Ga naar boven

EMU Saldo

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 19) is de verplichting vastgesteld dat de gemeenten ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken over het voorafgaande jaar, het actuele jaar en het volgende jaar.
Met ingang van 2017 is conform de vernieuwing BBV de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar vereist in de meerjarenbegroting.

EMU Saldo

Begroting

2018

2019

2020

2021

2022

1.

(+)

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c).

-63.360

-11.112

-5.869

-902

-745

2.

(+)

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie.

21.740

26.095

29.979

34.641

38.254

3.

(+)

Bruto dotatie aan voorzieningen ten laste van de exploitatie.

9.916

10.064

10.081

10.581

10.081

4.

(-)

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd.

90.353

128.366

166.309

107.571

53.509

5.

(+)

Ontvangen bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen in mindering gebracht op de onder post 4 bedoelde investeringen.

0

0

0

0

0

6.

(+)

Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa:
Opbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs).

0

0

0

0

0

7.

(-)

Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d.

0

0

4.162

6.505

0

8.

(+)

Grondverkopen: Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs).

26.883

160

0

0

0

9.

(-)

Betalingen ten laste van de voorzieningen.

12.921

7.395

6.224

7.416

5.413

10.

(-)

Betalingen die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten.

0

0

0

0

0

11.

Verkoop van aandelen:

11a.

Gaat u deelnemingen en aandelen verkopen? (ja/nee)

nee

nee

nee

nee

nee

11b.

(-)

Zo ja wat is bij verkoop de te verwachten boekwinst?

0

0

0

0

0

Berekend EMU-saldo

-108.095

-110.553

-142.504

-77.172

-11.331

De begroting van de Gemeente Leiden is opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten.
Het EMU saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie.

Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Zoals eerder aangegeven werkt de EMU-systematiek op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeenten hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de kapitaallasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo van de gemeente Leiden voor 2019 komt uit op € .000, wat betekent dat in EMU-termen de uitgaven € .000 groter zijn dan de inkomsten.
In de jaren tot en met 2015 werden er een individuele referentiewaarden van het EMU-tekort vastgesteld. Voor 2019-2022 is het jaarlijkse aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden gesteld op 0,4%. Er is geen onderverdeling naar gemeenten, provincies en waterschappen vastgesteld. Het aandeel in het EMU-tekort betreft een inspanningsverplichting, er staat momenteel geen sanctie op een eventuele overschrijding van het toegestane EMU-tekort.