Doel | Prestaties |
6A1 Toedelen van Ruimte | 6A1.1 Opstellen kaderstellende visies voor de ruimtelijke ontwikkeling van regio, stad en stadsgebieden |
6A1.2 Stimuleren ruimtelijke initiatieven en ruimtelijke kwaliteit | |
6A1.3 Opstellen en actualiseren ruimtelijk instrumentarium | |
6A1.4 Implementatie Omgevingswet | |
6A2 Ruimtelijke kwaliteit van de bebouwde ruimte | 6A2.1. Behandelen verzoeken om omgevingsvergunning |
6A2.2. Het voeren van vooroverleg | |
6A3 Veilig bouwen en veilig gebruiken van bebouwde ruimte | 6A3.1 Toezicht en handhaving op veilig bouwen en gebruiken |
Met kaderstellende visies geven we aan hoe de maatschappelijke en transitieopgaven, zoals de energietransitie, een plek krijgen in de regio en de stad. Deze gebieden – en de ruimtelijke ontwikkeling daarvan - grijpen op elkaar in. Daarom is regionale samenwerking van groot belang. Leiden werkt samen met andere gemeenten en de regio Holland Rijnland, van agendering van regionale en Leidse opgaven op provinciale en landelijke tafels, tot aan realisatie.
De dynamiek in het ruimtelijk domein vraagt steeds om aanpassingen van beleid. Nieuwe inzichten over bijvoorbeeld ruimtegebruik, en wijzigend beleid van hogere overheden, zoals herzieningen van het provinciale Omgevingsbeleid, vragen om wendbaarheid op lokaal niveau.
Lokaal werken we aan de ruimtelijke vertaling van nieuwe beleidsambities, -ontwikkelingen en -inzichten in de Omgevingsvisie en de andere instrumenten van de Omgevingswet. Uitgangspunt is de bestaande kwaliteiten en kansen, en de verschillen in fysieke kenmerken en functies van de stadsgebieden.
Onze inspanningen bij kaderstellende visievorming variëren enerzijds van verkennen, agenderen, prioriteren en afstemmen. Anderzijds werken we aan het versterken van samenwerkingen door gesprekken met bewoners, partijen in de stad, de buurgemeenten, allianties, de provincie, het rijk en ketenpartners. We hebben hierbij oog voor samenhang en de doorwerking van ambities naar de verschillende instrumenten van de Omgevingswet. We werken aan kaderstellende visies die voldoen aan de eisen van de Omgevingswet en die vindbaar zijn in het Omgevingsloket. Dit is een voortdurend proces.
We zorgen voor de vertaling van het beleid van hogere overheden in het lokale beleid, en brengen andersom bij zowel Rijk als provincie onze vastgestelde visies, beleid en andere relevante gemeentelijke en regionale informatie in. Het gaat hier om de Omgevingsvisie Leiden 2040, de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland (ROA Holland Rijnland), de Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland (RIA Holland Rijnland), de Regionale Energiestrategie, de Regionale Woonagenda, de Regionale Mobiliteitsstrategie en Samenwerken in de Westflank. Hiermee geven we richtinggevende kaders mee aan de brede ontwikkeling van de stad en regio.
Naar verwachting werken we in 2026 in ieder geval aan de volgende onderwerpen:
Lokaal werken we aan de actualisering van de lokale richtinggevende kaders, zoals de Omgevingsvisie Leiden 2040.
We werken mee aan nieuwe plannen en initiatieven in de stad die de ruimtelijke ontwikkeling versterken en die passen bij onze visie en doelstellingen. Via documenten zoals de Omgevingsvisie, ontwikkelperspectieven en gebiedsvisies geven we richting én ruimte om onze stadsdoelen te bereiken.
Soms past een idee of schetsplan niet direct binnen het bestaande beleid of het omgevingsplan. In die gevallen kijken we – in de geest van de Omgevingswet – of en hoe we toch kunnen meewerken. Als een initiatief bijdraagt aan de doelen van de gemeente, haalbaar lijkt én goed past in de omgeving, kan het in aanmerking komen voor verdere uitwerking.
We beoordelen zulke plannen globaal, op basis van de afspraken in het beleidsakkoord. Onze inzet van ambtelijke capaciteit richten we vooral op gebiedsontwikkelingen en projecten waarbij we meerdere doelen tegelijk kunnen realiseren.
Met ruimtelijke kwaliteit bedoelen we hoe mensen de leefomgeving ervaren. Dit gaat onder andere over welstand, beeldkwaliteit en architectuur. We werken aan reguliere updates van het Welstandsbeleid en voeren het gesprek hierover met de omgeving. Ook werken we nauw samen met het Rijnlands Architectuur Platform (RAP). Het RAP organiseert activiteiten en gesprekken over ruimtelijke kwaliteit en betrekt de stad daarbij. De gemeente subsidieert het RAP structureel. Voor de periode 2023-2027 is subsidie toegekend. In het najaar van 2025 wordt het programma voor 2026 vastgesteld.
De kwaliteit van onze stad is belangrijk. We zorgen zelf voor een aantrekkelijke én betaalbare inrichting van de openbare ruimte. Hiervoor gebruiken we het Handboek Openbare Ruimte, dat ons helpt bij het goed inrichten en aanpassen van straten, pleinen en parken.
Ook stimuleren we ontwikkelaars en eigenaren om te investeren in goede gebouwen. Bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen sturen we soms mee in de keuze van architecten. Onze stedebouwkundig supervisor speelt daarbij een belangrijke rol.
Binnen de gemeentelijke organisatie zorgen we ervoor dat er actief contact is tussen de gemeente en de buitenwereld: bewoners, ondernemers en andere betrokkenen. Ook regionale samenwerking, ruimtelijke kwaliteit van projecten en goede communicatie en participatie blijven belangrijke aandachtspunten.
Een effectieve implementatie van de Omgevingswet vraagt nog jaren tijd en aandacht. Dat doen we in Leiden stap voor stap, samen met de stad. Dit geldt ook voor de inrichting van de instrumenten van de Omgevingswet: de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, en de omgevingsprogramma’s. Alle instrumenten worden gepubliceerd en ontsloten via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Daar zijn nieuwe werkprocessen voor nodig.
Voor 1 januari 2027 moeten we onze Omgevingsvisie volgens de standaard opgenomen hebben in het DSO. Dat betekent dat de visie digitaal beschikbaar moet zijn in het landelijke systeem (DSO), gestructureerd volgens landelijke standaarden. Daarnaast werken we in 2026 en de jaren daarna aan de actualisering Omgevingsvisie Leiden 2040. Dat vraagt om een analyse van ons ruimtelijk beleid uit de huidige Omgevingsvisie en leidt mogelijk tot het opnieuw maken van keuzes. Ook vertalen we nieuwe beleidsambities, -ontwikkelingen en -inzichten ruimtelijk in de Omgevingsvisie. Daarbij spelen we in op verschillen binnen de stad met gebiedsgerichte kaders die rekening houden met de kwaliteiten, fysieke kenmerken en de functies in een gebied. Volgens de beleidscyclus houden we de Omgevingsvisie actueel door de visie regelmatig te wijzigen. Dit wordt na publicatie in het DSO een voortdurend proces.
Bij het werken met de Leidse Omgevingsvisie heeft de gemeenteraad een kaderstellende rol. Opnieuw te maken keuzes en voorgestelde wijzigingen worden aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd.
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet is automatisch het Omgevingsplan-van- rechtswege ontstaan. Dit Omgevingsplan bestaat uit de voormalige bestemmingsplannen, de Verordening afvoer hemelwater en grondwater en een set rijksregels in de zogenaamde 'Bruidsschat'. Bestaande regels en verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en die niet automatisch opgaan in het Omgevingsplan-van-rechtswege, blijven tot ze zijn overgezet naar het Omgevingsplan van kracht. Sinds 1 januari 2024 worden vergunningaanvragen getoetst aan het Omgevingsplan. Wijziging van ruimtelijke regels betekent nu ook een wijziging van het Omgevingsplan.
De komende jaren werken we aan harmonisatie van de bestaande regels op thema en gebied zodat het Leidse Omgevingsplan één geheel vormt en is gepubliceerd in het DSO. Eind 2031 moet het complete Leidse Omgevingsplan gereed zijn. Om deze termijn te halen werken we gedurende de transitieperiode aan het overzetten van bestaande juridische regels. Dit houdt in dat we afwegen of de regels voldoen aan de nieuwe wettelijke eisen. Hierbij zorgen we ook dat de regels begrijpelijk en goed raadpleegbaar zijn in het Omgevingsloket. Het overzetten gebeurt de komende jaren via grote wijzigingsbesluiten door de gemeenteraad. Voor de organisatie betekent dit een intensief traject om alles over te zetten naar het Omgevingswetinstrument.
Een omgevingsprogramma bestaat uit concrete maatregelen die nodig zijn om de ambities uit de Omgevingsvisie Leiden 2040 te bereiken voor een specifiek thema of gebied. Het college van burgemeester en wethouders stelt een omgevingsprogramma vast. In Leiden hebben we nu het Omgevingsprogramma Geluid en het Volkshuisvestingsprogramma (juni 2025 vastgesteld). Ook wordt gewerkt aan een Omgevingsprogramma Binnenstad (in opbouw zomer 2025). In 2026 en verder volgen er meer op thema en gebied.
Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. De ambities van deze landelijke wet zijn minder regels en meer ruimte voor lokale afweging en initiatieven. Het motto ‘ja, mits…’ in plaats van ‘nee, tenzij…’ vraagt om een verandering van organisatie en bestuur, bij vergunningaanvragen, bij besluiten door college en raad, en in de samenwerking met de stad aan behoud en vernieuwing Sleutelwoorden daarbij zijn integraal, samen, zaakgericht, en met een houding die past bij de geest van de wet: initiatieven mogelijk maken, binnen de gestelde kaders.
De implementatie van de Omgevingswet wordt op een programmatische wijze uitgevoerd. In de transitiefase richting 2032 werken we toe naar het volgende tussendoel op de datum van 1 januari 2027: dan is Leiden Omgevingswetproof.
Omgevingswetproof houdt in dat we allemaal werken volgens de systematiek van de Omgevingswet: bestuur, beleidsafdelingen en ruimtelijke ordening, projectmanagers en vergunningverleners. Samen leren we stap voor stap werken met deze nieuwe wet, volgens nieuwe werkwijzen. Om deze mijlpaal te halen zijn concrete doelen geformuleerd voor 1 januari 2027, te weten:
Het realiseren van deze doelstellingen vraagt om doorontwikkeling van nieuwe werkwijzen, instrumenten, en learning on the job voor alle betrokkenen, ambtelijk en bestuurlijk.
Het einde van de wettelijke transitieperiode is eind 2031. Dan moet het Leids Omgevingsplan gereed zijn en moet al het ruimtelijk beleid zijn opgenomen in de Omgevingswet-instrumenten. Door uitstel van inwerkingtreding van de wet en verlenging van deze periode heeft de lijnorganisatie tot en met 2028 extra inzet nodig. Het streven is deze extra inzet vanaf 2029 niet meer nodig te hebben.
We streven er naar de wettelijke termijn te halen. Dit doen we langs vier lijnen:
Tot 2027 bewaakt het Programma Leiden 2040 de samenhang en het samenspel tussen de verschillende activiteiten en projecten in het kader van de implementatie van de Omgevingswet. In 2026 wordt de begeleiding verder afgebouwd, en neemt de lijnorganisatie de nog lopende activiteiten volledig over.
Het behandelen van aanvragen omgevingsvergunningen is een wettelijke taak van de gemeente. De aanvragen behandelen we op een juridisch correcte, transparante wijze, binnen de wettelijke termijnen. Zodra blijkt dat een aanvraag niet voldoet aan het geldende ruimtelijk kader, beoordelen we of we alsnog medewerking kunnen verlenen.
De invoering van de Omgevingswet heeft gevolgen gehad voor de vergunningverlening. Verkorting van wettelijke termijnen vraagt om duidelijke regels, goede stroomlijning van werkprocessen binnen de gemeente en intensievere samenwerking met regionale ketenpartners zoals de omgevingsdienst. Gelijktijdig met de Omgevingswet is ook een klein gedeelte van de Wet Kwaliteitsborging ingegaan. Essentie van deze wet is dat de bouwtechnische toets en het bouwtechnische toezicht van gemeenten in fasen overgeheveld is naar marktpartijen. De eerste fase gaat vooral om kleine bouwwerken en seriematige grondgebonden nieuwbouwwoningen. De impact van deze eerste fase op de vergunningverlening in Leiden is beperkt.
De kosten van de vergunningverlening (en het bouwtoezicht) dekken we deels met de legesopbrengsten en deels vanuit de algemene middelen.
Ook in 2026 voert de gemeente vooroverleg met initiatiefnemers van bouwplannen in de stad, via één van twee verschillende ‘loketten’.
Het intaketeam houdt zich bezig met grotere en complexere bouwinitiatieven van projectontwikkelaars, waarvan verwacht wordt dat deze in latere planfasen gecoördineerd moeten worden door het gemeentelijke Projectbureau.
Conceptverzoeken voor kleinere en middelgrote bouwinitiatieven, waarvoor later geen coördinatie vanuit het Projectbureau nodig is, worden besproken aan de initiatieftafel. Dit is een goed middel om de burger of professional met een bouwinitiatief te begeleiden richting een vergunbare aanvraag wanneer het niet direct duidelijk is of de vergunningaanvraag kansrijk is. Of om, als een vergunningaanvraag geen enkele kans van slagen heeft, hierover zo snel mogelijk duidelijkheid te geven. Zo voorkomen we dat onnodig tijd en geld geïnvesteerd wordt in een onhaalbaar (bouw)plan, zowel door de initiatiefnemer als door de gemeente. Het conceptverzoek/de initiatieftafel biedt meer ruimte om reacties uit de omgeving van het initiatief in de planvorming te betrekken dan na het indienen van een aanvraag. Een goed doorlopen conceptverzoek met positief resultaat biedt ook de mogelijkheid voor snellere vergunningverlening.
Op 1 januari 2024 is de eerste fase van Wet Kwaliteitsborging voor de bouw in werking getreden als onderdeel van de invoering van de Omgevingswet. Deze wet geldt voor de nieuwbouw van kleine bouwplannen en de nieuwbouw van grondgebonden seriematige woningbouw. Bij dit type bouwplannen is de technische toetsing en het technisch toezicht naar de marktpartijen gegaan. De gemeente controleert nog wel of de toetsing heeft plaatsgevonden. We hebben tot nu toe slechts 6 mogelijke WKB aanvragen ontvangen, die alle niet als WKB melding in proces zijn genomen.
In 2026 blijven wij volgens het Leids protocol toezicht houden op de uitvoering van de Omgevingsvergunningen. Prioriteit blijft liggen op constructieve veiligheid, brandveiligheid en omgevingsveiligheid. Jaarlijks wordt een nadere prioritering vastgelegd in het uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving.