Ga naar boven
Home / Beleidsbegroting / Programmaplan / Stedelijke ontwikkeling / Beleidsterrein 6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

Beleidsterrein 6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

Het beleidsterrein ruimtelijke planvorming is er op gericht om met goede plannen te bouwen aan de duurzame stad van morgen met goede woon-, werk- en leefruimte voor alle Leidenaren. Om de doelen op het gebied van duurzame verstedelijking te halen wordt in 2019 de Omgevingsvisie Leiden 2040 opgesteld. Samen met partners en de stad zal deze visie tot stand komen. Ook wordt in 2019 met de buurgemeenten doorgewerkt aan de Omgevingsvisie Hart van Holland om de afspraken die zijn vastgesteld in de ‘Agenda voor de Omgevingsvisie Hart van Holland’ verder te concretiseren. De ontwikkeling van een gebiedsgericht kader zal verder vorm krijgen door de oplevering van het ontwikkelperspectief Zuidwest.

De implementatie van de Omgevingswet die 2021 in werking zal treden is ook in 2019 een belangrijke activiteit. Met pilots en projecten wordt onder andere aandacht gegeven aan processen en organisatie die bij de Omgevingswet horen, nieuw instrumentarium van de wetgeving, integraal werken en nieuwe vormen van participatie en communicatie.

De bebouwde ruimte moet ook veilig tot stand komen en veilig gebruikt kunnen worden. De gemeente is in dit verband ook verantwoordelijk voor toezicht en handhaving. Het instrument voor het uitoefenen van toezicht en handhaving op het behoud, het gebruik en de verbetering van de kwaliteit van de bebouwde omgeving hoort ook tot dit beleidsterrein.

De ruimtelijke ontwikkeling om te zorgen voor een aantrekkelijke binnenstad komt tot uitdrukking in de prestaties Aalmarkt, Wonen boven winkels, Stationsgebied en de Meelfabriek. Stuk voor stuk belangrijke en beeldbepalende projecten voor de stad waaraan volop en dagelijks zichtbaar wordt gewerkt. De belangrijkste ontwikkelingen en resultaten voor 2019 worden genoemd.

Doelen en prestaties bij 6A Ruimtelijke planvorming en plantoetsing

Doel

Prestatie

6A1 Toedelen van Ruimte

 

 

 

6A1.1 Opstellen kaderstellende visies voor de ruimtelijke ontwikkeling van regio, stad en stadsgebieden

6A1.2 Stimuleren ruimtelijke initiatieven en ruimtelijke kwaliteit

6A1.3 Opstellen en actualiseren ruimtelijk instrumentarium

6A1.4 Implementatie Omgevingswet

6A2 Ruimtelijke kwaliteit van de bebouwde ruimte

 

6A2.1. Behandelen verzoeken om omgevingsvergunning

6A2.2. Het voeren van vooroverleg

6A3 Veilig bouwen en veilig gebruiken van bebouwde ruimte

6A3.1 Toezicht en handhaving op veilig bouwen en gebruiken

6A4 Aantrekkelijke binnenstad door ruimtelijke ontwikkeling

 

 

 

6A4.1 Uitvoeren Aalmarktproject

6A4.2 Wonen boven winkels

6A4.3 Ontwikkeling stationsgebied

6A4.4 Ontwikkeling Meelfabriek

Prestatie 6A1.1 Opstellen kaderstellende visies voor de ruimtelijke ontwikkeling van regio, stad en stadsgebieden
Het gaat goed met Leiden, maar er liggen ook grote opgaven waar het gaat om energie en klimaat, sociale inclusiviteit en woonruimte. Het college wil voortvarend werken aan een duurzame stad waar goede woon-, werk- en leefruimte is voor alle Leidenaren. Om doelen op het gebied van duurzame verstedelijking te halen wordt in 2019 onder andere gewerkt aan een aantal kader stellende visies.

In 2019 wordt een Omgevingsvisie voor Leiden opgesteld. De Omgevingsvisie Leiden 2040 is één van de belangrijkste sturingsmiddelen voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Dit strategische kader voor de lange termijn gaat over de gehele fysieke leefomgeving; hoe wij omgaan met bouwwerken, bodem, lucht, landschappen, erfgoed, water, biodiversiteit, etc. Een dergelijke strategische samenhangende aanpak is van belang bij het sturen op de duurzame stedelijke ontwikkeling van Leiden. Het geeft voor initiatiefnemers, burgers en gemeente zelf richting. Ook het proces om te komen tot de Omgevingsvisie Leiden 2040 is belangrijk. In dit proces formuleren we mét partners en de stad gezamenlijke doelen voor de ontwikkeling van de stad en creëren we een basis om gezamenlijk aan deze doelen te werken. De Omgevingsvisie moet daarom vooral ook aansprekend en uitdagend zijn voor initiatiefnemers. De planning is dat voor de zomer van 2019 de eerste versie van de Omgevingsvisie Leiden 2040 vastgesteld kan worden door de raad.

We werken voor de Omgevingsvisie op meerdere niveaus. Met 9 buurgemeenten is in 2017 reeds de ‘Agenda voor de Omgevingsvisie Hart van Holland’ vastgesteld. Deze ‘agenda’ is een gedeeld vertrekpunt voor de lokale Omgevingsvisies waarbij er afspraken zijn gemaakt over de fysieke ontwikkeling van deze regio. Deze regionale afspraken vormen een basis voor de Omgevingsvisie Leiden 2040. Ook in 2019 zal met de 9 buurgemeenten door gewerkt worden aan de Omgevingsvisie Hart van Holland en het concretiseren van afspraken en daarmee de Agenda.

In 2019 wordt ook het ontwikkelperspectief (OP) Zuidwest opgeleverd als kader voor Leiden Zuidwest. Het OP Zuidwest is een pilot om een gedetailleerder gebiedsgericht kader te ontwikkelen voor initiatieven in de wijk en stads brede opgaven te vertalen naar de wijk. Tegelijk voedt het proces op wijkniveau de keuzes die in de Omgevingsvisie Leiden 2040 gemaakt worden. De planning van het Ontwikkelperspectief Zuidwest loopt daarom gelijk op met de Omgevingsvisie. Hierop volgende gebiedsgerichte uitwerkingen (bijvoorbeeld de Mors omdat vanwege het relatief grote aantal huidige ontwikkelingen in de wijk en een aantal stedelijke opgaven op gebied van duurzaamheid, leefbaarheid en beheer en onderhoud die hier spelen, er behoefte is aan meer gebiedskader voor deze wijk ) worden in principe pas na het vaststellen van de Omgevingsvisie Leiden 2040 vastgesteld. In 2018 is de voorbereiding gestart voor het OP Mors. Dat zal in 2019 worden voortgezet op basis van de geleerde lessen van het OP Zuidwest.

Prestatie 6A1.2 Stimuleren ruimtelijke initiatieven en ruimtelijke kwaliteit
Aan nieuwe ruimtelijke initiatieven in de stad willen we graag meewerken. Bij een plan in de idee- of schetsfase dat niet binnen het bestaand beleid of een bestaand bestemmingsplan past kijken we of we dit initiatief kunnen faciliteren. De beoordeling van deze initiatieven vindt plaats op hoofdlijnen ten behoeve van besluitvorming door het ambtelijk management. Kern van het besluit is of een initiatief in principe wel of niet kansrijk wordt geacht en past binnen de omgeving en in aanmerking kan komen voor een vervolgaanpak en verdere uitwerking.

De Gemeente Leiden heeft met belangstelling kennis genomen van het initiatief Architectuurparels voor Leiden. Het toevoegen van een culturele component aan de stadstransformatie wordt aantrekkelijk geacht. De hoeveelheid voorgestelde parels is voor de Gemeente geen doel op zich. De Gemeente vraagt de initiatiefnemers om binnen de beleidslijnen van Erfgoed, Grondprijzen, Mobiliteit en Ruimtelijke Kwaliteit tot resultaat te komen. Zelf doen is devies voor de initiatiefnemer, waarbij deze helder van alle randvoorwaarden en uitgangspunten op de hoogte moet worden gebracht. De Gemeente zal daartoe voor een gemeentelijk aanspreekpunt zorgen.

Onder de noemer stimulering ruimtelijke kwaliteit vallen beleid en acties die betrekking hebben op de beleving van de leefomgeving. In de praktijk betreft dit met name de aspecten welstand, beeldkwaliteit en architectuur. De gemeente heeft met het Rijnlands Architectuur Platform (RAP) een subsidierelatie. Met het door het RAP georganiseerde programma wordt de belangstelling voor architectuur en leefomgeving voor een breed publiek in de regio gestimuleerd. Vanuit de gemeente zullen wij ons nadrukkelijk blijven bezighouden met de ruimtelijke kwaliteit van de stad en zo mogelijk met de selectie van architecten bij grotere/belangrijkere ruimtelijke ontwikkelingen. Het stimuleren van ruimtelijke kwaliteit is ook een van de taken van Hilde Blank, de stadsstedenbouwer. Voor de totstandkoming van de Omgevingsvisie heeft Hilde Blank een traject opgezet met ‘stadsmakers’ om zo tot een advies te komen hoe de grote opgaven voor Leiden tot een nieuwe kwalitatieve leefomgeving leiden.

Prestatie 6A1.3 Opstellen en actualiseren ruimtelijk instrumentarium
Per juli 2013 zijn alle bestemmingsplannen geactualiseerd. Ze werden tot op heden blijvend om de 10 jaar geactualiseerd, mede vanwege de wettelijke actualisatieplicht.

Op 1 juli 2018 is die actualisatieplicht vervallen voor bestemmingsplannen die digitaal beschikbaar zijn op www.ruimtelijkeplannen.nl (28 juni 2018, Stb. 2018, 203). Het doel van het afschaffen van de actualisatieplicht is, dat de vrijkomende middelen worden ingezet op de voorbereidingen van één gemeentelijk omgevingsplan in aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2021. De vrijkomende capaciteit zal daarop dan ook worden ingezet. Het omgevingsplan vervangt de bestemmingsplannen en (delen van) een aantal gemeentelijke verordeningen. Het omgevingsplan zal ook op meer onderwerpen betrekking hebben dan nu de bestemmingsplannen, denk bijvoorbeeld aan duurzaamheid, gezondheid, milieu en cultureel erfgoed.

Prestatie 6A1.4 Implementatie Omgevingswet
In 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Het motto van de wet is: 'ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit'. Het motto is vertaald in twee maatschappelijke doelen:

  • Een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit bereiken en in stand houden.
  • De fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen.

Om deze maatschappelijke doelen te halen zijn er vier verbeterdoelen geformuleerd. De verbeterdoelen zijn:

  • De inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht vergroten.
  • De fysieke leefomgeving samenhangend benaderen.
  • De bestuurlijke afwegingsruimte voor de fysieke leefomgeving vergroten.
  • De besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving versnellen en verbeteren

De gemeente Leiden werkt sinds 2016 aan de implementatie van de Omgevingswet. In 2016 is een strategische visie geschreven en zijn er implementatie middelen vrijgemaakt, De implementatie van de Omgevingswet kent sindsdien de volgende zes thema’s: bestuurlijke keten, instrumenten Omgevingswet, processen en organisatie, digitalisering, integraal werken, participatie en communicatie. De implementatie van de Omgevingswet is een gemeentebrede taak en verantwoordelijkheid. In verschillende clusters worden projecten en pilots opgepakt. De coördinatie vindt plaats vanuit het Programma Leiden 2040 met een programmaorganisatie. Deze programmaorganisatie houdt de doelen scherp en houdt de landelijke ontwikkelingen in het vizier. Daarvoor vindt er deelname plaats aan werkgroepen vanuit de VNG en landelijke platforms. Er vindt kennisdeling plaats met primair de 10 gemeenten uit Hart van Holland en verschillende ketenpartners zoals de GG&GD, Hoogheemraadschap van Rijnland, Omgevingsdienst, Veiligheidsregio, Rijkswaterstaat, Provincie Zuid Holland. Tezamen worden ook projecten opgepakt wanneer dit synergie biedt.

In 2019 worden de volgende pilots en projecten uitgevoerd onder de desbetreffende thema’s:

  • Bestuurlijke keten: het meenemen van college en raad in ontwikkeling van het nieuwe instrumentarium
  • Instrumenten Omgevingswet: ontwikkelen Omgevingsvisie (medio 2019), ontwikkelen ontwikkelperspectief (OP) Zuidwest (medio 2019), voorbereiding OP Mors, voorbereiding Omgevingsplan (2021) d.m.v. zoals Bestemmingsplannen Verbrede Reikwijdte (BVR’s) voor Leiden Noord en de Rooseveltstraat
  • Processen en organisatie: o.a. project Gegevenskwaliteit, project Dataverzameling, project Werken in gedachtegoed Omgevingswet (houding en gedrag medewerkers, o.a. door Omgevingsspel), pilots Regelluwe Zones (o.a. Diamantplein), LEAN trajecten voor vergunningverlening
  • Digitalisering: o.a. digitalisering vergunningen systeem (VTH)
  • Integraal werken: intensivering gebiedsgericht werken in o.a. Leiden Zuidwest, Mors, Leiden Noord
  • Participatie en communicatie: (door) ontwikkeling participatiehandvatten/ participatieprotocol voor initiatieven van derden

Prestatie 6A2.1. Behandeling verzoeken van omgevingsvergunningen
Met de behandeling van de aanvragen van omgevingsvergunningen geeft de gemeente uitvoering aan een wettelijke taak. De aanvragen voor omgevingsvergunningen behandelen we op een juridisch correcte, transparante wijze, binnen de wettelijke termijnen. Zodra blijkt dat een aanvraag niet voldoet aan het geldende bestemmingsplan, beoordelen we of we alsnog medewerking kunnen verlenen.
Rond de Wabo-omgevingsvergunningen gaat in de toekomst veel veranderen. Met ingang van 2021 zal de Omgevingswet ingevoerd gaan worden. De verwachting is dat de wetgever meer algemene regels zal laten gelden waardoor de vergunningplicht verkleint. Ook de technische Bouwbesluittoets en het technisch bouwtoezicht zullen dan waarschijnlijk wijzigen; niet langer een gemeentelijke taak meer maar een taak en verantwoordelijkheid voor de markt. En daar waar de vergunningplicht is gehandhaafd zal nog meer dan nu al het geval is, gevraagd worden om een actieve interactie met de directe omgeving van het bouwinitiatief, niet alleen van de kant van de gemeente maar zeker ook door de initiatiefnemer zelf.
De kosten van de vergunningverlening dekken we deels met de legesopbrengsten en deels vanuit de algemene middelen. Leiden is voor de kleine bouwplannen de goedkoopste gemeente van Nederland. Het college kiest ervoor om de tarieven ongemoeid te laten opdat onze inwoners zich uitgenodigd weten te blijven investeren in hun woning. Dat neemt niet weg dat er een noodzaak is de realisatie van de legesopbrengsten een opwaartse impuls te geven. We hopen dat in 2019 te kunnen bereiken door van meer bouwplannen de bouwsom, grondslag voor de legesberekening, extern te laten toetsen door een onafhankelijk bouwkostenadviesbureau.
Blijkt dat te weinig soelaas te bieden dan zullen wij in de begroting 2020 moeten voorstellen de tarieven te verhogen.

Prestatie 6A2.2 Het voeren van vooroverleg
Het vooroverleg is een goed middel om de burger met een bouwinitiatief waarvan niet onmiddellijk valt aan te geven dat de vergunningaanvraag kansrijk is, te begeleiden richting een vergunbare aanvraag.  Of, indien een vergunningaanvraag geen enkele kans van slagen zal hebben, hierover zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen. Zo voorkomen we ook dat onnodig tijd en geld geïnvesteerd wordt in een onhaalbaar bouwplan, zowel aan de kant van de burger met een bouwinitiatief als aan de kant van de gemeente.
Het vooroverleg biedt wat ruimer gelegenheid om reacties uit de omgeving van het bouwinitiatief in de planvorming te betrekken dan na het indienen van een aanvraag. Een goed doorlopen vooroverleg met positief resultaat biedt ook zicht op sneller kunnen vergunnen.

Prestatie 6A3.1 Toezicht en handhaving op veilig bouwen en gebruiken
Deze prestatie omvat de volgende punten:

  • Uitoefenen van toezicht op de uitvoering van omgevingsvergunningen conform het leidse toezichtprotocol welke een afgeleide is van het landelijke toezichtprotocol
  • Actieve handhaving tegen en controle op illegale woonsituaties
  • Onderzoeken van klachten en meldingen

Er wordt toezicht en handhaving uitgevoerd op de uitvoering van omgevingsvergunningen. De toezichthouder treedt hierin op als regisseur en draagt zorg voor de (bouw)veiligheid op en rondom de bouwplaats. Daar waar nodig wordt (externe) partners om advies gevraagd bij de uitoefening van deze regietaak. Indien nodig wordt handhavend opgetreden. De gemeente en haar partners gaan proactief en/of actief controleren op en handhavend optreden tegen illegale woonsituaties. Onveilige situaties of situaties die de kwaliteit van de woonomgeving aantasten worden op deze manier tegengegaan. Er wordt actief gehandeld bij klachten en/of meldingen van burgers in de stad. Klachten/meldingen worden altijd onderzocht en waar nodig wordt handhavend opgetreden. Handelen vindt plaats op basis van prioriteit, waarbij de prioritering van het VTH beleidsplan( RV 15.048) als leidraad voor de prioritering wordt aangehouden:

  1. Constructieve veiligheid
  2. Brandveiligheid
  3. Monumenten
  4. Klachten, meldingen en handhavingsverzoeken
  5. Beleidspeerpunten: terrassen, overlast (verkamering en woonoverlast) en gevelreclame

Prestatie 6A4.1 Uitvoeren Aalmarktproject
De herontwikkeling van de Aalmarkt en omgeving zorgt voor de noodzakelijke versterking en uitbreiding van het kernwinkelgebied, zoals de gemeente dat voor ogen heeft met het Programma Binnenstad. Het Aalmarktproject omvat de herontwikkeling van 24.000 m² winkeloppervlak, waarvan 8.000 m² uitbreiding en 16.000 m² renovatie. Rekening houdend met de monumenten in het gebied is, aansluitend op de Catharinabrug, de Catharinasteeg gerealiseerd. Hierdoor is een winkelrondje ontstaan die voor een verbetering van het winkelcircuit zorgt tussen Breestraat en Aalmarkt en hebben enkele grote winkelformules haar plek gekregen. Op een aantal plekken zijn boven de winkelpanden appartementen gekomen. Het laatste blok binnen het Aalmarktproject, het Haarlemmerstraatblok is in uitvoering gebracht voor een grote internationale modezaak. Het casco zal naar verwachting eind 2019 worden opgeleverd.

Prestatie 6A4.2 Wonen boven winkels
Eind 2012 is gestart met de stimuleringsregeling wonen boven winkels, onderdeel van het programma Binnenstad. Het doel van deze regeling is om private eigenaren te stimuleren leegstaande verdiepingen boven winkels weer in gebruik te nemen als woonruimte. De ambitie was om met het budget van € 1 miljoen, vijftig à zeventig woningen te laten realiseren. Hoewel het proces om de doelen te realiseren door ingewikkelde procedures en omgevingsfactoren langer duurt dan aanvankelijk ingeschat, kan worden gesteld dat er vanuit de markt voldoende interesse is en het project succesvol is. In 2016 is daarom ook besloten om het project voort te zetten tot eind 2017. Inmiddels is een voorstel in de maak om het project opnieuw te verlengen zodat het ook doorloopt in 2019. Tot op heden zijn er met het gehele project Wonen Boven Winkels 86 woningen gerealiseerd. Daarnaast zijn er op dit moment 8 projecten in voorbereiding. Met deze 8 projecten zouden circa 66 woningen gerealiseerd kunnen worden.

Prestatie 6A4.3 Ontwikkeling Stationsgebied 
Het Stationsgebied met Leiden CS is het belangrijkste OV-knooppunt in de regio waar ruimte is en wordt gemaakt voor het duurzaam verdichten in een optimale centrum-stedelijke mix van wonen, werken, ontspannen, reizen en ontmoeten. Het Stationsgebied wordt getransformeerd tot een levendige stationswijk en verbindt de historische binnenstad en het Bio Science Park uiteindelijk met elkaar tot een bereikbaar en samenhangend geheel. Het is mede gelet op de grote verstedelijkingsopgave in de Leidse regio van groot belang om in de komende jaren met marktpartijen en bewoners samen de integrale gebiedsontwikkeling voortvarend door te zetten. Het Kaderbesluit met onder andere het stedenbouwkundig plan is in 2012 opgesteld als een helder en flexibel kader om richting te geven aan toekomstige ontwikkelingen. De ruimtelijke en programmatische principes vormen 6 jaar na vaststelling nog steeds de basis voor de doorontwikkeling van het Stationsgebied. De gefaseerde ontwikkeling van de huidige locaties zijn een bewijs van het adaptief vermogen binnen het masterplan. De aanwijzing enige jaren terug door de provincie van de locatie van het station Leiden Centraal als prioritaire ontwikkellocatie voor kantoorbouw in noordelijk Zuid-Holland, maakt het mogelijk op de locatie het beoogde kantoorprogramma te realiseren. Een locatie die mede het gebruik van het OV bevorderd.

Daarnaast maakt de kwalitatieve en kwantitatieve woningnood het noodzakelijk de geprogrammeerde woningbouw op deze locatie met voortvarendheid te ontwikkelen. Conform het Beleidsakkoord is het logisch hier woningen te realiseren gericht op centrum-stedelijke doelgroepen met andere mobiliteitsvoorkeuren dan alleen de auto. Het parkeerbeleid dat dit mogelijk moet gaan maken zal aan de gemeenteraad voorgelegd gaan worden. De markt heeft de ontwikkeling van het stationsgebied voortvarend opgepakt. Die investeringsbereidheid ziet het college ook in de nog uit te geven ontwikkellocaties. Maar, er moet ook ruimte zijn voor adaptie van nieuwe inzichten op basis van recente ontwikkelingen. Naar aanleiding van de ontwikkelingen in de afgelopen periode zoals definitieve locatiekeuze busstation, het collegeakkoord en de Duurzaamste Kilometer van Nederland, zal het college het Masterplan de komende tijd in participatie verder gaan verrijken. Met name op gebied van OV / mobiliteit, verduurzaming, parkeren en sociale woningbouw. Naar de stellige overtuiging van ons college kan dit door een beleidsmatige en praktische verrijking op de fundamenten van het masterplan van 2012. Het college zal de raad de partiële update van het Masterplan in de tweede helft van 2019 voorleggen.

Dit staat de lopende ontwikkelingen niet in de weg en zal dus geen vertraging opleveren in de ontwikkeling van het stationsgebied. Vertraging zou ook niet uit te leggen zijn in het licht van de noodzaak aan vergroening, verduurzaming, woningbouw en betere accommodatie van de reizigers per openbaar vervoer.

Op de volgende punten wordt hierna ingegaan:

  • Lorentz
  • Rijnsburgerblok (ontwikkelkavels 3 en 4)
  • De Geus
  • Busterminal
  • Fietsparkeren
  • Gebiedsmarketing, participatie en verduurzaming

Bouw Lorentz

De bouw van Lorentz fase 1 is het eerste project in de herontwikkeling van het Stationsgebied. Het project benut de locatie in alle opzichten beter door middel van nieuwbouw, in een hoge dichtheid met een mix aan programmatische functies en een kwalitatief hoogwaardige uitstraling. De woontorens zijn eind 2018 op hun hoogste punt. Oplevering van de fietskelder is gepland in het eerste kwartaal van 2019, oplevering van de overige delen van fase 1 in het derde kwartaal van 2019.

De start bouw van fase 2 (ontwikkelkavel K 5) van het bouwplan (circa 16.900 m2 bvo kantoren) is afhankelijk van het bereiken van een voorverhuurpercentage van 75. De ontwikkelstrategie voor fase 2 is inmiddels herijkt.

In 2018 is een inrichtingsplan opgesteld voor de openbare ruimte rondom Lorentz, eind 2018 wordt gestart met het woonrijp maken, vooruitlopend op de oplevering van de fietsenstalling en overige delen van Lorentz fase 1 in de loop van 2019.

Definitieve planuitwerking en contractvorming Rijnsburgerblok (K3 en 4)

Nadat in mei 2017 het uitvoeringsbesluit is vastgesteld door de gemeenteraad is de bestemmingsplanprocedure opgestart. Deze loopt door tot eind 2018. Als het bestemmingsplan onherroepelijk is, wordt ook de omgevingsvergunning verleend. De sloop zal starten begin 2019, gevolgd door de start van de bouw. De bouw neemt ongeveer anderhalf jaar in beslag, tot eind 2020. ABN AMRO is inmiddels verhuisd naar een tijdelijke locatie aan de Stationsweg. Het voormalige pand van ABN AMRO wordt ingezet voor tijdelijk gebruik tot aan de sloop. Naast een bankkantoor waarin ABN-AMRO kan terugkeren, zal het gebouw gevuld worden met horeca, een hotel, 80 koop- en huurwoningen en een parkeergarage.

Definitieve planuitwerking en contractvorming De Geus

In 2016 is met Ymere en NS overeenstemming bereikt over een gezamenlijke tenderprocedure (verkoop in dialoogproces) voor de verkoop en herontwikkeling van het YNS-pand.

Vanaf begin 2017 werken Ymere, NS en gemeente op basis van exclusiviteit met de winnende propositie De Geus van marktpartij Sustay verder aan de definitieve planuitwerking en contractvorming. Definitieve gunning is inmiddels achter de rug en de bestemmingsplanprocedure is gestart. Start van de sloop van het huidige pand staat gepland voor het derde kwartaal 2019.

Toekomstige busterminal

Met dagelijks 70.000 treinreizigers en jaarlijks 8 miljoen lokale en regionale busreizigers vormt het Stationsgebied nu al het belangrijkste OV-knooppunt in de regio. Het busstation vervult daarin een belangrijke rol. De komende jaren neemt dit aantal alleen maar toe en het huidige busstation is niet uitgerust om deze verwachte groei van het aantal reizigers in het OV op te vangen en om de gewenste kwaliteit op deze plek te realiseren. Veel ruimte wordt gebruikt door geparkeerde bussen, er is niet of nauwelijks fatsoenlijke wachtruimte en bussen kruisen fietsers- en voetgangersstromen. In het najaar van 2017 heeft het college besloten om het nieuwe busstation op de huidige locatie door te ontwikkelen. In 2018 en 2019 wordt deze locatie inclusief bijpassende routes verder uitgewerkt.

Fietsparkeren rondom Leiden Centraal

In het stedenbouwkundig plan is de kwantitatieve en kwalitatieve uitbreiding van het aantal fietsenstallingen bij Leiden Centraal opgenomen. Ook in het nieuwe beleidsakkoord 2018-2022 wordt Leiden als fietsstad genoemd, met daarbij bijzondere aandacht voor de nieuwe stallingen in het stationsgebied. Het college wil inzetten op de realisatie van 7.000 fietsparkeerplaatsen extra, na oplevering van de fietsenstalling onder Lorentz (4.800 parkeerplaatsen) in 2019. Hiervoor zullen de gesprekken met NS, ProRail en de Provincie voortgezet worden. Enerzijds zal er gesproken worden over de locatie(s) van de nieuwe stalling(en). Anderzijds zal er gesproken worden over financiering van het geheel. Het doel is om voor beiden tot sluitende afspraken te komen. Een onderdeel hiervan is de exploitatie en het (betaal)regime dat ingevoerd gaat worden in de stallingen. Dit zal bestuurlijk ter besluitvorming voorgelegd gaan worden. In het beleidsakkoord staat ook dat de kosten en baten van het fietsparkeren onderdeel gaan uitmaken van het ‘gesloten financieel systeem’ voor autoparkeren. Onderzocht zal worden op welke manier dit ingevuld kan gaan worden.

Gebiedsmarketing, participatie en verduurzaming

Het Stationsgebied is een prominent project binnen Leiden. Een project waar Leiden trots op mag zijn. De afgelopen jaren is het gebied vooral ‘onder de radar’ gepromoot. De basis qua informatievoorziening staat en er zijn grotere en kleinere ‘pop-up’ acties opgezet zoals De Buurt om het gebied tot leven te brengen vooruitlopend op de echte transformatie. Nu Lorentz uit de grond komt en een besluit over de definitieve locatie van de busterminal is genomen, is de tijd rijp om ‘boven de radar’ te gaan. Vanaf 2018 wordt de gebiedsmarketing geleidelijk aan uitgebouwd, geïntegreerd met participatie, met als uiteindelijk doel dat de inwoners van Leiden trots zijn op hun Stationsgebied.

Een belangrijke stap in het positioneren van het Stationsgebied (incl. Schipholweg) is gezet middels het gezamenlijk met meer dan 20 partners lanceren van de Duurzaamste Kilometer van Nederland. In dit project werken we samen om op een creatieve en innovatieve manier de Leidse entree te vergroenen en als duurzaam verstedelijkingsgebied op de kaart te zetten. Deze community – waarin de gemeente deelneemt – vorm de basis voor de dialoog en actie over verduurzaming, maar is tegelijkertijd een platform voor participatie en een landelijk unieke propositie om het gebied ook nationaal op de kaart te zetten.

Prestatie 6A4.4 Ontwikkeling Meelfabriek
De Meelfabriek ligt aan de oostelijke Singelrand van Leiden. Het betreft een particuliere ontwikkeling op particulier eigendom (Meelfabriek en Duwo studentenhuisvesting). Na bijna 20 jaar van voorbereiding en het stap voor stap overwinnen van vele hindernissen is het de eigenaar/ontwikkelaar met veel visie, lef en doorzettingsvermogen gelukt om dit bijzondere project van de grond te krijgen en daadwerkelijk uit te gaan voeren. Bijna alle appartementen zijn inmiddels verkocht. De bouw is inmiddels in volle gang. De gefaseerde oplevering loopt vanaf begin 2018 tot en met medio 2020.

De eigenaren hebben een plan voor herontwikkeling opgesteld, dat past binnen het gemeentelijk beleid, dat gericht is op het mogelijk maken van nieuwe functies in het omvangrijke en beeldbepalende complex. Na voltooiing van het plan zal een veelbelovende impuls voor de stad ontstaan zijn met daarin wonen, werken, leren, cultuur en recreatie. Het plan past binnen het vigerende bestemmingsplan Binnenstad I en zal in drie deelfasen worden gerealiseerd. In dit particuliere traject levert de gemeente planbegeleiding en faciliteert waar mogelijk de realisatie door de ontwikkelaar.

De omgevingsvergunning voor fase 1 (57 twee- en driekamer studentenappartementen, inclusief ondergrondse parkeergarage) is in april 2015 verleend. De start van de bouwwerkzaamheden heeft veel vertraging opgelopen als gevolg van diverse bezwaar en beroepsprocedures. Deze zijn nu allemaal afgehandeld en de bouwwerkzaamheden zijn volop aan de gang. De studentenappartementen worden eind 2018 opgeleverd. Ook voor de vervolgfase 1A (circa 60 appartementen, een ondergrondse parkeergarage, kantoorruimte voor paramedische voorzieningen, horeca en andere voorzieningen) zijn de vergunningen inmiddels onherroepelijk. Het betreft de herontwikkeling van het zogenaamde Molen/Riffelgebouw, verbouwing directiekantoor en Poortgebouw en de bouw van de nieuwe Singeltoren. De aanvraag voor fase 2 (ontwikkeling Silogebouw, Silo D gebouw, Meelmagazijn, Ketelhuis, Schoonmakerij tot hotel, spa&wellness, kantoor, kunst en woningen) wordt in 2018 verwacht. Start bouw wordt verwacht in 2019. In totaal zal na de transformatie 55.000 m2 vloeroppervlak gerealiseerd zijn. Naar verwachting zal het gehele plan in 2022 gerealiseerd zijn.