Programmabegroting 2020

Duurzame verstedelijking – werken aan een groen Leiden

In de komende jaren staat Leiden voor grote uitdagingen op het gebied van wonen, werken, duurzaamheid en mobiliteit. Om voor mensen die hier willen (blijven) wonen een betaalbare stad te kunnen blijven, bouwen we duizenden extra woningen. Om een aantrekkelijk leefklimaat te behouden, ons te wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering en de biodiversiteit in de stad te vergroten, zijn niet alleen meer en kwalitatief beter groen nodig, maar ook andere manieren van waterberging en -afvoer. Om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan, is energietransitie een vereiste.

Onze opgaven op het gebied van duurzame verstedelijking combineren we met elkaar. Hierdoor kunnen we meerdere doelen bereiken: een groener, gezonder en duurzamer Leiden, met meer betaalbare woningen. Zo draagt Leiden bij aan lokale, nationale en wereldwijde samenwerking voor duurzaamheid. Om dit zichtbaar uit te dragen sluit de gemeente zich bovendien aan bij de VNG-campagne “Gemeenten4GlobalGoals”. Deze brengt de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties onder de aandacht.

Verstedelijking
Met verstedelijkingsprojecten werken we aan de stad van de toekomst. In 2020 gaan we door met woningbouwprojecten en andere vormen van verstedelijking conform de 1.0-versie van de Omgevingsvisie Leiden 2040. Dat betekent “verstedelijken met respect voor Leidse waarden”. Inspiratie halen we uit de zes verhaallijnen die ook in de omgevingsvisie zijn opgenomen. Deze geven richting aan nieuw beleid, zowel voor specifieke thema's als voor gebieden zoals De Mors. Die wijk krijgt in 2020 een eigen ontwikkelperspectief, zoals we dat in 2019 hebben opgesteld voor Zuidwest. Ook de nieuwe Woonvisie helpt ons bij verdere ontwikkeling van de stad, als leidraad voor realisatie van meer betaalbare woningen. De behoefte daaraan is groot.

Leiden is volop in ontwikkeling. Belangrijke mijlpalen zijn komend jaar onder meer de start van de projecten Octagon (tweede deel van het Rijnsburgerblok) en De Geus in het Stationsgebied. Andere beeldbepalende projecten betreffen onder meer woningbouw en andere voorzieningen aan de Ananasweg, in de Lammenschansdriehoek, aan de Willem de Zwijgerlaan (Lead), in het Energiepark en aan het Werninkterrein. Ook de Humanities Campus rond de Witte Singel levert een belangrijke kwaliteitsimpuls aan de binnenstad. In 2020 verwachten we een toename van 658 huurwoningen (inclusief studentenwoningen) en van 105 koopwoningen. In de twee jaar daarna volgen nog eens 1130 huurwoningen en 118 koopwoningen. Zie ook beleidsprestatie 6C1.4 en de tabel met prestatie-indicatoren bij prestatie 6.C.

In 2020 geven we de monitoring van bouwopgaven extra aandacht. Daarin staan de doelstellingen uit het beleidsakkoord centraal: in de periode 2017-2030 voegen we 8.500 woningen toe, 30% van de nieuwbouw is sociale huur en in 2050 zijn we klimaatneutraal. Monitoring gebruiken we onder meer om de raad over de voortgang te informeren. Ook stellen we een omgevingseffectrapportage (OER) op, die inzicht biedt in het effect van beleidsambities. De OER dient als input voor versie 1.1 van de omgevingsvisie, die we in de tweede helft van 2020 aan de raad voorleggen.

Bij de uitvoering van verstedelijkingsprojecten zoeken we telkens naar goede balans tussen alle ambities. De kaders die de raad stelt, zijn daarbij bepalend. Prioriteiten stellen moet. Het is niet mogelijk om altijd alle wensen van alle betrokkenen te combineren. Het vinden van balans vergt een zorgvuldig proces van beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming. Het college blijft daarbij de uitvoerbaarheid van politieke wensen bewaken, zoals college en raad in 2009 hebben afgesproken. Dat gebeurde destijds op basis van aanbevelingen van de onderzoekscommissie Overschrijding Grote Projecten, waarvan sommige permanent actueel blijven.

In onze zoektocht naar een goede balans tussen wonen, werken en voorzieningen maken we gebruik van adviezen en studies van de rijksoverheid. Een daarvan is dit jaar door het Rijk opgesteld in het kader van de Ruimtelijk-Economische Ontwikkelingsstrategie (REOS). Deze gaat over functiemenging in zes compacte kennisintensieve steden: de vier grote steden, Eindhoven én Leiden. Het college van Rijksadviseurs beschrijft in het rapport "Guiding Principles Metromix" hoe we in onze economische kerngebieden wonen en werken zo kunnen combineren dat het er prettig leven is en dat we onze internationale concurrentiekracht verhogen. Ons Stationsgebied en het Bio Science Park vormen samen zo'n economisch kerngebied. De voordelen van wonen en werken in hoge dichtheden zijn dat het de agglomeratiekracht verhoogt, en dat er aantrekkelijke, levendige, metropolitaanse gebieden ontstaan, die talent kunnen aantrekken en vasthouden. Menging in hoge dichtheden biedt meer kansen om dichtbij een baan te vinden. Dat beperkt de mobiliteitsdruk.

Bij verstedelijking besteden we veel aandacht aan participatie, onder meer in grote projecten, bij gebiedsontwikkeling en bij de totstandkoming van ontwikkelperspectieven. Dat is ook wat de nieuwe Omgevingswet van ons vraagt. Ook de raad speelt hierbij een rol. Belangrijke uitgangspunten zijn dat we vooraf heldere verwachtingen creëren over de participatie, dat we transparant opereren, en dat we laten zien hoe we uiteindelijk alle belangen afwegen in besluitvorming. Wanneer een participatieproces door een andere partij dan de gemeente wordt georganiseerd, is er een "Participatiewijzer initiatieven derden" beschikbaar. Bij de uitvoering van participatietrajecten besteden we extra aandacht aan monitoring en evaluatie van het participatieproces. Zo kunnen we steeds betere vormen vinden om participatieprocessen zorgvuldig en toch vlot te doorlopen.

Duurzame mobiliteit
Verstedelijking is onlosmakelijk verbonden met duurzame mobiliteit. In een compacte stad zijn de fiets en het openbaar vervoer logische en aantrekkelijke vervoersopties voor bewoners en bezoekers. Ook wordt er veel gewandeld. Dagelijkse voorzieningen zijn er dichtbij. De relatie tussen duurzame mobiliteit en verstedelijking maakt dat we extra woningen liefst rond stations en rond de binnenstad realiseren. Op deze plekken is het aantrekkelijk om je lopend, op de fiets of met openbaar vervoer te verplaatsen. Zo zijn er relatief weinig parkeerplaatsen nodig. We geven veel aandacht aan routes voor voetgangers en fietsers. Deze moeten aantrekkelijk, veilig en comfortabel zijn. Hetzelfde geldt voor stallingen en OV-haltes. Het realiseren van voldoende fietsparkeerplaatsen bij met name de stations is voor Leiden een grote en belangrijke opgave. Ook werken we aan hoogfrequent openbaar vervoer. Met deze investeringen in duurzame mobiliteit vermindert de behoefte aan autogebruik.

Met duurzame mobiliteit zetten we de ontwikkeling van een aantrekkelijke, leefbare en compacte stad centraal. Dat is anders dan in het verleden. Vroeger moest woningbouw passen binnen kaders voor bereikbaarheid. Autobezit stond daarin voorop. Lukte het niet om voldoende parkeerplaatsen te realiseren, dan kon een woningbouwproject niet doorgaan. Nu maken we andere keuzes, bijvoorbeeld in de parkeervisie die we nu ontwikkelen. We werken aan aanpassing van parkeernormen. Uitgangspunten daarbij zijn: iedere parkeerder op de juiste plek, vaker in garages, minder auto's op straat en een aantrekkelijker openbare ruimte. Na vaststelling door de raad kunnen we in 2020 gaan uitvoeren. Zie voor meer informatie diverse onderdelen van beleidsprogramma 4 Bereikbaarheid.

In 2020 beginnen we aan de uitvoering van plannen voor een toegankelijke en leefbare binnenstad. Dit betreft onder meer de verkeersroutering door de binnenstad, wijzigingen in parkeren in de binnenstad en verschuivingen in gebruik van de openbare ruimte (verblijfsruimte, routes voor voetgangers en fietsers, groen). Zie ook beleidsterrein 4C1.2 Autoluwe binnenstad.

Fietsen maken we aantrekkelijker door regionale fietscorridors te verbeteren. Deze corridors verbinden belangrijke bestemmingen zoals de binnenstad, Bio Science Park en station Leiden Centraal met woonwijken in Leiden en de regio. Het zuidelijke gedeelte van de Haagweg ligt op zo’n corridor. Na overleg met bewoners transformeren we dit gedeelte in de tweede helft van 2020 tot fietsstraat. Verder verbeteren we in 2020 de fietsverbinding van de Merenwijk en het Noorderkwartier met scholen en andere bestemmingen aan de zuidkant van de stad. Dat doen we met verbetering van de fietsroute door de Zeeheldenbuurt. Ook verkennen we de mogelijkheden om een fietsroute aan te leggen op het Spoorweghavenpad (tussen Rijnzichtbrug en Jan Wolkersstraat). Dit is een ontbrekende schakel tussen Bio Science Park en Leiden Centraal enerzijds en Leiden-Zuidwest en de fietsroute richting Zoetermeer anderzijds. Zie ook beleidsprestatie 4A1.2 Verbeteren Fietsroutes.

Ook landelijke maatregelen helpen om mobiliteit te verduurzamen. De beëindiging van de verkoop van benzine- en dieselauto’s (in 2030) is daarvan een voorbeeld. We zien de behoefte aan deelauto’s en aan laadpalen voor elektrische auto’s snel toenemen. In Leiden anticiperen we hierop met een stappenplan voor deelauto’s en met een snelle aanvraagprocedure voor plaatsing van een publieke laadpaal. Ook werken we aan emissievrije stadslogistiek. Zie ook beleidsprestatie 4E2.1 Uitvoeren maatregelen verduurzaming mobiliteit.

Klimaatadaptatie en biodiverse vergroening
Komend jaar gaan we door met vergroening van Leiden. Een stad die de leefbaarheid wil vergroten, kan niet zonder groen. Groen is goed voor de gezondheid, voor een aantrekkelijke leefomgeving, voor waterberging, tegen stedelijke hittestress en voor behoud en verbetering van biodiversiteit. Naar mate meer inwoners gebruik maken van het groen, stellen we hogere eisen aan de groene woonomgeving. Bovendien is het noodzakelijk de ecologische waarde van ons groen te verhogen. VN-studies over wereldwijde achteruitgang van biodiversiteit onderstrepen die noodzaak. De biodiversiteit gaat in Zuid-Holland nog harder achteruit dan in de rest van Nederland. Het aantal vlinders in landelijk gebied is zelfs met 85% afgenomen.

We verhogen de groenkwaliteit in de gebieden waar deze nu te wensen overlaat, en waar in de komende jaren veel woningen en andere voorzieningen worden gerealiseerd. De herinrichting van het Singelpark, het Kooipark en de Tuin van Noord kan daarbij als voorbeeld dienen. Voor inwoners in omliggende buurten maken deze groene investeringen een groot verschil. Ook kleinschaliger ingrepen kunnen een groot effect hebben. De Groene Kansenkaart is hierbij een belangrijk instrument. Voor de gemeente is deze kaart het beginpunt voor gesprekken met omwonenden: welke groene kansen kunnen we verzilveren? Alle Leidenaren kunnen tips geven voor vergroening. Die tips krijgen een plek op de kaart. De uitvoering is al begonnen en gaat door in 2020.

De werkwijze met de Groene Kansenkaart gebruiken we ook om biodiversiteit te verhogen. Daarmee dragen we bij aan een van de zeventien duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties. Nog dit jaar vult de stadsecoloog de Groene Kansenkaart aan met een ecologische waardenkaart. Die maakt inzichtelijk hoe we de ecologische hoofdstructuur in Leiden kunnen versterken. Daarvoor zijn alle ingrepen waardevol, klein en groot, omdat de flora en fauna elkaar aanvullen: van geveltuintje tot Singelpark. Zie ook beleidsterrein 5C Openbaar groen.

Verhoging van kwaliteit van het groen in de stad helpt ook om de stad weerbaar te maken tegen de effecten van klimaatverandering. Die effecten brengen we in kaart in een klimaatstresstest. Deze test vormt het startpunt voor een dialoog over omvang en acceptatie van risico's en over maatregelen waarmee we risico's kunnen beperken. Overlast bij hevige regenbuien is zo'n risico. Nu stroomt veel regenwater nog naar het riool. Bij hevige buien kunnen riolen overbelast raken. Deze overbelasting kunnen we tegengaan door meer water op te vangen in de openbare ruimte en "te laten inzakken in de grond". Dit soort aanpassingen vergt maatwerk per gebied, in overleg met omwonenden en andere gebruikers van de openbare ruimte. Zie ook beleidsprestatie 5B2.1 Klimaatadaptatie en ontwikkelen beleid waterkwaliteit.

In Noorderkwartier-Oost zijn we al volop aan de slag met klimaatadaptatie. Deze buurt krijgt een klimaatadaptatieve inrichting, met meer groen. Met behulp van Europese “sponge-subsidies” hebben we hier een succesvol participatietraject doorlopen. In de uitvoeringsfase geven we extra aandacht aan biodiversiteit.

In het Integraal Waterketenplan 2019-2023 is voor een aantal wijken vastgelegd dat het gemengde riool vervangen wordt door een gescheiden stelsel. Met onze wijkgerichte aanpak combineren we herinrichting van de openbare ruimte met klimaatadaptieve maatregelen en ondergrondse ruimtereservering voor de aanleg van een warmtenet. Komend jaar gaan we hiermee aan de slag in de Gasthuiswijk. Deze krijgt een klimaatadaptieve inrichting. De planmatige vervanging van riool combineren we met vervanging van bestrating. Het nieuwe riool zal geen regenwater meer afvoeren. Regenwater wordt zo veel mogelijk opgenomen in de groene openbare ruimte. Dit is een van de projecten waarmee we het ontwikkelperspectief Zuidwest in uitvoering nemen.

Energietransitie
De bouw van extra woningen en andere voorzieningen combineren we zo veel mogelijk met maatregelen die passen bij de energietransitie. De ambitie voor de Leidse energietransitie is dat de stad in 2050 klimaatneutraal is. In de komende decennia gaan we onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen als olie en aardgas radicaal verminderen. Hierbij passen we de “trias energetica” toe: zo veel mogelijk energie besparen, zo veel mogelijk duurzame energie gebruiken en zo min mogelijk fossiele energie verloren laten gaan.

“Energietransitie” is als nieuw beleidsterrein opgenomen in programma 6 (Stedelijke ontwikkeling). De ambitie die we hebben is groot. Realisatie hiervan vergt samenwerking op allerlei schaalniveaus: landelijk (met geschikte regelgeving), provinciaal (met aanleg van de “Leiding over Oost” bijvoorbeeld), regionaal (in de Regionale Energiestrategie Holland Rijnland) en lokaal, met inwoners van Leiden. Uitvoering van de energietransitie vergt grote investeringen, van diverse partijen. Daar horen energie- en netwerkbedrijven bij, maar ook individuele huiseigenaren en woningcorporaties. Alternatieve manieren om woningen van warmte te voorzien, moeten aan veel eisen voldoen: ze moeten betrouwbaar zijn, maar ook duurzaam, comfortabel en betaalbaar. Met het gemeentelijke uitvoeringsprogramma Energietranisitie leggen we hiervoor in Leiden de basis.

Circulaire gebruik van grondstoffen en afvalstromen
Een van de ambities bij verdere verstedelijking van Leiden is om bouw en gebiedsontwikkeling circulair te laten verlopen. De aanleiding hiervoor is dat bouw- en sloopwerkzaamheden verantwoordelijk zijn voor ongeveer de helft van het Nederlandse grondstoffenverbuik en voor ongeveer 40% van al het afval. Ook werken we aan de ontwikkeling van een tweede afvalbrengstation als “upcycle centrum”, waar ondernemers ter plaatse het aldaar aangeboden (grof) afval zo veel mogelijk kunnen hergebruiken. De acties die wij komend jaar uitvoeren, zijn opgenomen in programma 3 (Economie). Aan dat programma hebben we een nieuw beleidsterrein toegevoegd: "Circulaire economie". Op die plek gaan we onder meer in op maatschappelijk verantwoord inkopen en op afvalbeleid (“van afval naar materiaalstromen”).