voor monitoring en onderzoek

Y. van Delft

 

25.000

 

28

Besparing op aanbesteding van onderdelen van de gesubsidieerde cultureel educatieve activiteiten

Y. van Delft

 

175.000

 

29

Verlagen subsidies historisch stadsgezicht en monumenten

Y. van Delft

 

50.000

 

30

Tariefsverhoging sportaccommodaties

P. Dirkse

 

115.000

 

31

Verhoging toegangskaartje Lakenhal

Y. van Delft

 

25.000

Totaal Cultuur, sport en recreatie

  

440.000

Werk en inkomen

32

Stoppen regeling maaltijdvoorzieningen & thuisadministratie

M. Damen

50.000

50.000

 

33

Verlagen structurele behoedzaamheidsbuffer BUIG

Y. van Delft

20.000

200.000

 

34

Schuldhulpverlening, daling uitvoeringskosten

M. Damen

100.000

220.000

Totaal Werk en inkomen

  

170.000

470.000

Algemene middelen

35

Verwachte lagere indexering loonontwikkeling 2021 gemeenschappelijke regelingen SP71, BSGR, VRHM, RDOG, ODWH en HR

P. Dirkse

304.000

304.000

Totaal Algemene middelen

 

304.000

304.000

Overhead

36

Onderbesteding budget niet-actieven

P. Dirkse

200.000

200.000

 

37

Besparing werkbudgetten facilitaire zaken

P. Dirkse

 

225.000

Totaal Overhead

   

200.000

425.000

      

Eindtotaal

   

1.676.000

3.516.000

Hieruit blijkt dat het nieuw beleid over 2022 gedekt wordt door een onttrekking aan de concernreserve, en het nieuw beleid over 2023 en 2024 (grotendeels) door de ombuigingsvoorstellen.

Financiele positie

Structureel saldo begroting

Een structureel sluitende begroting is een van de belangrijkste pijlers van een verantwoord financieel beleid. Daarom vindt het college het belangrijk een structureel sluitende begroting aan de raad te kunnen aanbieden.

Bovendien wordt, bij een niet structureel sluitende begroting het financieel toezicht verscherpt dat door de provincie Zuid-Holland wordt uitgeoefend. De provincie corrigeert het beeld dat wij in de begroting hebben opgenomen altijd op een aantal punten. Met die (verwachte) correcties ziet het structurele beeld (dat zijn alle baten en lasten in de begroting minus de incidentele basten en lasten) er als volgt uit:

Tabel structureel beeld

Structureel saldo gecorrigeerd x 1.000 - = voordeel

   
 

2021

2022

2023

2024

structureel saldo volgens begroting

-2.430

-2.778

-2.285

36

correcties:

    

Behoedzaamheidsbudget

-

-

-1.000

-4.500

Taakstelling sociaal domein

-

-

2.629

4.700

Stelpost indexering

-183

-327

-332

-287

Overige correcties

pm

pm

pm

pm

Structureel saldo na correcties vóór 1e bgw

-2.613

-3.105

-988

-51

     

Saldo 1e begrotingswijziging

  

-649

-74

     

Structureel saldo na correcties na 1e bgw

-2.613

V

-3.105

V

-1.637

V

-125

V

Er is dus in alle jaren sprake van een structureel sluitende begroting, onder voorbehoud van akkoord door de provincie.

Verloop concernreserve

Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen presenteren we naast de stand van de concernreserve zoals opgenomen in deze programmabegroting 2021 ook de stand gecorrigeerd voor de wijzigingen in de nu voorliggende raadsvoorstellen voor Tweede voortgangsrapportage 2020 en de Eerste begrotingswijziging 2021. Inclusief deze correcties neemt de concernreserve toe van 15,3 miljoen eind 2020 naar 22,8 miljoen eind 2024.

Stand per 31/12 (X 1,0 miljoen)

2020

2021

2022

2023

2024

Stand zoals opgenomen in Programmabegroting 2021

15,2

18,1

19,5

23,3

25,0

Stand na Tweede Voortgangsrapportage 2020 en Eerste begrotingswijziging 2021

15,3

18,1

17,3

21,0

22,8

Benodigd weerstandsvermogen 2021

12,0

-

-

-

18,0

Hiermee voldoet de concernreserve aan de normen die de gemeenteraad in de financiële verordening 2020 heeft vastgelegd: in 2021 is de stand tenminste gelijk aan de uitkomst van de risicosimulatie, in 2024 is de uitkomst tenminste gelijk aan 1,5 keer de uitkomst van de risicosimulatie (zie ook paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing). De concernreserve bevat begin 2021 ten opzichte van de norm een surplus van 3,2 miljoen dat oploopt tot 4,8 miljoen eind 2024. Wij kiezen ervoor om dit surplus in de concernreserve in stand te houden. Bij de Kaderbrief 2020-2024 wegen we de stand van de concernreserve opnieuw af tegen het geactualiseerde risicoprofiel.

Financiële kengetallen

Naast het weerstandsvermogen beoordelen we de financiële positie van de gemeente ook aan de hand van de financiële kengetallen. Met name over de kengetallen die samenhangen met de schuldpositie (schuldquote en solvabiliteit) hebben we, onder meer op basis van het door Deloitte uitgevoerde onderzoek in 2019, bij vorige begrotingen en kaderbrieven het debat gevoerd.

De investeringen in de stad waartoe wij als stadsbestuur in de afgelopen jaren hebben besloten zorgen ervoor dat de schuldpositie stijgt. Dit zit voornamelijk in de bereikbaarheid van de stad (parkeergarages, de Leidse Ring Noord) maar ook in wijkvervangingen, goede scholen en sportaccommodaties. De door ons uitgevoerde verkenning voor de komende 10 jaar bij de Kaderbrief laat zien dat het plausibel is dat we de komende jaren met dit schuldenniveau rekening moeten houden.

Daarnaast hebben we in afgelopen jaren ook onze bestemmingsreserves ingezet en spreken we nu ook weer de reserves aan om incidenteel tekorten op het sociaal domein op te vangen. Hiervoor hebben we een deel van de reserve afschrijvingen investeringen laten vrijvallen. Dit was mogelijk doordat we de kapitaallasten die voorheen vanuit deze reserve werden gedekt nu van structurele dekking hebben voorzien. Hoewel onze financieringsbehoefte (en schuldpositie) hierdoor stijgt, biedt dit ruimte om verdere ontwikkelingen af te wachten en (zo nodig) aanvullende bezuinigingen voor te bereiden. Daarnaast is het structureel dekken van deze kapitaallasten op de lange termijn gunstig, omdat hiermee structureel budget beschikbaar is voor latere vervangingsinvesteringen.

We zijn er ons als college bewust van dat de relatief hoge schuldpositie waar we op begrotingsbasis naartoe groeien onze gemeente op termijn ook relatief kwetsbaar maakt voor renteschommelingen. Daarom kiezen we ervoor om in onze meerjarenbegroting voor de financieringslasten van toekomstige geldleningen ruimte in te bouwen voor een rentestijging en bij het aantrekken van leningen voor lange rentevaste looptijden te gaan waarmee het renterisico wordt gespreid (zie ook de paragraaf financiering).

Om de flexibiliteit te houden om bij te sturen is een structureel sluitende begroting van belang. We hebben er bij de Kaderbrief 2020-2024 daarom voor gekozen om met 1,5 miljoen aan structurele bezuinigingen te zorgen voor een structureel begrotingsevenwicht. Deze bezuinigingen worden gelijktijdig met deze Programmabegroting 2021 in de Eerste begrotingswijziging 2021 aan uw raad aangeboden.

Zie voor een verdere analyse van de financiële positie de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.