Doel | Prestatie |
7C1 Gelijke kansen voor kinderen en jongeren | 7C1.1 Waarborgen van aanbod, kwaliteit en deelname aan voor- en vroegschoolse educatie |
7C1.2 Ondersteunen van hoogwaardig taalaanbod in het onderwijs | |
7C1.3 Bevorderen van een goede samenwerking tussen ouder en professional | |
7C2 Goede onderwijs-ondersteuning en samenwerking in het onderwijs | 7C2.1 Ondersteunen zorg voor leerlingen met specifieke behoeften |
7C2.2 Stimuleren samenwerking en voorzieningen in het onderwijs | |
7C3 Als Kennisstad toekomstbestendig onderwijs bevorderen met extra aandacht voor duurzaamheid, internationalisering en talentontwikkeling | 7C3.1 Stimuleren van een duurzame rijke leeromgeving waarin leerlingen en onderwijsprofessionals hun eigen talenten kunnen ontwikkelen met aandacht voor een doorlopende leerlijn |
7C3.2 Stimuleren dat leerlingen worden voorbereid op een internationale samenleving | |
7C3.3 Bevorderen van toekomstgerichte talentontwikkeling door samenwerking van onderwijs met bedrijven en instellingen | |
7C4 Zoveel mogelijk leerlingen volgen onderwijs en halen een startkwalificatie of verwerven een werkplek | 7C4.1 Sturing geven aan projecten die zich richten op het behalen van een startkwalificatie, terugkeer naar het onderwijs (ook voor thuiszitters) of het verwerven van een werkplek |
7C4.2 Tegengaan verzuim leerplichtigen |
In 2026 bouwen we voort op de lijn zoals ingezet vanuit de Leidse Gelijke Kansen Aanpak. Juist in het licht van de door het Rijk aangekondigde bezuinigingen per januari 2026 in het hoofdlijnenakkoord, zoals de voorgenomen 10% bezuiniging op onderwijsachterstandenbeleid, en de voorgenomen bezuiniging op de Onderwijskansenregeling (voortgezet onderwijs), neemt de druk op kansengelijkheid toe. In Leiden blijven we ook in 2026 ongelijk investeren voor gelijke kansen. We zetten in op evaluatie van de Leidse Gelijke Kansen Aanpak en maken in nauwe samenwerking met het brede Leidse onderwijsveld inzichtelijk wat eventueel gevolgen van bezuinigingen betekenen voor onze scholen. We continueren succesvolle inspanningen. Zo organiseren we in 2026 een tweede Leidse Meidentop. We werken aan verdere inbedding van de brugfunctionaris in Leiden, onder meer via een gezamenlijk scholingsprogramma en monitoring van de resultaten. De inzet van de brugfunctionaris in het basisonderwijs wordt geëvalueerd en we werken aan uitbreiding richting voorschoolse educatie (VE). Daarnaast ondersteunen en faciliteren we de doorontwikkeling van het Actieplan Kansrijk Onderwijs Leiden, voeren we regie op het Onderwijskansenbeleid en sturen we op samenhang tussen gelijke kansen-initiatieven.
Het aantal peuters blijft naar verwachting ook in 2026 licht dalen, door dalende geboortecijfers. We blijven echter zorgdragen voor een ruim voldoende kwalitatief aanbod voorschoolse educatie (VE) en blijven streven naar beter bereik van deze doelgroep-peuters. Daarvoor blijft de hiervoor bestemde subsidieregeling van kracht, bekostigd uit het Onderwijs Achterstanden Budget (OAB). We zetten extra in op het verhogen van de deelname en de toeleiding van peuters naar VE door het in werking nemen van een monitor welke in samenwerking met de kinderopvang en JGZ. In lijn met de Leidse Visie ‘Gelijke Kansen 2023-2026’ werken we verder op een sterker vindplaatsenbeleid wat niet alleen bijdraagt aan een hoger bereik, maar ook segregatie tegengaat.
Het (ver)nieuwbouwproject van het Kindcentrum Stevenshof heeft vertraging opgelopen vanwege aanpassingen in het ontwerp, in verband met het circulair bouwen en de keuze voor een wissellocatie in plaats van noodlokalen. Het nieuwe gebouw – waarin de basisscholen Wereldwijzer (SCOL) en Stevenshof (PROO), peuteropvang, buitenschoolse opvang en een gymzaal komen – is naar verwachting klaar in schooljaar 2029-2030. In 2026 wordt verder gewerkt aan de voorbereidingen van het te realiseren kindcentrum, op het gebied van de uitwerking van de inhoudelijke samenwerking. Hierbij is onder andere aandacht voor het vormgeven van een doorlopende leer- en ontwikkellijn.
Als antwoord op de vraag van jongeren die iets anders of iets extra’s nodig hebben, zijn we in 2024 gestart met Skill School en biedt Studio MOIO, anders dan onderwijs, een plek waar jongeren zich kunnen ontwikkelen. Los van de diverse maatregelen die wij ondernemen voor jongeren die thuiszitten, of dreigen thuis te komen zitten (denk hierbij naast eerdergenoemde ook aan MDT UniverCity en Buitenkans), initiëren we ook in 2025 op verschillende plekken het gesprek hierover. Deze gesprekken gaan over de vraag: Wat is er nodig om de inzet op ontwikkeling voor kinderen en jongeren als uitgangspunt te nemen in alles wat we doen? Ook onderzoeken we vanuit de Leidse Gelijke Kansen Aanpak hoe we samen met het onderwijs kritisch kunnen kijken naar de huidige inrichting van het onderwijssysteem. Welke ruimte kunnen we zelf vinden en wat moeten we agenderen op de landelijke agenda om het kind en de jongeren centraal te stellen boven processen. Studio MOIO én de Skill School bieden jongeren ruimte om hun talenten te ontwikkelen, onder andere in het kader van de Maatschappelijke Diensttijd.
We houden een vinger aan de pols bij de uitvoering van het leerlingenvervoer. In 2026 verloopt de regionale (De gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude en De Zijlbedrijven Leiden (DZB)) overeenkomst met doelgroepvervoerder Noot. Sinds 2023 is de uitvoering van het leerlingenvervoer uitbesteed aan Forseti. Ook deze overeenkomst verloopt in 2026. Op basis van periodieke evaluaties zijn we voornemens de contracten te verlengen. Daarnaast zijn we in 2024 zijn we gestart met een pilot waarbij leerlingen een training volgen om te reizen met het openbaar vervoer. Deze pilot zetten we ook in 2026 voort. Wanneer leerlingen leren met het OV te reizen is dat goed voor hun zelfvertrouwen en een betere voorbereiding op hun toekomst. Een abonnement voor het OV is bovendien veel goedkoper voor de gemeente dan het taxivervoer.
De gemeenten en het onderwijs zijn samen verantwoordelijk voor een dekkend onderwijszorgcontinuüm: een samenhangend geheel van voorzieningen, zodat er voor elke jeugdige een passende plek is om zoveel mogelijk onderwijs te volgen. In Holland Rijnland bestaan hiervoor verschillende onderwijs-zorgarrangementen (OZA’s). Deze voorzieningen zijn erop gericht om jeugdigen binnen één tot twee jaar naar onderwijsdeelname in het regulier of speciaal onderwijs te leiden. Onder regie van een procesregisseur binnen Holland Rijnland brengen we samenhang aan tussen bestaande voorzieningen en stimuleren we de samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp en andere betrokken partners. Ook dagbehandel- en dagbestedingslocaties worden hierin meegenomen. Daarnaast versterken we de samenwerking via de Lokale Educatieve Agenda (LEA), het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) en het programma Kansrijk Onderwijs. Zo bouwen we in Leiden verder aan een stevig en gezamenlijk netwerk voor jeugdigen met een ondersteuningsbehoefte.
Als (internationale) kennis- en onderwijsstad zetten we ons continu in om de kennisinstellingen en onderwijspartijen met elkaar te verbinden. Dit doen we om deze instellingen maximaal te laten floreren en onze inwoners zoveel mogelijk te laten profiteren van de kennis die er in onze stad is. Dit doen we door als gemeente intensief samen te werken met het onderwijs en onderwijsnetwerken (zoals het LEF en het platform Onderwijs in de Leidse regio) in het vormgeven van gezamenlijke vraagstukken en activiteiten rondom het realiseren van toekomstbestendig onderwijs. De opbrengsten van Leiden Nationale Onderwijs Stad worden verder uitgerold en geborgd.
Eén van de ambities in de LEA 2024-2028 luidt: ‘De kracht van Leiden is dat het een aantrekkelijke kennis- en onderwijsstad is met een rijke onderwijsleeromgeving die we maximaal benutten. De ambitie gaat onder andere over een stad waar je je van jong tot oud optimaal kan ontwikkelen, waar je wordt voorbereid op de beroepen van straks en waar een prettig en veilig leer- en werkklimaat in het onderwijs heerst.’ We geven deze ambitie in 2026 onder andere vorm door in te zetten op onderwijsinnovatie, de koppeling van Verwonder om de Hoek aan de Rijke Leerdag.
In Leiden geloven we dat kennis die je samen maakt het welzijn in de stad vergroot en tegelijkertijd de kwaliteit van onderwijs en onderzoek bevordert en zichtbaar maakt. Niet alleen heeft Leiden als Kennisstad alle onderwijssectoren in huis, van peuterspeelzaal tot universiteit, maar er zijn ook veel educatie- en onderzoekspartners, musea en netwerkorganisaties zoals het LEF. Samen vormt dit een rijk leerecosysteem. Om dit ecosysteem optimaal te laten werken zetten we onder andere de onderwijsinnovatiesubsidie in als instrument om (onderwijs)partners met elkaar te verbinden, in staat te stellen om samen te vernieuwen en te verdiepen op thema’s die zij belangrijk vinden. In 2026 kunnen weer nieuwe initiatieven worden ingediend voor onderwijsinnovatiesubsidie. Ook worden de onderwijsprojecten uit de periode 2024-2025 geëvalueerd.
In 2026 gaat de vernieuwde en verbrede gemeentelijke subsidieregeling voor conciërges in het primair onderwijs in. Deze vernieuwde en verbrede regeling omvat naast conciërges nu ook ander onderwijsondersteunend personeel (OOP). De vernieuwde regeling sluit beter aan bij de wensen van de scholen/schoolbesturen, de veranderende doelgroep van de Participatiewet en de aanpak van het personeelstekort in het onderwijs. We investeren ongelijk op scholen die dit hard nodig hebben. De vernieuwde subsidieregeling wordt in september 2025 door het college vastgesteld.
Het leerecosysteem Verwonder om de Hoek (Vodh) biedt basisscholen een gecombineerd aanbod van cultuur- en natuureducatie, techniek, wetenschap en duurzaamheid. BplusC, st. Cultuureducatiegroep (CEG) en Naturalis zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering. De focus van Vodh voor 2025-2028 ligt op curriculumvernieuwing en de gelijke kansen-opgave in de scholen. De nadruk ligt hierbij op de verbinding met het concept van de Rijke Leerdag en de onderwijskansenscholen. We richten ons op vindplaatsen. Voor Leiden biedt het platform ook kennismakingscursussen in kunst, cultuur, natuur en techniek buiten schooltijd. Dit is een breed palet aan kortlopende cursussen die voor kinderen en jongeren beschikbaar komen tegen redelijk tarief, vergelijkbaar met de sportintro-activiteiten.
In 2026 verdiepen we het concept van de Rijke Leerdag Leiden en breiden we het concept uit naar meer scholen. In de nieuwe rijkssubsidieronde School en Omgeving doen nu zeven Leidse basisscholen en één Leidse middelbare school mee, ten opzichte van vier basisscholen in de vorige jaren. De coalitie, bestaande uit Leidse scholen, schoolbesturen, gemeente, kinderopvangorganisaties, sport- en cultuurinstellingen, welzijnsorganisaties en andere maatschappelijke partners, zal zich voornamelijk focussen op afstemming en kwaliteitsverbetering van het aanbod van de naschoolse activiteiten. Het programma richt zich nog steeds op brede talentontwikkeling door een breed aanbod aan binnen- en buitenschoolse activiteiten aan te kunnen bieden aan leerlingen op het gebied van sport, cultuur, (wereld)burgerschap, taal, muziek, nieuwe media, kunst, dans en theater. Naast het programma School en Omgeving wordt vanuit de Leidse Educatieve Agenda, en het Actieplan Kansrijk Onderwijs Leiden, ook ingezet op naschoolse activiteiten bij scholen die niet binnen deze rijksregeling vallen.
Natuur- en Duurzaamheids Educatie (NDE) zet zich in om kinderen en jongeren te betrekken bij hun omgeving en de (maatschappelijke) ontwikkelingen in de stad. NDE stimuleert en faciliteert het onderwijs en de stadspartners. Via het platform Verwonder om de hoek wordt het aanbod voor het basisonderwijs ontsloten. Voor het VO wordt maatwerk geleverd door aan te sluiten bij het duurzaam docenten netwerk. In 2026 wordt onderzocht of een duurzaam docenten netwerk ook opgezet kan worden voor het basisonderwijs.
Groenblauwe schoolpleinen zijn uitdagende pleinen die uitnodigen tot spelen en bewegen en die voorzien zijn van planten, struiken, bomen en eventueel water. Vooral in buurten met weinig openbare ruimte bieden schoolpleinen aan kinderen de kans om toch buiten te kunnen spelen. De meeste Leidse schoolpleinen zijn na schooltijd niet toegankelijk voor kinderen om te spelen en veel pleinen zijn erg versteend. Daarom zetten wij ons ook in 2026 samen met de schoolbesturen in om meer schoolpleinen te vergroenen en te onderzoeken hoe we deze toegankelijker maken na schooltijd. Het Bonaireplein wordt als pilotproject opnieuw ingericht; leerpunten worden meegenomen naar andere schoolpleinen.
We zien een toenemend aantal jonge inburgeraars en alleenstaande minderjarige vreemdelingen in Leiden, mede door de uitbreiding van AZC De Paardenwei. Deze groep heeft in het thuisland vaak in beperkte mate of geen middelbaar onderwijs gehad en vindt het hierdoor lastig aansluiting in het regulier onderwijs te vinden (zie ook Programma 10). In 2026 werken we daarom intensief door met het onderwijs aan voldoende én passend onderwijs voor minderjarige nieuwkomers. Ook voor de groep 16 jaar en ouder. We breiden het aanbod uit met extra taalklassen op een tweede Internationale Schakelklas (ISK) in Leiden, speciaal voor deze doelgroep. We trekken hierin samen op met gemeenten in Holland Rijnland, met als doel een duurzaam regionaal aanbod voor nieuwkomersonderwijs. Om de samenwerking te verbeteren is bij Holland Rijnland een regionale coördinator nieuwkomersonderwijs aangesteld. Deze coördinator ondersteunt ISK’s bij knelpunten, stemt af met partners en monitort de instroom en uitstroom van nieuwkomers in de regio.
Door als onderwijs samen te werken met bedrijven en stadspartners kunnen we kinderen en jongeren beter voorbereiden op de arbeidsmarkt. In verschillende sectoren zijn tekorten, zoals onderwijs, zorg en techniek. We willen kinderen en jongeren laten zien waar hun talenten liggen en hoe zij deze kunnen inzetten voor maatschappelijke vraagtukken. Dat doen we door bij te dragen aan verschillende (tijdelijke) initiatieven, zoals MDT UniverCity, MDT Skill School, MDT Talent en Toekomst en Leren met de Stad. Ook stimuleren we de ontwikkeling van hybride onderwijs binnen het mbo. In 2026 gaat de wet 'Van School naar Duurzaam Werk' in. Door deze wet moeten mbo-instellingen en pro-vso –scholen inzetten op aanvullende loopbaanbegeleiding (zie ook de toelichting in de inleiding en doel 7C4).
De Maatschappelijke Diensttijd (MDT) in Leiden focust op talentontwikkeling, je netwerk vergroten en iets doen voor de maatschappij. Deze drie pijlers versterken de inzet op loopbaanoriëntatie, burgerschap en jongerenparticipatie. De gemeente Leiden is partner in drie MDT-projecten die OCW mogelijk maakt: Skills School, Talent en Toekomst en UniverCity. Skills School en Talent en Toekomst worden voortgezet in 2026. MDT UniverCity heeft na positieve ervaringen in 2022-2024 subsidie aangevraagd voor een vervolg voor de periode 2025 – 2027. Daarnaast heeft gemeente Leiden samen met partners een subsidie aangevraagd bij ZonMw die specifiek inzet op de borging van de huidige gezamenlijke MDT-initiatieven. Begin 2026 hebben we duidelijkheid of we hiermee verder kunnen.
Leren met de Stad is een initiatief vanuit de samenwerking Leiden Kennisstad (zie ook programma 3E1.2). Binnen Leren met de Stad zetten studenten van Hogeschool Leiden, mboRijnland en Universiteit Leiden hun kennis en ervaring in om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. Opdrachtgevers in de stad kunnen op hun beurt de kennis uit het onderwijs benutten. De huidige subsidieperiode loopt tot midden 2026. Hierna wordt de samenwerking tussen de partners verlengd voor de periode 2026-2029. Het komende jaar zal dan ook in het teken staan van deze doorontwikkeling, waarbij verder aangesloten wordt bij de thema's van Leiden Kennisstad. Vanuit Leren met de Stad wordt ook samengewerkt met het Leiden Healthy Society Center (LHSC). Zo worden vanuit het LHSC onderzoeksvraagstukken ingebracht die gaan over gezondheid en welzijn: onderwerpen waar studenten bij Leren met de Stad aan de slag kunnen tijdens hun onderzoeksproject. Ook denkt het LHSC actief mee in het themateam Gezondheid & Preventie van Leren met de Stad. Collega’s vanuit beide initiatieven trekken daarin samen op.
Ook in 2026 blijven we jongeren stimuleren om onderwijs te volgen en een startkwalificatie te behalen. Studentenwelzijn en aansluiting op de arbeidsmarkt zijn daarbij essentieel. Beide zijn speerpunten in het Leidse mbo-pijlerplan. In samenwerking met partners uit de brede sociale basis en de stedelijke jeugdaanpak ondersteunen we jongeren die tijdelijk extra hulp nodig hebben. Via jongerenwerk op school en initiatieven als Skills School zetten we in op het voorkomen van uitval en ongewenst gedrag. In 2026 zetten we deze aanpak onverminderd voort.
We werken met gemeenten in de regio, het onderwijs en het Doorstroompunt van het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL) samen aan een vernieuwde regionale aanpak Voortijdig Schoolverlaten. Het huidige VSV-programma is verlengd tot eind 2025 en sluit aan op de verwachte invoering van de Wet Van school naar duurzaam werk op 1 januari 2026 (zie toelichting in de inleiding). Deze nieuwe wet vergroot de doelgroep en versterkt onze opdracht jongeren duurzaam richting werk te begeleiden. Ook als een startkwalificatie niet de beste route is, helpen we jongeren aan perspectief op werk, bijvoorbeeld via praktijkleren of certificering. Het nieuwe VSV-programma (2026–2029) sluit aan op de levensfase van jongeren en kent vijf onderdelen: ondersteuning op het voortgezet onderwijs, de overstap of opstap naar het mbo, ondersteuning binnen het mbo, begeleiding bij schoolverlaten en het behouden of vinden van duurzaam werk. Deze aanpak sluit aan bij oorzaken van uitval én bij de nieuwe focus op doorlopende begeleiding. Zo houden we jongeren in beeld, ook na het verlaten van school.
Het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL) voert voor de gemeente Leiden en regiogemeenten binnen Holland Rijnland de Leerplichtwet en kwalificatieplicht uit. Inzicht in verzuim is de basis voor gesprekken met jongeren, ouders, en scholen. Elke basisschool in de gemeente heeft daarom een vaste verzuimconsulent; elke vo-school twee: één voor kortdurend en één voor langdurig verzuim en thuiszitters. Deze aanpak wordt breed gewaardeerd. We zetten met het RBL in op een blijvend goede samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp, het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en de samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet onderwijs.
De wet 'Terugdringen verzuim' treedt naar verwachting in werking vanaf schooljaar 2026/2027. De wet wil dat scholen ongeoorloofd verzuim sneller en consequenter melden. In onze regio gaan we echter verder: we brengen óók geoorloofd verzuim in beeld, terwijl de wet zich vooral richt op ongeoorloofd verzuim. Eventuele gevolgen voor onze werkwijze stemmen we regionaal af. In 2026 ligt de focus op systeeminrichting, regionale afstemming en voorbereiding van de uitvoering.
Effectindicator | Realisatie | Streefwaarden | Bron | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | |||
Doel 7C1 Gelijke kansen voor kinderen en jongeren | ||||||
7C1.a Aantal kinderen van 2,5 - 4 jaar dat heeft deelgenomen aan ve | 350 (2022) | 370 | 370 | 340 | 300 | Telgegevens VE-aanbieders |
Doel 7C4 Zo veel mogelijk leerlingen worden behouden voor het onderwijs en halen een startkwalificatie* | ||||||
7C4.a Absoluut verzuim per 1.000 leerlingen* | 4,4 (2022) | 9,0 | 9,0 | 9,0 | 9,0 | RBL |
7C4.b Relatief verzuim per 1.000 leerlingen** | 23 (2022) | 23 | 23 | 23 | 27 | RBL |
7C4.c Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie VO en MBO | 2,7% (2022) | 2,4% | 2,3% | n.t.b.*** | n.t.b.*** | RBL |
*De komende jaren wijzigt de wet- en regelgeving voor voortijdig schoolverlaten. Dat gebeurt waarschijnlijk met ingang van 2025-2026. Wij zullen de indicatoren dan herijken, aansluitend bij de nieuwe wetgeving en in overeenstemming met het beleid dat het RBL in Holland Rijnland voert.
**De stijging in het relatief verzuim van de afgelopen jaren is te verklaren doordat het RBL er bij scholen op aandringt om goed te melden. Dat inzicht is de basis over het gesprek over de oorzaken van het verzuim.
***Als gevolg van wetswijzigingen wordt de doelgroep vsv'ers v.a. medio 2025 uitgebreid naar 23 t/m 26 jaar. OCW levert in 2024-2025 streefcijfers aan, gebaseerd op het risico onder de populatie om de school zonder startkwalificatie te verlaten.