Programmabegroting 2021

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 19) is de verplichting vastgesteld dat de gemeenten ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken.

De begroting van de Gemeente Leiden is opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten.
Het EMU saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie.

Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel.

EMU Saldo

  

Begroting

    
   

2020

2021

2022

2023

2024

1.

(+)

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c).

-70.305

-7.211

-3.958

1.768

1.352

        

2.

(-)

Mutatie (im)materiële vaste activa

69.694

93.324

166.310

80.653

28.528

        

3.

(+)

Mutatie voorzieningen

-15.328

-1.671

3.490

3.692

3.692

        

4.

(-)

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

-8.102

-6.862

2.292

2.008

1.019

        

5.

(-)

Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa

0

0

0

0

0

        

Berekend EMU-saldo

  

-147.225

-95.344

-169.070

-77.201

-24.503

Wat is er dan anders aan de EMU-systematiek dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeenten hanteren?
Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de jaarlijkse kapitaallasten van de investeringen. Investeringen in een bepaald jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo van de gemeente Leiden voor 2021 komt uit op -95.344.000, wat betekent dat in EMU-termen de uitgaven 95.344.000 groter zijn dan de inkomsten. Het tekort wordt vooral veroorzaakt doordar wij veel meer investeren in activa dan het bedrag aan kapitaallasten i.v.m. in het verleden gedane investeringen.

Het jaarlijkse aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden gesteld op -0,4% van het BBP. Het aandeel van de gemeenten is gesteld op -0.27% van het BBP. Het aandeel in het EMU-tekort betreft een inspanningsverplichting, er staat momenteel geen sanctie op een eventuele overschrijding van het toegestane EMU-tekort.